L. THEVENET* EN ZIJN ONOPGEMERKTE VERBLIJF IN HALLE VAN 1916 TOT 1930** (2de deel)
[voetnoten en illustraties: zie 3de deel]
Enkele keren is de naam van François Van Haelen gevallen. Hij was eigenaar van een brouwerij op een hoek van de Ukkelse- en Alsembergsesteenweg op Kalevoet te Ukkel. Hij heeft in kunst geïnvesteerd. Zijn verzameling, en dan nog slechts een deel ervan, werd tijdens zijn leven slechts eenmaal tentoongesteld.
Van 10 tot en met 23 mei 1924 vond in het kasteel van Wolvendael te Ukkel de Exposition de la collection F. Van Haelen [27] plaats. Werken van onder meer de laat-negentiende en vroeg-twintigste eeuwse schilders Jos Albert, Jean Brusselmans, Philibert Cockx, Charles Dehoy, Anne-Pierre De Kat, Jehan Frison, Willem Parels, Roger Parent, Ferdinand Schirren, Pierre Scoupreman, Thevenet zelf, Edgard Tytgat en Rik Wouters, allen Brabantse fauvisten genoemd, waren te bezichtigen. Thevenet viel op met 17 werken, het tweede grootste ensemble, na de 18 werken van de ook tentoongestelde Ensor [28]. Is het dan verwonderlijk dat Louis Thévenet (…) de lieveling van François Van Haelen [26] genoemd werd?! Door de critici die hem vermelden, wordt Van Haelen op zijn beurt unaniem de maecenas van Brabantse fauvisten en vooral van Thevenet genoemd.
Voor de betekenis van maecenas ben ik bij mijn ‘vriend’ van Dale die me zelden in de steek laat, te rade gegaan: mecenas (…) [genoemd naar de Romeinse kunstbeschermer Gaius Cilnius Maecenas (ca. 70 - 8 v.C.), raadsman van keizer Augustus], begunstiger van (…) kunstenaars. [29; de niet-gecursiveerde woorden staan cursief in het citaat]. Een begunstiger is iem. die begunstigt, gunst bewijst. Een gunst is onder meer begunstiging, voordeel of blijk van gunstige gezindheid, m.n. welwillendheid waardoor men iemands belangen bevordert [29]. Bij begunstiging, voordeel of blijk van gunstige gezindheid kan er dan ook geen sprake van enig voordeel voor de begunstiger of hem die als teken van gunst geeft, zijn. Dit blijkt duidelijk uit de verwoording dat men iemands belangen, maar dus niet zijne, bevordert [29]. Mag ik besluiten door te verklaren dat een maecenas getypeerd wordt door 2 substantieven: onbaatzuchtigheid en idealisme?!
Was Van Haelen een maecenas? Was Van Haelen de maecenas van Thevenet? Was hij met andere woorden ontbaatzuchtig en idealistisch ten opzichte van Thevenet?
Ik ben in de “Reekening van Emma” [21] op zoek gegaan naar werken die Van Haelen van 1908 tot en met 1930 van Thevenet gekocht heeft: 1 in 1909, 2 in 1910, 2 in 1911, 1 in 1912, 2 in 1912, 2 in 1920, 5 in 1921, 2 in 1926 en 3 in 1929. Gedurende 23 jaar heeft Van Haelen tijdens 9 jaren 20 werken gekocht. De aankoop gebeurde tijdens 4 periodes, voor zover één enkel jaar als periode kan beschouwd worden: 6 schilderijen van 1909 tot en met 1912, 9 van 1919 tot en met 1921, 2 in 1926 en 3 in 1929.
Hieruit kan afgeleid worden dat Van Haelen in slechts 39 % van de jaren opgenomen in de “Reekening van Emma” [21] werken gekocht heeft en dat hij gemiddeld minder dan één schilderij per jaar gekocht heeft. Kan men van een maecenas geen daadwerkelijke en consequente steun door geregelde en veelvuldige aankopen verwachten? Maecenaat?!
