Klompen

Deze klompen zijn bijna versletenOmdat de vrouw ervan veel moest weten
Ze hebben veel gelopen tussen de koeien
Tussen koeien die steeds loeiden
Maar het waren koeien die steeds alles verknoeiden
En zo kwam de boerin in de boeien
Ze wilden niets eten wat goed voor hen was
En nu zijn ze als het gras
Het gras is aan het verdor'
Hun leven vergaat nu als een versleten lor
Maar bij klompen hoort ook een timmerman
Die alles door het geboeide goed moest gaan maken
Opdat er weer een volk komt dat tot God kan genaken
Maar dan wel zonder boeien
Zodat zij vreugdevol kunnen loeien
En roepen, het is een God die mij onverdiend bemind
Zo zijn de nieuwe kinderen allen eensgezind
Handelingen 26:29



















