Onze media lachen met Trump als die zegt ‘Make America great again’, maar in feite zegt Poetin niets anders voor zijn Rusland en daarmee wordt niét gelachen. Vladimir Poetin, de ex-spion die president werd van het grootse land (qua oppervlakte) ter wereld, heeft de zoveelste presidentsverkiezingen in eigen land overtuigend gewonnen. Er was de nodige fraude mee gemoeid, het was zelfs open en bloot te zien op de Tv, maar dat neemt men de Russen niet meer kwalijk. Of het nu over politiek, militaire zaken, sport of kunst gaat, geen mens die er nog van wakker ligt als de Russen vals spelen. Nu, fraude of niet, de opkomst bij de verkiezingen was zo’n 68% en het stemmenaantal van Poetin 75%, zodat het allemaal weinig zal uitgehaald hebben. De internationale waarnemers vonden het zelfs geen echte verkiezingen, want alles stond bij voorbaat al zo goed als vast. De belangrijkste tegenkandidaat haalde amper 15% en dat was een steenrijke miljonair die de kandidaat was voor de communisten. Kan daar allemaal.
Poetin omschreef de implosie van de Sovjet Unie ooit als de grootste geopolitieke ramp van de 20ste eeuw. M.a.w. als het aan hem ligt, wil hij terug naar af. De doorsnee Rus, die wat verdragen kan, steunt hem daarbij. Vóór Poetin had die het heel slecht, sinds Poetin minder slecht. Dat Poetin regelmatig niet volgens de regeltjes speelt, wordt hem vergeven. Hij gaat nu zijn vierde ambtstermijn in als president en het zou me niet verwonderen mocht ook hij straks president voor het leven worden, net zoals Xi Jinping in dat andere (ex?) communistisch land dat ondertussen ook het kapitalisme omarmd heeft.
Na de implosie van de Sovjet Unie had zich in Rusland een nieuwe klasse gevormd: de oligarchen. Zij verzamelden de deelbewijzen van de geprivatiseerde fabrieken en werden bijna meteen schatrijk. Met de steun van deze nieuwe rijken werd de voormalige spion president, al zouden sommigen van hen zich dat later bitter beklagen. Want Poetin was niet het type dat met zijn voeten liet spelen en duldde geen politieke tegenstand. Wie niet akkoord met hem ging, maakte zich best uit de voeten en was zelfs dan niet meer zeker van zijn leven. In Londen, waar de meerderheid van deze bannelingen naartoe trok, weten ze er ondertussen alles van en gelooft niemand nog dat ze er in Moskou niets vanaf wisten. Er zijn momenteel in Groot-Brittannië al 14 overlijdens van gevluchte Russen waarnaar onderzoeken lopen van de Britse politie en veiligheidsdiensten…
Mede door de westerse sancties na de inname van de Krim en de invallen in Oekraïne ligt de Russische economie wel in de lappenmand. Die invallen waren trouwens geen precedent, want enkele jaren eerder was er al de Russische inval in Georgië, waarbij dat land Abchazië en Zuid-Ossetië kwijtspeelde. De aanslagen in en rond Londen zullen de situatie niet verbeteren. Als de Russische bevolking echter bereid is offers te blijven brengen – ze noemen dat daar ‘passionarnost’ – zal Poetin daarvan niet wakker hoeven te liggen. Net als vroeger in de geschiedenis zal dit betekenen dat Rusland afstand neemt van het Westen. In het verleden heeft dat nooit lang stand gehouden, denk maar aan Peter De Grote en Catharina II, die als aanhangers van de Westerse Verlichting de klok terug draaiden. Ook diegenen die nu vertellen dat het gevaar voor Rusland altijd uit het Westen kwam, waarbij dan de namen van Napoleon e Hitler vallen, zitten er naast. Het grootste gevaar dat Rusland ooit gekend heeft, de Gouden Horde, kwam uit het Oosten, toen Batu Khan, de kleinzoon van Dzjengis Khan, bijna heel Rusland, Polen en Oekraïne veroverde, de Krim inbegrepen. Misschien ligt de waarheid in het midden en is de grootste bedreiging nu, dat men denkt dat Poetin het allemaal alleen wel zal kunnen rooien…
* ‘The spy who came in from the cold’ was een roman van John Le Carré, die vlak na WOII een groot succes kende en daarna met evenveel succes in zwart-wit verfilmd werd door de Brit Martin Ritt, met in de hoofdrol Richard Burton, die daarvoor een Oscarnominatie kreeg. Het ging toen wel over een Britse dubbelspion die ‘vluchtte’ naar de DDR, waar later ook Poetin gestationeerd zou worden. De verleiding was me dan ook te groot om die titel niét te nemen...
