Naar de inhoud

Halle zonder Zenne

over grote en kleine geschiedenissen van belangrijke en minder-belangrijke 'levens' in een dorp dat zich stad mag én wil noemen
akke.beakke.be

Archief

VICTOR WOUTERS (2), MIJN VADER, EN DE HALSE POLITIEK (met een beknopt overzicht van het stadsbestuur van 1830 tot vandaag) [1] [2] [3] (2de en laatste deel)


Bijlage 1: gemeenteraadsverkiezing van 12 oktober 1958: resultaten per partij

-CVP:                                      06.881  59,74 %            10

-BSP:                                      03.301  28,66 %            04

-liberalen:                                 01.335  11,59 %            01

-totaal:                                     11.517  99,99 %            15

 

Bijlage 2: gemeenteraadsverkiezing van 11 oktober 1964: resultaten per partij

-CVP:                                      04.560  38,01 %            07

-BSP:                                      04.393  36,62 %            07

-liberalen:                                 01.498  12,48 %            01

-Vernieuwing:                           00.908  07,57 %            00

-Gemeentebelangen:                 00.635  05,29 %            00

-totaal:                                     11.994 99,97 %

                                                          

Bijlage 3: gemeenteraadsverkiezing van 11 oktober 1964 resultaten zonder de stemmen van Vernieuwing en Gemeentebelangen die geen zetels behaalden):

-CVP:                                      04.560  43,63 %            07

-BSP:                                      04.393  42,03 %            07

-liberalen:                                 01.498  14,33 %            01

-totaal:                                     10.451 99,99 %

 

Bijlage 4: voorkeursstemmen van de verkozenen, met vermelding zonder naam van niet-verkozenen die ten minste evenveel stemmen haalden dan de laatste verkozene:

G. Reviers                    BSP                             2.514

G. Luyckx                    CVP                             1.001               

R. Barbé                      CVP                             0.817

M. Poulin                     CVP                             0.810

V. Wouters                   CVP                             0.652               

niet verkozen                Vernieuwing                  0.618

E. Hanssens                 CVP                             0.533

L. De Greve                  PVV                             0.595

J Vanvolsem                CVP                             0.523

P. Petre                       CVP                             0.485

niet verkozen                CVP                             0.480

H. Algoet                     BSP                             0.353

niet verkozen                CVP                             0.332

niet verkozen                CVP                             0.311

niet verkozen                PVV                             0.311

I. Vandevelden-Merckx  BSP                             0.282

niet verkozen                CVP                             0.279

niet verkozen                PVV                             0.247

niet verkozen                Vernieuwing                  0.236

niet verkozen                CVP                             0.222

niet verkozen                PVV                             0.217

niet verkozen                CVP                             0.212

niet verkozen                CVP                             0.210

niet verkozen                Gemeentebelangen       0.183

niet verkozen                PVV                             0.179

niet verkozen                CVP                             0.152

M. Cromphout              BSP                             0.142

V. Vanderheyden          BSP                             0.105

niet verkozen                Gemeentebelangen       0.100

niet verkozen                Vernieuwing                  0.099

niet verkozen                PVV                             0.099

niet verkozen                PVV                             0.095

niet verkozen                Gemeentebelangen       0.095

niet verkozen                Gemeentebelangen       0.090

niet verkozen                PVV                             0.080

niet verkozen                Gemeentebelangen       0.079

niet verkozen                Vernieuwing                  0.079

niet verkozen                PVV                             0.069

niet verkozen                Vernieuwing                  0.058

niet verkozen                Vernieuwing                  0.057

J. Marcelis                   BSP                             0.054

niet verkozen                Gemeentebelangen       0.053

niet verkozen                Gemeentebelangen       0.052

J. Pierreux                    BSP                             0.051

niet verkozen                BSP                             0.051

 

Voetnoten:

[1] LERNOUT, G. De politieke geschiedenis van de stad Halle 1830-1914 (1). In: Hallensia, jg. 2, nr. 2, april-mei 1980, p. 19-29. Uit vermeld artikel heb ik gegevens geparafraseerd.

[2] LORIES, V. Bij de 100ste van de geboorte van Jean-Nicolas Deville, politicus, verzetstrijder en artiest. In: Hallensia, jg. 10, nr. 4, oktober-december 1988, p. 48-81. Uit vermeld artikel heb ik gegevens geparafraseerd. De voetnoot wordt in de tekst slechts vermeld indien ik citeer.

[3] LERNOUT, G. 150-jaar liberalisme (ook) te Halle. De liberale inbreng in het Halse politieke leven. In: Hallensia, jg. 18, nr. 4, oktober-december 1996, p. 7-40. Uit vermeld artikel heb ik gegevens geparafraseerd. De voetnoot wordt in de tekst slechts vermeld indien ik citeer.

[4] Uiteraard kan ook op basis van andere argumenten ingedeeld worden. Ik denk aan kiesstelsels waarvoor enkel mannen in aanmerking kwamen: cijnskiesstelsel, meervoudig kiesstelsel en enkelvoudig kiesstelsel. Pas ik 1947 werd het algemeen, dus voor mannen én vrouwen, enkelvoudig kiesstelsel ingevoerd.

[5] In een nummer van Hallensia uit 1996 met als titel “150 jaar liberalisme in België & Halle” houdt Clement er een andere indeling op na. Hij onderscheidde 5 periodes:.

-1830-1869:het plaatselijke unionisme;

-1869-1878: een liberale periode;

-1878-1890: een katolieke periode;

-1890-1907: een liberale periode;

-vanaf 1907: opnieuw katoliek overwicht. [[CLEMENT, Raymond. Geachte lezeres, Geachte lezer, [bij een nummer over “150 jaar liberalisme in België & Halle”]. In: Hallensia, jg. 18, nr. 4, oktober-december 1996, p. 3.]].

[6] Hij was vanaf 1820 burgemeester onder het Nederlandse bewind. Bij het begin van wat België genoemd wordt, werd hij afgezet en vervangen. Bij de eerstvolgende gemeenteraadsverkiezing werd hij echter opnieuw burgemeester. 

[7] Auguste De Maeght werd op 16 augustus 1941 door de Duitsers vervangen door Omer Bogemans, lid van het VNV.

[8] MARCELIS, August. Essay van een monografie over industriële en ambachtelijke bedrijven in Halle. Verschenen als Hallensianummer, jg. 6, nr. 3, juli-september 1984.

[9] Mijn goede vriend “van Dale” leert me dat democratie is een staat of andere bestuurlijke entiteit waarin het volk regeert en een staatof een andere bestuurlijke identiteit waarin het wordt (door vertegenwoordigers) zichzelf regeert en vrijelijk zijn meningen en wensen kan uiten [GEERTS, G. en HEESTERMANS, H. Van Dale groot woordenboek der Nederlandse taal. Van Dale lexicografie, Utrecht, Nederland en Antwerpen. 1995.].

[10] VANVOLSEM, Johan. Lexicon bekende Hallenaren. Hallensia, Halle, 2007 [verschenen nummer 34 in de “Nieuwe reeks”.].

[11] http://nl.wikipedia.org/wiki/Julien_Lahaut.

[12] WOUTERS, Rik. De pers overdondert me en laat me weten dat de moordenaar van Julien Lahaut … In: Argusogen of het geweten van Halle (elektronisch tijdschrift), nummer 13, 29 december 2002, niet-genummerde p. 5.

Geschreven door Rik Wouters om 00:00

VICTOR WOUTERS (2), MIJN VADER, EN DE HALSE POLITIEK (met een beknopt overzicht van het stadsbestuur van 1830 tot vandaag) [1] [2] [3] (1ste deel)


De geschiedenis van het stadsbestuur van Halle sinds de onafhankelijkheid van wat België genoemd wordt in 1830, kan volgens mij in 3 periodes samengevat worden [4]. Ik vermeld ze beknopt:

-1830-1878: plaatselijk unionisme;

-1878-1964: liberale of katholieke burgemeester;

-vanaf 1965: coalities [5].

 

Ik probeer mijn indeling te verduidelijken.

1830-1878: plaatselijk unionisme.

Onder unionisme bedoel wat Lernout verstaat met de politiek kleurloze periode die duurt tot 1878. Hij verduidelijkt: Op nationaal vlak, na de dood van het zogenaamde Unionisme (1857), vormden de liberalen en de katholieken wel al partijregeringen. In Halle verliep de plaatselijke politiek evenwel zonder partijstrijd. Er was in de gemeenteraad geen oppositie te bespeuren. Tot 1878 waren de gemeenteraadsleden het bijna altijd roerend eens over de voorgestelde maatregelen. Van echte spanningen was er hoegenaamd geen sprake. Dit verschijnsel van een politiek leven zonder partijstrijd en een gemeenteraad zonder oppositie heeft te maken met de administratieve opvatting die de gemeenteraadsleden van hun taak hadden; het bestuur van de stad was voor hen eerder een administratieve dan een politieke zaak. In die opvatting werkte wellicht de oude traditie van gemeentelijk zelfbestuur door [1].

Burgemeesters waren Jacques Carlier (1830) [6], Simon Giblet (1830), Jacques Carlier (1830), Gregoire-Joseph Blondeau (1834-1840), Theodore Hannecart (1840-1844), Joseph-Henri-Charles Muller (1844-1848), Emmanuel De Coster (1848-1856), Hubert Mussche (1857-1865) en Alexandre Giblet (1865-1878).    

1878-1964: katholieke of liberale burgemeesters.

In deze periode kan men voor wat Halle betreft, met wat zin voor veralgemening gewagen van een soort 2-partijenstelsel. Een indeling volgens de partij die in de gemeenteraad in de meerderheid was, is moeilijk omdat er gewerkt werd met deeltijdse verkiezingen waarbij slechts een deel van de gemeenteraadsleden moest vervangen worden.

Burgemeesters waren:

-Henri Claessens: liberaal, 1878-1881;

-Emile Nerinckx: katholiek, 1881-1890;

-Leopold De Boeck: liberaal, 1891-1895;

-Louis Cuvelier: katholiek, 1896-1901;

-Leopold De Boeck: liberaal, 1901-1906;

-Charles Nerinckx: katholiek, 1907-1921;

-Auguste De Maeght: katholiek 1921-1941 [7];

-Omer Bogemans: niet wettelijk verkozen oorlogsburgemeester van katholieke origine;

-Jan-Niklaas: katholiek, 1947-1965.

Vanaf 1965: coalities.

De macht van de traditionele partijen die het politieke landschap van wat België genoemd wordt, vanaf de onafhankelijkheid beheerst hebben, heeft door de opeenvolging van industriële revolutie, W0 I, WO II en internationalisering van de wereld rake klappen gekregen. Op het Halse politieke vlak komt dit op vanaf 1965 door coalities in de gemeenteraad tot uiting.

