Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Late Winterperen
Late Winterperen geplukt (20 okt.)
Jeanne d’Arc
Jeanne d’Arc is een geweldig lekkere peer. Na een drietal weken wordt ze rijp: smeltend vruchtvlees, sappig, zoet.
Comtesse de Paris: komt op smaak eind december, januari. Dan halfsmeltend vlees, sappig en zoet. Het viel mij op dat er reuzenperen tussen zaten. Vroeger nooit gezien. Was het omdat alle bladeren gaaf bleven (geen schurft. Dit ras kan tamelijk goed tegen schurft)? Of is het een gevolg van de overvloedig toegediende compost? Of van de overvloedige vochtvoorziening door de geregelde regenbuien de voorbije maanden? Ik proefde een al een tijdje terug aangepikte, grote vrucht met een begin van rotting. De smaak valt al verrassend goed mee: sappig en opvallend zoet. Beslist op smaak voor iemand die van vast vruchtvlees houdt. Sommige jaren met te weinig zonneschijn blijft de smaak achter. Dit is dit jaar alvast niet het geval, ondanks de weinige zonneschijn van september.
Beurré de Naghin In 1963 plantte ik een hoogstam. De vruchtdracht is altijd teleurstellend geweest. Nu weet ik hoe dit kwam. Nauwelijks voeding en daarbij wortelconcurentie met de beukenheg. Na dertig jaar werd die gerooid voor een een andere aanplant. Op een andere plaats plantte ik een andere peer, die ik aanschafte als Dubbele Flip (Beurré de Merode). Later bleek dit een nieuwe Beurré de Naghin. Hierop heb ik wel mooie vruchten. Het is ook een hoogstam die door de vele vruchten wel wat lager blijft. De hoogtegroei tracht ik ook te beperken tot een goede 5 m, zodat ik kan plukken met mijn plukladder.
Dit ras blijkt wel tamelijk gevoelig voor moniliarot. De vrucht bereikt zijn volle rijpheidsstadium vanaf januari. Dan vind ik het een lekkere peer met halfsmeltend vlees en een vrij goede smaak, iets minder dan dit van Comtesse.
COMTESSE DE PARIS
De heer G.Bellair heeft dit ras als eerste beschreven in de "Revue Horticole"uit 1898, blz. 242-243 en noemde als teler W. Fourcine. De juistheid van de naam van de teler als W. Fourcine werd in 1980 door de stad Dreux bevestigd met de mededeling dat hij in 1882 zijn teelt aan de Gravin van Parijs (Comtesse de Paris) opdroeg.
Beurré de Naghin
Dit is een Belgische peer gewonnen te Naghin bij Doornik gekweekt door Norbert Daras, uit zaailingen van G. Gérard.
Over sommige Appelrassen
hoi tuinders. (Mailgroep
Tuinieren)
is er iemand die me wat meer over sommige appelrassen zou kunnen vertellen .
heb namelijk enkele bomen staan in mijn boomgaard die rijkelijk dragen voor het
eerst maar ik weet nie goed wat ik er juist mee kan doen bv.zijn het
bewaarappels of dessertappels of enkel geschikt voor moes en ook hoelang ik ze
ongeveer kan bewaren.
het gaat over de volgende rassen:
president van dievoet.
lobo.
reinette de blenheim orange.
President van Dievoet vind ik een uitstekende winterappel, met veel
kwaliteiten: als handappel, keukenappel, sapappel en droogappel. In maart wordt
die vrij zoet (is dan geel), maar nog voldoende saprijk.
Bij mij bewaart hij tot april. Een nadeel is wel de beurtjaargevoeligheid, maar
dat kan je gedeeltelijk tegengaan door sterk dunnen.
Ik heb dit ras eind der tachtigerjaren leren kennen in de 'Verger
Conservatoire' van Villeneuve d'Asq (Lille) als Cabarette. Trouwens mijn
eerste boom heb ik in Noord-Frankrijk aangeschaft.
Lobo vind ik een veel minder waardevolle appel. Het is een witvlezige,
zeer saprijke en lekkere appel, maar hij verliest tamelijk vlug van zijn
pluimen. Daarbij is hij vrij schurft - en kankergevoelig. Er zijn een hoop veel
interessantere rassen.