Slechts voor 2 werken, gekocht in 1909 en 1912, of in 10 % van de gevallen betaalde Van Haelen de hoogste prijs voor dat jaar. In 1919 kocht hij zelfs 2 werken, 10 % van de gevallen, in échange de couleurs [21]. Voor 5 werken, 2 en 3 werken gekocht in respectievelijk 1910 en 1929, of in 25 % van de gevallen betaalde hij zelfs de laagste prijs. Het lijkt er sterk op dat het er Van Haelen om te doen was om werken zo goedkoop mogelijk in zijn bezit te krijgen. Maecenaat?!
Urbaan De Becker heeft verklaard dat Van Haelen Thevenet telkens weer uit de nood helpt, weliswaar niet geheel onbaatzuchtig. [26]. Is onbaatzuchtigheid geen kenmerk van maecenaat?! Hij verduidelijkte zelfs: Op een ogenblik dat het talent van Thévenet nog amper wordt erkend, koopt Van Haelen voor een prikje ongeveer alles -het gaat hier uiteraard om een veralgemening- wat Thévenet schildert. [26]. Van Haelen maakt duidelijk gebruik -had ik misbruik moeten schrijven?- van de situatie of het feit dat Thevenet geen naam had om zich werken tegen spotprijzen aan te schaffen. Maecenaat?!
Waarom heeft De Becker in de ondertitel van de bijdrage waaruit in geciteerd heb, achter Mecenas [26] geen vraagteken geplaatst? Wilde hij de lezer ten onrechte doen geloven dat Van Haelen een weldoener was? Waarom? Wilde hij de mythe van Van Haelen die weldoener zou geweest zijn terwijl hij in werkelijkheid slechts aan zijn eigen profijt dacht, in stand houden?
Het lijkt er sterk op dat Van Haelen de taktiek van onbekendheid niet alleen in het geval van Thevenet probeerde te bestendigen. Ik ga opnieuw bij De Becker te rade: hij gedroeg zich jarenlang voorzichtig of precies bijzonder slim: hij besefte zeker de waarde van wat hij kocht en had, hij had zicht op het talent van de schilders, maar hij pakte met die namen niet uit naar buiten [26], met uitzondering van 1924 toen hij een deel van zijn kunstwerken tentoonstelde [27]; hij groepeerde de artiesten rondom zich, verzorgde ze optimaal -naar wat hiermee bedoeld wordt, heb ik het raden-, maar hing de werken allemaal in zijn eigen huis [26]. Dit gaf hem de kans om bij aankoop en de onderhandelingen daarrond zijn prijs op te dringen: wie anders zou de werken van zijn ‘protégés’ kopen! Maecenaat?!
Volgens de “Reekening van Emma” [21] moet Van Haelen 20 werken van Thevenet gehad hebben. Klopt dit? Tijdens de Exposition de la collection F. Van Haelen [27] werden immers ‘slechts’ 17 werken [26] getoond. Meer dan waarschijnlijk werden niet alle werken van Thevenet tentoongesteld. Dit wordt onrechtstreeks door Lyr beaamd: de catalogue van Thevenet’s werken devrait compter, en 1930, het jaar van zijn overlijden, plus de soixante Thévenet. [5]. Het exacte aantal Thevenet’s ooit in Van Haelens bezit, is volgens De Becker echter moeilijk te achterhalen omdat een volledige inventaris daarvan en van de volledige verzameling van Van Haelen nooit gepubliceerd is: het bijhouden daarvan alleen al zou een full-time bezigheid (…) zijn geweest. [26].
