Het liefdeslied


HET LIEFDESLIED
Een dichter schreef eens een liefdeslied en het was wonderschoon.
En hij maakte er vele afschriften van en stuurde die aan zijn vrienden en bekenden,
en zelfs aan een jonge vrouw die hij slechts eenmaal had ontmoet
die aan gene zijde van de bergen woonde.
Na een dag of twee kwam er een boodschapper van de jonge vrouw
met een brief. In die brief zei ze:
"Laat me je verzekeren dat ik diep geroerd ben door het liefdeslied dat je hebt geschreven.
Kom nu mijn vader en mijn moeder bezoeken en wij zullen schikkingen treffen aangaande de verloving."
En de dichter schreef haar: "Mijn dierbare vriendin, het was slechts een liefdeslied uit een dichterhart,
gezongen door iedere man aan iedere vrouw."
En zij riposteerde: "Huichelaar en leugenaar in woorden,
vanaf vandaag tot aan mijn sterfdag zal ik alle dichters haten om uwentwil.
uit : De Zwerver





