knoppen
De geopende magnoliaknoppen
Het is dan niet meer te stoppen
De boom staat dan in volle bloei
En komt er een reusachtige woei
Dat is het gedaan met de mooie bloemen
Maar het is nu een prachtig gezicht
knoppenDe geopende magnoliaknoppen
Het is dan niet meer te stoppen
De boom staat dan in volle bloei
En komt er een reusachtige woei
Dat is het gedaan met de mooie bloemen
Maar het is nu een prachtig gezicht
kabouterRené
Hé…. pompelepé
Daar komt kabouter René
Hij draagt wat met zich mee
Oh, het is een ooievaar
Misschien was hij wel in gevaar
Of deze voelde zich een beetje naar
Dan moet hij mee met René
Met zijn rode muts en laarsjes
Ja, ze hebben daar in het dorp ook kaasjes
Misschien heeft hij wel honger
Zo gaat hij dan samen met ooievaar op pad
Gelukkig is het lente en niet meer glad
Dan kunnen ze samen ook weer terug
De ooievaar weer opgeknapt
En René z’n honger is gestild
Zo leven ze daar maar niet in het wild
Het is een keurig dorp
Er zijn mensen die daar goed voor ze zorgen
Zo zijn ze erg blij met elke nieuwe morgen
bloesem
CoraKabouter vrouw
Kabouters zijn niet alleen mannen
Er zijn ook vrouwenkabouters
En deze heet Cora
Zij zit daar te wachten
Tot ze kan gaan koken
Ze moet alleen het vuur warm stoken
Zonder vuur krijg je geen warme hap
Een koude maaltijd is echt geen grap
Daarna krijgen de kabouters meestal wat pap
En dat smaakt juist goed na een warme hap
Cora doet graag zulk werk
Daar bij het dorp is wel een paal en perk
Maar binnenin het dorp
Is iedereen een gelukkige kabouter
Ze hebben allen hun puntmutsen op
Zo zie je dan dat je wandelt in een klein dorp
Een dorp waar ooievaars hun nesten hebben staan
Ja, dat is heel voornaam
Voor een klein dorp
Het heet ook wel ooievaarsdorp!
knopjes
kabouterKabouter Aad
Daar hebben we Aad
Was of is hij soms een soldaat?
Nee, Aad is een kabouter
En weet niets van het leven van een soldaat
Aad is ook niet kwaad
Maar hij voert wel uit zijn daad
Hij is wachter in het dorp
Met z’n blauw puntmuts
Zoekt hij naar een klus
Maar er is niet veel te doen
Hij heeft ook geen wandelschoen
Hij heeft blauwe laarsjes aan
Daarom zien we kabouter Aad
Daar zo wachtend stilstaan
bloesem
vink
koolmeesKoolmees in de meidoorn met de nieuwe blaadjes
Dat is echt de lente...
Het wordt vandaag een mooie dag
Een echte lentedag!
ooievaarDit zijn pa en ma ooievaar
Ze zijn nog lang niet klaar
Ze werken aan de kraamkamer
Ma is een echte dame
Ze zit niet altijd voor de ramen
De kamer moet eerst in orde zijn
Dat is voor de kleintjes straks fijn
kabouterJos
Ik ben kabouter Jos
Sta niet in het bos
Maar voor een houten schuur
Het kan wel even duren
En wat duren die uren
Toch vreselijk lang
Maar Jos is niet bang
Want hij moet waken
En dan laat je, je niet bang maken
Soms gaat het van klepperdeklep
Dat doet de ooievaar met zijn bek
Of liever gezegd zijn of haar snavel
Zij hebben allen een woonkavel
Daar boven in de lucht
Ach ja, voor mij een lange zucht
Want ik ben kabouter
En dan is, je plaats louter
Een plaatsje op de grond
Ach, dan hou ik nu maar m’n mond
Ik ben gelukkig gezond
Ik ben van hout
En dan heb je het helemaal niet koud
Je staat waar je staat
En je werk je ook niet uit de naad
koolmeesWaar zal ik het halen, dacht koolmees
Hij hield in de perenboom zijn feest
Het lijkt eerst een grapje
Maar hij nam echt een hapje
Van de nieuwe aankomende blaadjes
tulp
vlinderOp een zonnige maandagmorgen
Een eerste vlinder van het seizoen
Door zon en vlinders raak je niet snel uit je doen
Het zijn lentenverschijnselen die de vreugde geven
Om de dag te beginnen...
