Bemesten.

Bemesten.
Uien.
Fluiten en geeuwen.
De mus.
Wie kent de huismus niet.? De belhamel onder de vogels. Die we, vroegere jaren, dikwijls in het straatbeeld zagen, tjilpend en vechtend met elkaar rond een paardenmop.Een doodgewone vogel die we, spijtig, steeds minder en minder zien. Daarom dit artikel om ze vooral in de moeilijke wintermaanden aan voedsel te helpen.
De huismus (Passer domesticus) is een kleine zangvogel die samen met ongeveer twintig andere mussensoorten zoals de ringmus, behoort tot de familie Passeridae.De huismus eet voornamelijk zaden en insecten. De zang van het vogeltje is niet zeer uitgebreid, het beperkt zich doorgaans tot getjilp. De huismus beweegt zich vliegend of hippend voort. De mus is een standvogel: hij blijft doorgaans rond dezelfde plek wonen. Het mannetje is duidelijk te onderscheiden van het vrouwtje, omdat de eerste zwarter en bruiner getekend is . Voortplanting en ontwikkelingEen mussenpaar bouwt gezamenlijk een nest, waarin het vrouwtje vier tot zeven eieren legt. Na ongeveer 12 dagen broeden komen de eieren uit. Als de kuikens uit het ei komen, zijn ze nog naakt (zie foto) en wegen niet meer dan 3 gram. Zodra er iemand in de buurt komt, sperren ze de nog relatief grote bek wijd open in de hoop op voedsel. Gedurende deze eerste dagen worden de kuikens door beide ouders met klein dierlijk voedsel gevoed, maar al snel wordt het dieet gevarieerder en plantaardiger. Na ongeveer twee weken vliegen de jongen uit. Ze blijven hierna nog enige tijd afhankelijk van de zorg van de ouders en worden nog regelmatig gevoed. VerspreidingDe huismus leeft in grote delen van de wereld, in ieder geval in bijna alle gematigde en subtropische gebieden, vaak dicht bij of in de woongebieden van mensen. Voor een deel is de verspreiding op een natuurlijke wijze verlopen, voor een deel is de huismus door de mens verspreid en geldt als een cultuurvolger. De huismus heeft zich mogelijk in de prehistorie verspreid door de uitbreiding van de landbouw van de mens te volgen. In Noord-Amerika, Australië en in Nieuw-Zeeland is de huismus tussen 1850 en 1870 bewust op verschillende plaatsen uitgezet. In 1872 werden ze Buenos Aires uitgezet en in 1953 in Peru. In 1890 werden huismussen in Zuid-Afrika uitgezet. In koudere streken, zoals rond de poolcirkel, kan de mus dankzij de warme omgeving van de mensen overleven. De huismus en de ringmus hebben een deels complementaire spreiding: waar de huismus de overhand heeft, zijn er veel minder ringmussen, en vice versa. Onder meer in Nederland en Vlaanderen is de huismussenpopulatie de laatste decennia drastisch afgenomen. Hiervoor zijn diverse oorzaken verondersteld:
Eind 2004 staat de huismus als 'zorgelijk' weergegeven op de Rode Lijst voor bedreigde vogelsoorten en geldt de vogel als gevoelige diersoort. Het aantal broedparen is afgenomen van 1-2 miljoen eind jaren zeventig, tot ½-1 miljoen nu, en dit aantal neemt nog steeds af. Na de merel is de huismus echter nog steeds de meest algemene broedvogel in Nederland. Ook in andere Europese landen zijn florerende mussenpopulaties te vinden. Roofvogels zoals de sperwer en zoogdieren zoals de kat zijn natuurlijke vijanden van de huismus. In de winter kan de mus vaak overleven dankzij het bijvoederen door mensen. Hiervoor zijn vetbolletjes geschikt, alsmede pindanetjes en oud brood. |
Toilet.
Kaalkop.