Blenheidm Orange, de echte Goudreinette is een zeer lekkere, echt mooie
appel, maar eveneens sterk beurtjaargevoelig. Ik heb er maar één tak van staan
op onze 17 rassige generatieboom, naar de 17 kleinkinderen. Ik
heb de vruchten nog nooit lang moeten bewaren!
SANTANA
Santana
Een tijdje terug mijn eerste Santana’s geoogst op een 4 jaar terug omgeënte boom. Best aantrekkelijke, rode appelen.
De smaak valt danig mee: lekker, goede zoet-zuur verhouding, veel sap.
Santana is in 1978 ontstaan uit de kruising Elstar x Priscilla door PRI (Plant Research International; onderdeel van Wageningen Universiteit en Research). Het nieuwe ras werd in 1996 in de handel gebracht.
Santana is een tegen schurft enkelvoudig resistente appel. De resistentie berust op een gen van de sierappel Malus floribuinda. Er waren al berichten van doorbreking van deze resistentie. Biofruittelers planten dit ras aan naast Topaz, een ander resistent ras en een goede bestuiver voor Santana.
In Nederland is dit een veel bekendere appel dan bij ons.
Een tijdje geleden kwam het ras in de belangstelling na het bekendmaken dat mensen die allergisch reageren op appels vaak wel Santana-appels kunnen eten: onderzoek heeft uitgewezen dat driekwart van hen geen klachten krijgt.
De groei van de boom is sterk en deze vormt lange takken. De volle bloei valt in de eerste week van mei. Voor een goede bestuiving moet een ander ras bijgeplant worden. Dit kan o.a. Topaz (ook schurftresistent) of een sierappel zijn.
Het is een iets gestreepte tot donkerrode appel op geelgroene ondergrond. De rijpe vruchten hebben na bewaring een vettige schil. De rijpe appel heeft een friszure en aromatische smaak. Het vruchtvlees is vrij hard, knapperig en sappig. Pas vanaf half oktober is de appel te eten, maar in het begin nogal zuur. De appel is onder speciale bewaaromstandigheden te bewaren tot eind februari. Tijdens bewaring zeer gevoelig voor klokhuisbruin en matig gevoelig voor vruchtvleesbruin.
Ziekten en plagen
Santana is schurftresistent, weinig vatbaar voor vruchtboomkanker, maar zeer vatbaar voor meeldauw en daardoor gevoelig voor netvormige verruwing.
Buisleidingsstraat afgewerkt
De Buisleidingsstraat afgewerkt
Op 16 oktober zijn de werkzaamheden van Fluxys beëindigd.
Als laatste bewerking werd de 35 ton compost uitgestrooid en met de tandvoren van de kraan licht ondergewerkt.
De compost was wel nog niet helemaal uitgerijpt, maar was al te doen. De Humotex komt van de Igeanwerf te St Lenaerts- Brecht.
Men heeft daar een speciaal systeem om het GFT materiaal te verwerken.
De eerste compostering gebeurt anaeroob (zonder zuurstof ) ondergronds. Dan volgt een tweede compostering in openlucht door zuurstofminnende bacterieën. Het voordeel van deze methode is dat een deel van de zouten weggenomen worden.
Het materiaal dat ik bekwam was nog niet helemaal uitgerijpt, maar wel voldoende. Ik heb er al 6 zakken magnesiumrijk basaltmeel op gestrooid dat de compost kan bufferen.
De grond kan zich nu nog een tijdje zetten en uitrijpen.
Begin november verwacht ik de werkploeg van de Nationale Boomgaardenstichting, die twee jaar terug ook gezorgd hebben voor het rooien en opplanten op een wachtperceel bij de buur.
AUKE KLEEFSTRA
AUKE KLEEFSTRA
Auke Kleefstra, boomkweker in Friesland laat weten dat hij sinds enige tijd een nieuwe website heeft: www.vruchtboom.nl
POMOLOOG TE KRUISHOUTEM
Pomoloog in Kruishoutem
Onbekende maar lekkere hoogstamappelen
(Klik op de foto voor vergroting)
‘Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen’ houdt sinds enkele jaren een Fruithappening. Dit jaar was dit in Kruishoutem (zo 14 okt.) .
Ik had de eer de pomoloogstand te bemannen. Nogal wat mensen hadden vruchten bij om deze op naam te brengen.
Ik vond het een
boeiende zaak. Het meest moeite had ik met de oude, lokale hoogstamrassen.
