
Weer wenkt de stroom, weer zijgt de zoele vrede
der zomerschelde zalvend neer in mij
De zon zit op de zinderende rede,
de zon zingt door een oude schilderij.
Weer wenkt de stroom, weer loop ik als verloren
de dijken langs en in het gouden licht
vlammen er popels en van uit het koren
laait vuur voor een verrukkelijk gedicht.
Weer wenkt de stroom, weer lokt de groene tover
van bos en beemd, van dijk en notelaar
en in het water spiegelt zich het lover
loom en bij middaghitte weemoedzwaar.
Weer wenkt de stroom, weer loopt het zand der uren
door ’t land dat trilt van Gods aanwezigheid.
De zachtheid van een zomer die blijft duren
is als een droom die voortleeft in de tijd.
Weer wenkt de stroom, weer zijgt de zoele vrede
zalig ononderbroken neer in mij.
Zweven door paradijselijker eden
ooit nog zulk licht en zulke lorelei?
Jos Coveliers
Schilderij: René De Saeger