HEIBEL LITERAIR TIJDSCHRIFT
Inhoud blog
  • LAP, met 'r tieten in de pap. (Over de fijne vleeswaren van Lesley-Ann Poppe)
  • De literaire helden van olland
  • Kristien wast de gordijnen van haar stulpje op Zurenborg
  • Mie(ke) heeft verkeerd ge'GOK't
  • Het beschavingswerk van Jef Geeraerts
  • Op het knietje van Lowietje
  • Liegen voor de goede zaak (over Claus)
  • De tietenkorfjes van El Pee Boon
  • "De bende van de Kempen"
  • To be (kinky) or not to be
  • Wist je...?
  • Gewoon ongecontroleerd winden laten kan iedereen
  • Wie kent er niet die Rick de Kikker?
  • De soldatenlaarsjes van Bert Ansjo
  • Bertje Kirrewit en zijn Dolle Mol
  • Rasti Rostelli is onze enige hoop
  • Met klank gebuisd, meneer de perfessor.
  • Poedelnaakt tegen kanker
  • Charlotte Mutsaers, 'een dartel dubbeltalent'
  • De apostaten van de VRT
  • De eredoctoraten van de waanzin
  • Dolle avonturen met de Aantwaarpse PiPi's
  • Jeanine en haar Tsjeven
  • De geirriteerde eierstokken van Kristien 'Know-all' Hemmerechts
  • Hubert Lampo, een monument om tegen te pissen, dixit de pisgrage Brusselmans
    Zoeken in blog

    Archief per maand
  • 08-2012
  • 05-2012
  • 04-2011
  • 10-2010
  • 02-2009
  • 11-2008
  • 04-2008
  • 02-2008
  • 08-2007
  • 03-2007
  • 11-2006
  • 10-2006
    het blad zonder blad (voor de mond)
    Alternatief literair tijdschrift van Frans Depeuter & Robin Hannelore
    13-04-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mie(ke) heeft verkeerd ge'GOK't