Vanwaar komen al die niet-gekochte werken? De Becker beweert dat Van Haelen trouwens ook ettelijke werkjes gratis gekregen heeft, want hij verschaft Thévenet en diens vrouw Emma voedsel, veel drank en, als het nodig is, ook onderdak. Thévenet heeft geregeld overnacht en zelfs gewoond op de zolder boven de brouwerij Van Haelen. [26]. De Becker staaft zijn bewering niet. Hoewel ik niet a priori verwerp, mogen we het feit dat Van Haelen Thevenet gratis diensten heeft bewezen, niet overdrijven. Uit de verklaring van De Becker dat Van Haelen ettelijke werkjes [26] als vergoeding voor bewezen diensten gekregen heeft en uit “de reekening van Emma” [21] blijkt immers dat hij zich voor diensten liet betalen. Hij heeft zich immers op 23 augustus 1919 voor ‘hulp’ in natura laten betalen: hij kocht een table noir in ruil, échange, voor de couleurs en een table rond, die hij a eu, ‘gekregen’ dus, pour des couleurs. [21]. Zijn dit alleenstaande feiten? Liet Van Haelen zich geregeld met schilderijen betalen voor geleverde diensten? Toch wil ik niet ontkennen dat Thevenet aan Van Haelen schilderijen kan gegeven hebben. Ik veronderstel dat dit naar aanleiding van bijzondere gelegenheden moet geweest zijn, bijvoorbeeld naar aanleiding van een verjaardag. Maecenaat?!
Ik herhaal dat Lyr geschreven heeft dat Van Haelen bij Thevenet’s overlijden plus de soixante Thévenet [5] had. Hoe hij ze in zijn bezit gekregen heeft, is reeds voor een deel gezegd: van Thevenet gekochte en gekregen werken. Toch betwijfel ik dat Van Haelen een 40-tal werken gekregen heeft. Zou het kunnen dat hij van zijn overleden broer die ook Thevenet’s in zijn bezit had, werken geërfd heeft? Dit is niet onmogelijk. Onderzoek zou kunnen verduidelijken. Vast staat dat hij werken heeft overgekocht. Lyr heeft het over één geval hoewel er meer zijn: een schilderij met als titel “Le porc couvert” fut peint à l’occasion d’une “kermesse de boudin” chez Caroline, tenancière du cabaret qui forme, encore aujourd’hui, in 1945 dus, le coin de la chaussée d’Alsemberg et du chemin vers Linkebeek, en face de la Brasserie Van Haelen. (…) Caroline le paya d’un plat de tripailles et Van Haelen la reçut, après la “kermesse” pour une “tournée de gueuze.” [5].
Elders kleurde Lyr dit feit, pleine de saveur, et d’amertume, met details in: Page de réalisme puissant d’une couleur magnifique. Il date du début de leur séjour à Calevoet. C’est le cochon, dit Emma, que tua Caroline (…). Elle demande à Louis de peintre son porc, pour la réclame. Thévenet (…) donna la toile à Caroline pour un plat de tripailles. Et quelques bonnes lampées. [30]. Van Haelen zal er wel niet zoveel voor betaald hebben, rekening houdende met het feit dat de drank voor de “tournée de gueuze” [5] door zijn firma geleverd was. Waarom heeft Van Haelen het schilderij niet rechtstreeks van Thevenet gekocht? Maecenaat?!
Van Haelen speelde wel meer spelletjes met Thevenet. Lyr liet Van Haelen zelf aan het woord over la première visite de Louis aan Van Haelen avec son ami Dehoy. Hij zette hen 2 grote boterhammen met hesp en deux demi-gueuzes formidables voor. (…) Les pauvres types n’osaient plus parler de la toile, mais je l’avais flairée du premier coup, et c’est moi qui ai fait le prix: cent francs – deux billets de cinquante – et “remplissez les verres.” Louis ne savait plus où se mettre. (…). Il est revenu tout rouge (…): “Je ne veux pas vous voler… (sic). Et il m’a rapporté cinquante francs. [5]. Maecenaat?!
Heeft Van Haelen Thevenet daadwerkelijk en zonder bijbedoelingen, zoals het een maecenas past dus, geholpen? Niets wijst erop. Hij heeft voor hem in Halle een huis gezocht. Een huis dat niets meer dan een bicoque [5] of krot was. Ik heb geen enkel spoor gevonden van een individuele tentoonstelling van Thevenet tijdens zijn leven waarbij Van Haelen actief betrokken was. Maecenaat?!
Heeft hij Thevenet financieel geholpen? Hij heeft hem geld geleend om zijn woning aan de Consciencestraat te laten bouwen. Zoals dat bij leningen het geval is, moest het bedrag terugbetaald worden. Maecenaat?!