Burgemeesters en coalities waren:

-Louis De Grève: liberaal, 1965-1970, socialisten en liberalen;

-Albert Devogel: katholiek; 1971-1976, katholieken, socialisten en neutraal politicus; 1977-1982, katholieken en liberalen;

-Marc Beckwé: katholiek; 1983-1988, katholieken en socialisten; 1977-1982, katholieken en liberalen;

-Dirk Pieters: katholiek; 1995-2000, katholieken en liberalen; 2001-2006, katholieken, liberalen en “Democratie voor Allen”; 2007-?, katholieken, liberalen en Vlaams-nationalen.

 

De gemeenteraadsverkiezing van 11 oktober 1964 interesseert me in het bijzonder. Mijn vader Victor Wouters is toen opgekomen. Hij was 39 jaar.

Waarom is mijn vader opgekomen? Ik heb met mijn vader nooit over zijn reden(en) om in de politiek te gaan gepraat. Ik kan dan ook  slechts naar de reden(en) ‘gissen’.

Feit is dat mijn vader actief was in het culturele leven in de breedste zin van het woord van zijn geboortestad. Hij was sinds de veertiger jaren van vorige eeuw lid en vanaf 1958 voorzitter van de Sint-Martinus Turngilde. Het was lid van tal van Halse verenigingen.

Hij was in Halle geen onbekende. Zijn grootouders en ouders hebben vanaf het begin van vorige eeuw een brood- en banketbakkerij uitgebaat op de Beestenmarkt 3, waar men de beste “pistolets” en het dikste stuk rijsttaart kon kopen [8]. Hij baatte sinds 1954 een apotheek uit op de Beestenmarkt 19, op de hoek van Beestenmarkt en Melkstraat.

Is hij gevraagd om op te komen? Ik veronderstel het. Mijn vader was immers iemand van de ‘betere’ burgerij. Die bleek het toen bij verkiezingen meestal beter te doen die iemand uit het gewone volk.

Voor welke partij is hij opgekomen? Hoewel hij dat nooit uitdrukkelijk gezegd heeft, was hij royalist en belgicist: de VU viel af. Hij was katholiek opgevoed: de BSP viel af. Hij hield zich op in het katholieke milieu: de liberalen vielen af. Mijn vader is dan ook opgekomen voor de CVP.

Slecht was die keuze die er eigenlijk geen was, niet. De katholieken hadden sinds 1907 alle burgemeesters geleverd, niet uitzondering van die tijdens een deel van WO II. De laatste gemeenteraadsverkiezing, die van 12 oktober 1858 (zie bijlage 1), was door de CVP overtuigend gewonnen met 60 % van de stemmen en 66 % van de zetels. Het stond dus bijna vast dat hij bij verkiezing deel van de meerderheid zou uitmaken en zo op het beleid zou kunnen wegen.

Ging mijn vader ervan uit dat hij zou verkozen worden? Hoopte hij er stiekem op hij zelfs en schepenambt zou bekleden? Ik weet het niet.

Van de weken vóór de verkiezing kan ik me niet veel herinneren. Wel weet ik dat er thuis en met vrienden en kennissen vaak over politiek gesproken werd. Ik herinner me dat er toen nog autocaravans met verkiezingspubliciteit rondreden. Mijn moeder heeft verscheidene zaterdagen met onze Amerikaans-aandoende Simca met vleugels en veel chroom, die enorm groot leek of was, meegereden. Ook weet ik nog dat er achter tal van ramen in het centrum foto’s van mijn vader hingen. Dat stoorde me wel eens. Het leek wel of ik constant in het oog gehouden werd om te beletten dat ik ‘koepisjeraa’, kattenkwaad, zou uithalen.       

 

De gemeenteraadsverkiezing van 11 oktober 1964 was een succes voor mijn vader. Hij behaalde 652 stemmen van de 11.994 5, 43 %. 4.560 mensen stemden op de CVP; daarvan behaalde mijn vader 14,29 % (bijlage 2). Op de lijst met voorkeurstemmen bekleedde hij de vijfde plaats. Hij werd slechts voorafgegaan door één BSP, gevolgd door 3 CVP-ers (bijlage 4).

Toch was er geen euforie: de gemeenteraadsverkiezing van 11 oktober 1964 was immers geen succes voor de CVP.

Ze maakte qua stemmen en percentage een diepe val. Ze zakte van 6.881 stemmen of 59,74 % (bijlage 1) in 1958 naar 4.560 stemmen of 38,01 % (bijlage 2) in 1964. Een terugval van maar liefst 33 %. Ze had zelfs niet langer de politicus met de meeste voorkeurstemmen in haar rangen: dat was Reviers (bijlage 3) die pas sinds eind 1962 in Halle woonde en voor het eerst opkwam.

Het stemmenverlies concretiseerde zich in een verlies van zetels: van 10 of 66,66 % in 1858 (bijlage 1) naar 7 of 46,66 % in 1964 (bijlage 2). Dit zetelverlies was des te erger omdat er slechts 3 partijen zetels behaalden: naast de CVP die nog wel het hoogste aantal stemmen behaalde, met 7 waren dat de BSP ook met 7 en de liberalen met 1. Dit plaatste de liberalen met 12,49 % van de stemmen in een bijzondere positie.

Indien CVP en BSP geen akkoord zouden bereiken, zou De Grève, de enige verkozene van de liberalen, bepalen wie met hem de Stad gedurende 6 jaren zou besturen. De Grève behaalde 595 voorkeurstemmen of 4,96 %. Op de lijst van voorkeurstemmen bekleedde hij slechts de achtste plaats (bijlage 4).

Het loont de moeite om de lijst met voorkeurstemmen te bekijken (bijlage 4). De Grève werd voorafgegaan door een BSP-verkozene, 5 van de 7 CVP-verkozenen en zelfs door een niet-verkozene van “Vernieuwing”. Hoe ziet de lijst met voorkeurstemmen (bijlage 4) er verder uit? -ik ga uit grotendeels uit het aantal verkozenen per partij-:

-CVP: de 7 verkozenen met 1.001 stemmen voor de beste en 485 voor de slechtste staan binnen de 10 beste. Het laatste niet-verkozen lid staat op de zesentwintigste plaats. De slechtst verkozene van de CVP behaalt nog 81,55 % van de stemmen van De Grève die minder stemmen haalt dan de vierde CVP-verkozene;

-BSP: de 7 verkozenen met 2.514 voor de beste en 51 voor de slechtste staan binnen de 45 beste. Vóór de laatste verkozene  staan maar liefst 30 niet-verkozen van wie de 8 niet CVP-verkozen, 6 niet-verkozenen van “Vernieuwing”, 9 niet-verkozen liberalen en 7 niet-verkozen “Gemeentebelangen”. De tweede BSP-verkozene haalt minder stemmen dan de zevende en laatste CVP-verkozene;

-liberalen: de enige verkozene staat slechts achtste in de lijst van voorkeurstemmen.

 

Ik heb laten blijken dat de gemeenteraadsverkiezing van 11 oktober 1964 (bijlage 2) voor de CVP zeer slecht verlopen zijn. Ik vergelijk met die van 12 oktober 1958 (bijlage 1):

-de CVP zakt van 10 zetels naar 7. Ze verliest 3 zetels. Ze blijft de grootste partij, maar verliest haar absolute meerderheid;

-de BSP stijgt van 4 zetels naar7. Ze wint 3 zetels en blijft de tweede partij;

-de liberalen houden hun enige zetel;

-de 2 andere lijsten, “Vernieuwing”, Vlaamsgezinden, en “Gemeentebelangen”, handelaars, die samen 12,86 % van de stemmen of iets meer dan de liberalen halen, behalen geen zetels.

Ik parafraseer mezelf: de liberalen kunnen in de persoon van De Grève die van minder dan één Hallenaar op 20 stemmen kreeg en van wie de partij door minder dan één Hallenaar op 8 gesteund werd, bepalen wie van de 2 grote, aan elkaar gewaagde partijen, met hem Halle gedurende 6 jaren zal besturen.

Ik heb “kunnen” geschreven. De voorwaarde dat De Grève zou beslissen wie Halle niet bestuurt, heeft immers slechts zin indien CVP en BSP geen akkoord bereikten. Dat laatste was al snel het geval.

De Grève speelde zijn ondemocratische [9] troeven al snel uit. Hij liet CVP en BSP tegen elkaar opbieden. De CVP bood hem het mandaat van eerste schepen aan, veel meer dan waarop hij op basis van de uitslag van zijn partij en hemzelf mocht hopen. De BSP bood hem het burgemeesterschap aan. De Grève die de kassa al hoorde rinkelen, hapte toe. Het resultaat: Halle zou gedurende 6 lange jaren door een ondemocratische ‘meerderheid’ bestuurd worden.   

 

Hoe is het kunnen gebeuren dat de CVP die Halle sinds 1097 met absolute meerderheid der stemmen heeft bestuurd, de stad niet langer bestuurde? Dit is moeilijk na te gaan. Toch wil ik een poging doen. Hoe komt het dat de CVP in 1964 slechts 66,26 % van de  stemmen van in 1958 behaalde?:

-in tegenstelling met 1858 toen er 3 partijen opkwamen, konden de burgers in 1964 kiezen uit 5 lijsten. De 2 nieuwe partijen, “Vernieuwing” en “Gemeentebelangen”, deden meer dan de hoop vullen. Ze snoepten de 3 traditionele partijen 12,86 % van de stemmen af;

-De BSP stegen van 27,52 % van de stemmen naar 36,62 %. Deze winst is volledig op naam te schrijven van nieuwkomer Reviers. Meer zelfs, zonder Reviers zou de BSP erop achteruit zijn gegaan.

Een korte rekensom leert me:

-“Vernieuwing” en “Gemeentebelangen” waren goed voor 1.543 stemmen. Indien die alle op de rekening van de CVP zouden zijn gekomen, was dat goed geweest voor 6.103. Nog steeds een serieus verlies van stemmen, maar wel of de absolute meerderheid;

-het kan dan anders dan dat in de 2.514 stemmen van Reviers een aantal CVP- stemmen moeten gezeten hebben;

-kortom: zonder “Vernieuwing”, “Gemeentebelangen” en Reviers zou de politieke situatie niet wezenlijk veranderd zijn.

Het zou echter te gemakkelijk zijn om de verkiezingsnederlaag van de CVP te verklaren door de opkomsten van 2 nieuwe partijen en stemmenkanon Reviers. Lagen de oorzaken misschien binnen de CVP zelf?:

-waar in 1958 3 CVP-ers meer dan 1.000 stemmen haalden -één benaderde de 2.000-, werd dat in 1964 beperkt tot één persoon;

-het CVP-stemmenkanon Devillé, burgemeester van 1947 tot 1965 en goed voor 1.474 stemmen in 1952 en 1.901 in 1964, was niet meer opgekomen;

-buiten het niet meer opkomen van Déville onderging de CVP-lijst van 1964 in vergelijking met 1958 nog andere serieuze veranderingen: slechts 8 mensen die op de lijst van 1958 stonden, kwamen weer op en slechts 5 van de verkozenen uit 1958 kwamen weer op. Slechts 5 van de 10 verkozenen uit 1958 werden herkozen;

-de kans is niet denkbeeldig dat Devillé de verkiezing van 1964 bang tegemoet zag. Hij heeft de kiezers, bij wijze van afscheid, gevraagd om zich niet te laten misleiden door loze verkiezingsbeloften en hun stem “niet te vergooien op lijsten die toch geen kans hebben het tot iets te brengen …”. Hij heeft zich ooit tot de CVP zelf gericht: “De kandidaten van de CVP-meerderheidspartij mogen zich niet veroorloven propangandische stokpaardjes te berijden (…) ook vóór de verkiezing moeten zij blijk geven van werkelijkheidszin. Zij mogen geen ijdele beloften doen die ze daarna niet kunnen houden (…). En voor verantwoording heeft een eerlijk mens nog heel veel gevoel, zelfs al is hij verkiezingskandidaat!” [2]. Waren er interne problemen? Onderzoek zou kunnen verduidelijken.    

