Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
De Peer Beth
De Peer Beth
Dit jaar is het een goed jaar voor de peren. Mijn Kempische zandgrond is niet direct de beste grond voor peren, daarbij komen nog de late nachtvorsten. Beth is wel een van de laatste bloeiers.
Mijn vroegste is de peer Beth, seizoen eind augustus, midden september. Ik heb de peer leren kennen te Brogdale (Faversham), de grote fruitverzameling in Engeland. Naast de 2.200 appelen hebben ze er ook 500 peren.
Ik heb er diverse busuitstappen naar ingericht. Op een van die bezoeken had ik de eer Henk Houtman, de sterkhouder van de POMolgische Vereniging Noord- Holland en een bevriende fruitteler mee te hebben. Ze logeerden bij ons. Te Brogdale viel Beth danig in de smaak, een peer met sappig, smeltend vruchtvlees. Later deed hij mij een boompje cadeau.
Beth is een Engelse peer van East Malling uit een
kruising van Beurré Superfin x Williams’ Bon Chrétien. Kreeg haar naam in 1974. Het is een kleine tot middelgrote vrucht.
Jim Arbury van Wisley in zijn boek Pears omschrijft ze als een betrouwbare en flinke drager met een plezante smaak. Een aanrader.
Foto’s
Op naar Sir John Starkey
Op naar Sir John Starkey
We hebben sir John Starkey 4 jaar terug leren kennen ter gelegenheid van de viering van de 200 jarige Bramley’s Seedling moederboom
(Vul bij zoeken, linksboven bramley in en je komt op de blogs van toen!) Sir John is een man met veel talenten: fruitkweker, dichter, zanger!
Tussen haakjes: Sir betekent van adellijke bloede.
Als we het domein oprijden zijn we niet alleen. Er is een ganse sliert auto’s van genodigden.
Eerst gaan we de oudere aanplant bekijken. Een Bramley behoort egaal groen te zijn. Een iets kleurende kloon blijkt uit den boze.
We vernemen ook dat hij op een andere plaats een cox boomgaard heeft, geen roodkleurende Queen Cox’s of Cox’s Rouge Des Flandres, die hebben niet meer de uitstekende smaak. Daarom grijpt hij terug naar de oorspronkelijke Cox’s Orange Peppin.
Sir John plantte een nieuwe Bramley boomgaard precies 100jaar nadat zijn grootvader John Ralph Starkey dat deed in 1910. Via de plaatselijke universiteit bekwam hij klonen van de oorspronkelijke boom. Deze bomen groeien op eigen wortel. Ze zijn dus niet geënt.
Het bezoek werd besloten met appelsap van Bramley met Golden, een lekkere mengeling van zoet en zuur. Hij liet ook appelmoes (sauce in het Engels) van Bramley proeven die maar matig werd geapprecieerd.
Ik plukte liever de grote bramen die weelderig in de zijkanten groeiden. Daarna heb ik bij verdere bezoeken geen goede bramen meer gezien.
Daarop reed iedereen naar de pub ‘Nag’s Head’. Nagh is het dialect voor paard. We gingen dus naar de herberg ‘De Paardenkop’. Onderweg passeerden we de ‘4 Bells’ waar we vier jaar terug lunchten.
FOTO’S
Aankomst
Ontvangst
Bramley’s Seedling
Eigenlijk te gekleurd
2 Jarig boompje op eigen wortel
Bij de jongste aanplant
Idem
John met bindbuisdraad. Let op de uitgebogen takken
Uitgebogen en wat getorcheerde (gewrongen) takken
VERVOLG
VERVOLG
Uitleg over het uitbuigen en wringen
Proeven van het appelsap Rita schenkt uit
Rita met echtgenoot Guido
John Beswick met Adrian
John A. Beswick Chairman RHS Fruit Group Midlands Branch
Nags’ Head
Idem
Alfons en Lydia profiteren van de WI-fi
De toog
Misschien kan u helpen?
Misschien kan u helpen?
Op de blog over de Veldstraat - de tweede foto - ziet u Bart op de scooter
Op 4/09/13 18:58, bart@develdstraatzoersel.be schreef:
> Beste mensen
>
> De traktor heeft het begeven. Maw de electrische scooter (scootmobiel)
> is ernstig defect. Wie kan boer Bart helpen? Weet u zo'n ding ergens
> aan de kant staan. Al is het maar om deze vrijdag en zondag te lenen.
