GP Frankrijk 1956
Op zaterdag kwamen de F1-wagens niet in actie maar op zondagnamiddag stonden de 19 deelnemers klaar aan de start toen de vlag viel. Enkel Luigi Villoresi bleef staan en kon pas vertrekken toen de mecaniciens zijn wagen in gang hadden geduwd. Op het einde van de eerste ronde reed Eugenio Castellotti op kop voor Juan Manuel Fangio en Peter Collins, alle drie in een Ferrari. Daarachter volgde Harry Schell en Stirling Moss. Op het einde van de tweede ronde was hun voorsprong alleen maar groter geworden. Harry Schell had al direct geen 2e versnelling meer en de Maserati van Stirling Moss verloor vermogen. Een ronde later waren beide al gepasseerd door Mike Hawthorn, maar ook deze kon het Ferrari trio niet bedreigen.
In de 6e ronde moest Harry Schell opgeven. Enkele ronden later nam hij echter het stuur over van Mike Hawthorn. Deze was nog erg moe nadat hij voorafgaand aan deze race een 12-uursrace voor Sportcars had gereden. Harry Schell vervolgde snel zijn weg maar had toch Alfonso De Portago, Olivier Gendebien, Jean Behra en Stirling Moss moeten laten passeren. Hij reed nu dus op plaats 8. Een ronde later moest Stirling Moss opgeven, maar net als Harry Schell moest hij niet lang toekijken. Cesare Perdisa werd binnengeroepen en Moss nam het stuur van diens wagen over. Maar ook deze wagen bleek te kampen te hebben met technische problemen. Er bleek namelijk een olielek te zijn. Ondertussen reed Harry Schell erg snel rond, zelfs sneller dan de drie leidende Ferrari’s. In geen tijd passeerde hij Jean Behra en Olivier Gendebien. In de 20e ronde kreeg hij de vierde plaats cadeau toen Alfonso De Portago moest opgeven met een gebroken versnellingsbak. Ondertussen had ook de enige Bugatti opgegeven, na een erg teleurstellende vertoning. Op deze wagen was de gaskabel afgebroken. Harry Schell naderde ondertussen tot op 30 seconden van Juan Manuel Fangio. Deze laatste maakte echter rustig zijn pitstop niet wetende dat Harry Schell zo kort was genaderd. Hij dacht dat deze een ronde achterop was geraakt na zijn wissel met Mike Hawthorn. Ook bij Ferrari dacht men dat dus lieten ze hun coureurs rustig verder rijden aan een niet al te hoog tempo. In de 28e ronde hadden de koplopers Harry Schell in hun achteruitkijkspiegel. Bij het aanremmen van de Thillois haarspeld, in de 31e ronde, passeerde Schell Eugenio Castellotti en Peter Collins. Hij reed nu net achter Juan Manuel Fangio op plaats twee. Fangio dreef nu het tempo op en reed een nieuw ronderecord met en tijd van 2’25,9”. Hij vergrootte dan ook onmiddellijk zijn voorsprong op Harry Schell.
Ook Eugenio Castellotti en Peter Collins verhoogden ondertussen hun tempo. In de 35e ronde konden ze beide Harry Schell opnieuw passeren. In de 38e ronde moest Schell trouwens de pit opzoeken waar de mecaniciens een nieuwe injectiepomp moesten monteren. Dit werkje duurde iets meer dan 5 minuten. Harry Schell zou de race uiteindelijk als 10e beëindigen. In de 40e ronde moest ook Juan Manuel Fangio naar de pit. Hier moesten de mecaniciens de benzineleiding vernieuwen. Hij kwam als vierde terug op de baan. Hoe hard hij ook reed, met een nieuw ronderecord als gevolg, Fangio kon geen plaats meer goedmaken en eindigde de race als vierde. Collins en Castellotti van hun kant, maakten zich op om de laatste ronden te vechten voor de overwinning. De Ferrari box besliste echter dat Peter Collins de race moest winnen door aan beide een pitbord met ‘COL,CAS’ te tonen. De Engelsman won de race met 0,3 seconden voorsprong op Eugenio Castellotti. Derde werd Jean Behra op ruim anderhalve minuut.
In de stand voor het wereldkampioenschap vergrootte Peter Collins zijn leiding. Hij had nu 5 punten voorsprong op Jean Behra en zes op Juan Manuel Fangio.