 

Ik wil een interludium over Jan-Niklaas Devillé inlassen. 

V. Lories en Johan Vanvolsem hebben hem politicus, verzetstrijder en artiest [2] [10] genoemd en geen onverdroten woord over hem geschreven. Lories heeft door hem te citeren onrechtstreeks zijn werkelijkheidszin, zijn gevoel voor verantwoording en het belang dat hij in een eerlijk mens [2] stelde, geroemd. Terecht?

Op 18 augustus 1950 tijdens de eedaflegging van prins Boudewijn  die zijn aftredende vader Leopold III opvolgde als koning van wie Belgen genoemd worden, zou hij 'Vive la république' (…) hebben geroepen. (…) De schuilnaam van de moordenaar werd publiek in 1985: ene "Adolphe" uit Halle. De echte naam - François Goossens - werd in 2002 publiekelijk gemaakt. (…) De volledige waarheid is nooit volledig naar boven gekomen. Zo is het meer dan waarschijnlijk dat toenmalig CVP-minister Albert de Vleeschauwer en de Militaire veiligheidsdienst een belangrijke rol gespeeld hebben in de voorbereiding en/of het toedekken van de moordaanslag. (…) Aanvankelijk was er sprake geweest van drie leden in het moordcommando van de Halse verzetsgroep "De fret": François Goossens en de zoon en de schoonzoon van de toenmalige CVP-burgemeester van Halle, Jan-Nikolaas Devillé. Uit een reportage ''Keerpunt'' op de Vlaamse tv-zender Canvas (17 december 2007) blijkt dat er een vierde deelnemer was geweest, die echter niet genoemd wilde worden. Deze vierde man zou de dodelijke schoten gelost hebben toen Julien Lahaut zijn deur opende, terwijl François Goossens enkel een schot heeft gelost bij het weglopen [11].

Ikzelf heb Goossens gekend. Ik citeer zonder verdere commentaar: In 1964, toen ik 8 jaar was, heb ik hem, Goossens dus, in de apotheek van mijn vader op de Beestenmarkt horen uitschreeuwen: “Moi, moi, je l’ai tué!” Net daarvoor had hij, ‘notoir’ monarchist, anti-flamingant, katholiek en communistenhater, het gehad over “Lahaut”. [12]. Pas jaren later ben ik te weten gekomen wie Lahaut was. Het is hard om te moeten leven in een stad waar burgemeester en bestuur, politie, rijkswacht en zelfs inwoners tot zijn dood in 1977 een moordenaar onderdak geboden hebben. Er zijn er die nu nog zijn misdaad  vergoelijken, zelfs toejuichen.

Met “burgemeester” wordt Jan-Niklaas Devillé bedoeld. Het kan niet anders dat dan hij via zijn zoon en schoonzoon en andere kanalen van de moord op de hoogte was. Hij heeft niets gedaan om als hoofd van de politie de schuldigen aan te geven is en zo medeplichtig aan de moord.

 

Terug naar mijn vader. Hij heeft van 1966 tot 1970 in de oppositie gezeten. Hij heeft gemeenteraden bijgewoond. Hij heeft geprobeerd om zijn politieke rol te spelen hoewel dat als oppositielid zeer moeilijk is. In 1970 is hij niet neer opgekomen.

Als reden heeft hij me ooit gezegd dat hij te veel klanten van socialistische en liberale gezindheid verloren heeft. Het heeft overigens tot vele jaren na het aflopen van zijn mandaat in 1970 geduurd om ze terug te winnen. Naar mijn mening heeft ook een zekere ‘degoút’ voor de politiek meegespeeld in zijn besluit om niet meer op te komen.

Bij de gemeenteraadsverkiezing van 11 oktober 1970 wordt mijn vader ‘gewroken’. Hoewel de liberalen onder de arrogante naam van “Lijst van de Burgemeester” [13] opkwamen alsof slechts de ontslagnemende De Grève op die lijst stond, de absolute meerderheid haalden met 9 zetels tegenover 4 voor de BSP en evenveel voor de CVP, mochten zij het gedurende 6 jaar van aan de zijlijn bekijken. Lemonnier, één van haar leden, besloot immers als onafhankelijke te zetelen.

In tegenstelling met De Grève die het mandaat van eerste schepen te min vond, toonde hij zich geen veelvraat. Hij werd gewone schepen.

De Grève had het begrepen en opteerde voor een ‘carrière’ in de nationale politiek. Zonder zijn ondemocratische handelswijze van 1965 zou dat nooit als het geval geweest zijn.

 

Ik denk dat lezers zich storen aan het feit dat ik de naam van De Grève koppel aan ondemocratie. Ik verander echter niets aan mijn standpunt. Ik herhaal wat vriend “van Dale” geschreven heeft:  democratie is een staat of andere bestuurlijke entiteit waarin het volk regeert [9].

Het spreekt voor zich dat het geciteerde als volgt moet gelezen worden: democratie is een bestuurlijke entiteit waarin de meerderheid van het volk regeert bij de gratie van die meerderheid. Welnu: van 1965 tot en met 1970 werd Halle bestuurd door een minderheid: BSP-De Grève hadden slechts  5.891 van de stemmen op een totaal van 11.994 of 49,10 % gehaald.

Ik begrijp dan ook niet dat Lernout De Grève één van de grootste politici die men er, in Halle dus, ooit heeft gekend [3], durft te noemen. 

Geschreven door Rik Wouters om 00:00

VICTOR WOUTERS (1), MIJN VADER, EN DE (KONINKLIJKE) SINT-MARTINUS TURNGILDE


In 2005 verscheen “100 jaar Koninklijke Sint-Martinus Turngilde” van Brigitte Michiels [1; cursieve teksten in mijn bijdrage zijn aan dat werk ontleend]. Het spreekt voor zich dat die uitgave mijn bijzondere aandacht wegdroeg. De redenen:

-ikzelf was er in de zestiger en zeventiger jaren van vorige eeuw lid van;

-mijn vader Victor is er zeer lang lid van geweest en was van 1958 tot 1974 voorzitter van de jongensafdeling;

-Jacqueline Schepers, mijn moeder, is er zeer lang lid van geweest en was van 1949 tot 1965 secretaris en van 1956 tot 1978 voorzitster van de meisjesafdeling.

Het is dan ook niet meer dan logisch dat vooral de periode die mijn ouders lid en bestuurslid waren, me vooral interesseerde.

 

Gemakshalve lees ik de tekst van voor naar achter op zoek naar gegevens over mijn ouders; dit komt grotendeels overeen met het chronologische verhaal van de SMG of Sint-Martinus Turngilde en de KSMG of Koninklijke Sint-Martinus Turngilde. Wanneer ik hiervan afwijk en put uit de bijlage over besturen en de bronvermelding, zal ik dat nadrukkelijk vermelden.

Een volledige lijst met vermeldingen van mijn ouders het hun afbeeldingen op foto’s:  

-Victor Wouters staat uiterst rechts op afbeelding 32 op bladzijde 24. Hij wordt niet bij naam genoemd;

-Jacqueline Schepers wordt vermeld als secretaris van de in 1949 opgerichte meisjesafdeling die een apart bestuur krijgt (bladzijde 29);

-Victor Wouters wordt in 1947 samen met Elie Steens, vermeld als leider, chef in het Hals (bijlage over besturen, pagina 50). Hij blijft dat tot in 1954. Vreemd genoeg wordt 1950: begin van een glansperiode o.l.v. Chef Elie Steens (pagina 30; in de tekst onderlijnd) genoemd. Waarom wordt mijn vader doodgezwegen?!;

-Jacqueline Schepers staat op de achterste rij als derde van uiterst rechts op afbeelding 45 op bladzijde 32. Ze wordt niet bij naam genoemd;

-Jacqueline Schepers wordt voorzitster (bijlage over besturen, bladzijde 51). Enkele lijnen lager wordt ze nogmaals vermeld, nu als Wouters-Schepens i.p.v. Schepers (bijlage over besturen, bladzijde 51);

-Victor Wouters en Jacqueline Schepens i.p.v. Schepers staan afbeelding 52 uit 1949 op bladzijde 34. Ten onrechte wordt er vermeld dat zij de echtgenote van mijn vader was. Ze zijn pas in 1954 getrouwd. Er wordt vermeld dat mijn vader tot 1971 voorzitter was;

-Victor Wouters neemt In (…) uiterst moeilijke omstandigheden (…) het voorzitterschap over. (…) Door het voorzitterschap van Victor Wouters als voorzitter van de jongensafdeling en Jacqueline Schepers  als voorzitsters van de meisjesafdeling. Beiden zetten zich onvermoeid in voor “hunne gummenas”. Wat zij beiden in de periode dat ze het voorzitterschap waarnamen voor de groei en bloei van de Gilde gepresteerd hebben, is onmeetbaar. (bladzijden 34-35). Waarom wordt dat onmeetbaar niet met voorbeelden waarvan er nochtans tientallen zijn, gestaafd?!;  

-Victor Wouters en Jacqueline Schepers staan op afbeelding 52 uit 1963 op bladzijde 35. Ze zitten op de derde rij, respectievelijk als vierde en vijfde van rechts. Ze worden niet bij naam genoemd. Ikzelf zit op de eerste lijn, als tweede van rechts;

-Jacqueline Wouters-Schepens i.p.v. Schepers heeft een film gemaakt over de tweedaagse wedstrijd, te weten het Nationaal Bondkampioenschap voor Turners in Halle (bladzijde 37; het laatst-geciteerde fragment is in de tekst onderlijnd). Wat is er van die film geworden? Waarom zijn geen beelden eruit afgedrukt?;

-Victor Wouters kreeg er, te Wien n.a.v. de FICEP-spelen in 1966, een proces-verbaal omdat hij de straat overstak terwijl het rood was ! (bladzijde 38);

-Victor Wouters en Jacqueline Schepers staan op afbeelding 60 uit 1966 op bladzijde 38, respectievelijk als vierde van rechts en als de persoon net achter de vrouw die aan de tafel zit. Ze worden niet bij naam genoemd. Op de bovenste rij staan mijn neef Dirk Wouters en mijn oom François Wouters, respectievelijk als derde en eerste van rechts;

-Victor Wouters staat achteraan centraal, met kostuum, op afbeelding 61 uit 1968 op bladzijde 38. Hij wordt niet bij naam genoemd;

-Victor Wouters en Jacqueline Schepers staan op afbeelding 62 uit 1968 op bladzijde 39. Mijn moeder is de zevende van rechts; mijn vader staat 2 plaatsen verder naar links. Ze worden niet bij naam genoemd;

-Victor Wouters wordt vermeld als lid van de “oude” generatie (…) bestuurders van het begin van de zeventiger jaren van vorige eeuw (bladzijde 39). Oud?! Hij was een veertig;

-Victor Wouters trekt zich In 1974 (…) na 16 jaar terug als voorzitter van de Gilde (bladzijde 40). Mevrouw Michiels blijkt er maar op los te schrijven: nu eens eindigt het voorzitterschap van mijn vader in 1971, dan weer in 1974. Over het einde van het voorzitterschap van mijn moeder in 1978 rept ze zelfs met geen woord.

