Anciënniteit
25 februari 2002
Eugenio Irastorza, uit Ordizia, krijgt de weinig benijdenswaardige eer de Baskische politieke gevangene te zijn die in 2002 de meeste "dienstjaren" op zijn naam heeft. Hij zit op 25 februari, 22 jaar in de cel en dit ondanks het feit dat hij in 1995 al ¾ van de straf achter de rug had en daarom, volgens artikel 90 van het Strafwetboek, in voorlopige vrijheid diende gesteld.
In zijn omgeving wordt dan ook gezegd dat hij op dit ogenblik "gegijzeld" is. Spanje past zijn eigen wetten niet toe waar het Basken aanbelangt, "want Baskische strijders betuigen geen spijt voor hun daden", en soms wordt zelfs beweerd dat de ETA-leiding hen dat zou verbieden. Maar hoe valt het te verklaren dat de "strijdmakker" van Irastorza, Augustín Cortés, uit hetzelfde ETA-commando, dan wél al vier jaar op vrije voeten is?
Irastorza zit op dit ogenblik in Almería (Andaluzië). Na zijn arrestatie, op 27.02.80, bleef hij zes dagen "incomunicado" in handen van de psychopaten van de Guardia Civil. Daarna zat hij in Soria, Carabanchel, Puerto de Santa María, Sevilla, Herrera de la Mancha, Alcala, Jaén. Vooral de vijf jaar in deze laatste gevangenis (1990-1995) waren bijzonder hard. Gedurende de hele periode bleef hij volledig geïsoleerd, zonder enig contact met een andere gevangen. Hij werd er zelfs twee keer aangevallen door gevangenisbewakers
