Die avond en die roze
'k Heb menig menig uur bij u
gesleten en genoten
en nooit en heeft een uur met u
me een enkle stond verdroten.
'k Heb menig blom voor u
gelezen en geschonken,
en, lijk een bie,met u, met u
er honing uit gedronken;
maar nooit een uur zo lief met u,
zo lang zij duren koste,
maar nooit heeft een uur zo droef om u,
wanneer ik scheiden moste,
als 't uur wanneer ik dicht bij u,
die navond, neergezeten,
u spreken hoorde en sprak tot u
wat onze zielen weten.
Noch nooit een blom zo schoon, van u
gezocht, geplukt, gelezen,
als die die navond blonk op u,
en mocht de mijne wezen!
Ofschoon, zo wel voor mij als u,
- wie zal dit kwaad genezen? -
een uur bij mij,een uur bij u,
niet lang een uur mag wezen;
ofschoon voor mij, ofschoon voor u,
zo lief en uitgelezen,
die roos, al was 't een roos van u,
niet lang een roos mocht wezen,
toch lang bewaart, dit zeg ik u,
't en ware ik 't al verloze,
mijn hert drie dierbre beelden : u,
die navond - en- die roze!
Guido Gezelle