Ik heb met een vergrootglas moeten zoeken om iets over mijn ouders te vinden. Ze waren nochtans zeer nauw bij de (K)SMG betrokken:

-mijn vader was gedurende 16 jaar voorzitter. Slechts zijn voorganger Paul Petre deed met 17 jaar net iets beter;

-mijn moeder was 22 jaar voorzitster. Haar mandaat werd zelfs niet benaderd.

Een korte optelsom leert me -ik stop in 2005- dat er

-75 jaar bestuur van een jongensafdeling was (1905-1980);

-31 jaar bestuur van een meisjesafdeling was (1949-1980);

-25 jaar algemeen bestuur, dus van jongens- én meisjesafdeling was (1980-2005).

Een totaal van 131 jaar waarvan mijn ouders maar liefst 38 jaar of 29 % voorzit(s)ter waren.

Ik zit met vragen. Waarom worden de namen van mijn ouders zo weinig vermeld? Waarom wordt slechts één keer vermeld dat ze op een foto staan? Waarom wordt onzorgvuldig omgesprongen met de schijfwijze van de familienaam van mijn moeder, Schepens en Schepers door elkaar terwijl het Schepers moet zijn? Waarom worden verkeerde zaken meegedeeld?

Het lijkt er sterk op dat er sprake is van bewuste, doelbewuste verzwijging. Ik beperk me tot volgende zaken:

-wat waren de verwezenlijkingen van mijn vader gedurende zijn 16 jaar voorzitterschap? Nooit heeft de (K)SMG op olympische toestellen beter gepresteerd op kampioenschappen. Zonder mijn vaders werklust die niet te veel op zijn bestuur moest rekenen, en zijn financiële inbreng zou dat nooit gebeurd zijn;

-waarom lees ik geen woord over de oprichting van “Start 65”, een turnkring uit Buizingen, en de dubieuze rol die daarin door leden van de (K)SMG gepeeld is. Ik denk aan Henri Borremans, Jeanine Deleener en Pol Middag;

-waarom worden de redenen van vooral het ontslag van mijn vader niet vermeld?

 

Ik hoed me om het woord afrekening in de mond te nemen. Het kan ook gewoon maar gaan om onzorgvuldigheid in het algemeen. Ik citeer er enkele voorbeelden van:

-ik heb gelezen: 100 jaar, zo oud is de Koninklijke Sint-Martinus Turngilde (bladzijde 2). Dit klopt niet! De KSMG is ontstaan in 1965 en was dus in 2005 maar 40 jaar oud;

-een zekere Jean Wouters zou van 1939 tot 1941 schatbewaarder geweest zijn (bijlage over besturen, bladzijde 50). Dit klopt niet. Jean Wouters was Jean Wauters. Hij was een neef van mijn vader. Dit wordt niet vermeld;

-een zekere François Wouters was van 1941 tot 1947 secretaris tot 1947 en van 1949 tot 1952 schatbewaarder (bijlage over besturen, bladzijde 50 ). Hij was een broer van mijn vader. Dit wordt niet vermeld;

-In datzelfde jaar, 1950, ligt de Gilde ook aan de basis van het ontstaan van de Sint-Genesius Turngroep in Sint-Genesius-Rode. Jean Wauters, één van de turnende leden, trouwt met een meisje uit Sint-Genesius-Rode en verhuist naar Rode. Hij sticht daar de nog steeds bestaande Sint-Genesius Turngroep (bladzijde 31). Plots wordt de familienaam van Jean Wauters wel juist geschreven. Michiels weet niet wat ze wil. Eerst beweert ze dat de SMG aan de basis van het ontstaan van een andere turngroep zou liggen: ze zou ze dus effectief opgericht hebben. Later beweert ze dat Jean Wauters ze zou opgericht hebben. Ze noemt hem één van de turnende leden (bladzijde 31) en gaat zo voorbij aan het feit dat hij van 1939 tot 1941 schatbewaarder en dus bestuurslid geweest is;

-de strijd tussen “La Populaire” en de SMK;

-in 1965 wordt Professor Dr. P.P. Denayer, voorzitter van de Katholieke Belgische Turnfederatie en geboren Hallenaar, tot ereburger van de stad verheven (bladzijde 36). Wat die persoon in een publicatie over de SMG komt doen, mag Joost weten. Nergens in de tekst is een spoor van een link terug te vinden;

-een zekere burgemeester Devoghel uit Halle (bladzijde 41) wordt vermeld. Halle heeft nooit een burgemeester met die naam gehad. Kan het zijn dat Albert Devogel bedoeld wordt?!;

-vergeefs heb ik naar een lijst van Brabantse en Belgische kampioenen gezocht.

 

Waar is het fout gelopen? Ik zie 3 redenen:

-de bronvermelding is erg onvolledig samengesteld. Hetr is dan ook niet mogelijk om te weten welke artikels uit periodieken geraadpleegd zijn. Ik heb vergeefs gezocht naar het archief van mijn vader over zijn voorzitterschap die nog in het bezit van mijn moeder moet zijn. Is het geraadpleegd?;

-het lijstje van getuigenissen is heel kort: slechts 4 personen werden gehoord. Ik kan zonder veel moeite een lijst met een twintigtal namen opstellen van  personen die tot een genuanceerd en objectief inzicht in de (K)SMG zou geleid hebben. Zelfs ik kan tal van details en anekdotes vertellen over het voorzitterschap van mijn vader, die bijvoorbeeld zijn ontslag kunnen verduidelijken;

-kan het dat de KG&OKH, een geschied- en oudheidkundige kring uit Halle, Brigitte Michiels, lid van de jubilerende turnvereniging en niet-geschiedkundige, de kans geeft om een overzicht van 100 jaar neer te schrijven. De kans van subjectiviteit en dus geschiedenisvervalsing was vanaf het begin aanwezig.

 

Beweren dat “100 jaar Koninklijke Sint-Martinus Turngilde” van Brigitte Michiels een maat voor niets geweest is, zou ik niet durven te beweren. Wel stel ik in het algemeen vast dat het werk onvolledig en dus onjuist is. Wel stel ik in het bijzonder vast dat het werk mijn ouders en vooral mijn vader Victor Wouters onrecht aangedaan heeft.

Misschien kan er nu al werk gemaakt worden van hét ultieme (K)SMG-werk dat ter gelegenheid van verjaardag 120, 125 of 150 zou verschijnen en zou uitgaan van een gedegen onderzoek van mondelinge, geschreven en visuele bronnen?!

 

[1] MICHIELS, Brigitte. 100 jaar Koninklijke Sint-Martinus Turngilde. Verschenen als: Hallensia, jg. 27, nr. 2, april-juni 2005. 

Geschreven door Rik Wouters om 00:00

KUNST VAN HALLENAARS, DOORLOPEND TENTOONGESTELD BUITEN HALLE


Georges De Geetere (Amiens, Frankrijk, 13 januari 1859 - Halle, 14 april 1929): naam onbekend;

-plaats: Sint-Veroonkerk, koor, Lembeek;

-omschrijving: fresco; 1900-1902;

-sinds 1900-1902.:

 

Georges De Geetere (Amiens, Frankrijk, 13 januari 1859 - Halle, 14 april 1929): Calvarie met Maria-Magdalena;

-plaats: église Saint-Pierre-et-Paul, Orgeo;

-omschrijving: schilderij; 1891-1900;

-sinds 1891-1900.

 

Georges De Geetere (Amiens, Frankrijk, 13 januari 1859 - Halle, 14 april 1929): “De Graflegging”;

-plaats: église Saint-Christophe, Hanzinelle;

-omschrijving:schilderij; 1903;

-sinds 1903.

 

Georges De Geetere (Amiens, Frankrijk, 13 januari 1859 - Halle, 14 april 1929): “Doortocht door de Rode Zee”;

-plaats: Sint-Jozefkerk, doopkapel, Tilburg, Nederland;

-omschrijving: fresco; 1912;

-sinds 1912.

 

Georges De Geetere (Amiens, Frankrijk, 13 januari 1859 - Halle, 14 april 1929): “Fresco van de Acht Zaligheden”;

-plaats: Sint-Pieters-in-Banden, Oudenaken;

-omschrijving: fresco; 1918;

-sinds 1918.

 

Georges De Geetere (Amiens, Frankrijk, 13 januari 1859 - Halle, 14 april 1929): “Fresco van het K. Kruisaltaar”:

-plaats: Sint-Pieterskerk, Sint-Pieters-Leeuw;

-omschrijving: fresco; 1917;

-sinds 1917.

 

Georges De Geetere (Amiens, Frankrijk, 13 januari 1859 - Halle, 14 april 1929): “Fresco van het O.-L.-Vrouwaltaar”:

-plaats: Sint-Pieterskerk, Sint-Pieters-Leeuw;

-omschrijving: fresco; 1917;

-sinds 1917.

 

Georges De Geetere (Amiens, Frankrijk, 13 januari 1859 - Halle, 14 april 1929): “Heiligen uit het Oude en Nieuwe testament”;

-plaats: Sint-Jacobskerk, concha Mariakapel; ’s-Hertogenbosch, Nederland;

-omschrijving: fresco; 1915;

-sinds 1915.

 

Georges De Geetere (Amiens, Frankrijk, 13 januari 1859 - Halle, 14 april 1929): “Kroning van Maria”;

-plaats: Sint-Alfonsuskerk, Mariakapel; Beneden-Leeuwen, Nederland;

-omschrijving: fresco, 1921;

-sinds 1921.

 

Georges De Geetere (Amiens, Frankrijk, 13 januari 1859 - Halle, 14 april 1929): kruiswegstatie “Jezus troont de wenende vrouwen”;

-plaats: Sint-Jozefkerk, Tilburg, Nederland;

-omschrijving: fresco; 1909;

-sinds 1909:

-allerlei: naar aanleiding van de geboorte van prinses Juliana op 30 april 1009.

 

Georges De Geetere (Amiens, Frankrijk, 13 januari 1859 - Halle, 14 april 1929): kruiswegstatie “Jezus valt onder het kruis”;

-plaats: Sint-Jozefkerk, Tilburg, Nederland;

-omschrijving:fresco; 1906-1910;

-sinds 1906-1910.