> Voor even of voor eeuwig,
> ik zal u dankbaar zijn.
> Bart
Dag 4 21 aug. Peter Glazebrook, Sir John Starkey en Adrian Baggeley
Dag 4 21 aug. Peter Glazebrook, Sir John Starkey en Adrian Baggeley
Naar deze dag keek ik het meest uit.
We stoppen te Kelham, bij Newark in Nottinghamshire voor een kort bezoek bij Peter Glazebrook, een doorwinterde tuinier, gespecialiseerd in reuzengroenten.
Glazebrook won over vele jaren honderden prijzen met verschillende soorten groenten. Dergelijke prijskampen zijn bij ons onbekend.
Sinds 2012 is Peter houder van de zwaarste ui ooit: 18lb 1 OZ (8,193 kg)
“we provides our onions with quality light in winter and spring, all onions intended for the giants need good high levels of light, C02 input, a minimum of 15c at night when planted, clean sterilized soil based compost, ventilation and shading on hot days,”
Hij staat driemaal in het Guines Book of Records met de zwaarste aardappel (8lb 4oz, 3.8kg), de zwaarste pastinaak met een wortellengte van 5,63 m (36 X de gemiddelde lengte van een pastinaak) en de langste biet (21 feet, 6,4008m).
Tegen de gevel van een gebouw staat een lange schacht (+/- 7m) met 6 buizen, gevuld met compost. Hierin kweekt hij wortelen, pastinaak en biet.
We zagen bij hem reuzenuien, preien, bieten, een soort courget of zomerpompoen (zij noemen het marrow). Van deze laatste bezorgde hij zaad aan een Nederlander die er mee het Guiness book haalde.
Alfons Goedgezelschap had opgemerkt dat aan een kant van een eik de grond bedekt was met hellende golfplaten naar een serre toe. De wortels eronder kregen geen water en op deze manier stopte hij de groei: geen concurrentie voor de serre en daarbij nog een betere vochtvoorziening.
FOTO’S
Adrian Baggeley en Peter Glazebrook
Peter & Adrian
Achter Jeanpierre de 7 m lange kweekschacht
Pronkbonen, in jong stadium te eten als snijboon.
Aan het loof laat hij slechts 1 aardappel groeien
Uien voor zaad
Uien voor ’t gewicht
Idem
Tabaksplant
VERVOLG 1
VERVOLG 1
Komkommers
Reuzentomaten
Ria met de voorzitster van de regionale fruitgroep
Mooie trostomaten
Marrow
Idem
Reuzenprei
Idem
Biet
VERVOLG 2
VERVOLG 2
De groep
Idem
Idem
Afscheid
Idem
Discovery, een vroege, resistente Engelse appel
Zijn pauw
Idem
Moeilijk instappen
31 aug. 1 ste Oogstfeest Project Veldstraat Zoersel
31 aug. 1 ste Oogstfeest Project Veldstraat Zoersel
Bart Gysels is de initiatiefnemer van dit sociaal-ecologisch project dat dit jaar gestart is. Hierbij kan hij rekenen op een flinke groep medewerkers.
Voor meer info: vul bij Google in : ‘veldstraat Zoersel”
Ik merk dat ik geen foto's heb van de grote tent waar veel medewerkers te eten en te drinken aanboden. Blijkbaar had ik mijn handen vol en viel er veel te babbelen.. Een prachtinitiatief.
Foto’s
De site
Idem
Veredelde korenbloemen
Bart Gysels, de initiatiefnemer
Leen Laenens, dit voorjaar verkozen als algemeen en eerste vrouwelijke voorzitter van de Vereniging Ecologisch Leven en Tuinieren vzw
Jong publiek
Bijenhotel
Tent
Nele
VERVOLG
VERVOLG
Een van de keramieken van Nele
Wenskaarten
Boodschap tas
Schilderij van Berten Peeters
Berten en Nele
Bezoekers
Keramiek
Postuurtjes
Tevreden medewerkers
Levens Hall
Levens Hall
De rit naar Levens Hall loopt lange tijd parallel met Yorkshire Dales National Park, landschappelijk mooi, maar de A65 is niet erg breed, zoals meerdere wegen in Groot-Brittannië. Ik merk dat Els wat inhoudt als zware vrachtwagens ons gaan passeren.
