VERVOLG 2
VERVOLG 2
VERVOLG 2VERVOLG 2
Volkskundemuseum Augustijns WuustwezelVolkskundemuseum Augustijns Wuustwezel
Met Landelijke Gilde Halle-St. Antonius (21/3)
Dankzij deze vereniging maakte ik de vorige keer kennis met het enige museum elektriciteit te Pulderbos (op de vorige blog https://blog.seniorennet.be/fruit klik in de rechter marge op 8/12-14/12 of vul bij zoeken links Pulderbos in)
Ik kende voordien geen van beide.
De Augustijns waren vroeger wagenmakers. Jan (°1931) besefte dat de stiel achterhaald werd door de technische vooruitgang. Daarom schakelde hij in 1954 over op schrijnwerkerij en werd de stichter van de keukens en aanverwante Augustijns, een bloeiend bedrijf met 70 werknmers met zijn zoon Jef aan het hoofd.
Hijzelf ligt aan de basis van het volkskundemuseum en is onze enthoesiaste gids. De basis vormde het eigen materiaal van vroeger.
Dit sprak mij aan want mijn grootvader was de smid van het gehucht De Reiger te Ichtegem. Naast hem woonde zijn broer en deze was de wagenmaker. Beiden stierven met 3 weken verschil in 1898. Mijn vader als oudste van 4 was toen pas 9 jaar oud. De weduwe van mijn grootnonkel trok met haar 8 kinderen (7 dochters en 1 zoon) naar Ontario in Canada. Alle contact ging verloren tot mijn dochter Veerle in Vancouver een mailtje kreeg van Chhristine Willaeys uit London, Ontario: ‘Zijn wij familie’ ? Jan toonde ons hoe vroeger de wielen gemaakt werden: in de dom waardoor de as stak kwamen de spaken van het wiel. Rond dit wiel kwam de ijzeren band. We zien de toestellen waarmee deze bewerkt en geplooid werd.
Voordien had hij al de aandacht gevestigd op een autentieke vrachtwagen met vervoerstoelating.
De machtige woonwagen, precies pikslinternieuw, was ooit de wagen waarin Jean-Marie Pfaff tijdens zijn kinderjaren woonde!
Er is heel veel te zien.
FOTO’S
1. Volkskundemuseum
2. Augustijns
3. Jan Augustijns
4. Wij luisteren
5. Hoek met volksdevotie
6. Wagen
7. Keuringsplaat voor de wagen
8. Melkkar naar en van de melkerij
9. Hoek met zitruimte. Let op de ronde tafels met plaat in het midden. Die zag Jan in China. Daar komen veel schotels op de plaat die men draait om zich te bedienen.
VERVOLGVERVOLG
10. Nog een hoekje
11. Kruidenierswinkel van vroeger
12. Bakkerstriporteur
13. Wanmolen om het kaf van het graan te scheiden
14. Groentekar
15. De groep
16. Bij de vroegere, fijn gerestaureerde woonwagen van Jean-Marie Pfaff.
17. Oude brandweerwagen
18. Fiets van pompier
VERVOLG 2VERVOLG 2
19. Legermateriaal
20. Klompenmakersalaam
21. De dom met een paar spaken
22. Plooimachine
23. Het wiel is beslagen
24. Wagen voor het vervoer van boomstammen
25. Groep
26. Wagens
27. Pikmachine. De er op volgende pikbinder ontbreekt nog in de
VERVOLG 3VERVOLG 3
28. Werkbank hoefsmid
29. Scharensliep
30. Luxe Leuvense stoof
31. Verstelbare kinderwagen. Men kon de zitjes draaien zodat de kinderen naar elkaar keken of achter elkaar zaten.
32. lijkenwagen (corbiliard)
33. Karn om boter te karnen
34. Fruitmolens
35. Nababbelen
36. Jan met voorzitter Marcel Cools, de enige professionele boer van Halle
Een interessante verwijzing:
http://www.nieuwsblad.be/cnt/9p3kvotb
VERVOLG 2VERVOLG 2
19. Slinger van Foucault
20. Gouden koets
21. Glasraam
22. Basreliëf van Jacques Du Broeucq (1510-1584)
23. Koor
24. Beeld van Du Broeucq
25. Idem St Bartholomëus
26. Jacques Du Broeucq (de Mons)
27. Terug
MonsMons
Na de middag bezoeken we Mons, dit jaar samen met Pilsen in Tsjechië, culturele hoofstad van Europa.