 

Georges De Geetere (Amiens, Frankrijk, 13 januari 1859 - Halle, 14 april 1929): kruiswegstatie “Jezus wordt ontkleed”;

-plaats: Sint-Jozefkerk, Tilburg, Nederland;

-omschrijving: fresco; 1906-1910;

-sinds 1906-1910.

 

Georges De Geetere (Amiens, Frankrijk, 13 januari 1859 - Halle, 14 april 1929): “Magnificat”;

-plaats: Sint-Jacobskerk, zijwand Mariakapel; ’s-Hertogenbosch, Nederland;

-omschrijving: fresco; 1922;

-sinds 1922.

 

Georges De Geetere (Amiens, Frankrijk, 13 januari 1859 - Halle, 14 april 1929): “Musicerende Engelen”;

-plaats: Sint-Jacobskerk, concha Mariakapel, ’s-Hertogenbosch, Nederland;

-omschrijving: fresco; 1920;

-sinds 1920.

 

Georges De Geetere (Amiens, Frankrijk, 13 januari 1859 - Halle, 14 april 1929): “Panorama van Antwerpen”;

-plaats: café Domus, Leuven;

-omschrijving: keramiektegels; 1926.

 

Georges De Geetere (Amiens, Frankrijk, 13 januari 1859 - Halle, 14 april 1929): “Portret van mevrouw De Geetere-De Roever”;

-plaats: Museum Elsene;

-omschrijving: schilderij;

-allerlei: mevrouw De Geetere-De Roever was de echtgenote van Georges De Geetere.

 

Georges De Geetere (Amiens, Frankrijk, 13 januari 1859 - Halle, 14 april 1929): Sint-Jacobskerk, ’s-Hertogenbosch, Nederland;

“Toewijding van de parochie van Sint-Jacob aan het Allerheiligste Hart van Jezus”;

-plaats: Sint-Jacobskerk, zijwand Sacramentskapel; ’s-Hertogenbosch, Nederland;

-omschrijving: fresco; 1911;

-sinds 1911.

 

 Rik Wouters: gedicht "De turnster":
-plaats: "Mr.V-arena" in "De Schorre", Sportparklaan 1 te Oostende;
-in het kader van de "Sportpoëzieroute";
-tekst:
     DE TURNSTER

     Gitaristen strelen vormelijkheden. Vier vrouwen hebben
     handen veranderd in schelpen die niet sluiten. Angstig
     en bleek betreedt de turnster de vloer die uitdeint. Snaren
     snellen ter hulp. Hoger dan ooit verheft zich het lichaam
    
     tot omgeving oplost. Gracieus betasten tenen te weinig
     en plots het podium. Tokkelende vingers doen voeten
     fragiel onbewust hinderlagen ontwijken. Loom wordt
     gymnastes lach. Musici die introvert klanken beroeren, 
   
     dromen weg en versnellen ritmisch. De te jonge turnster 
     dreigt vertederend en kwetsbaar weg te glippen. Bruusk
     breekt de rauwe stem muziek af die neerstort. Hulpeloos
     staart het kindje: niet meer kan ze de kloof overbruggen.
-sinds 2007. Officiële inhuldiging van de hele "Sportpoëzieroute" in 2009;
-allerlei 1: gepubliceerd in BEVERS, Bert. (samenstellier). Langzaam juichen. De poëzie in sport / De sport in poëzie. Modus Vivendi, Antwerpen. 2000;
-allerlei 2: DELHEYE, Pascal en VERHEGGHE, Willie (samenstellers). Ook wij waren winnaars. 150 sportgedichten uit Nederland en Vlaanderen. De Geus, Breda en Poëziecentrum, Gent. 2005;
-allerlei: het gedicht heeft de grondoefening als onderwerp en maakt deel uit van een cyclus van 4 gedichten over de 4 toestellen van het vrouwenturnen.

Rik Wouters: gedicht "Geitjes geven kaas en meer":
-plaats: "Baljuwhuis te Galmaarden (2010-2011);
-in het kader van de "Rik Woutders Dorpsdichter Galmaarden 2010"";
-tekst:
     GEITJES GEVEN KAAS. EN MEER

     Er leefden eens lang geleden in een wei in het paradijs
     van de Pajotten 7 geitjes. Het eerste liep het snelst;
     het tweede het meest. De hemelse herder met een geit
     op de schouders koesterde zijn kudde. Het derde sprong

     het verst; het vierde het hoogst. De herder molk de kudde
     met zachte hand. Het vijfde at het meest; het zesde dronk
     als de beste. De herder maakte kaas. En het zevende
     deed wat alle anderen niet durfden. De herder deelde

     zijn kaas die eeuwig leven gaf, met gulle hand uit. Eden
     werd echter bedreigd: 2 wolven lagen op de loer. Bloed
     liep bij de zwarte met voorpoten wit van bloem als water
     uit de mond: vers vlees was wat hij wou. De witte die ik
    
     zou kunnen zijn, wilde slechts kaas: hij wist dat geitjes
     meer dan weelde zijn. Hij doodde de zwarte met hulp
     van de herder. Nog steeds spelen geitjes vrij in de wei:
     ze tellen is moeilijk. Ze hebben zich vermenigvuldigd.

Geschreven door Rik Wouters om 00:00

STRAATNAMEN (2): JAN VAN DEN WEGHE EN GHISLAIN LAUREYS


In Halle kregen letterkundigen een straat naar hen genoemd. Ik denk aan de dichters Guido Gezelle en Jan Vandemaele. Gezelle was Bruggeling en Vandemaele inwoner van Erembodegem. Ik heb naar een link met Halle gezocht. Vergeefs.

Ik ben op zoek geweest naar straten genoemd naar Halse letterkundigen. Ik ben op zoek geweest naar straten genoemd naar de Halse dichters Jan van den Weghe en Ghislain Laureys. Vergeefs.

 

Er zijn geen straten genoemd naar van den Weghe en Laureys.

Vreemd. Ze zijn nochtans in Halle geboren en hebben er gewoond, Laureys zelfs zijn hele leven op hetzelfde adres.

Nog vreemder. Ze hebben Halle in hun werk uitgebreid aan bod laten komen. Laureys heeft de stad, met een bijzondere aandacht voor de basiliek en vooral de zwarte madonna, en belangrijke personen bezongen in zijn poëzie en heeft werk van kunstenaars aan de Hallenaar voorgesteld. van den Weghe heeft ook gedichten over Halle geschreven. Hij heeft Halle zelfs als ‘hoofdpersonage’ in proza laten optreden. 

 

Er zijn in Halle geen straten genoemd naar de Halse dichters van Jan van den Weghe en Ghislain Laureys.

Waarom niet?

Kent de Stad hen niet?! Kent de Stad haar eigen dichters -en bij uitbreiding haar eigen kunstenaars- niet?!

Kent de Stad hen wel, maar vindt ze hun werk niet goed?! Kent de Stad hen wel, maar vindt ze hen niet representatief genoeg om een straat naar hen te noemen?! Kent de Stad hen wel, maar heeft ze geen respect voor die kunstenaars?!

 

Het wordt hoog tijd dat Jan van den Weghe en Ghislain Laureys in ‘hun’ stad een straat naar hen genoemd krijgen. Of zullen ze even lang moeten wachten als de patroonheilige van de basiliek naar wie pas in 1971 de Sint-Martinus-weg, ‘zeer goed’ weggestopt tussen het vroegere Jezuïetencollege en de tuin van het vroegere hospitaal, genoemd werd?!  

 

 

Geschreven door Rik Wouters om 00:00

AARTSHERTOG ALBRECHT EN HALLE


In 1877 verscheen “Le règne de Philippe II et la lutte réligieuse dans les Pays-Bas au XVIe siècle” [1] van monseigneur Namèche, recteur émérite de l’Université de Louvain. Het magistrale werk van 4 boeken, 8 boekdelen, 32 hoofdstukken en meer dan 3.600 bladzijden heeft de periode van religieuze en andere opstanden die hun oorsprong vonden in het (wan)bewind van Karel V en deel uitmaakten van de ‘aangebrande’ erfenis van Filips II die in tegenstelling tot zijn vader tot dé boeman van de ‘Nederlanden’ uitgroeide, als onderwerp.

Halle duikt er terloops in op, op bladzijde 425 van het achtste boekdeel. Ik citeer: On désirait vivement en Espagne voir le mariage de nos nouveaux souverains s’accomplir avant la mort de Philippe II, que était imminente. Malgré le désir exprimé par les états généraux, Albert dut se hater de mettre ordre au gouvernement des provinces,  […]. L’archiduc […] partit le 14 décembre avec une suite de mille chevaux, et se rendit d’abord à Notre Dame de Hal, lieu situé à trois miles […] de Bruxelles, et fameux par les pèlerinages. Ce fut là qu’il déposa le chapeau et la pourpre romaine, et qu’après avoir fait sa prière, il prit son chemin […].

 

Met nos nouveaux souverains worden Albrecht, in de tekst Albert genoemd, en Isabella bedoeld, in de ‘Nederlanden’ bekend als de aartshertogen of de landvoogden van vermelde ‘landen’. Wie waren ze eigenlijk?

Albrecht (15 november 1559 - 13 juli 1621) was een zoon van keizer Maximiliaan II van Oostenrijk. Die Maximiliaan was een zoon van Ferdinand, jongere broer van Karel V, die hij als keizer opvolgde. Diezelfde Maximiliaan was gehuwd met Maria, dochter van Karel V. Besluit: Maximiliaan was gehuwd met zijn nicht.

Isabella (12 augustus 1566 - 1 december 1633) was dochter van Filips II, zoon van Karel V, en diens derde echtgenote. Die Filips was neef van Maximiliaan II, vader van Albrecht. Besluit: Isabella was  gehuwd met haar achterneef Albrecht.

Huwen binnen de familie was onder meer in de vijftiende en zestiende eeuw binnen de adel geen uitzondering. De kerk zag er geen graten in en gaf graag en geregeld dispensatie. Het gevolg was incest met vaak zieke kinderen als resultaat.

Albrecht en Isabella waren kinderen van hun tijd en beschouwden  incestueuze huwelijken als normaal. Huwen binnen de familie was typisch voor de Habsburgers van wie Karel V met zijn eigen nicht getrouwd gehuwd was. Karel V was overigens niet de eerste die zich aan incest bezondigde; ook overspel was hem niet vreemd. Zijn Bourgondische voorouders waren ervoor gekend. Zijn grootouders langs moederskant hebben het gedaan: de Katholieke Koningen waren eveneens achterneef en -nicht. Ook Karel V’s kinderen, kleinkinderen en andere nazaten zagen er geen graten is en huwen binnen de familie, vaak met leden van de andere tak van de Habsburgers [2].

 

Achterneef en -nicht Albrecht en Isabella gingen nog een stapje verder. Albrecht was kardinaal. Inderdaad, was. Net voor het huwelijk is hij immers als kardinaal afgetreden. Of hoe moet je zoiets noemen?!        