Levens Hall ligt al in Cumbria, het Lake District.
De tuinen werden hier aangelegd rond de jaren 1700 door de Fransman Guillaume Beaumont, die zijn opleiding had gehad bij André Le Notre te Versailles.
Levens Hall is vooral bekend om zijn vorm snoei, in het Engels topiary. Levens Hall is recognised by the Guinness Book of Records as having the oldest Topiary garden in the world.
We verkennen de tuin op eigen houtje.
In de bloemborders staat een grote Ginkgo biloba (Japanse notenboom).
Tussen de vorm snoei kom ik er vanzelfsprekend Antoon tegen, die hier zijn hart kan ophalen als liefhebber van gesnoeide vormen.
Iets verder zijn er borders met groenten, zeekool, zaadvenkel, courgetten, enz.
Om de grazers van het parklandschap uit de tuin te houden is er de Ha-Ha, die de indruk geeft dat de tuin doorloopt in de wei, maar opgelet, je zou wel naar beneden kunnen tuimelen.
Als ik verder naar achter wandel hoor ik buizerds. Tussen haakjes veel roofvogels heb ik in Engeland niet gezien. Iemand beweerde aan die kant een paar rode wouwen te hebben gezien. Meer waarschijnlijk waren het de buizerds die ik gehoord had.
Er zijn een paar kleine percelen met fruitbomen, waaraan te weinig wordt gedaan. Snoeien blijft zo goed als achterwege.
Op de bloemborder aan de achterzijde zie ik vooral hommels; minder vlinders dan je zou verwachten, wel een kleine vos en een paar dagpauwogen.
Daarachter hoor ik spelende kinderen. Er is een kleine doolhof aangelegd met wilgentenen. In het centrum een beeldhouwwerk van een haas. Kleine meisjes die ik het vraag weten het: “Not a rabbit, but a hare!”
Verder joelen kinderen op het speelplein. Ze mogen gratis binnen op Levens Hall.
De terugrit gaat via de autoweg, een kleine omweg, maar rapper. Het wordt echter een lange rit: de voorziene kleine twee uur wordt ruim het dubbele, steeds stilstaan en enkele meters opschuiven wegens werken, die net lijken op te houden als we er laat eindelijk voorbijkomen.
Gelukkig is het nog niet te laat voor het dinner.
FOTO’S
1. Yorkshire Dales National Park
2. Idem
3. Idem
4. Idem
5. Idem
6. Schapen in overvloed
7. Dales. Els in de achteruitkijkspiegel
8. Nog eens de achteruitkijkspiegel
9. Levens Hall
VERVOLG 1
VERVOLG 1
10. De topiary van Levens Hall
11. De majestatische Gingko biloba of Japanse notenboom
12. Bladeren
13. Topiary
14. Idem
15. Kasteel
16. Topiary
17. Idem
18. HA-Ha
VERVOLG 2
VERVOLG 2
19. De doorkijk Ha-Ha
20. Maar achter de rand!
21. Idem
22. Danny voor de Ha-Ha
23. De haas op uitkijk
24. Idem
25. Topiary
26. Idem
27. Idem
VERVOLG 3
VERVOLG 3
28. Nog een majestatische amberboom (Liquidambar styraciflua)
29. Bladeren van de amberboom
30. Zwarte Moerbei
31. Topiary
32. De hoed
33. Zeekool (Crambe maritima)
34. Zaadvenkel, in het Engels common fennel
35. We gaan terug vertrekken
36. De terugweg, normaal een kleine 2 uur, duurt ruim het dubbele wegens aanschuiven voor werken.
Eindelijk weer Kempische Pruimen
Eindelijk weer Kempische Pruimen
Toen we hier in 1962 aankwamen stonden er 2 pruimelaars aan de rand van de moestuin. Dus zeer goed bemest. Die zomer plukten we overvloedig pruimen. De smaak is vrij goed. Nogal wat jaren waren er geen vruchten wegens lentenachtvorsten tijdens de bloei.
Het is wat men noemt een landras dat zich voortzet met uitlopers. Ik heb er tientallen en tientallen uitgedeeld.
Ik gaf ze de naam ‘Kempische Pruim’.