We krijgen een 2 u durende, gegidste wandeling door het historische Mons, beginnende met het Middeleeuwse ijzeren aapje in de voorgevel van het gotische stadhuis, begonnen in 1458, maar nooit helemaal afgewerkt naar het concept. Een tweede verdieping kwam er niet. We bezoeken het fraaie interieur. Achter het stadhuis ligt het parkje, de burgemeesterstuin (Jardin du Mayeur) met fontein en de kwajongen (Roqier). In een hoek staat de stijlvolle, vroegere ‘Berg van Barmhartigheid’, pandjeshuis van 1625 met tralies voor elk raam. Vervolgens wordt het klimmen naar het Belfort. Onderweg wijst de gids op een huis in Doornikse stijl, gedeeltelijk baksteen (goedkoper). Een huis volledig bekleed in arduin zullen we bij de terugkeer op de grote markt zien. Het belfort van Mons is geen echt belfort zoals in de andere middeleeuwse steden als bewaarplaats van de stadsrechten. Het werd in 1662 in barokstijl opgetrokken op het hoogste punt van Mons ter vervanging van een vroegere toren. De toren zelf is 87 meter hoog en is erkend als Unesco werelderfgoed. De beiaard telt 49 klokken. Hier een wijds, panoramisch uitzicht, o.a. op een steenkoolterril. Vervolgens zakken we af naar de St. Walburgiskerk (Ste. Waudru), begonnen in 1450 in prachtige, gotische stijl, met luchtig, stijlvol interieur. Het beeldhouwwerk van de Bergense beeldhouwer Jacques Du Broeucq (1510-1584) maakte op mij indruk, evenals de oude glasramen. Een zeer mooie kerk.
Bij de gouden koets in de kerk vertelde de gids over de jaarlijkse ommegang met de koets waarop het schrijn met de relieken en daarop het folkloristisch gebeuren met het doden van de draak. Sinds de middeleeuwen gebeurt dit nog steeds op Drievuldigheidszondag (de zondag na pinksteren; dit jaar op 31 mei).
Om 9u30 zet de stoet met de koets, getrokken door paarden en vergezeld van figuranten zich in beweging. De processie bestaat uit ongeveer 60 groepen en 1500 figuranten. De meeste groepen verbeelden middeleeuwse gildes uit de regio van Bergen. De terugkomst is voorzien tegen 12u, maar dan moet de wagen op een kasseiweg bij Ste. Waudru, met een stijgingsgraad van 20%, mee geduwd worden door Bergenaren. Hierbij wordt veel misbaar gemaakt.
Dan wordt de draak naar de grote markt gebracht.
Dit spel is een wedersamenstelling van het gevecht van de heilige Joris, het symbool van het goede, tegen de draak, het symbool van het kwade. Dit gevecht wordt "Lumeçon" genoemd en vormt het hoogtepunt van de Ducasse (feest) van Bergen. De naam Lumeçon komt van het Franse woord limaçon: een voorstelling van ruiterswaarbij ze cirkelbewegingen maken.
Het gevecht vindt plaats op de Grote Markt van Bergen. De start is precies om 12u30 en het gevecht stopt om precies 13u00. Sint-Joris heeft als taak om de draak buiten strijd te stellen. De draak heeft een lengte van ongeveer 10 meter en bestaat uit een rieten structuur waarbij het einde van zijn staart bedekt is met paardenmanen.
Heel het gevecht wordt uitgevoerd volgens een nauwkeurig bepaalde choreografie. Terwijl de heilige Joris in wijzerzin in de arena ronddraait, doet de draak dit in tegenwijzerzin. Hierin vindt men de tegenstelling tussen goed en kwaad en orde-wanorde.
Sint-Joris probeert de draak te doden met behulp van lansen maar deze breken telkens af op de huid van de draak. Hij lost twee pistoolschoten die het dier echter niet kunnen doden. Het derde pistoolschot is wel raak. Op dat moment is het precies 13h00.
Na het gevecht rent het publiek de arena in om de laatste stukken paardenhaar te bemachtigen.