Een kardinaal, de op één na hoogste positie binnen de kerkelijke hiërarchie, is een buitenbeentje binnen de kerk. Men moet geen monnik, priester of bisschop, kortom geen geestlijke, zijn om het te worden: iedereen kon en kan nog steeds kardinaal worden. Albrecht had met zijn blauwe bloed en zijn familieverleden uiteraard een serieus been voor op de man uit de straat.

Zoals reeds geschreven is hij net voor zijn huwelijk ‘afgetreden’. Monseigneur Namèche was ervan op de hoogte en schreef zonder er zich vragen bij te stellen dat Albrecht déposa le chapeau et la pourpre romaine.

 

Hij vermelde zelfs waar dat gebeurde. Het was à of in Notre Dame de Hal. Daarmee wordt Halle bedoeld. We kunnen van een soort pars pro toto of deel voor het geheel spreken.

Halle wordt dus vereenzelvigd met het beeld van de zwarte madonna. De kerk van Halle wordt vereenzelvigd met dat beeld. Vreemd is dit niet: op een aantal kaarten wordt Halle immers op die manier benoemd.

De kerk van Halle wordt dus vereenzelvigd met beeld van de madonna. De indruk wordt gewekt dat de patroonheilige van de kerk de heilige Maria is. Terecht? Helemaal niet. De patroonheilige is de heilige Martinus. Kan het dat een geestelijke dat niet weet?! Verwonderlijk is het niet. Vooral geetelijken lijken zich van geen kwaad bewust te zijn. Een zeventigtal jaren na Namèche, op 9 maart 1947, schreef toenmalig deken De Clercq naar aanleiding van de verheffing van de Sint-Martinuskerk tot basiliek in het “Parochieblad”: Hoe groots en wijdingvol zal dit klinken: de basiliek van O.-L.-Vrouw-van-Halle. Erger nog dan Namèche. De deken wist zelfs niet wie de patroonheilige van zíjn kerk waarin hij zijn missen las, was.

Merk terloops op dat Namèche het over Hal gehad heeft. 

 

Het neerleggen van de uiterlijke symbolen van zijn kardinaalschap in Halle is de ene keer dat Halle in Namèches opus magnum vermeld wordt. Over de aanvallen van Olivier van den Tympel in 1580 en de sterke aanwezigheid van adellijke ‘ketters’, zoals de kerk andersgelovigen noemt, heb ik geen spoor gevonden.

 

In de basiliek verijst overigens niets naar het door Namèche vermelde feit.

 

[1] NAMèCHE. Le règne de Philippe II et la lutte réligieuse dans les Pays-Bas au XVIe siècle. Charles Fontyn, Louvain. 1887.

[2] Na de regeerperiode van Karel V vielen de Habsburgse familie en haar bezittingen uiteen. De Oostenrijkse tak had het voor het zeggen in West-Europa, met uitzondering van ‘Nederlanden’, de Spaanse in Zuidwest-Europa, de overzeese bezittingen en de ‘Nederlanden’.

Geschreven door Rik Wouters om 00:00

WAPEN EN VLAG


Het Koninklijk Besluit van 19 september 1975 had tot gevolg dat Buizingen, Halle en Lembeek vanaf 1 januari 1977 één gemeente werden. De naam van de nieuwe gemeente, stad in dit geval, was Halle. Nu en dan heeft men het zelfs over Groot-Halle.

Het Decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 28 januari 1977 bepaalde dat de gemeentes binnen het jaar na de installatie van de gemeenteraad op 1 januari 1977 een nieuw wapen en vlag moest hebben. Het opstellen en vaststellen van wapen en vlag zou in Halle tot 1 oktober 1991 aanslepen.

 

 

 

Ik geef de tekst van de vaststelling en beschrijving van wapen en vlag ingekort weer:

 

Ministerieel besluit houdende bekrachtiging van het gemeenteraadsbesluit waarbij het wapen en de vlag van de gemeente HALLE worden vastgesteld.

 

DE GEMEENSCHAPSMINISTER VAN CULTUUR,

 

Gelet op het decreet van 28 januari 1977 houdende vaststelling van het wapen en de vlag van de gemeenten, inzonderheid artikel 2;

 

[…]

 

Gelet op het gemeenteraadsbesluit van de gemeente HALLE van 25 april 1991;

 

Gelet op het advies van de Vlaamse Heraldische Raad van 18 juni 1991;

 

BESLUIT :

 

Artikel  1.- Bekrachtigd wordt het gemeenteraadsbesluit van de gemeente HALLE houdende bepaling van :

1. het wapen waarvan de afbeelding als bijlage in tweevoud bij dit besluit is gevoegd.

De beschrijving van het wapen luidt als volgt :

“Gevierendeeld 1. In lazuur een uitkomende gekroonde Onze-Lieve-Vrouw met Kind Jezus van zilver, het Kind gekroond en met haren van goud 2. en 3. gevierendeeld : 1. en 4. in goud een leeuw van sabel, geklauwd en getongd van keel 2. en 3. in goud een leeuw van keel, geklauwd en getongd van lazuur 4. schuingeruit van zilver en lazuur.”

2. de vlag waarvan de afbeelding in bijlage in tweevoud bij dit besluit is gevoegd.

De beschrijving van de vlag luidt als volgt :

“Schuingevierendeeld van wit en van blauw.”

[…]

 

Brussel, 1 oktober 1991.

 

DE GEMEENSCHAPSMINISTER VAN CULTUUR,

 

[handtekening]

 

P. DEWAEL.

 

Onder Gelet blijkt duidelijk dat Halle er van 28 januari 1977 tot 25 april 1991, meer dan 14 jaar,  over gedaan heeft om een wapenschild op te stellen. Op de redenen van deze lange termijn zal ik het straks hebben.

De administratie van het Gewest, de Vlaamse Heraldische Raad, heeft er iets minder dan 2 maand, van 25 april 1991 tot 18 juni 1991 over gedaan om de gemeenteraadsbeslissing positief te adviseren.

Het Ministerieel besluit is te Brussel op 1 oktober 1991 ondertekend door DE GEMEENSCHAPSMINISTER VAN CULTUUR, toen P. of Patrick DEWAEL.

 

 

 

Vooraleer op het uitzicht van het wapen in te gaan wil ik een aantal beginselen van de heraldiek vermelden:

-Er bestaan verschillende soorten schilden waarop het wapen kan komen: het vroeggotische dat op een omgekeerde spitsboog lijkt, het laatgotische, ontstaan op het einde van de dertiende eeuw, dat onderaan halfcirkelvormig is, en het akkoladeschild, in gebruik van de zeventiende tot en met de negentiende eeuw, dat rechthoekig is met onderaan een akkolade. De verhouding tussen hoogte en breedte moet 6 op 5, 7 op 6 of 8 op 7 zijn.

Het schild of het veld kan -de opsomming is niet beperkend- gedeeld (vertikaal in tweeën gedeeld), doorsneden (horizontaal in tweeën gedeeld), gevierendeeld (combinatie van gedeeld en doorsneden), geschuind (diagonaal van rechtsboven naar linksonder in tweeën gedeeld), links geschuind (diagonaal van linksboven naar rechtsonder in tweeën gedeeld) of schuin gevierendeeld (combinatie van geschuind en links geschuind). Belangrijk om weten is dat een schild beschreven wordt vanuit het standpunt van de drager, dus wat links is voor de drager, is rechts voor wie het schild frontaal bekijkt.

Het veld wordt gekleurd met hoofdkleuren en metalen. De namen ervan doen archaïsch aan. Kleur kan nooit op kleur en metaal nooit op metaal voorkomen.

De 4 hoofdkleuren:

-azuur of lazuur, blauw;

-keel, rood;

-sabel, zwart;

-sinopel, groen. 

De 2 metalen:

-goud, geel;

-zilver, wit.

De kwartieren worden als volgt genummerd:

-1: rechtsboven volgens de drager;

-2: linksboven volgens de drager;

-3: rechtsonder volgens de drager;

-4: linksonder volgens de drager.

 

e gemeenteraadsbeslissing positief te afviseren.

raks hebben. lver en lazuureeuw gd; vn de gemeenten, inzonderheid artikel 2;

Het Halse schild is Gevierendeeld of horizontaal en vertikaal in 4 gelijke delen verdeeld.

De afbeeldingen op de kwartieren zijn:

-1. of rechtsboven: In lazuur of op blauwe achtergrond een uitkomende gekroonde Onze-Lieve-Vrouw met Kind Jezus van zilver of wit, het Kind gekroond en met haren van goud of geel;

-2. en 3. of respectievelijk linksboven en rechtsonder. Beide kwartieren zijn gevierendeeld en identiek aan elkaar. Kwartieren 1. en 4., respectievelijk rechtsboven en linksonder: in goud of op gele achtergrond een leeuw van sabel of zwart, geklauwd aan de 4 poten en getongd van keel of rood. Kwartieren 2. en 3., respectievelijk linksboven en rechtsonder: in goud of op gele achtergrond een leeuw van keel of rood, geklauwd aan de 4 poten en getongd van lazuur of blauw;

4. of linksonder: schuingeruit van zilver of wit en lazuur of blauw.

 

 

 

Schuingevierendeeld of combinatie van geschuind en links geschuind van wit en van blauw.

 

 

 

Van wapen en vlag zijn afbeeldingen bijgevoegd. Vooral die van het wapen is belangrijk.

Het schild is een akkoladeschild met een verhouding tussen hoogte (de punt van de akkolade inbegrepen) en breedte van 8 op 7.

Kwartier één toont maagd en kind die beide een kroon dragen.

In tegenstelling tot de tekst van het besluit zijn niet alleen de haren van het kind van goud, maar ook de kroon.

In vermelde tekst wordt het principe van scheiding van kerk en staat, nochtans in de Grondwet verankerd, met de voeten getreden: er staat immers Kind Jezus in plaats van kind.

Het afgebeelde tafereel toont dat waaraan Halle haar roem te danken heeft: een weergave van het beeld dat in de Sint-Martinuskerk aanbeden wordt. Het gaat om een vrij weergave en niet dé weergave van dat beeld. 2 verschillen vallen op: in plaats van een ‘sedes sapientiae’ en een ‘virgo lactans’ is er sprake van een Maria die rechtstaat en haar kind niet de borst geeft.

Kwartieren 2 en 3 zijn identiek. Ze zijn gevierendeeld en tonen wapenschilden. Ze tonen het wapenschild van Henegouwen dat samengesteld is uit:

-in kwartieren 1 en 4: de rode leeuw van Holland;

-in kwartieren 2 en 3: de zwarte leeuw van Vlaanderen.

Willem I, graaf van Henegouwen, verenigde beide leeuwen in zijn wapenschild.

Kwartier 4 toont de ruiten van Beieren. Toen Willem II, graaf van Henegouwen, in 1345 zonder kinderen stierf, ging zijn bezit over op zijn oudste zuster Margaretha. Zij was sinds 1324 getrouwd met keizer Lodewijk I, hertog van Beieren. Het is dan ook niet te verwonderen dat de latere hertogen van Henegouwen de Beierse blauwwitte ruiten aan hun schild toevoegden.

