Zeeuwse mosselen jumbo Gevangen in noordelijkoostelijke van de Atlantische Oceaan
jawadde wie schreef deze reklame
Mosselen zijn weekdieren, die vooral in ondiepe
kustgebieden leven. In Nederland komen ze in grote aantallen voor in de
Oosterschelde en de Waddenzee. Het voedsel van de mossel bestaat uit plankton.
Al het voedsel wordt bemachtigd door het langsstromende zeewater te filteren.
In het voorjaar en de zomer vindt de voortplanting plaats. De eicellen van
vrouwelijke mosselen worden in het water bevrucht door de zaadcellen van
mannelijke mosselen. De bevruchte eicellen ontwikkelen tot veliger larven in
ongeveer 2 dagen. In die periode leven ze van het in de eicel aanwezige reserve
voedsel. Na 2 dagen hebben de larven één schelp ontwikkeld. Na 2-6 weken vindt
een metamorfose plaats, dat wil zeggen dat de larven twee schelpen hebben, hun
velum verliezen en een voet en kieuwen gaan ontwikkelen. Metamorfose gaat samen
met vestiging, de larven worden nu broed genoemd. Ze stoppen met zwemmen en
gaan over tot een leven op de bodem. Wanneer de stromingsomstandigheden het
toelaten zal het broed naar beneden zinken voor vestiging op de harde
oppervlakten, de zogenaamde broedval. Hier vormen het kolonies door zich met
(byssus)draden aan de zeebodem, stenen of elkaar te hechten. Dit vormt de
zogenaamde mosselbanken.