Het lied, in het Bergense dialect Doudou, wordt gedurende het volledige gevecht onafgebroken gezongen door zo'n 65 personen.
FOTO’S
1. Stadhuis Mons, begonnen in 1458, gotische stijl
2. Aapje, Singe du Grand Garde. Dateert uit de middeleeuwen; oorsprog onbekend. Er met de linkerhand over strelen (en een wens doen) brengt geluk.
3. Idem
4. Idem
5. Modern wandtapijt in het stadhuis met St Joris en de draak
6. Gemetseld plafond
7. In de burgemeesterstuin bij de kwajongen (roqier).
8. Historisch pand: de Berg van Barmhartigheid, pandjeshuis van 1625 (Albrecht en Isabella).
9. Doornikse stijl: baksteen met arduin
VERVOLGVERVOLG
10. Vgl de classic stijl in arduin op de grote markt
11. Groep
12. Idem
13. Belfort in barokstijl van 1662 (Unesco werelderfgoed).
14. Uitleg
15. Idem
16. Op de belfortheuvel
17. Ste. Waltrudis-Ste. Waudru begonnen in 1450. Gotiek
18. Slinger van Foucault (42 kg)
Museum Dr Guislain – Graanstokerij FilliersMuseum Dr Guislain – Graanstokerij Filliers
Gisteren, 26/3 met de Senioren van Zoersel het museum Dr Guislain, grondlegger van het in de 20 ste eeuw befaamd, psychiatrisch instituut te Gent en de graanstokerij Filliers te Bachte-Maria-Leerne bezocht.
Binche – MonsBinche – Mons
(met KVLV Halle-Schilde 17/3)
Na twee koffiekoeken in de cafetaria zagen we eerst een uitstekende film over het carnaval in al zijn aspecten en in meerdere streken, om dan toe te spitsen op Binche, door de Unesco in 2003 werelderfgoed verklaard. We zien de voorbereiding in de groepen, allemaal om ter kleurigst. Kinderen worden van jongs af aan mee opgeleid. Wat de gilles betreft, de hoofdgroep, vernemen we alles van het naaldje tot het draadje of zeg ik beter vanaf het stro waarmee ze hun volle contouren krijgen. En dan maar stampend dansen en appelsienen gooien.
Daarna bezoeken we met gids het boeiende internationale Carnaval en Maskermuseum. Meerdere landen en volksgroepen komen aan bod. Men legt verbanden met de geschiedenis en foklore: met lawaai de winter verjagen en het kwade verbranden. Enz.
VervolgVERVOLG
Vervolg 2VERVOLG 2
Op de tweede foto zie je het typische masker van Binche: grote, rode snor en groene bril (om de kleur van de ogen niet te kunnen zien).
Pensioneringsfeest Luk Van Der Auwera op ColomaPensioneringsfeest Luk Van Der Auwera op Coloma
Op 10/3 de collaga-directeurs van PMS en CLB teruggezien te Mechelen.
We vierden de pensionering van Luk Van Der Auwera van het CLB Mortsel, opvolger van mijn dorpsgenoot Luc. Zelf ben ik de ouderdomsdeken!
Jan Verdoodt hield, zoals naar traditie, weer een fenomenale speech voor de gevierde.
VervolgVERVOLG
Wandeling in de Hoge AtlasWandeling in de Hoge Atlas
(Zondag 15 maart)
Brahim kwam ons stipt om 7u45 ophalen en bracht ons naar de klaarstaande wagen met chauffeur. Dichter bij de bergen hielden we halt voor een panoramisch zicht. Het is nog wat nevelig. Brahim wijst ons rechts op de Toubkal, 4165m, de hoogste berg in het noorden van Afrika op 65km van Marrakech. We zullen een stukje in de Hoge Atlas (700km lang en 60 km breed) wandelen.
We rijden in de Ourikavallei en slaan dan af naar het eindpunt van de weg met skigebied Oukainden op 2600 m. We passeren een dorp. Witte plekken met bloeiende bomen. Ibrahim zegt dat het kersen zijn. Die wil ik dichterbij bekijken. De overdadige bloei lijkt mij sterk verwant met de kerspruimen. De boom is echter een heel stuk kleiner dan een myrobolaan of kerspruim (Prunus seracifera). De kroonvorming is platter dan de meer omhoogpriemende kerspruim (tot 8 m). Het zijn geen kersen. Kersen bloeien een heel stuk later en meer in toefjes met grotere bloemen. De latijnse naam?