    MIE(KE) HEEFT VERKEERD GE'GOK'T

    Ik kan er ook niks aan doen, maar er zijn zo van die venten die mij altijd weer doen denken aan aangekoekte mest, vuile onderbroeken, groezelige navels en klinkende veesten. Boer Sjarel is er zo een, en ook ruige rockers als Roland en Arno komen in de nabijheid.
    Er zijn ook van die vrouwen bij wie ik altijd wildbehaarde oksels, baarmoederverzakkingen en onder hun tent misschien wel een wapperende snelzeiker vermoed. Rika De Backer was zo iemand: Rika ‘rook’ ik gewoon wanneer ze op het tv-scherm kwam. En ook die twee Miekes komen enigszins tegemoet aan mijn fysieke aversie: Vogels en Van Hecke bedoel ik. Ach ja, Miekes worden ze genoemd, hoewel ze al vele jaren zowel het gewicht als het gezicht hebben om als volwaardige Mie door het leven te gaan.
    Mie Van Hecke – zo zal ik haar dan maar noemen – is weer aan de slag gegaan. Mie is directeur-generaal van het katholiek onderwijs, zoals iedereen weet, en in die functie is ze zich beginnen af te vragen of de strijd tegen de concentratiescholen nog zin heeft. “Witte scholen worden witter en zwarte zwarter”, constateerde ze plotseling, terwijl de gewone burger, zonder directeur-generaal van het katholiek onderwijs te zijn, dat al jaren geleden zag aankomen.
    Pas nu, na negen jaar, stelt Mie vast dat het ‘gelijke kansenbeleid’ geen vruchten heeft afgeworpen, integendeel: dat de kleurkloof alleen groter geworden is en dat je, hoewel ze alletwee beginnen met een P, van peren geen pruimen kunt maken.
    Ach ja, dat “gelijke kansenbeleid”, het paradepaardje van de Groenen en de Sossen, dat na de verkiezingen van 1999 door de gevogelde Mie ook tot andersgeaarden en andersgekleurden werd verruimd. En dat in 2002 tot een Vlaams decreet van Gelijke Onderwijskansen (GOK) zou leiden, dat erop gericht was in de scholen een goede mix van leerlingen te verkrijgen en komaf te maken van de concentratiescholen die ontstonden in steden waar de grote meerderheid van de kinderen van allochtone afkomst was/is.
    Mie heeft een nonennium nodig gehad om te zien dat het verkeerd geGOKt was. En Mie is niet de enige directrice-generaal die merkt dat haar mixer kapot was, ook in het gebobte kopke van de afgevaardigde bestuurder van het gemeenschapsonderwijs, Raymonda Verdyck, is een belletje gaan rinkelen. Maar Raymonda ploegt dapper voort volgens de kromme voren die zij al trok: voor haar part “zijn de middelen rond gelijke onderwijskansen te versnipperd ingezet en blijft de sociale mix nog altijd een nastrevingsdoel”. Dat Nederland ondertussen al enige tijd de hopeloze strijd tegen de concentratiescholen heeft laten varen, deert haar niet.
    Van dezelfde gedachte is onze verlichte Minister van Onderwijs Pascal Smet die nog altijd met de tomahawk staat te zwaaien. Ook hij laat zich niet uit zijn lood slaan door het slechte voorbeeld van zijn Hollandse collega, Marja Bijsterveldt, die vlakaf stelde dat het bestrijden van concentratiescholen voor haar niet langer een beleidspunt is. “Gemengde scholen blijven het doel,” rabbelt Pascal (die zijn progressieve andersgeaardheid misschien wel te danken heeft aan de Broeders van Liefde – what’s in a name! – die hem in Sint-Niklaas – nog zo’n kindervriend! – middelbaar hebben onderricht). “Wij moeten iedereen doen schitteren”, zegt hij, “maar door de bevolkingssamenstelling zijn concentratiescholen in steden als Brussel onvermijdelijk. Om de kwaliteit van het onderwijs daar op te trekken moeten we nadenken over een volledig nieuwe pedagogische aanpak.”
    Voilà dus, nog maar eens iemand die zich geroepen voelt om het onderwijs verder te misvormen.
    Maar ook Mie wil er wat aan veranderen. Zij wil dat doen door nog méér geld tegen de ‘zwarte’ scholen aan te gooien. Uit de vaststelling dat het mixen een smakeloos ‘soepke’ geworden is, trekt zij als een onversaagde multikulster de volgende conclusie: “We moeten ervoor kiezen om de concentratiescholen extra te ondersteu-nen." M.a.w. wemoeten de pijlen “wegrichten” van hetwit-zwarte doel, want "belangrijker is ervoor te zorgen dat ook de kinderen in concentratiescholen een succesvolle onderwijsloopbaan kunnen volgen”.
    Dus toch nog schitteren, allemaal. Of toch bijna allemaal, want dat de blanke kindjes van al dat roeren en klutsen wel eens zelf de greep op de dt-regels zouden kunnen verliezen, is tenslotte minder belangrijk.
    Overigens staat Mie ook niet afkerig tegen het geven van islamonderricht in haar katholieke scholen, wat Pascal uiteraard al helemaal ziet zitten. In tien katholieke scholen in het Antwerpse en Limburgse worden er overigens (met toestemming van de bisschop!) al moslimlessen aangeboden en Mie denkt aan een uitbreiding. Ook al omdat ze “heel wat gelijkenissen tussen de islam en het christendom” ziet. Maar “natuurlijk moeten moslims in een katholieke school ook nog gewone godsdienst krijgen,” besluit ze, “want onze samenleving is doordrongen van de christelijke symboliek en rituelen."
    Het enige wat Mie nooit zal toelaten is dat die afschuwelijke en heiligschennende zedenleer zou worden gegeven aan een katholieke school – wat wel jammer is voor haar dochter Katelijne, die op haar achttiende haar studie godsdienstwetenschappen en haar geloof de rug toekeerde en thans als moraalfilosofe zedenleer gééft! – Vreemd genoeg schaart Mie zich dan toch weer achter het vaandel van de geharnaste aartsbisschop André-Joseph Léonard, die, ofschoon eveneens voorstander van katholieke islamlessen, toch opnieuw lijn wil brengen in het leerprogramma voor godsdienst, dat nu een "allegaartje aan levensbeschouwelijke dingen" is. Het zou dus wel eens kunnen dat die “betere invulling van het lessenpakket” zal bestaan in het vertellen van verhaaltjes over de os en de ezel, het water dat in wijn veranderde, de opwekking van Lazarus, en misschien zelfs Daniël in de leeuwenkuil en de redding van de kuise Suzanna.

