Maandag 12 oktober 2009
DEFINITIES.
AUTOBUS: voertuig dat tweemaal zo snel rijdt als je er achter loopt dan wanneer je er in zit.
BABY-SITTER: jongeling die zich moet gedragen als een volwassene opdat de volwassenen zouden kunnen uitgaan en zich gedragen als jongelingen.
BANKIER: persoon die je een lening wil toestaan als je kan bewijzen dat je er geen nodig hebt.
SCOUT: een kind dat gekleed is als een idioot en geleid wordt door een idioot die gekleed is als een kind.
KAPITALIST: persoon die vanuit zijn kantoor met airco in een wagen met airco naar zijn club met airco rijdt om daar in de sauna te gaan.
TRUI: kledingstuk dat een kind moet aantrekken als zijn moeder het koud heeft.
DANS: verticale frustratie van een horizontaal verlangen.
ECONOMIST: expert die morgen zal weten waarom vandaag niet uitgekomen is wat hij gisteren voorspeld heeft.
GEMAKKELIJK: wordt gezegd van een vrouw die de zedelijkheid van een man heeft.
GYNECOLOOG: persoon die op een plaats werkt waar anderen zich amuseren.
INTELLECTUEEL: persoon die gedurende twee uur aan iets anders kan denken dan aan sex.
HOOFDPIJN: het door de vrouw meest gebruikte voorbehoedsmiddel.
HUWELIJK: verbond dat twee personen toelaat problemen op te lossen die ze niet zouden gehad hebben als ze vrijgezel gebleven waren.
NYMFOMANE: Een vrouw de je enkel in de Grote Van Dale tegenkomt.
ORTHODONTIST: tovenaar die een deel van wat hij uit je zakken haalt in je mond steekt.
PESSIMIST: optimist met ervaring
PROGRAMMEUR: Onbegrepen persoon die op een onbegrijpelijke manier een onbegrijpelijk probleem oplost,dat enkel door een programmeur gecreëerd kon worden.
PSYCHOLOOG: iemand die andere mensen bekijkt als er een mooie vrouw binnen komt.
SARDIENTJE: visje zonder kop dat in olie leeft.
GEHEIM: informatie die men slechts aan een persoon per keer doorgeeft.
SNOBISME: zaken kopen die men niet graag ziet met geld dat men niet heeft om indruk te maken op mensen die men niet mag.
SYNONIEM: woord dat men gebruikt in de plaats van een ander waarvan men de schrijfwijze niet kent
GROEPSWERK: mogelijkheid om fouten op de rug van een ander te schuiven.
VEDETTE: persoon die zijn hele leven hard werkt om bekend te geraken en dan een donkere bril opzet om niet herkend te worden.
BABY-SITTER: jongeling die zich moet gedragen als een volwassene opdat de volwassenen zouden kunnen uitgaan en zich gedragen als jongelingen.
BANKIER: persoon die je een lening wil toestaan als je kan bewijzen dat je er geen nodig hebt.
SCOUT: een kind dat gekleed is als een idioot en geleid wordt door een idioot die gekleed is als een kind.
KAPITALIST: persoon die vanuit zijn kantoor met airco in een wagen met airco naar zijn club met airco rijdt om daar in de sauna te gaan.
TRUI: kledingstuk dat een kind moet aantrekken als zijn moeder het koud heeft.
DANS: verticale frustratie van een horizontaal verlangen.
ECONOMIST: expert die morgen zal weten waarom vandaag niet uitgekomen is wat hij gisteren voorspeld heeft.
GEMAKKELIJK: wordt gezegd van een vrouw die de zedelijkheid van een man heeft.
GYNECOLOOG: persoon die op een plaats werkt waar anderen zich amuseren.
INTELLECTUEEL: persoon die gedurende twee uur aan iets anders kan denken dan aan sex.
HOOFDPIJN: het door de vrouw meest gebruikte voorbehoedsmiddel.
HUWELIJK: verbond dat twee personen toelaat problemen op te lossen die ze niet zouden gehad hebben als ze vrijgezel gebleven waren.
NYMFOMANE: Een vrouw de je enkel in de Grote Van Dale tegenkomt.
ORTHODONTIST: tovenaar die een deel van wat hij uit je zakken haalt in je mond steekt.
PESSIMIST: optimist met ervaring
PROGRAMMEUR: Onbegrepen persoon die op een onbegrijpelijke manier een onbegrijpelijk probleem oplost,dat enkel door een programmeur gecreëerd kon worden.
PSYCHOLOOG: iemand die andere mensen bekijkt als er een mooie vrouw binnen komt.
SARDIENTJE: visje zonder kop dat in olie leeft.
GEHEIM: informatie die men slechts aan een persoon per keer doorgeeft.
SNOBISME: zaken kopen die men niet graag ziet met geld dat men niet heeft om indruk te maken op mensen die men niet mag.
SYNONIEM: woord dat men gebruikt in de plaats van een ander waarvan men de schrijfwijze niet kent
GROEPSWERK: mogelijkheid om fouten op de rug van een ander te schuiven.
VEDETTE: persoon die zijn hele leven hard werkt om bekend te geraken en dan een donkere bril opzet om niet herkend te worden.
Geschreven door freddy11 om 15:32
Reageer op dit bericht