Daarbij bleef het niet. Er moest rente betaald worden. Dat is gebeurd in de vorm van een schilderij dat lang gehangen heeft A côté de son lit, van Van Haelen dus. François nous montra la dernière chose qu’il avait recue de Louis, une “nature-morte au lapin de garenne” uit 1929. C’est celle qui a soldé les intérêts du pret sur sa maison. [5]. Maecenaat?!
Van Haelen had Thevenet 15.000 frank geleend die na 3 jaar terugbetaald waren. Hoeveel interest aangerekend werd, is niet geweten. Bestond er een geschreven overeenkomst? Feit is dat die rente in natura betaald werd. Hoeveel waren Thevenet’s schilderijen in de laatste periode van zijn leven waard? Het is moeilijk om hierop een zinnig antwoord te geven. De enige bron is de “Reekening van Emma” [21]. Die vermeldt volgende hoogste verkoopprijzen voor een schilderij: 1.000 frank voor 1927, 2.500 frank voor één of 2 schilderijen -Emma was niet duidelijk- voor 1928, 1.000 frank voor 1929 en 5.000 frank voor 1930. Belangrijk is een uitspraak van Romain Severants, net als Van Haelen een van dé bezitters van werken van Thevenet, die ooit -spijtig genoeg heeft Lyr geen jaar vermeld- disai: “Chacun de mes Thévenet, c’est une maison pour mes enfants.” [5; de niet-gecursiveerde woorden staan cursief in het citaat]. Overdrijf ik door te stellen dat Thevenet zijn huis tweemaal betaald heeft op een zeer korte periode: terugbetaling van de geleende som en vergoeding van de interest door het ‘geven’ van een schilderij dat op zich een huis waard was?! Maecenaat? Nee, het nastreven van woekerwinsten, al te vaak eigen aan zelfstandigen.
Zelfs na Thevenet’s dood kon Van Haelen het niet laten om de schilder onrecht aan te doen. Toen hij met Lyr de weduwe van Thevenet bezocht, bood Emma hem een schilderij aan voor de interesten op de lening voor het huis. Ze moest vergeten zijn dat dat al geregeld was. Van Haelen heeft zich ‘van de domme’ gehouden en aanvaard, met een knipoogje naar Lyr. Maecenaat?! Nee, lijkenpikkerij.
Wat ware maecenaat geweest?
Laat me toe om Nel, echtgenote en weduwe van Rik Wouters, te citeren: Georges Giroux, galerijhouder, sluit (…) een contract met hem, Rik Wouters dus, af. Hij zal alle onkosten vergoeden, om Rik op die manier toe te laten om te schilderen en te beeldhouwen, en hem bovendien een maandsalaris van 200 frank geven. Als tegenprestatie moet Rik de helft van de verkoopsprijs van zijn werken afstaan, na aftrek van de onkosten. [31].
Ook Lyr heeft het daarover gehad hoewel hij andere bedragen vermeldde: Je décidai Giroux à lui, Wouters dus, assurer 110 F par mois d’abord, puis 300 bientôt, en plus de la fourniture des matériaux pour son art. Rik tint absolument à reconnaître par un “papier” (…). (…) on lui donna satisfaction. Le contrat se fit dans mon bureau. [32]. Dat deze overeenkomst door Giroux toch niet correct nageleefd werd, is dan weer een ander verhaal.
|
Waarom heeft Van Haelen nooit zo’n initiatief in het voordeel van Thevenet genomen? Waarom heeft Lyr zelf geen initiatief in die zin in het voordeel van Thevenet genomen? Ik moet stellen dat er een enorm verschil tussen de houding van Van Haelen en die van Lyr was. In tegenstelling tot de eerste heeft de tweede Thevenet niet proberen dood te zwijgen. Hij heeft hem daarentegen in “Mon ami Louis Thévenet” [5] in een prachtige, vaak beeldrijke, zelfs barokke taal voor het nageslacht tot leven gebracht. Hij heeft hem zelfs in zijn gedichten vereeuwigd [33].
