LONA DINGA
Lona Dinga heeft haar schapen naar de bergweide gebracht
want de lente gaat beginnen na het scheren van hun vacht.
Om zich niet alleen te voelen speelt zij op haar herdersfluit
noten die de winden dragen, ’t is een klagend, triest geluid.
In de grote Connemara loopt zij eenzaam, maanden lang.
Zij leerde leven met de stilte, de natuur maakt haar niet bang.
Tussen grauwe, woeste rotsen trekt ze met haar kudde voort
en bij nacht, hoog in een berghut, slaapt zij vredig, ongestoord.
Lona Dinga lijkt zo rustig wijl ze schapen hoeden kan,
maar ook zij durft wel eens dromen van een leven met een man.
Iemand die voor haar zou zorgen, haar zou kussen en nog meer….
Ach, ik weet het, door ervaring, veel alleen zijn doet soms zeer.
Lona Dinga voelt vanbinnen soms die sterke, felle drang
naar wat tederheid en liefde waar ik ook zo naar verlang.
Mocht ik Lona Dinga vinden ‘k zou haar beminnen tot de dood.
Maar waar begin ik best te zoeken ? De Connemara is zo groot
.