Justitie op de schop?
Dat Justitie bij ons een puinhoop is, is genoegzaam bekend. Er zijn de laatste jaren wel nieuwe gevangenissen bijgekomen en in Gent zelfs een soort psychiatrische instelling voor veroordeelden met een geestelijke handicap, er is wat vereenvoudigd en stilaan geraakt zelfs alles min of min gedigitaliseerd, maar de processen blijven een vorm van ergernis. Denk maar aan het geval van die Italiaanse maffiafamilie Aquino, waarvan bewezen is dat ze miljoenen euro heeft verdiend met drugstrafieken, maar waarvan er van de hele clan, 38 stuks, nog steeds geen enkele is aangehouden. Reden ervoor is, dat ‘la famiglia’ met het illegaal verkregen drugsgeld schaamteloos de duurste advocaten van Vlaanderen aan het werk heeft gezet en dat die letterlijk alle middelen inzetten om het niet tot een veroordeling te laten komen.
De Belgische gerechtelijke wetgeving stamt nog grotendeels uit de tijd van Napoleon, is dus twee eeuwen oud en sindsdien steeds ‘aangepast’, niet veranderd, waardoor advocaten steeds meer specialiseren en de rechters – die over alles moeten oordelen – het bos niet meer zien door de bomen. Zo kan het zijn dat iemand die riskeert veroordeeld te worden, niet naar zijn proces komt. In dat geval wordt hij veroordeeld bij verstek en moet dat proces in beroep helemaal opnieuw gedaan worden. Dubbele kosten dus. En het kan nóg straffer.
Een sterk actueel verhaal is een aan de gang zijnde proces tegen een Antwerpse douanier, die in de haven onder één hoedje speelde met een drugsbende en op die manier hopen geld kreeg toegespeeld. Het was trouwens door zijn opvallend luxueuze leven dat de zaak in 2012 aan het licht kwam. De man kwam (al dan niet op aanraden van zijn advocaten) niet naar zijn proces. Hij werd daarin bij verstek veroordeeld maar ging in beroep. Bij dat proces in beroep was hij weer afwezig, werd hij opnieuw bij verstek veroordeeld en moet het hele verhaal nog eens worden overgedaan. Viermaal in totaal dus.
Koen Geens, de nieuwe federale minister van Justitie wil nu paal en perk stellen aan dergelijke praktijken. Men kan over de politieke overtuiging van de man zijn twijfels hebben – Koen is een echte tsjeef – als specialist in vennootschapsrecht kent hij wel het klappen van de zweep. Het is trouwens van Stefan Declerck geleden dat er op Justitie nog eens iemand gezeten heeft die ervoor gestudeerd had en dus de nodige ervaring heeft. Declerck was dan nog een watje (‘Ik werk eraan’, was zijn slagzin). Hopelijk krijgt Geens de tijd om voor Justitie een nieuw wetboek uit te dokteren dat van deze tijd is en niet van het begin van de negentiende eeuw. Dat zou pas een verandering zijn.