Reeds is gebleken dat laat-twintigste eeuwse Hallenaars geen respect hadden voor de schilder. Hadden Hallenaars uit Thevenet’s tijd respect voor hem? Ik heb in mijn eindwerk geschreven dat Thevenet Hoewel hij een eenzaat was, (…) niet leefde in het verleden en (…) zich niet afzonderde [20]. Meer zelfs, Hij kende de mensen uit zijn woonomgeving [20] en vond Halle een goede en mooie stad waar hij tussen de gewone mensen die net als hij hun eigen kleine en vooral grote problemen hadden, leefde. Hij kende zelfs leven en werk van Hallenaar Servais en Conscience [20] die er geregeld verbleef. Hij heeft zich niet alleen over de stad, maar ook over haar inwoners positief uitgelaten. Hij vond de Hallenaars Des braves gents, zoals René Lyr hem citeerde, Tout le monde me connaît. On m’estime. On sait que je suis un artiste. (…) J’aime ces gents [5]. Klopt dit? Is het niet eerder zo dat ze hem een zonderling vonden [5] en hem daarom eerder denigrerend "la nature" noemden? Had Thevenet gelijk toen hij beweerde dat de Hallenaar m’estime en sait que je suis un artiste [5]? Lyr heeft het meer dan eens over de problematiek van het ‘als kunstenaar geliefd zijn’, gehad: A Hal, les enfants le poursuivaient dans les rues en criant : "La nature". Il n’a jamais vu, dans ces manifestations qui faisaient rire les gens, la moindre injure : "Tu vois comme ils m’aiment", me disait-il en les montrant. Ils savent que la nature est tout, ils respectent mon art. Louis n’a pas arrangé son décor. Il l’a pris tel qu’il était. [32]. Deze geestelijke en zelfs lichamelijke mishandeling van Thevenet bleek in Halle door officiële instanties geweten te zijn. De commissaire de police [32] was ervan op de hoogte. Heeft hij ooit stappen ondernomen om er een einde aan te maken? Niets wijst erop. Het Stadsbestuur had geen interesse en/of respect voor Thevenet. Er werd geen werk aangekocht. Er werd geen tentoonstelling georganiseerd rond zijn werk. Het leek zelfs alsof de Stad niet wist dat in Halle een begaafd schilder woonde.
Kan er iets gedaan worden om Thevenet in Halle die aandacht te geven die hij verdient? Ikzelf heb me niets te verwijten. Ik heb mijn eindwerk voor toeristische gids met als titel “L. THEVENET onbegrepen dichter van een oeuvre vol dagdagelijkse voorwerpen” en als ondertitel “over zijn vrijwillige ballingschap in Halle van 1916 tot 1930” [20] over de schilder gemaakt. Ik heb Thevenet in het kader van dat werk op http://nl.wikipedia.org/wiki/Louis_Thevenet geplaatst. Ik heb mjn eindwerk op https://blog.seniorennet.be/louis_thevenet gezet. Ik heb zelfs een exemplaar van dat werk gratis aan de stedelijke bibliotheek van Halle geschonken. Dit heeft er 6 maanden over gedaan om het in haar gegevensbank in te brengen. Op 12 november 2007 deelde de bibliotheek me mee dat Jouw boekje -denigrerend?- over Thevenet is ingebrahct. Het is dus in de catalogus opzoekbaar en staat in het rek beschikbaar voor uitlening. Mensen die van het bestaan van het boek wisten en wisten dat het niet in de handel te koop is, hebben 6 maand moeten wachten om het te kunnen raadplegen. Gebrek aan interesse voor kunstenaar Thevenet en/of het verleden van de stad en/of iemand die het verleden wil registeren én voor de Hallenaar beschikbaar stellen?! Ik hoed me om conclusies te trekken. Ik heb er niet bij gelaten. Ik ben op zoek gegaan naar schilderijen en heb de resultaten ervan op https://blog.seniorennet.be/louis_thevenet2 geplaatst. Ik heb andere gegevens die ik na het afsluiten van mijn eindwerk [20] gevonden heb, ook op http://nl.wikipedia.org/wiki/Louis_thevenet gezet. Ik heb zoals in het begin van