21 juli 2002
In Gara haalt Bautista Uribe, militant in het ANV, Acción Nacionalista Vasca, herinneringen op aan de slag van Albertia, kort vóór het einde van de Spaanse Burgeroorlog, 67 jaar geleden. Uribe werd op 14 juli 2002 geëerd op de berg Albertia, op zijn 84ste verjaardag.
"Ik was nog geen 17 toen ik me aansloot bij het ANV. Sindsdien is mijn leuze niet veranderd:
"Aberria ala hil" (Het Vaderland of de dood). "Nunca cambiaré de chaqueta" "Ik heb mijn jas nooit gekeerd" zegt Uribe, niet zonder enige fierheid.
Op 19 juli 1936 werd Otxandio gebombardeerd. "s Anderendaags kwamen we in Durango samen om te bespreken wat we konden doen. Enkele dagen later bestormden we met dynamiet de kazerne van Loiola (San Sebastián) en bemachtigden zo geweren en munitie. Vanaf toen vormden we compagnies van het Eerste Bataljon van het ANV. We konden de bergen Maroto en Jarindo bezetten. Het volgende doel was de berg Albertia, waar de fascisten zaten. Op 11 november begon de harde, bloedige strijd. Aan beide zijden vielen er ontelbare slachtoffers. We dienden ons soms terug te trekken, om daarna weer aan te vallen. 17 Soldaten van het ANV en CNT werden gevangen genomen en gefusilleerd. Sommige soldaten die wij gevangen namen konden we overtuigen onze kant te kiezen. Het waren vaak eenvoudige jongens die in militaire dienst door de oorlog overvallen waren. Maar we konden de ongelijke strijd niet winnen. Hun bewapening was superieur aan de onze.
De strijd ging verder op andere fronten: Otxandio Mañaria, Elorrio en later in Durango. Ik moest dynamiet in het vijandelijke kamp schieten met een katapult. Maar het werd onhoudbaar tegen hun tanks. In Etxano verloor ik mijn broer. We dienden ons terug te trekken tot in Castro Urdiales en later zelfs tot Santander. In Laredo werd ik gevangen genomen en ik zat zes maanden in El Dueso. Elke nacht kwamen de falangisten met een vrachtwagen een aantal gevangenen ophalen. Op een nacht was ik aan de beurt, maar een Baskisch sergeant die tijdens zijn dienstplicht in het andere kamp terecht was gekomen kon me redden via zijn overste. We kwamen in Burgos terecht, later in Miranda de Ebro, in een concentratiekamp met wel 4.000 gevangenen. Tot slot in Carabanchel waar we mijnen moesten leggen rond Madrid. Toen de oorlog ten einde was kwam ik in een ploeg terecht die wegen moest herstellen tussen Madrid en Toledo. Later kwam ik in de vallei van Baztan, meer bepaald in Elizondo. In 1945 kwam ik vrij, een vrijheid die wij nog steeds eisen voor ons land, Euskal Herria. "Aberria ala hil", dat moet klaar blijven, ook voor de politieke partijen. Eerst het Vaderland, dan de partij. Ook die van de PNV moeten hun naam nooit vergeten, Partido Nacionalista Vasco, "nacionalista", "nación"… Ik blijf in de loopgrachten ter verdediging van Euskal Herria. Ik ben een onafhankelijkheidsstrijder, zoon van een Carlist.
In 1936 werd een embargo gelegd op de bezittingen van de ANV, meer dan honderd lokalen, de archieven, maar de ANV leeft. Nu zien we weer hetzelfde gebeuren. Franco wilde op een snelle manier van de Basken af. Aznar doet het nu iets rustiger. De PP doodt langzaam: gevangenis, verspreiding, repressie, foltering. Het is duidelijk dat de oorlog van 36 nog niet voorbij is. We blijven in oorlog met Spanje!