Wilde en tamme wilde eenden

Er zijn wilde en tamme wilde eenden. De tamme zijn vaak gebastaardeerd met gedomesticeerde eenden. Als ze erg bont van kleur zijn, noemen we ze soepeenden. Soms houden ze de wildkleur, maar als ze de eieren in een hangingbasket uitbroeden, weten we genoeg.
De rust in onze vijvers, na het vertrek van de familie nijlgans waar ik vorige week over schreef, is maar van korte duur geweest. Nu zijn het wilde eenden die de boel op de kop zetten. Dat doen ze door zelf ook op de kop te gaan staan. Het achterlijf steekt dan recht uit het water omhoog en door roeibewegingen met de poten te maken, kunnen ze die positie lang handhaven. Met de zeefsnavel wordt de bodem op voedsel afgetast. Deze wijze van fourageren wordt grondelen genoemd. Duikeenden, zoals de kuifeend, duiken naar de bodem om voedsel te bemachtigen.
Drie dagen nadat de nijlganzen ons terrein hebben verlaten, ligt er al een eendenei in de knotwilg.
Natuurlijk is het leuk als je in je eigen paddenpoel een paartje wilde eenden hebt. Maar dat wordt anders als ze tijdens het grondelen je waterplanten uittrekken. Daar komt bij dat we ook onder de heg een eendennest hebben en… regelmatig ploffen er, meestal 's avonds laat, vrijgezelle mannen in het water. En dat is echt een beetje te veel eend!
's Morgens merk je aan de bepoederde en enigszins oliehoudende plekken op het water dat er die nacht flink gerotzooid is. Het water aan de oever is troebel en hier en daar drijft een veertje: verloren bij het toilet maken of tijdens schermutselingen. Het effect op het ecosysteem is in kleine vijvers altijd negatief. Door het woelen in de bodem en het poepen komen er veel voedingsstoffen in het water en daar varen algen wel bij.
Met het probleem van de wilde eenden kan ik nog leven, zolang de eenden er tenminste ook 'wild' uitzien. De bonte boereneenden – bastaarden van de wilde eend met de witte loopeenden – jaag ik weg. Ik wil niet discrimineren, maar dat zooitje ongeregeld moet maar terug naar de eerste de beste parkvijver waar het zich vol kan vreten met brood en ander onnatuurlijk spul.
Bastaardering met gedomesticeerde witte en bontgekleurde eenden – die overigens van de wilde eend afstammen – komt steeds vaker voor. Zolang deze halftamme vogels in parken, dus in de omgeving van de mens blijven, vind ik het niet zo erg. Het vervelende is dat een aantal van hen zich weer vermengt met echte wilde eenden. Zelfs in de Oostvaardersplassen – toch een natuurgebied van allure – kom je deze boereneenden tegen.
Ook echte wilde eenden worden met name in nieuwbouwwijken in waterrijk gebied steeds tammer. Overal zoeken ze naar nieuwe mogelijkheden om te broeden. Normaal gesproken broeden de vogels in dichte vegetatie op de grond of op hoogte in knotwilgen en oude kraaiennesten. Eendenkorven werden vroeger al benut, maar de 'hanging basket' is van deze tijd. Van de ruim honderd soorten eenden die op aarde voorkomen, zijn er slechts twee gedomesticeerd. Deze tot huisdier geworden soorten zijn de wilde eend en de muskuseend.
De meeste vogels ruien één keer per jaar. Veel eendachtigen kennen een tweede rui. Vrouwelijke wilde eenden dragen het hele jaar door een onopvallend gekleurd verenpak. Een dergelijke camouflage houdt in, dat alleen de dames de eieren uitbroeden. Omdat de woerd niet broedt, loopt hij veel minder gevaar dan zijn eega. Alleen in het rustkleed dat hij zich tijdens de grote slagpennenrui eind juni aanschaft, ziet hij er sober uit. In september wordt opnieuw geruid. De dekveren van het rustkleed maken plaats voor die van het prachtkleed. In het najaar, als de man op z'n mooist is, vindt de verloving al plaats. Wilde eenden zijn elkaar dan de hele winter trouw. Vroeger heb ik wel eens geschreven dat de woerd van een wilde eend een ware casanova is. Zodra de dame op eieren zit, laat de macho haar zitten en gaat opnieuw achter de vrouwen aan. Ik las dat in de literatuur. Inmiddels weet ik beter. Wilde eenden zijn trouwer dan men denkt, ook tijden het broeden. De twee woerden op ons terrein houden zich ook nu dag en nacht in de directe omgeving van het nest op.
Als de dames het nest even verlaten om wat te eten of een bad te nemen, worden ze liefdevol door de woerden verwelkomd. Zodra er echter jongen zijn, houden de heren het voor gezien. Kennelijk willen ze geen gejengel van een kinderschaar aan hun kop. Ze gaan dan op zoek naar een nieuwe vlam waarvan het broedsel om de een of andere reden mislukt is. Geen vrouwelijke eend is dan voor de woerd veilig. Vaak scheren de heren uren door de lucht achter zo'n opgejaagde dame aan. Ook in het voorjaar kunnen we die wilde jachten in de lucht waarnemen. We zien dan meestal twee woerden achter één eend aanvliegen. En…de mannen mogen dan mooier zijn, de vrouwtjes zijn sneller. Uiteindelijk zal zij bepalen of het wel of niet tot een copulatie komt.
bron; deGelderlander.nl Gerrit Jansen