 

 

 

Zoals al vermeld heeft het opstellen van het Halse wapen aangesleept van 1 januari 1977 tot 1 oktober 1991.

Dit had niets te maken met traagheid van het Halse bestuur. Halle had als wapen al snel een fusiewapen ingediend. Daarin waren de 3 gemeentes aanwezig:

-kwartier 1: Halse madonna met kind bovenop de Beierse ruiten;

-kwartier 2: vroegere wapen van Buizingen;

-kwartier 3: vroegere wapen van Lembeek;

-kwartier 4: wapen van Henegouwen.

De reden van de aansleping ligt bij de voogdijoverheid die het voorstel van de stad niet aanvaardde wegens overbelasting.

 

Geschreven door Rik Wouters om 00:00

STRAATNAMEN (1): BRUEGELLAAN

 

De Bruegellaan verwijst in de naam naar één of meer schilders met de zo klinkende familienaam. Ik heb het gehad over:

-één of meer schilders: er zijn immers meer schilders met de zo klinkende familienaam;

-de zo klinkende familienaam: men vindt immers de schrijfwijzen Bruegel en Brueghel.

 

In zijn “Stratennummer” uit 1988 heeft Johan Vanvolsem geschreven dat de straat genoemd is naar een Familie van Zuidnederlandse schilders [1]. Dit klinkt logisch omdat de straatnaam geen voornaam vermeldt.

Welke schilders van de familie gaan achter de straatnaam schuil? Schilders die de als Bruegel klinkende familienaam droegen? Schilders met een andere familienaam, maar familiebanden met vermelde familie?

In de catalogus uitgegeven ter gelegenheid van de Bruegeltentoonstelling in het “Paleis voor Schone Kunsten” te Brussel in 1980 is een Stamboom van de Bruegeldynastie [2] opgenomen. Vermelde stamboom vermeldt als leden van de Bruegeldynastie -ik beperk me tot die namen van wie werk in de catalogus aan bod komt-:

-Bruegel: Pieter Bruegel de Oude (1525?-1569);

-Brueghel: Pieter Brueghel de Jonge (1564-1638) en Jan Brueghel de Oude (1568-1625), zonen van Pieter Bruegel de Oude, Jan Brueghel de Jonge (1601-1678) en Ambrosius Brueghel (1617-1675), zonen van Jan Brueghel de Oude, en Jan Pieter Brueghel (1628?-?) en Abraham Brueghel (1631-1690), zonen van Jan Brueghel de Jonge;

-Van Kessel: Jan Van Kessel (1626-1679?), kleinzoon van Jan Brueghel de Oude;

-Teniers: David Teniers II of de Jonge (1610-1690), schoonzoon van Jan  Brueghel de Oude.

Uitgaande van deze gegevens kan ik slechts besluiten dat slechts de familienaam van Pieter Bruegel de Oude aan de schrijfwijze van de straatnaam voldoet. Indien men uitgaat van het feit dat de straat genoemd is naar Pieter Bruegel de Oude en zijn nakomelingen, zou de straatnaam op de dynastie of afstammelingen van toepassing zijn, ongeacht het feit van andersklinkende, zelfs andere familiienamen, te weten  Brueghel, Van Kessel en Teniers.

Zou het niet kunnen dat de straatnaam slechts op stamvader Pieter Bruegel de Oude van toepassing is? De reden zou voor de hand liggen: de overeenkomst tussen de schrijfwijze van zíjn familienaam en die van de straatnaam laten niets anders toe.

Toch is het niet zo eenvoudig als het lijkt. De stamvader heeft Tot 1559 heeft ondertekend(…) (…) met Brueghel, nadien met Bruegel [3]. Verwonderlijk in die tijd was dat niet: de naam van éénzelfde persoon werd immers vaak, meestal op verschillende manieren geschreven.

Bij Bruegel echter is er sprake van uniformiteit, dus consequentie in het schrijven van de familienaam met 1559 als keerpunt. Het zou dan ook zeer goed kunnen dat de naam van de straat slechts betrekking heet op de stamvader van dynastie.

En het wordt nog minder eenvoudig. Het zou immers zeer goed kunnen dat de naam van de straat slechts betrekking heeft op dat ‘deel’ van Pieter Bruegel de Oude vanaf 1559 tot zijn dood in 1569.

 

Hoewel ik geneigd ben om Vanvolsem te volgen, kan ik slechts besluiten met het stellen van vragen:

-is de straatnaam van toepassing op Pieter Bruegel de Oude vanaf 1559 tot zijn dood in 1569? Dit is het meest-logisch, uitgaande van de schrijfwijze. Waarom wordt de voornaam dan niet vermeld?;

-is de straatnaam van toepassing op Pieter Bruegel de Oude zonder beperking van datum. Dit is zeer goed mogelijk om de belanrijkste werken van de schilder van na 1559 dateren en hij onder die naam gestorven is. Waarom -en ik herhaal mezelf- wordt de voornaam dan niet vermeld?;

-is de straatnaam van toepassing op het Bruegelgeslacht met inbegrip van die schilders die een andere familienaam hebben? Waarom is dan niet geopteerd voor Brueghel?

Is een besluit vol vragen wel een besluit? Laat me toe om met 2 zekerheden te eindigen:

-de Stad heeft het de burger met de straatnaam niet gemakkelijk gemaakt;

-de Stad heeft met het geven van de straatnaam blijk gegeven van een gebrek aan kennis van de Vlaamse kunstwereld.

 

[1] VANVOLSEM  Johan. Verklarend register van 380 straat- en pleinnamen van Groot-Halle, ook “Stratennummer” genoemd. Verschenen als: Hallensia, jg. 10, nr. 3, juli-september 1988.

[2] DDAA. Bruegel. Een dynastie van schilders. Europalia, Brussel, 1980 [uitgegeven ter gelegenheid van “Europalia 80” in het “Paleis voor Schone Kunsten” te Brussel van 18 september tot en met 18 november 1980].

[3] DE SCHRIJVER, Machteld. Portret van de schilder en een kunstkenner. In: DDAA. Bruegel in het Pajottenland. Openluchtmuseum Dilbeek en 19 werken van Bruegel in grote reproducties. Dilbeeks Erfgoed, Dilbeek. Zonder jaartal.

Geschreven door Rik Wouters om 00:00

L. THEVENET* EN ZIJN ONOPGEMERKTE VERBLIJF IN HALLE VAN 1916 TOT 1930** (3de en laatste deel) [+ illustraties]

  

Voetnoten

[NN staat voor nominem nescio

of ik ken de naam niet,

DDAA voor diverse auteurs;

titel zijn vet gedrukt, ondertitels vet én cursief]

 

* Thevenet ondertekende zijn werken meestal met "L. THEVENET" waarbij beide T’s iets groter dan de andere letters zijn. 

** Het is niet mijn bedoeling om in deze bijdrage nader in te gaan op Thevenet’s kunst en te proberen die kunst te omschrijven en in de kunstgeschiedenis te situeren. Ik wil hier slechts vermelden dat het benoemen van de schilder als Brabants fauvist eerder berust op de periode waarin hij actief was, het feit dat tal van zijn generatiegenoten een tijdlang Brabants fauvist waren en de banden die hij had met vertegenwoordigers van dat Brabants fauvisme. Ik beschouw Thevenet als een neo- of laat-impressionist.     

*** Naar analogie met “poète maudit”.

[1] “UPV” of “Uitstraling Permanente Vorming” is een initiatief van de Vrije Universiteit Brussel. “UPV, kern Halle (Zennevallei)” is een lokale afdeling die in vermeld gebied voordrachten en andere activiteiten rond cultuur in de breedste zin van het woord organiseert. Ze verzendt geregeld een electronische nieuwsbrief over activiteiten en werking. Geïnteresseerden kunnen informatie krijgen en/of zich abonneren via rik.wouters@pandora.be.

[2] WOUTERS, Rik. Thevenet, Louis François Joseph Marie, kunstschilder. Nationaal Biografisch Woordenboek, deel XVIII, Koninklijke Academiën van België, Brussel, 2007, kolommen 831-839.

[3] Bijna al mijn bijdragen over Thevenet zijn te lezen op https://blog.seniorennet.be/louis_thevenet, een intitiatief van de algemeen-culturele vereniging “xarnego” uit Halle en mezelf.

[4] DDAA. Retrospectieve Louis Thévenet. Brugge 1874 - Halle 1930. Gemeentekrediet, Brussel. 1990 [n.a.v. tentoonstelling “Louis Thévenet”, georganiseerd door Stad Halle m.m.v. Gemeentekrediet in Oud-Jezuïetencollege te Halle van 6 oktober tot 30 november 1990].

[5] LYR, René. Mon ami Louis Thévenet. Editions Nationales, Uccle. 1945. 

[6] NN. [Overlijdensberichten]. In: Parochieblad [Halle], jg. 23, nr. 34, 24 augustus 1930.

[7] VAN DER EECKT, Gabriëlla. Louis Thevenet: 1894-1930 Schilderij: “De Vierbunder”. Eindwerk tot het bekomen van het diploma van antiekhandelaar. I.M.O.V. Gent, Gent. 1994 [Promotor: Lieve Compernolle].

[8] Mijn laatste controle van de website dateert van 18 oktober 2008.

[9] Uit de vermelding van de naam van de laan, die in hoofdletters geschreven is, is niet duidelijk of het nu om Thevenet, dan wel Thévenet gaat. Ik houd het bij Thévenet, uitgaande van de vele keren dat de Stad Halle de naam verkeerd heeft geschreven.

[10] NN. Louis Thevenetpad. Fietsen en wandelen te Halle & omgeving. VVV, Halle. 1997 [bijgewerkte tekst uit de Gazet van Halle, 1963].

[11] Van 12 september tot 21 december 2006 sprak ik in de Halse binnenstad 683 mensen aan om aan een enquête rond Thevenet mee te werken. 356 aangesprokenen vielen af, ofwel omdat ze niet in het Halle van vóór de fusie woonden of gewoond hebben, ofwel omdat ze om diverse redenen niet wensten mee te werken.

327 mensen verleenden hun medewerking. Hun leeftijd werd genoteerd: 87 waren maximum 18 jaar, 77 van 19 tot en met 40, 92 van 41 tot en met 60 en 71 ouder dan 60. Ze kregen maximum 6 vragen te beantwoorden. De vragen:

-(1) Zegt de naam van Louis Thevenet of Thévenet je iets?;

-(2) In welke periode leefde hij?;

-(3) Wat was zijn beroep?;

-(4) In welke stijl schilderde hij?;

-(5) Heb je ooit werken van hem gezien?;

-(6) Waar heb je werken van hem gezien?

Aan wie op (1) niet kon antwoorden, werden (2) tot en met (6) niet gesteld, aan wie op (3) niet kon antwoorden, werden (4) tot en met (6) niet gesteld en aan wie op (5) niet kon antwoorden, werd (6) niet gesteld.