Aan het skigebied stappen we uit. Ik zie een ezel met rugkussen, doch meerdere muilezels. Het is van in mijn kindertijd op het gehucht De Reiger te Ichtegem dat ik een muilezel bij een buur zag. Toen deed mijn vader het nog met trekkoeien. Pas na de oorlog kwam er een paard.
We moeten 5 uur stappen tot we aan de andere kant terug aan de wagen komen, die intussen de berg is rondgereden.
We laten het skigebied links liggen en beginnen aan de andere kant de afdaling via een slingerende zandweg. Brahim snijdt graag de bochten af en dan stappen op een nauwelijks gebaand rotspad. Ik krijg het al vlug te warm met mijn trui. Een paar keer passeren we herderinnen en een herder met hun kudde. Eenmaal zullen er ook 3 mountenbikers voorbij snellen. De enige bomen die hier groeien zijn jeneverbessen. Geiten klimmen erin om wat anders te eten dan de schrale plantentoefjes. De gids toont de nog groene bessen. Er zeilt een slangenarend over.
Na een tijdje zien we in de diepte het Berberdorp (Oursbek) waar we zullen middagmalen bij de man die meegaat als kok op de meerdaagse uitstappen die Ibrahim inricht naar de woestijn. Voor we daar zijn is het nog lang stappen. Van het zandpad is er al lang geen sprake meer. Gelukkig heb ik de bergschoenen aangetrokken die ik enkele jaren geleden met dochter Veerle kocht in Vancouver, British Columbia, West-Canada.
Als we naderen zien we de terrasssen waarop de dorpelingen tarwe en andere gewassen telen. Er is ook aanplant van fruitbomen (appels). Hier is het blijkbaar te hoog voor de zogenaamde kersen. De huizen staan zeer verspreid. Als we het huis naderen waar we zullen eten zie ik op een langgerekt, smal terras gesnoeide appelbomen, maar ook hier en daar okkernoten.
We schuiven aan bij een laag tafeltje en zitten op kussens. Ik krijg een paar extra kussens alls steun. In de schotel met wortelen, aardappelplakjes, courgette en ? is ook raap verwerkt. Valt best mee. De basis is een smakelijke couscous. In een tangine heeft men schapenvlees gebakken.
Na het eten bemerk ik dat de opperkootjes van beide handen bloedloos zijn geworden. Een gevolg van de grote hoogte zegt de gids. Een gewaarwording die ik nog nooit heb gehad. Handenschudden helpt maar half. Eenmaal terug op pad verdwijnt het fenomeen vanzelf.
In het dorp had ik iets gemakkelijker paadjes verwacht, echter niets is minder waar. Zoon Peter en ook de gids geven mij wat steun bij moeilijker passages. Echt gevaarlijk of heel moeilijk is het gelukkig nooit. Na veel klouterwerk komen we bij het riviertje dat we oversteken en nog een tijdje volgen. Ik zie er een paar eeuwenoude walnoten, de oudste die ik ooit zag. Al van ver hebben we soms de wachtende wagen bemerkt, maar in de bergen lopen de paadjes met wijde bogen. Er zijn genoeg grote stenen om soms wat uit te rusten. Mijn tachtigjarige benen begeven het gelukkig niet.
Ik heb nog wat reserve als we dan plots toch het eindpunt met de wachtende wagen bereiken.
Er volgt nog een zeer lange, soms scherp dalende en kerende aardeweg, vooraleer we het eerste dorp bereiken. Ook daar is het veel draaien en keren op de smalle, verharde weg, soms naast ravijnen. Ballustrades hebben ze daar nog niet uitgevonden. Even later wordt de weg normaler, maar passing places zijn er nauwelijks. Gelukkig hebben we maar één tegenligger. In Tahanaout komen we in de gewone wereld.
Een eind verder zullen we nog stoppen bij de Argancoöperatieve.