De laatste paar decennia echter deden ze het niet meer, ook de jonge exemplaren. Steeds maar afstervende takken. Bacterieziekte? Honingzwam in de grond? Takmonilia? Of? Niet voldoende voedsel gehad?
Regelmatig vernam ik dat op andere plaatsen de mensen nog opgetogen waren over de lekkere pruimen. Ze hebben inderdaad een vrij lekkere smaak.
In een beschutte uithoek kon ik eindelijk weer wat pruimen rapen.
Het tweede ras op de foto’s is eveneens een landras. Ik kreeg een boompje van Wilfried en Simonne. De oorspronkelijke boom komt uit Keerbergen. Het is een zeer groeikrachtig ras en de smaak van de vruchten is zelfs nog iets beter dan deze van de Kempische pruim.
Het derde ras is een blauwe kerspruim (Prunus cerasifera), matig van smaak. Ik heb er betere; maar dit jaar waren ze zeer schaars. De eersten rijpen al in juli. Ze hebben een breed kleurenpalet: geel, rozig, rood, blauw, haast zwart en tweekleurige in meerdere schakeringen.
FOTO’S
Let op de grootte in vergelijking met een muntstuk van 2€.
Dag 3 20 aug. Saltaire en Levens Hall
Dag 3 20 aug. Saltaire en Levens Hall
Vandaag staat Saltaire op het programma, een world heritage site.
Chauffeur Els wist ons feilloos voor de kerk af te zetten. Een oudere vrouw in de zwarte klederdracht van halverwege de 19de eeuw (cf. Leger des heils ) wachtte ons op. Binnen werden we verwelkomd en toegesproken, (of zeg ik beter uitgekafferd?) door een rondborstige volksvrouw, alsof we kerkgangers waren van de jaren 1850. Daarbij kwam nog een ouder heertje. Een paar van onze medereizigers werden er eruit gepikt voor een tête à tête. Een hele mis-en-scène, best vermakelijk en leerrijk, nadat we over onze verbazing heen waren. Iedereen kreeg een bladwijzer met uitleg over een bepaalde persoon en aanduiding van de straat waar die woonde. Best origineel, want op de wandeling tussen de toen gebouwde woonhuizen kwam die van pas.
Maar eerst meer uitleg over Saltaire (een samentrekking van Salt, de stichter en Aire, de rivier) en ik maak dankbaar gebruik van de reisbrochure van Jeanpierre Billen.
Met een weinig verbeelding- en we werden danig geholpen door het theater inde kerk- kan je in Saltaire zo terug naar het leven ten tijde van de Engelse industriële omwenteling. De kern van het stadje is wat het altijd geweest is: woonwijken rondom een fabriek.
In het westen van Yorkshire nam de textielproductie een hoge vlucht. De natuurlijke grondstoffen: wol, water en steenkool waren aanwezig om de nieuwe stoommachines te laten draaien. Zo werd de stad Bradford de onbetwiste textielstad in Engeland. Begin de 19de eeuw was Bradford de sterkst groeiende Engelse stad. Van 13.000 inwoners in 1801 ging het naar 104.000 bewoners in 1851.
Eén van de fortuinlijke textielbazen was Titus Salt (1803-1876). Opgegroeid en bijgeschoold in alle facetten van de wolhandel- van het op- en verkopen van wol, het sorteren, het kammen, het spinnen en weven- werd Salt een succesrijk textielbaron die vijf fabrieken bezat in Bradford. Tot zijn succes droeg bij dat hij een manier vond om succesvol de ingevoerde Alpaca wol te verwerken.
Zijn religieuze, sociale bewogenheid, de werken van Benjamin Disraeli over een beter leven voor de fabrieksarbeiders doen hem besluiten een nieuwe fabriek op te richten op aangekochte gronden op de buiten, 5km buiten Bradford. De plaats is goed gelegen vlakbij de gekanaliseerde Aire en de nieuwe spoorlijn. De keuze van de locatie, de vormgeving van de fabriek en de woonwijken in een soort, classicistische stijl, geïnspireerd op de Italiaanse Renaissance met de architecten Lockwood en Mawson, de inrichting van de huizen met water, gas, een buitentoilet en gescheiden kook- en leefruimten en verder gemeenschapsvoorzieningen als een school, hospitaal en kerk moeten ons doen besluiten dat de man een visie had op stadsplanning en sociale voorzieningen die tot dan nog nooit op een dergelijke schaal waren gerealiseerd.