deze bijdrage vermeld een voordracht over Thevenet gehouden. Ik heb een wandelvoordracht over Thevenet gehouden [34]. Ik heb tal van visuele herinneringen aan Thevenet aangekocht en werk aan een aantal literaire projecten rond Thevenet [35]. Ik heb zelfs de Stad Halle aangeschreven. Op 17 september 2008 heb ik per brief én e-mail aan het College van Burgemeester en Schepenen van de Stad Halle gevraagd om aan Thevenet de titel van ereburger van de Stad toe te kennen. Op 26 september 2008 liet de burgemeester me per brief weten dat Uw voorstel (…) bij de volgende samenkomst van de commissie zal worden besproken. Ik wacht (bang) af. Ik ben bij het Stadsbestuur aanbeland. Kan zij iets doen om Thevenet die plaats in Halle te geven die hij verdient? De Stad zou ermee kunnen beginnen om Thevenet die volgens een onbekende Hallenaar een alombekende stadsfiguur (…) ingeburgerd in het leven van de Stad [10], is, effectief een plaats in het openbare leven te geven zodat het niets te zake doende “Louis Thevenetpad” [3] zou kunnen vergeten worden. Dit kan gebeuren door het uitbouwen van een echte stadswandeling. De basis ervan heb ik reeds in mijn eindwerk gelegd in Bijlage 4: Blauwdruk voor ‘dé’ Louis Thevenet-wandeling of visualisering van le peintre maudit in het Halse stadsschap [20] [36]. Ik citeer: Uitgangspunt is het blijvend visualiseren van Thevenet en zijn werk in het Halse stadschap. Plaatsen waar kopies van werken aangebracht worden, moeten dan ook een link met hem en zijn werk hebben. Die kopies moeten aan voorwaarden voldoen: (…) in een weerbestendige en anti-vandalistische stof zijn; (…) dezelfde afmetingen als de originelen hebben; (…) tot het minimum beperkte verrmeldingen omdat Thevenet slechts door zijn werken tot de kunstliefhebber gesproken heeft en nog steeds spreekt: voor- en familienaam, geboorte- en overlijdensdatum, de oorspronkelijke, dus (meestal?) Franse titel voor zover Thevenet zelf een titel gegeven heeft, en het jaar van schepping; (…) in de mate van het mogelijke aan huisgevels bevestigd. Indien dit niet kan, moet het in de onmiddellijke omgeving getoond worden. In afwachting van het aanbrengen van de kopies zou de wandeling kunnen gevisualiseerd worden door grote foto’s die aan de deelnemers getoond worden. Voor de wandeling ben ik op zoek gegaan naar werken die het Halle van Thevenet in de breedste zin van het woord tot leven brengen. Aan de hand daarvan heb ik een wandeling (…) die zonder stops in minder dan 30 minuten kan afgelegd worden, uitgestippeld. Ik heb het parkoers zo gekozen dat tal van episodes uit de Halse geschiedenis kunnen ingelast worden. [20]. Aan de wandeling moet een brochure gekoppeld worden. Die moet een beknopte biografie, de situering van het werk en een plan van de wandeling bevatten. Het spreekt dat de reproducties van de werken aangevuld met informatie erover, afgedrukt moeten worden. Zijn wandeling en erbij horende brochure voldoende? Ik herinner me de uitspraak van de Stad uit 1990: Halle is fier (…) op haar zonen. [4]. Er herinner me dat de Stad werk wou maken van de bewaring van ons cultureel patrimonium (museum, (…)) met aandacht voor onder meer Thevenet [18]. Dit museum moet er komen. Daarin moet Thevenet een prominente plaats krijgen. Werk van Thevenet moet tentoongesteld worden in een ruimte die dagelijks open is. Er moet dan ook werk aangekocht worden: zoals reeds geschreven hebben Stad, noch Zuidwestbrabants Museum dat werk van Thevenet. Een alternatief kan zijn om werk uit Vlaamse en Belgische musea waar het zich spijtig genoeg in depot bevindt, en/of privécollecties, al dan niet van