meeuw
ouderwetsEen roos van deze tijd maar toch ouderwets
Of zou men het een stabiel geheel kunnen noemen
Alle veranderingen zijn geen verbeteringen
Kijk maar om ons heen
Er is heel veel geween
Ook al lijkt alles rooskleurig
roosRoosje
Deze roos is al elf dagen oud
Het is in de rozenwereld zo
Dat de ene roos het langer dan de andere volhoudt
Ze stonden met z’n allen gelijk in de vaas
Maar je hebt altijd baas boven baas
Aan deze roos is het op de elfde dag wel te zien
Dat ze het bijna heeft gezien
Maar hoe een roos na tien dagen te zijn afgesneden
Er nog zo mooi en schoon bij kan staan
Dat is toch wel voornaam
Daarvoor moet je roos zijn of heten
Rozen zijn soms moeilijk te vergeten
Nadat je ze voor eeuwig vast hebt gelegd
Het is wel iets, dat wat over de sterkte van een roos zegt!
roos
rozenBosje
Een bosje rozen
Ik kan deze bloemen lang liefkozen
Of anders gezegd strelen met mijn ogen
Sommige rozen hebben de kleur van regenbogen
Je ziet een bosje ouder worden
Twee er van zijn rijp voor de kliko
Dan zeg je nog even, ho!
En daarna zijn deze twee gedumpt
Dat was nu een punt
Een punt achter het rozenleven
Ze zijn soms een heel kortstondig leven gegeven
Hoewel na een goede week
Lieten ze mij toch niet in de steek
Ze zijn nog niet allemaal van streek
Het lijkt wel op rozengeur en maneschijn
Sommige rozen kunnen heel apart zijn
KruisKruis
Elk huis heeft een kruis
En waarin voelt men zich het beste thuis
Kijk je naar een ander kruis
Dan denk je, ik neem het maar weer op
Dat eigen dagelijkse kruis
Het gras in een ander z’n tuin is toch altijd groener
En als je weet dat het kruis afkomstig is van een Weldoener
Dan kun je, je daar in alle omstandigheden mee verzoenen
Hoewel een huis en tuin kruis
Niet zo is als het grote Kruis
Daarin voel je je nimmer thuis
Want dan word je verguisd
En de mensen veranderen in ondragelijke kikkers
Dat is natuurlijk niet vreemd want het zijn allemaal nikkers
Wat zeg je me nou!
Ja, je barst van de kou
Dan is de samenleving niet meer zoals het behoord
En dan is er maar één geluk
En dat is het Gouden koord!
Daarom werd je wel geestelijk vermoord!!!
Maar de God der goden heeft mijn gebed verhoord!!!
En zodoende ben ik niet helemaal gesmoord
Mijn lichaam is dan niet meer zoals het was
Want ze maakte je overal tot as
Zodat je je nergens meer wil of kan bewegen
Soms is dat ook een zegen
Met deze zondige wereld valt niet meer te leven
Oh…is dat niet wat overdreven?
Nee, want we zijn geheel aan ons zelf overgegeven
In alle stormen van het leven
Een mens denkt wel te kunnen leven
Maar als je de dood in de ogen kijkt
Dan ben je meestal de weg helemaal kwijt
Je kunt wel denken, ik ben een piet
Maar alles wat van onszelf is gaat of moet nog teniet!
Dit is een houtbewerking in al zijn vormen
Daarom hadden we geen waarden meer en normen
Omdat we hoog van gedachten waren
En dan moet een Kruisdrager het allemaal verklaren
Of het donker allemaal op doen klaren
Wie zat er om verlegen?
Om Hem te volgen op de zware wegen!
We gingen er toch allemaal vandoor!
En we lapten alles aan onze laars
Gelukkig had ikzelf nog een brandende kaars!
En die kaars heb ik niet onder mijn bed gezet
Maar die liet ik schijnen
Om arme zondige mensen niet van de
aardbodem te laten verdwijnen
Er is bij God geen aanzien van de persoon
Ook een buitenstaander kan door geloof het eeuwige leven beërven
Maar dan moet men wel geheel aan zichzelf sterven
En dat is wat je gegeven moet zijn
Want alles is een gave
Ja, zelfs de veilige haven!
Handelingen 13
in het bijzonder vers13-50