De fabriek, opgetrokken in lokale, gele steen, vier verdiepingen hoog met veel glaswerk was voltooid in 1853.
In de fabriek stonden 1.200 weefgetouwen. Al de machinerie was stoom aangedreven. De boilers voor de stoom verbruikten 50 ton steenkool per dag. Rook en verbrandingsgassen gingen buiten langs een 76 m hoge schouw, nadat ze het water voor de boilers voorverwarmd hadden. Er werkten toen om en bij de 3000 werknemers. Dagelijks werd 27.400 m doek geproduceerd.
De kerk met 600 plaatsen staat vlak tegenover de hoofdingang van de fabriek en werd ingehuldigd in 1859. Het gebouw lijkt op een tempel met zijn toren die steunt op zes imposante, Korintische zuilen.
Het geheel met woonwijken is voltooid in 1876, enkele maanden voor de dood van stichter, Titus Salt.
Na de samenkomst in de kerk gaan we met gids op verkenning. Aan de overkant van de straat zien we het imposante fabrieksgebouw, nu een soort winkelcentrum. Er naast liggen groentetuinen; nog een restant van vroeger. Weer ernaast ligt de spoorlijn en het station. We slaan de straat in. Ik ontdek lekkere, wilde bramen.
De bladwijzers komen boven bij de verschillende straten en speciale bewoners.
Saltaire doet mij denken aan Guise in Picardië waar wij terecht kwamen met het Davidsfonds na de totale zonsverduistering van 11 augustus 1999.
‘Guise is internationaal bekend geworden door de Familistère, opgericht door de Franse industrieel Jean-Baptiste André Godin. Het idee voor de bouw van de Familistère vond Godin bij de Phalanstère van de Franse utopist Charles Fourier. In het midden van de 19de eeuw startte Godin te Guise een bedrijfje voor de productie van gietijzeren kachels en fornuizen dat al snel uitgroeide tot een fabriek met op zeker ogenblik 2500 werknemers. Voor zijn personeel voorzag Godin, in overeenstemming met de ideeën van Charles Fourier, in voor die tijd moderne en luxueuze woningen (appartementen eigenlijk). Ze bevinden zich in de Familistère, een groot bouwwerk, gelegen in een lus van de Oise. De schikking van het gebouw doet denken aan het kasteel van Versailles, wat haar bijnaam van 'palais social' meteen verklaart. Het bestaat uit een centraal paviljoen met 2 zijvleugels. Voorts zorgde hij voor gratis en verplicht onderwijs in zijn eigen school, een apart staand gebouw met een zwembad en een grote ruimte waar de was gedaan werd, een kinderoppas, een theater, een winkelcomplex ('economaat' genoemd), een ontspanningsruimte, groene ruimtes... Godin, die zelf ook inwoonde, benadrukte inzonderheid de principes van de hygiëne en de collectiviteit. Hij wilde zijn personeel vooral 'les équivalents de la richesse' bieden : ruimte, verse luchtcirculatie, warmte, voldoende lichtinval, drinkbaar water, hygiëne, scholing, opvoeding en vorming, sociale bescherming ... Vrij vlug werden nog 2 andere wooneenheden bijgebouwd, wat verklaard wordt door de hoge vlucht die de fabriek nam. Zodoende vonden ongeveer 2000 mensen hier een behoorlijke woonst.
De fabriek, die op de andere oever van de Oise ligt, is vandaag nog steeds in bedrijf, zij het op kleinere schaal. Ze staat volledig los van de Familistère. De 2 zijvleugels van de Familistère zijn nog steeds bewoond. Het ganse complex is ondertussen beschermd als monument en kan bezocht worden.’
FOTO’S
1. Kerk
2. Antoon wordt in de arm genomen
3. Nog een slachtoffer
4. Scène
5. Heertje
6. Spel
7. Geen marmeren zuil maar ‘scagliola’; namaakmarmer: gebrand gips of cement vermengd met pigmenten, marmerstof en soms lijm.