    Frans Depeuter

    13-04-2011, 09:58 Geschreven door Heibelaar
    Reageren (0)


    29-10-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het beschavingswerk van Jef Geeraerts

    Het beschavingswerk van Jef Geeraerts

    Het Kongolees Fenomeen
    ‘Dat de VrrrrT kiest voor ‘Eigen volk eerst’, weten we al lang. Tom Lanoye, Kristien Hemmerechts, Herman Brusselmans, Walter van den Broeck, Dimitri Verhulst en nog een handvol andere vriendjes-des-huizes en we hebben de Vlaamse literatuur gehad. Ook Jef hoort uiteraard bij de gegadigden. Je zal zeggen: welke Jef, maar in Vlaanderland is er toch maar één Jef, dacht ik. Dé Jef dus. Jef was dringend aan een afstofbeurt toe, want er was een halve eeuw overheen gegaan sinds hij “als een dief in de nacht” (en met de poepers in zijn broek) uit Kongo was weggevlucht. Ter gelegenheid van dat gouden jubileum had Lieven Vandenhaute - met meename van zijn echtgenoot Erwin Mortier - een fiscaal betaald reisje naar donker Afrika gearrangeerd om er, rond Dappere Jef uiteraard, een reportage te maken die in vier afleveringen zou worden uitgezonden - en later allicht nog wel eens enkele keren in herhaling zal vallen.
    Op 1 april zagen we Jef dus bij Rode Phara op schoot zitten, met zijn mondain geladderd brilletje op de neus, waaronder een stoppelgewas van 2 weken gedijdde. En reeds de dag erna mocht Lieven - Erwins eega dus - bij zijn voornaamgenoot, Verstraete genaamd, in Terzake nog eens reclame komen maken voor zijn door de Vlaamse burger bekostigde film over het Kongolees Fenomeen.
    Wat mij dadelijk opviel, was dat Jef er toch zo’n miezerig en verschrompeld hoopje uitzag, wat misschien mede te wijten was aan de slappe kalkoenhals die in zijn ongedaste hemd bungelde. Als een bedeesde kabouter zat hij naast Benno Barnard, met de handen netjes gevouwen alsof hij warempel aan het bidden was voor een goede afloop. Hij, de Grote Jager die met boog en pijl buffels had neergeknald en hun ballen had verorberd om zijn potentie te verhogen, die oog in oog had gestaan met een gruwelijke grizzly die voor hem op de loop was gegaan, die vraatzuchtige krokodillen bij hun staart had weggeslingerd, die een hele resem witjes en (vooral) zwartjes aan zijn degen had geregen en met de karwats op de luie negerruggen had gemept, die jerrycans wisky naar binnen had gegoten, kortom: die als een Titaan boven goed en kwaad verheven was geweest.

