29 april 2002
De UNO stelt 58 gevallen van foltering in Baskenland aan de kaak.
Verschillende Baskische artsen, in samenwerking met Deense experts in zake foltering, stellen verregaande onnauwkeurigheden vast bij het gerechtelijke, medisch onderzoek van Baskische gevangenen tijdens hun periode van afzondering. En dit door het Hoog Gerechtshof! Tevens stellen ze vast dat de garantie ontbreekt voor de bescherming van de rechten van deze arrestanten. Ze baseren zich op de analyse van 318 documenten in verband met 100 arrestaties van personen die tussen 1991 en 1994 in Madrid "verbleven". Dit rapport verscheen in het gezaghebbende Amerikaanse tijdschrift "Journal of Forensic Sciences".
Het resultaat was verbluffend:
- 85 % kreeg slagen.
- 34 % kreeg de plastic zak over het hoofd getrokken.
- 8 % kreeg elektroden aangebracht.
- 4 % werd ondergedompeld in het bad (vol uitwerpselen)
Er wordt voorgesteld het medisch onderzoek in de toekomst zonder politietoezicht te verrichten in een andere ruimte dan het "ondervragingslokaal". Het onderzoek moet verder gebeuren door neutrale, competente beroepsmensen en volgens internationaal bepaalde regels en methodes.
0p 16 april presenteerde de Speciale Uno-rapporteur voor de Folteringen, de vermaarde Nederlandse jurist Theo van Boven, voor de Commissie Mensenrechten in Genève de jaarbalans voor 2000. (Van Boven was eerder directeur van de afdeling Mensenrechten bij de UNO.)
Wat Spanje betreft zijn er beschuldigingen aan het adres van de Guardia Civil, de Nationale Politie en de Baskische Autonome politie, Ertzaintza.
Er worden 58 gevallen van foltering en mishandeling van Baskische burgers aangeklaagd op een totaal van 77 aanklachten van mishandeling van arrestanten.
In het rapport, dat overgemaakt werd aan de Spaanse autoriteiten, staat dat een groot aantal personen wordt gearresteerd op verdenking van medewerking of lidmaatschap van een gewapende bende en op secreet wordt geplaatst, in overeenstemming met de antiterroristenwetten. Ze worden mishandeld tijdens hun arrestatie, tijdens de overbrenging en het verblijf op het politiecommissariaat en tijdens de overbrenging naar het Hooggerechtshof. Volgens het rapport wordt een groot aantal arrestanten daarbij met de dood bedreigd en seksueel gemolesteerd en misbruikt. De daarbij gebruikte politietechnieken hebben tot doel de fysieke uitputting van de arrestant na te streven. De heer van Boven wijst op de lange duur van de afzondering die tot 5 dagen kan oplopen. Alvorens voorgeleid te worden voor een magistraat heeft de arrestant tijdens deze periode enkel contact met de politiemannen, met een officieel arts, aangesteld door Binnenlandse Zaken, een pro-deo advocaat en als laatste een bewaker.
Van de 58 aangeklaagde gevallen betrof het 5 personen die aangepakt werden door de politie nadat ze door Mexico of door Frankrijk waren uitgeleverd. Dit is in strijd met artikel 3 van de UNO-conventie van 10 december 1984 i.v.m. foltering en andere onmenselijke behandeling. Daarin wordt gesteld dat niemand mag uitgeleverd worden aan een andere Staat waar ernstige vermoedens van folterpraktijken bestaan.
Behalve Baskische politieke gevangenen zijn ook immigranten vaak het slachtoffer van onmenselijke behandelingen. Tussen 1995 en 2002 kwamen er bij Amnesty International 321 klachten van foltering in Spanje binnen. Zes mensen werden seksueel lastiggevallen of zelfs verkracht terwijl er vijf overleden.
Het rapport van Theo van Boven vond geen weerklank in de Spaanse pers. Of om het in het Spaans te zeggen: "un silencio elocuento" (een veelzeggend zwijgen).