Stak(k)ers
‘Ze’ gaan weer staken, de linkse vakbonden van ‘den IJzeren Weg’. Einde juni, begin juli staan er weer een tiental stakingsdagen op het menu. Uitgerekend bij een overheidsbedrijf waar de gemiddelde medewerker heel wat meer extra voordelen heeft dan elders. En zoals gewoonlijk staken ze tegen de centrumrechtse regering, willen ze allemaal een erkend zwaar beroep hebben en nog van dat moois. Even traditioneel is niet die regering het slachtoffer van hun acties, maar de doordeweekse treinreiziger, die die dagen maar moet zien hoe hij/zij op het werk geraakt. Om nog te zwijgen van al die mensen die zich geen eigen vervoer kunnen veroorloven. Bijkomend gevolg: nóg meer files op de weg en kans op ongevallen.
Ik schreef het al in mijn blog van 17 mei ll: ‘Staking? Laat ze staken’ en ik blijf daarbij. Dat de federale regering een voorbeeld neemt aan de Franse president Macron. Die heeft de hervorming van het Franse Spoor erdoor gekregen ondanks een staking van 30 dagen, de langste ooit in Frankrijk. Macron trok er zich niets van aan en liet alles overwaaien. We moeten hier hetzelfde doen, ondanks de hinder en het ongemak dat velen daardoor hebben. Het is meer dan genoeg geweest. En hopelijk zullen de mensen het zich herinneren als ze dit najaar en volgend voorjaar in het kieshokje staan en zullen ze geen stem meer geven aan de politieke partijen die achter dergelijke stakingen blijven staan en die idioten blijven steunen.
Hebben die vakbonden dan geen poot om op te staan? Dat is ook niet het geval, maar men moet eerst altijd wel eens proberen om met elkaar te overleggen i.pl.v. te staken. Een staking zou het laatste drukkingmiddel moeten zijn, niet het eerste zoals dat de laatste tijd gebeurt. Dé reden van wat er nu op ons afkomt zijn simpel de sociale verkiezingen in het najaar. Het blijft een schande dat de reiziger steeds daarvoor gegijzeld moet worden.