    Des Blanken Brede Borst
    Als voorsmaakje van Jefs excursie werd ons een ‘teaser’ geserveerd waarin we getuige mochten zijn van zijn Blijde Intrede in Yandungi, het broussedorp waar hij drie jaar gewoond, gewerkt en gewipt had. Het hele dorp stond de Held op te wachten, want ze waren daar “te weten gekomen” - hoe, dat was ook de wederhelft van Mortier een raadsel - dat ‘Josep-he’ in aantocht was. Als een god werd hij onthaald door de kleurlingen, die zingend van “Het Kind van het Vuur is terug, en wij zien hem, moeder” met palmtakken zwaaiden zoals toen Jezus, een week voordat hij aan het kruis werd genageld, op een ezel gezeten in Jeruzalem binnenreed.
    Zo’n onthaal hadden Lieven en Jef echt niet verwacht, o nee. Het was toch wonderbaarlijk, niet: na 60 jaar “herinnerde de lokale bevolking (zich - FD)” de barmhartige Samaritaan “als die éne blanke die hen als mens behandelde”. Abrupt vergat Josep-he dat hij nog aan het treuren was voor zijn geliefde Eleonore - die hem altijd weerhouden had om terug naar Kongo te gaan, omdat zij “een beetje schrik had voor donker Afrika” - en, zonder te beseffen dat een overjaarse kwispelaar die nog vitalisme wil uitstralen, meer wegheeft van een clown dan van een echte vent, ging hij met een plaatselijke schone aan het dansen, of iets wat daarvoor moest doorgaan…
    En dan was het ‘moment de gloire’ daar: een kale broussebewoner kwam naar Bwana Josep-he toe met de handen gevouwen - op dezelfde wijze als Jefke vroeger zijn eerste communie deed - en vlijde zich aan des Blanken Behaarde Borst. Een even oude pee als de Jager was het, zodat het niet eens uitgesloten was dat hij Josep-he inderdaad gekend had in zijn koloniale jaren. Maar al die andere palmtakwuivende en joelende zwarten waren… hoop en al 40 jaar oud, zodat ze onmogelijk Jef hadden kunnen meemaken “als die éne blanke die hen als mens behandeld had”. Toen Phara dat opmerkte, begonnen Jef zijn schoentjes even te nijpen. “Euh,” zei hij, duidelijk naar een uitweg zoekend, “euh, ze kennen mijn reputatie, hè.”

    “Hij die er de zweep oplegt”
    Die reputatie, ach ja, hoe zat dat ook alweer, wou Phara nog eens horen… “Wel,” meesmuilde Jef niet zonder trots, “ze noemden mij daar ‘mambomo’, dat wil zeggen: de man die kleiner is dan de roofdieren die hij aanvalt”. [Volgens een inboorling zou deze heroïsche uitleg niet correct zijn, want “mbomo in het Kimbusa betekent ‘slaan’, dus wie vaak slaat noemen we mambomo,” zei hij.] Dat bracht Phara natuurlijk aan het lachen. Maar het stoute meisje liet het daar niet bij: “Je had ook nog een andere bijnaam, ’fimbo’?” O ja, dat wist Jef ook nog, en dat woord betekende zoveel als ‘hij die er de zweep oplegt’. Maar let wel, corrigeerde hij, “ik hanteerde de zweep niet zelf”, want zo ‘beschaafd’ was hij wel, hij gaf enkel het bevel daartoe en zwarte politiemannen voerden het uit. En bovendien, voerde Jef aan, zo’n streling “dat was nodig, want zonder zweep kon je ginder niks bereiken”.
    En Phara maar glunderen, de pret kon niet op, toen ze met glinsterende oogjes opmerkte: “En dus de zweep erop.” Waarop ook de oogjes van Jef, aangemoedigd door haar interesse en het gelach van het publiek, begonnen te glinsteren en hij het gegeven ietwat bijkleurde: “Die policier had zo ‘nen truc uitgevonden van als hij sloeg en het raakte, van te trekken dat de huid openging en zo.”
    Co-presentator Lieven van Gils durfde het aan te suggereren: “Dat is toch wreed, hè, en u lijkt daar zo licht over te gaan”. En toen begon het bij Jef te dagen dat hij misschien toch iets gezegd had wat niet helemaal correct kon overkomen. “Wreed?” vroeg hij dus verwonderd. “Euh… euh… ik was student op de Koloniale Hogeschool geweest en euh… daar hadden ze ons een beetje gebrainwasht dat wij de beschaving gingen brengen, euh…dat al wat wij deden voor het goed van de zwarten was.” En teneinde elk misverstand te vermijden, voegde hij eraan toe: “Maar ik heb de zwarten gerespecteerd, ik beschouwde ze zeker niet als minderwaardig want zij waren goede jagers en ik heb veel van hen geleerd over de jacht, en ik sliep met hun vrouwen.”