1 reactie op dit bericht
Belziek blijft ziek
De riziv discrimineert niet meer of minder dan elke andere maatregel of wet in Belziek. En deze discriminatie bestaat al heel lang, sedert koning Willem werd vervangen door Leopold.
De Belgische omwenteling van 1830
Willem I heeft, zoals alle Europese regimes na 1815, een autoritaire regeerstijl. Zo voortvarend hij de economie stimuleert, zo conservatief is zijn politiek.
De economie stimuleert hij met maatregelen als de oprichting van de Generale Maatschappij, die aan de wieg staat van de indrukwekkende industriële revolutie in de Zuidelijke Nederlanden en de oprichting van de eerste Nederlandstalige universiteit in Gent.
Zijn conservatieve politiek blijkt onder meer uit de ondervertegenwoordiging van Zuid-Nederlanders in het bestuur en legerleiding, hoewel die een groter deel van de bevolking en het leger uitmaken.
Het Nederlands als logische voertaal in Vlaanderen zorgt voor de nodige weerstand in het Zuiden, waar niet alleen Wallonië Franssprekend is, maar ook het complete Belgische bestuur. De adel en de bourgeoisie zijn onder de 300 jaar Spaanse, Oostenrijkse en in hogere mate Franse bezetting in Vlaanderen volledig verfranst.
De katholieke clerus eist behoudt van haar controle op het onderwijs en godsdienst en de nieuw-liberalen maken bezwaren tegen de regeerstijl van Willem I. Bovendien zijn de kerkelijke leiders, in tegenstelling tot de locale priesters, eveneens Franstalig. De Vlaamse bevolking werd namelijk over 300 jaar volledig bestuurlijk verweest en onmondig gemaakt.
Het vooral Franstalige deel van de burgerij uit zijn ongenoegen door het ophitsen door middel van 'patriottische banketten' en het sturen naar Den Haag van 'petities' neemt hand over hand toe.
Dat alles wordt maximaal ondersteund door een Frankrijk die onderhands handelt en er alles voor doet om België los te scheuren uit de Nederlanden, met de bedoeling het in Frankrijk in te lijven.
De verschillen tussen Noord en Zuid, mogen niet overdreven worden, zeker wat betreft Vlaanderen. Zowel in het Noorden als het Zuiden is de landbouw als de handel dominant en beide gebieden zijn Nederlandstalig. Ondanks de dominantie van de protestante provincie Holland, is een bijna even grote groep katholiek in het noorden. Willem I is in dit opzicht gewend om te heersen over verschillende religies.
Bij de bespreking van de figuur van Willem I focust men vaak op de moeilijke politieke omstandigheden en de gebeurtenissen van 1830. Daarbij komen de talrijke realisaties in de periode 1815-1830 in de schaduw te staan.
De lijst van verwezenlijkingen is echter ronduit indrukwekkend en situeren zich op het vlak van infrastructuurwerken, economisch beleid, taalbeleid en onderwijs.
Het is in deze periode dat onder meer het kanaal Gent-Terneuzen (1825-1827) wordt gerealiseerd. In vijftien jaar wordt voor 800 kilometer verharde wegen aangelegd, vijf keer meer dan tijdens de 22 jaar van de voorafgaande Franse periode. De aanleg van kanalen en wegen en andere publieke werken zorgen niet alleen voor een uitstekend stelsel van verbindingen, ze bezorgen ook werk en inkomsten aan duizenden arbeiders.
De beginnende industrialisering wordt actief ondersteund door de invoering van papiergeld en de mogelijkheid om naamloze vennootschappen op te richten. Er werden nijverheidstentoonstellingen georganiseerd om de ondernemers aan te moedigen. De eerste tentoonstelling vindt plaats in Gent in 1820. Willem I verstrekt toelagen aan verschillende uitvinders en ondernemers.
Taalbeleid en onderwijs. Op het einde van de Franse periode spreekt het overgrote deel van de bevolking in de Vlaamse provincies hoofdzakelijk het lokale dialect. Het Frans wordt beschouwd als de taal van het bestuur, van de vooruitgang, de diplomatie, de literatuur, de cultuur en de salons.