Antwoorden:

-(1) Bevestigend antwoord: 98 (27,75 %);

-(2) Vermelding van één datum of meer data van 1874 tot en met 1930 werd als juist beschouwd: 51;

-(3) Beroepen als schilder, artiest of kunstenaar werden aanvaard: 87 (24,43 %); 

-(4) Brabants fauvisme: 17; fauvisme: 21; impressionist: 19; andere (realist, post-impressionist of expressionist) of geen: 30;

-(5) Bevestigend antwoord: 26 (7,3 %);

-(6) Tentoonstelling in Halle in 1990: 12; boek of andere catalogus: 10; andere (museum, andere tentoonstelling, internet of privé-persoon): 4.

[12] NN. Nadere kennisneming met de onbekende Thevenet. In: Gazet van Halle, jg. 62, nr. 18, 1960, p. 1 en 5.

[13] REVIERS, Kurt. Louis Thévenet. Het onbehagen van een naïeve volksschilder. In: Brabant, juni 1985, p. 34-41.

[14] VANVOLSEM, Johan. Verklarend register van 380 straat- en pleinnamen van Groot-Halle. In: Hallensia, jg. 10, nr. 3, juli-september 1988.

[15] VANVOLSEM, Johan. Lexicon bekende Hallenaren. Verschenen in: Verhandelingen nieuwe reeks nr. 34, Hallensia, Halle. 2007.

[16] VANVOLSEM, Johan. Verklarend register van 380 straat- en pleinnamen van Groot-Halle. In: Hallensia, jg. 10, nr. 3, juli-september 1988.

[17] NN. Louis ‘la Nature’ Thevenet (° Brugge 1874 + Halle 1930) Deel ½. Gazet van Halle, jg. 2008, nr. 11, 21 mei 2008, p. 17.

[18] SEVERS, Tom. Cultuurbeleid in Halle. Evaluatie. Stad Halle, Halle. 1994.

[19] Ik herinner me die winkel nog uit mijn jeugd. Ik ging er toen turnpantoffels kopen. Het was een zaak zoals er vroeger vele in Halle waren: een combinatie van 2 handelszaken: schoenenwinkel en café  waar onder meer jenever geschonken werd.

[20] WOUTERS, Rik. L. THEVENET onbegrepen dichter van een oeuvre vol dagdagelijkse voorwerpen. over zijn vrijwillige ballingschap in Halle  van 1916 tot 1930. Eindwerk tot het behalen van het diploma “Toeristische Gids”. Elishout, Anderlecht. 2007 [Promotor: Machteld De Schrijver]. xarnego, Halle.].

[21] WALSCHOT, L. De “reekening van Emma”. In: Hallensia, jg. 12, nr. 4, oktober-december 1990, p. 13-74.

[22] De titels zijn pas aan de werken gegeven na 1947 toen de kerk basiliek werd. Hieruit kan afgeleid worden dat tal van titels niet door Thevenet aan zijn werken werd gegeven.

[23] NN. Louis Thévenet aimait Drogenbos. Fille adoptive du peintre disparu en 1930, Jeanne Mommaert (80) se souvient de son enfance passée entre Drogenbos, Calevoet en Hal… In: La Lanterne, 8 januari 1993, p. 2.

[24] Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België - Archief voor Hedendaagse Kunst in België. Museumstraat 9 te 1000 Brussel. De voetnoot wordt geregeld door een registratienummer gevolgd.     

[25] LYR, Claude. Het mysterie Thévenet. In: DDAA. Retrospectieve Louis Thévenet. Brugge 1874 - Halle 1930. Gemeentekrediet, Brussel, p. 45-53. 1990 [n.a.v. de tentoonstelling “Louis Thévenet”, georganiseerd door de Stad Halle m.m.v. het Gemeentekrediet in het Oud- Jezuïetencollege van Halle van 6 oktober tot 30 november 1990]. 45-53.

[26] DE BECKER, Urbaan. François Van Haelen (1872-1939). Brouwer en mecenas. In: DDAA. Het Brabants Fauvisme. De verzameling François Van Haelen. Gemeentekrediet, Brussel, p. 11-57. 1994  [n.a.v. de tentoonstellingen in het Herman Teirlinckhuis te Beersel van 11 juni tot 10 juli 1994 en de Galerie van het Gemeentekrediet te Brussel van 9 september tot 6 november 1994].

[27] NN. Exposition de la collection F. Van Haelen. Du 10 au 23 mai 1924. […], Ukkel. 1924 [n.a.v. de tentoonstelling in het kasteel van Wolvendael te Ukkel van 10 tot en met 23 mei 1924].

[28] DE GEEST, Joost. Biografieën. In: DDAA. Het Brabants Fauvisme. De verzameling François Van Haelen. Gemeentekrediet, Brussel, p. 193-196. [n.a.v. de tentoonstellingen in het Herman Teirlinckhuis in Beersel van 11 juni tot 10 juli 1994 en de Galerie van het Gemeentekrediet in Brussel van 9 september tot 6 november 1994].

[29] GEERTS, G. en HEESTERMANS, H. Van Dale groot woordenboek der Nederlandse taal. Van Dale lexicografie, Utrecht, Nederland en Antwerpen. 1995.

[30] LYR, René. Ceux qu j’ai défendus. De Brusselmans à James Ensor. Unimuse, Tournai. 1990.

[31] [mevrouw] WOUTERS, Rik. Het leven van Rik Wouters doorheen zijn werk, p. 13-125. In: BETRAND, Olivier [samensteller]. Rik Wouters. Visies op een Levensloop. Belgian Art Research Institute, Brussel, 2000.

[32] LYR, René. Les mots et les couleurs. 1924-1930. Unimuse, Tournai. 1978.

[33] LYR, René. L’Oeuvre poëtique. Unimuse, Tournai. 1982.

[34] Op zondag 15 februari 2009 om 14.30 houd ik met vertrek op de Grote Markt van Halle een wandelvoordracht rond Thevenet en het Halle waar hij woonde.

[35] Volgende literaire projecten staan op stapel: een dichtbundel met als voorlopige titel “Of hij ooit nog thuiskomen zal, ergens, en woordenloos zal blijven spreken”; een toneelstuk, een monoloog in 3 bedrijven” met als voorlopige titel “Louis Thevenet of le peintre maudit”; de opvoering van de monoloog.

[36] Het begrip “stadschap” is ontleend aan: NN [= SCHETSKEN, Frits]. Een grootsteeds romanticus. Guy van Hoof. In: Bugatti, jg. 5, nr. 17, januari-februari 1983, p. 6. Hoewel Schetsken in zijn bespreking van poëzie van mijn vriend Guy van Hoof “stadsschap” schreef om hem als Antwerps of grootstadsdichter te typeren, heb ik naar analogie met landschap geopteerd voor “stadschap”. 

[37] DE LAERE, Robert. Louis Thévenet, de meester van Halle, een Bruggeling. In: Heemkundige bijdragen [van de Heemkundige Kring “Maurits Van Coppenolle” te Brugge], april 1998.

[38] THIJS, Valentijn. Interieur met het kooitje. Louis Thévenet 1874|1930. In: DDAA. Art @ Belgium. Dexia Bank, Brussel, p. 76-77. 2000 [n.a.v. de tentoonstelling “Art @ Belgium” van Dexia in Passage 44 te Brussel van 21 september 2000 tot 14 januari 2001]. 

 

belangrijke werken over Thevenet

[werken aangeduid met *, handelen volledig over Thevenet]

 

DDAA. Het Brabants Fauvisme. De verzameling François Van Haelen. Gemeentekrediet, Brussel. 1994  [n.a.v. de tentoonstellingen in het Herman Teirlinckhuis in Beersel van 11 juni tot 10 juli 1994 en de Galerie van het Gemeentekrediet in Brussel van 9 september tot 6 november 1994].

*DDAA. Retrospectieve Louis Thévenet. Brugge 1874 - Halle 1930. Gemeentekrediet, Brussel. 1990 [n.a.v. de tentoonstelling “Louis Thévenet”, georganiseerd door de Stad Halle met de medewerking van het Gemeentekrediet in het Oud-Jezuïetencollege te Halle van 6 oktober tot 30 november 1990].

*LYR, René. Mon ami Louis Thévenet. Editions Nationales, Uccle. 1945. 

*LYR, René. Louis Thévenet. De Sikkel, Antwerpen. 1954.

LYR, René. Ceux que j’ai défendus. De Brusselmans à James Ensor. Unimuse, Tournai. 1990.

LYR, René. Les mots et les couleurs. 1924-1940. Unimuse, Tournai. 1978.

*WOUTERS, Rik. L. THEVENET onbegrepen dichter van een oeuvre vol dagdagelijkse voorwerpen. over zijn vrijwillige ballingschap in Halle  van 1916 tot 1930. Eindwerk tot het behalen van het diploma “Toeristische Gids”. Elishout, Anderlecht. 2007 [Promotor: Machteld De Schrijver]. xarnego, Halle.].

WOUTERS, Rik. Thevenet, Louis François Joseph Marie, kunstschilder. Nationaal Biografisch Woordenboek, deel XVIII, Koninklijke Academiën van België, Brussel, 2007, kolommen 831-839.

 

webblogs en websites

 

https://blog.seniorennet.be/louis_thevenet.

https://blog.seniorennet.be/louis_thevenet2.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Louis_Thevenet.

 

PS 1: deze tekst werd in een lichtjes ingekorte versie opgenomen in Hallensia, jg. 30, nr. 4, oktober-december 2008, p. 21-34.
PS 2:
-foto 1: plakkaat aan het huis op de Lange Baan in Drogenbos waar Thevenet in 1915 en 1916 woonde;
-foto 2: grafiek van de inkomsten uit verkochte werken volgens "de reekening van Emma";
-foto 3: woning op de Consciencestraat 45 te Halle waar Thevenet van 1927 tot 1930 woonde;
-foto 4: straatnaambord van de Thevenetlaan te Halle;
-foto 5: kaft van "Ceux que j'ai défendus" uit 1990 van René Lyr. Het schilderij op de kaft is van Claude Lyr, Renés zoon, en bevat tal van werken van Thevenet;
-foto 6: "Mon ami Louis Thevenet" uit 1945 van René Lyr;
-foto 7: prentkaart met een afbeelding van Thevenet's 'De kapstok";

-foto 8: prentkaart met een afbeelding van Thevenet's "Harmonium"; 
-foto 9: prentkaart van het oude station van Halle. De persoon links met schildertas is Thevenet. 


212929-b2dc7d8f6e529a95c183dff76185432f.JPG

212929-e9a07d284db4cc4090225802296c6d69.jpg

212929-8ec3fdda0c190ba01cb25b1eb6d3005c.jpg

212929-82cf2b51bd0ce1bc1c68a6bcc7dd6414.jpg

212929-2b1101aa5e028fa476fa1fb9f22b8b27.jpg

212929-fabd7143a13e3e89cd2da74031e78783.jpg

212929-e4493f1f86ddc058ed25f10962b0d8e8.jpg

212929-50774679839699c2645bff294c94d32b.jpg

212929-05cb9368a73d3d9aed51c6b884e6be28.jpg
Geschreven door Rik Wouters om 00:00

Meer van Halle zonder Zenne

↑ Terug naar de berichten