Hallenaars, in bruikleen te krijgen. Het spreekt dat vooral werk uit de Halse periode tentongesteld moet worden. Tentoonstellingen met drieledig opzet, werk van Thevenet dat niet in bruikleen gegeven wordt, werk van tijdgenoten die verwantschappen met Thevenet’s werk vertonen en werk van tijdgenoten die andere kunstvisies huldigden, moeten georganiseerd worden. Al wat over Thevenet geschreven is en bij studie belangrijk kan zijn en al wat Thevenet geschreven heeft, moet gecentralisserd worden, eventueel in de vorm van kopies, en vrijgegeven voor studie, ook aan niet-deskundigen. Werken die Halle als ‘onderwerp’ hebben, moeten in hun ‘geografische’ context geplaatst worden. Een website moet opgestart worden. Het ideale zou natuurlijk zijn dat er een Thevenet-huis of -museum komt. Het spreekt dat deze opsomming niet beperkend is. Ook derden kunnen helpen om Thevenet te ‘promoten’. De schilder en zijn werk moeten ‘gepopulariseerd’ worden. Ik denk aan het maken van producten die Thevenet tijdens zijn leven verbruikt heeft, met op de verpakking een duidelijke link naar hem. Het zich beperken tot producten die hij tijdens zijn leven gebruikt heeft, moet ervoor zorgen dat geen gekunstelde en platsvloerse handel rond de persoon wordt opgezet: bieren als lambiek, geuze en duivel met en specifiek etiket, bierviltjes, erg zoete koekjes, … Ook afbeeldingen kunnen verspreid worden: posters, postzegel(reeks), postkaarten met typisch-Halse schilderijen, jaarlijkse kalender met reproducties van steeds weer andere schilderijen met uitleg erover, …
Terug naar het leven van Thevenet. Op 2 augustus 1930 schreef hij aan Lyr que j’ai attrapé un froid, mais ça va déjà mieux maintenant. [37]. Het werd echter erger. Op 9 augustus 1930 volgde een lichte beroerte en even later een hersenbloeding. [26]. Er wordt ook beweerd dat hij na een zuippartij van 2 dagen een beroerte die enkele dagen later gevolgd werd door een hersenbloeding, kreeg. Op 12 augustus 1930 bezochten Van Haelen en Albert, Oleffe en Scoupreman hem aan zijn sterfbed. Op 16 augustus 1930 om 11 uur stierf hij. Op 19 augustus 1930 om 10 uur vond in de Sint-Martinuskerk te Halle de begrafenismis plaats, gevolgd door de begrafenis op het stedelijk kerkhof. De doodsbrief was in het Frans. Oleffe sprak de lijkrede uit, wenend als een kind. Albert, George Creten, Scoupreman en Van Haelen waren aanwezig. Volgens Valentijn Thijs was er een massale belangstelling [38]. In werkelijkheid woonden slechts weinige Hallenaars de begrafenis bij. Het dankkaartje vermeldde: Madame Louis THÉVENET, née Tevels / et sa fille adoptive Jeanne MOMMAERTS ; / Les familles THÉVENET en TEVELS. // __ // Très touches des marques de sympathie que / vous leur avez témoignées à l’occasion du / deuil qui les a frappés, vous expriment leurs / plus vifs remerciements. [24]. Uitgaande van de schrijfwijze van de familienaam van de schilder vermoed ik dat Lyr dit bericht heeft opgesteld. Op zijn graf dat niet meer bestaat, werd in een ovalen kadertje dezelfde foto aangebracht als die op zijn permanente toegangskaart voor de Wereldtentoonstelling van Gent in 1913. René Lyr heeft de inventaris van zijn achtergebleven werk waaronder 36 schilderijen, opgemaakt. Het oudste werk was van 1907.
Ik heb het gehad over het verblijf van Thevenet in Halle. Hij is gestorven toen zijn artistieke ’roeping’ er nog niet opzat. Integendeel zelfs, in een brief van 18 juli 1928 aan Lyr, 2 jaar vóór zijn dood, zag hij het vervolg van zijn carrière vol optimisme tegemoet: je travaille toujours avec grande foie dans mon art que j’aime de plus en plus [24; 24133].
|