De verfransing is het sterkst in de betere kringen in de steden, niet alleen in Brussel, maar bijvoorbeeld ook in Gent en in Maastricht. Onder impuls van minister Felix van Maanen wordt, na een lange overgangsperiode, het Nederlands de enige taal in administratie en justitie.
Dat geldt voor de vier Vlaamse provincies en voor de arrondissementen Leuven en Brussel. In de Waalse provincies kan het Frans verder gebruikt worden.
Met de Belgische opstand komt er een einde aan de positie van het Nederlands als taal van de administratie, van het gerecht en van het middelbaar onderwijs in Vlaanderen.
De Vlamingen hebben meer dan honderd jaar nodig om die situatie terug recht te zetten. De erkenning van Vlaanderen als eentalig Nederlandstalig gebied komt er met de taalwetten van 1921 en 1932. Pas dan staan Vlamingen weer op een punt dat al honderd jaar eerder onder de regering van Willem I was bereikt. De eerste Vlaamse universiteiten worden eerst na 1960 opnieuw Nederlandstalig.
In het Noorden bestaat er sinds de 18 de eeuw een netwerk van degelijke scholen. In het Zuiden ontbreekt het aan een vaste organisatie, aan gevormde onderwijzers, aan behoorlijke schoollokalen, aan goede leerboeken en aan regelmatig schooltoezicht. Ook daar komt onder impuls van Willem I verandering in.
Tussen 1817 en 1828 worden er in het Zuiden 1146 schoollokalen gebouwd of vernieuwd. Het aantal leerlingen in de gemeentelijke scholen stijgt in dezelfde periode met meer dan de helft. In 1818 wordt er in Lier een normaalschool opgericht.
De lycea uit de Franse periode worden vervangen door athenea.
Het academisch onderwijs, dat in de Franse periode is vervangen door hogere beroepsscholen, wordt weer uitgebouwd.
Willem I beslist tot de heroprichting van de Leuvense universiteit en tot de stichting van nieuwe universiteiten in Gent en in Luik.
Het hoeft niet te verwonderen dat er na 1830 niet alleen in Vlaanderen, maar ook in Wallonië, nog jarenlang een sterke orangistische beweging actief is, die ijvert voor een hereniging met het Noorden.
Het orangisme krijgt in het Zuiden pas zijn doodsteek nadat koning Willem I zich in 1839 neerlegt bij het scheidingsverdrag.
Alhoewel Willem I, net zoals elke historische figuur, ook zijn minder fraaie kanten heeft, is hij onmiskenbaar de drijvende kracht achter het koninkrijk en de hierboven beschreven ontwikkelingen.
Na de Belgische Revolutie is er een krachtige elitaire strekking die streeft naar het herstel van de vorige toestand. Deze orangisten plegen in maart 1831 een coup om de Nederlandse kroonprins Willem op de Belgische troon te krijgen. De staatsgreep kan worden verijdeld door een gebrek aan steun vanuit Nederland. Volgens Talleyrand zouden de grote mogendheden dit nochtans aanvaard hebben. Enige maanden later, tijdens de Tiendaagse Veldtocht, doen orangistische officieren uit het Belgisch leger de strijd overhellen in het voordeel van de Nederlanders. Enkel een militaire tussenkomst van de Fransen houdt de Belgische staat overeind.
Het harde orangistische verzet verklaart waarom de Franstalige Belgische revolutionairen, met de hulp van Frankrijk, de strijd tegen de orangisten even hard, zo niet nog harder aanpakken. De Belgische revolutie wordt een uiterst gewelddadige burgeroorlog.
De Franstalige revolutionairen bieden eerst het Belgische presidentschap aan de Fransen, eerst aan de Oude rot van de Franse Revolutie generaal Lafayette, en offreren dan de troon der Belgen aan de zoon van de Franse Burgerkoning Louis-Philippe, Louis. Geen van beide neemt dit aan in de idee dat België toch in de Franse schoot komt te vallen.
De omwenteling van 1830 is het werk van een verzameling groepen met zeer uiteenlopende belangen die in deze Belgische oppositie hun kans zien.
België wordt direkt uitsluitend Franstalig bestuurd en bestaat uit een katholiek agrarisch Vlaanderen en een liberaal industrieel Wallonië. (Destree)
De man die uiteindelijk koning der Belgen wordt (Leopold) meent later dat België in feite geen reden van bestaan had.