We zijn zeer tevreden over de tocht met Ibrahim, een vriendelijke en behulpzame jongen, van Berber afkomst. Hij spreekt vlot Engels en kan over veel vertellen. Voor de dagtocht met Berbermiddagmaal betaalden we €75 de man. Voor de tocht die wij maakten heeft hij niet dikwijls klanten. Peter vernam deze mogelijkheid van een kennis. Het lokt ons zeer aan om met hem een van de 5 daagse tochten naar de woestijn te maken. Zijn werkseizoen loopt van in de herfst tot in de lente. In de zomer is het veel te heet, rond 45°. Deze zomer heeft hij dan ook tijd om te trouwen.
Brahim El Boumaly
BP. 20165 Allal El Fassi, Marrakech
E-mail maroc.tour.guide@gmail.com
Phone : +212 662 344 816
FOTO’S
1.Toubkal, afzonderlijke top rechts
2. Berber dorp
3. Bloeiende bomen
4. Detail
5. Skigebied
6. Eindpunt
7. Gids met mijn zoon Peter
8. Wij
9. Bergwereld
VervolgVERVOLG
10. kronkelweg
11. Afdalen
12 Jeneverbes
13. kudde
14. Jeneverbessen
15. Vruchten van de jeneverbes
16. Brahim en Peter, met het dorp in de diepte
17. Rode rotsen
18. Terrassen
VERVOLG 2VERVOLG 2
19. Terrassen en dorp
20. Appelbomen
21. Okker – of walnoot
22. Aankomst bij het Berbergezin
23. We vertrekken weer
24. Doorkijk
25. Nog een dorp
26. Het gezamelijke voorraadhuis
VERVOLG 3VERVOLG 3
27. Voorzichtig
28. Idem
29. Het voorraadhuis ligt al een stuk achter ons
30. Even uitblazen
31. Vrouw met 2 runderen
32. Oude okkernoot
33. Idem
34. Wellicht lavabommen?
35 Brahim
Bompa voor de KlasBompa voor de Klas
Stagiaire Elin had mij vorige donderdag uitgenodigd om wat te komen vertellen over fruit in het 5de leerjaar van St. Elisabeth te Zoersel.
Toen ik hen vroeg wie bosbessen kende waren dit er maar twee van de zestien. ‘krakkebezen’ in streektaal kende niemand. De grotere Blauwe bessen zijn hen helemaal vreemd. Bij praktisch iedereen is er een tuintje thuis. Bij één iemand kweekt men aardbeien. Niemand heeft bessenstruiken. Kruis- of stekelbessen kennen ze helemaal niet. Zelfs het dialectwoord ‘knoesels’ is hen onbekend.
Ik had stekken geknipt van rode bes en kruisbes, van deze laatste wel van de Worcesterbes,(Ribes divaraticum) de Amerikaanse, zeer gezonde, sterk groeiende en goed smakende, kleinere stekelbes. Ze gaan de stekken zelf planten en bij droogte wat aangieten. Ik heb hen wel gewaarschuwd dat het nu al erg laat was om te stekken. Ik had ook enkele jonge bramen en herfstframbozen bij. Misschien worden er enkele op school geplant of worden de planten verloot. Er waren vooral veel gegadigden voor de herfstfranbozen.
Ik heb hen alvast uitgenodigd op zondag 5 juli op het Afrikaans Tuinfeest. Dan kunnen ze de rijpende bessen proeven.
Achteraf kreeg ik een mailtje dat de kinderen enthoesiast waren.
Arganboom en ArganolieolieArganboom en Arganolie
Op terugweg naar Marrakech stopten we bij een coöperatieve van Berbervrouwen voor arganolie.
De arganboom groeit slechts op een beperkte oppervlakte in het zuidwesten van Marokko in semiwoestijngebied. De vruchten zijn groen (zie foto) en worden bij rijpheid geel en worden dan gedroogd. Binnenin in de harde noot zit een kern die tot drie amandelachtige schilfers bevat.
Een vijftal vrouwen zat noten te kraken. Met een kei slaan ze de noot open op een grote ronde steen. Het was een harde klop. Uit de kernen perst men olie die verwerkt wordt voor consumptie of voor de cosmetica.
Gezien het beperkte gebied is de arganolie een schaars en duur product.
Je kan je brood doppen in de olie of deze gebruiken als dressing op salades. De cosmeticavariant zou excellent zijn voor huidverzorging. Ze hadden nog een andere variant: argan met amandel en suiker, vervanger van Nutella.