Daarbij viel mij op dat enkele daarvan zeer goed smaakten. De foto hierbij
toont zo’n vruchten. Op het eerste zicht zou je denken aan Jacques Lebel. Doch dit is het zeker niet. De
smaak van deze appel vond ik verrassend goed.
Misschien weet iemand de naam?
2007 is wel een uitzonderlijk jaar omdat er zo goed als geen schurftaantasting is.
Bij de peren trof mij hoe sterk de grote Catillacpeer of Pondspeer, een eerste klas stoofpeer, in deze streek vertegenwoordigd is in vergelijking met St Remy ( zeker in een verhouding van 5 tegenover 1.
Peer Comte de Chambord
Ik heb te Kruishoutem de peer Comte de Chambord leren kennen; een mooie, lekkere peer die nu op smaak is en dan ook moet gegeten worden.
Van Silvain Depauw kreeg ik de tip dat meer info te vinden is op:
www.bongerdgrooteveen.nl
HOORNAAR
HOORNAAR op Concorde
De laatste tijd zie ik steeds de grote hoornaarwesp; te herkennen aan de veel forsere bouw en vooral de roodachtige kleuren aan de kop. Net als de wespen begeven deze zich nog even op snoepreis.
RIK DEDAPPER

RIK DEDAPPER
Zopas verneem ik het overlijden van Rik Dedapper, een maand geleden te Geraardsbergen. Hij werd bijna 94.
Kort na de
oprichting in 1973 van Vrienden van de Biologische Land- en Tuinbouw, Antwerpen
– Voorkempen kwam Rik ons opzoeken. Hij werd een zeer gewaardeerde
medewerker. Dra richtte hij de afdeling Geel op. Zijn grote tuin te
Geel werd een leer – en voorbeeldtuin voor velen. Als tuinderszoon uit het
Gentse had hij een grote kennis opgebouwd. Die kennis begon hij neer te
schrijven. Eerst in ’t Seizoentje, het
kwartaalblad van Velt. Weldra werden
dit boeken die eerst in stencilvorm, maar daarna in boekvorm uitgegeven werden
door NV De Vlijt te Antwerpen. Rekad gaf de verdere publicaties uit.
Kranten bedelden naar zijn artikels. Rik ging bijzonder graag in debat. Ondermeer 'Landbouwleven' gaf hem die spreekbuis.
Ongetwijfeld heeft Rik het meest bijgedragen tot verbreiding van de kennis van het biologisch tuinieren.
Daarnaast was hij ook een baanbreker voor de biologische beroepsteelt en raadgever van beginnende bioboeren.
|
||
|
|
||
|
Het tiende boek van Rik Dedapper over biologische
tuinieren, zou uitgekomen zijn op zijn 94ste verjaardag. Helaas overleed
Rik - op deze gezegende leefdtijd - een maand voor de publicatie. |
Uitgave Rekad Herentals
Te Wevelgem bij Pierre Demeulenaere
Te Wevelgem bij Pierre Demeulenaere
Pierre is de vertegenwoordiger van de Crocqueurs de Pommes in Vlaanderen. Vorig jaar heb ik hem leren kennen ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de afdeling Nord & Pas de Calais.
Volgens hun webstek woont Pierre in de Tochomstraat; in werkelijkheid is dit de Toekomststraat 101.
Hij bezit een gediversifiëerde fruittuin met nogal wat ongewone, meestal Franse rassen.
Haast alles groeit er opperbest in de zware zandleemgrond van zuid West-Vlmaanderen
Rode Sentinel sierappel
Belle Angevine
Vorig jaar had Pierre een enorm grote, mooie peer bij, Belle Angevine Dit is een oude, Franse kookpeer van januari tot april.
André Leroy in zijn standaardwerk Dictionnaire de Pomologie van 1867 klasseert de vrucht als: “Deuxième pour la cuisson, et complètement mauvaise pour le couteau”. (De Catillacpeer is wel een eerste klas bakpeer).
Schijn bedriegt!
De Curépeer
Sommigen vinden het een behoorlijke eetpeer, maar het is meer een keukenpeer. Bewaart tot januari.
De peren van Pierre doen het goed in de zandleemgrond van West-Vlaanderen.
Josephine de Malines
Een weinig schurftgevoelig peertje. Beste onderstam kwee A.
Op een warme plaats planten. Een late winterpeer: plukken eind oktober. Tegen januari, februari te genieten: fijn, smeltend, zoet en sappig vlees.

