8 april 2004
In het nummer van het Franse tijdschrift, "Politis", verscheen een bijdrage onder de titel, "Aznar of de erfenis van Franco". De bijdrage was ondertekend door "Dante Sansurjo". Hier en daar een beetje geduid en een beetje aangevuld:
Aznar werd in 1953 geboren in Madrid. Zijn grootvader was Bask (!) en hij werd onder Franco ambassadeur benoemd en later directeur van de Catalaanse krant La Vanguardia.
José María Aznar volgde in de hoofdstad privé onderwijs in katholieke scholen en werd Licentiaat in de Rechten in 1975. Als Belastingsinspecteur werd hij in 1978 naar Logroño gestuurd. In 1979 werd hij er lid van de Alianza Popular, twee jaar eerder gesticht door notabele Francoaanhangers. Hij werd meteen Secretaris-Generaal van de partij in La Rioja. Hij werd meteen liefdevol onder de vleugels genomen door Manuel Fraga, ex-minister onder Franco, om hem voor te bereiden op diens opvolging.
In de "jaren die bepaald werden door het lood" die voorafgingen aan de dood van de dictator in 1975, toen anderen de dictatuur trotseerden militeerde hij bij de Syndicalistische Studenten, een extreem rechtse, katholieke organisatie. Het bleek geen "jeugdzonde" te zijn want het vorig jaar (2003!) subsidieerde hij de "Stichting Francisco Franco" die "zorgt voor de verspreiding van de humane, politieke en militaire inzichten van de dictator".
In 1985 klom Aznar op tot de leiding van de Alianza Popular van het autonome gebied Castilla-León. In 1989 kreeg de Alianza Popular een likje democratische verf toen de partij werd opgeheven en "hervormd" werd als "Partido Popular" (Volkspartij). Aznar werd in 1990 president van de partij die zich "centrumrechts" ging noemen. Hij weerde elke dissonante stem en belette elke motie die het Francoregime zou afkeuren. Pas in 1999 verlieten de laatste ex-fascisten de partij. Is het toeval dat er in Spanje geen enkele uiterstrechtse partij werd gesticht?
Bij zijn eerste verkiezing als president kreeg hij de ongewilde steun van de Spaanse Socialisten van Felipe González die gebukt ging onder de corruptie en de schandalen, o.a. in de vuile oorlog tegen het Baskische Volk waarbij zelfs een Minister en een Staatssecretaris in de cel terecht kwamen. Maar eveneens kreeg hij de steun van ETA. De gewapende organisatie pleegde in 1995 een aanslag op hem waarbij hij zonder schade uit de gepantserde auto kwam. Bij zijn eerste regering, moest hij, met de steun van Opus Dei maar tegen zijn zin, een coalitie aangaan met de Catalaanse en de Baskische nationalisten van de PNV. De politiek die Aznar voerde vulde de zakken van de rijken, maar ook de gevangenissen… Maar Aznar had de pers mee en de directeur van de Spaanse Staatstelevisie werd later zelfs beloond met de post van Ministerwoordvoerder, in Spanje smalend "de officiële Staatsleugenaar" genoemd! Hij verhoogde de druk in Baskenland en het vredesproces werd onder hem aan het wankelen gebracht. Hij sloot kranten, hij verbood organisaties die voor onafhankelijkheid streden zonder enige vorm van proces. Hij verbood de partij Batasuna. Hij verbrak de dialoog met de Baskische Regering hoewel die door gematigde nationalisten geleid werd. Bovendien stopte hij de gematigde nationalisten en ETA in dezelfde zak.
Om de Spanjaarden gerust te stellen maakte hij van de eenheid van het vaderland campagnepunt nummer één en van de Basken de binnenlandse vijand. Om alle flanken af te dekken, installeerde hij, beetje bij beetje, een echte "PP-Staat". Met de hulp van de pers kwamen de corruptieschandalen van de rechterzijde bijna niet aan de oppervlakte.
Dan kwamen de verkiezingen van 2000. Ditmaal werd het een volstrekte meerderheid. De duivel was los. Het Openbaar Onderwijs kwam opnieuw onder de kromstaf. Homoseksualiteit en homohuwelijken werden gestigmatiseerd. In het Spanje waar nog steeds straten naar Franco genoemd worden, konden alle limieten overschreden worden. Melitón Manzanas, ex-collaborateur met de Gestapo aan de grens in Baskenland en berucht folteraar van Baskische activisten, die in 1968 onder de kogels van ETA viel, werd gerehabiliteerd, tot groot ongenoegen van Amnesty International.
Tegen de wil van bijna 90% van zijn landgenoten trok hij als Sancho Panza naast Don Quichote, George Bush, ten strijde. Niet tegen windmolens, ditmaal. Aznar ging mee de democratie herstellen! Niet in eigen land, maar bij de "Moren". In Irak! Maar op het ogenblik dat er opnieuw gestemd moest worden werd Spanje geconfronteerd met écht terrorisme. In een Heilig Jaar van Santiago de Compostela, Matamoros, de Morendoder, lieten Fundamentalistische Moslims in Madrid tien bommen ontploffen met bijna 200 doden tot gevolg. Aznar probeerde daaruit munt te slaan en verklaarde meteen dat ETA de dader was, hoewel de organisatie niet vooraf gebeld had. Toen Al-Qaida de aanslag opeiste, bleef de PP zich vastpinnen op de "piste ETA”. Het koste hem de nederlaag, enkele dagen later.