8. Buste van Titus Salt in de kerk
9. Wandeling in de woonwijk.
VERVOLG 10. Wandeling in de woonwijk 11. Wandeling in de woonwijk 12. koertje met zwarte bes 13. De andere groep 14. Onze gids 15. Huis van Titus Salt? 16. School 17. Paddenstoelen aan de voet van een boom bij de kerk.ervolg
VERVOLG
10. Wandeling in de woonwijk
11. Wandeling in de woonwijk
12. koertje met zwarte bes
13. De andere groep
14. Onze gids
15. Hospitaal
16. School
17. Paddenstoelen aan de voet van een boom bij de kerk.
19 aug. Fountains Abbey & Studley Royal Water Garden
19 aug. Fountains Abbey & Studley Royal Water Garden
Beheerd door de National Trust en English Heritage (Abdij & kerk).
De N.T. is een stichting van 1895 met als doel plaatsen van historisch belang of natuurlijke schoonheid te beheren en te bewaren. Het is een machtige organisatie geworden: in 2010 £406 miljoen inkomsten, waarvan £ 125 miljoen via lidgelden (3,7 miljoen leden).
English Heritage (1983) beheert architectonisch en historisch belangrijke plaatsen met gelden van de overheid. Bv Dover Castle. Voor de rest vertoont de werking veel gelijkenis met deze van de National Trust.
Fountains Abbey (nabij Ripon in North Yorkshire) werd gesticht op 27 december 1132 door ontevreden Benedictijner monniken van de abdij van York. Via contacten met abt Bernardus van Clairvaux en hulp van de nieuwe Cisterciënzer abdij van Rievaulx (eveneens North Yorkshire), datzelfde jaar gesticht, slaagden zij in hun opzet. Fountains Abbey werd eveneens een machtige Cisterciënzer abdij.
Hendrik VIII brak definitief met Rome: ‘Act of Supremacie’ van 1534. De volgende jaren eigende hij zich de goederen van de katholieke kerken en abdijen toe. Aldus kwam in 1539 een einde aan de abdij van Fountains Abbey; nu een ruïne.
De Studley Royal Water Garden werd vlak naast Fountains Abbey aangelegd door John Aislabie (1670-1742). Zijn zoon William koopt in 1767 Fountains en maakt er één park van.
We rijden het majestatische domein binnen.
De foto’s laten je de wandeling mee beleven.
Eerst een curiositeit. Het ontvangstcentrum, met restaurant waar we eerst lunchen, is half cirkelvormig gebouwd. Onder de iets overstekende dakbedekking zitten ondersteunde zwaluwnesten Ik verwacht huiszwaluwen te zien, maar ik hoor en zie enkel boerenzwaluwen. Die wonen normaal binnen in stallen. Hier huizen ze net als huiszwaluwen!
We gaan op stap met een gids; eerst tussen hagen en heggen, waarin een paar appelzaailingen, tot we in open gebied komen met een lange, brede doorkijk benedenwaarts. Links op de hoogte staat de merkwaardige St Mary kerk en rechts ligt een parklandschap met eeuwenoude bomen, dalend tot aan het gegraven watergebied.
De kerk is een historische parel.
Een eeuwenoude, gedeeltelijk afgeknakte tamme kastanje trekt de aandacht.
De gids geeft uitleg over de grote graafwerken en de gebouwtjes (follies) en een tempel tegen de heuvelwand. Een troep Canadese ganzen wordt hier blijkbaar ongemoeid gelaten.
Na een klein klimpartijtje wandelen we, op een lange, open strook verder naar de indrukwekkende ruïnes van de abdij. Beelden van Villers-la-Ville komen mij terug voor de geest (blog van 25/06/2013).
FOTO’S
1. De groep
2. Groep
3. Gids
4. Idem
5. St Mary
6. Doorkijk landschap
7. Interieur
8. Idem
9. Glasraam
Vervolg 1
VERVOLG 1
10. Vogelfiguurtjes
11. idem
12. Leeuwenkop torst pilaar
13. Vloermozaïek
14. Praalgraf
15. Groep in het parklandschap
16. Oude kastanje
17. Idem
18. Afgeknakte kant
Vervolg 2
VERVOLG 2
19. Zicht op St Mary
20. Oude tamme kastanje
21. In het park
22. Aan de gegraven waterwerken
23. Tempeltje
24. De wortels van een taxus (Jew in het Engels)
25. De ruïnes van Fountain Abbey
26. Kerk
27. Binnen en toch buiten