    “De anderen, dat was passage”
    En zo kwamen we onvermijdelijk bij Julie (of Julienne) terecht. En wie zou Julie niet kennen, het laatste gekleurde lief, dat de Dappere Minnaar een halve eeuw geleden “in een mist van tranen” (Black Venus) in zijn levensgevaarlijke Kongo had ‘moeten’ achterlaten?
    Het scenario voorzag nu dat Jef met de nodige weemoed naar de cover van Black Venus zou kijken, wat hij ook deed zeggende dat het bronskleurige zwartje (dat door chocoladenaakt op de kaft te gaan zitten niet weinig had bijgedragen tot het formidabele succes van het boek) wel degelijk zijn teerbeminde Julie was, die - zo had hij in Kinshasa vernomen - was overleden en “dat deed (hem) iets, dat had (hem) bij de keel gegrepen”.
    [Jeroen Brouwers corrigeert: “Ik zag Jef ook met een herdruk van Black Venus in zijn handen, met die prachtige naakte negerin voorop. ‘Dit was mijn geliefde!’ zegt hij. Dan denk ik: schei toch uit! Want dat was gewoon een model, gefotografeerd door een meneer uit Den Haag. Dat weet ik nog uit de keuken van uitgeverij Manteau. Die negerin poseerde ook in andere standen. Op één ervan zag men haar schaamhaar. Angèle Manteau bekeek die foto en schrok zich rot: ‘Neenee, dat wil ik niet!’ Het woord schaamhaar sprak ze niet uit, maar mijn god, wat een stennis!” – Humo 3633 van 20.0410]
    Voor Phaartje was dat natuurlijk het uitgelezen moment om wat dieper in te gaan op Jefs alom gerenommeerde seksuele appetijt, die in Black Venus op zowat elke bladzijde uiteenspat en hem de Staatsprijs had opgeleverd (maar daarover gaan we het later nog wel eens hebben). Met gloeiende oogjes en een conspirante glimlach om de lippen retoriseerde ze: “Maar zij was niet de enige, hè?” En zie, plots kwam de ouwe borstelmarchand weer boven, want nu arriveerden we bij zijn ‘plat préféré’. Zijn gezicht klaarde op als een zon die door de wolken brak en “O,” deed hij nonchalant, op een toon van je-hebt-maar-te-gapen-en-het-valt-gebakken-in-je-mond, “o, ik heb het eens opgeteld: maar achttien in zeven jaar, ik vind dat nog niet zo denderend, drie waren er die ik echt graag gezien heb, de anderen dat was passage, hè.” Wat er dus op neerkomt: die vijftien anderen, dat was neukgerief voor de blanke beschaver.

    “Ik heb aap gegeten, dat is lekker!”
    Tot slot werd aan de kale kabouter gevraagd hoe de revisitatie aan het “land van zijn dromen” was geweest. En jawel hoor, “schitterend”, want hij had “oude en nieuwe kennissen ontmoet” en “weer aap en krokodil gegeten, dat is lekker”. Maar teruggaan zou hij toch niet willen doen.
    En daarop verklaarde hij zich solidair met Karel De Gucht: “De wegen lagen er verschrikkelijk bij. Veel slechter dan de wegen vijftig jaar geleden, die ik moest controleren - op een strenge manier, zeggen ze nu -. De dorpen zijn nog even vuil en verwaarloosd als toen. Er is overbevolking. De scholen zijn ingestort, kinderen lopen er ongeletterd rond.”
    Blijkbaar hadden die vadsige negers dus hun spade en houweel neergegooid zodra Jef had opgehouden hen met de zweep aan te porren. Maar geen nood, met zijn glorievolle wederkomst was er weer hoop ontstaan in de harten van de Kongolezen, want: “Na een tijdje zeiden de lokale autoriteiten: ‘Blijf, alsjeblieft’. Om te helpen, bedoelden ze. Maar wat kan ik er nog gaan doen, als oude man?”
    En als uitsmijter gooide Jef nog op tafel dat “het blanke ras voor (hem) niet meer zo hoog is aangeschreven.” Wat we graag geloven na het zien en horen van de afleveringen van ‘Nieuwe Avonturen van de Grote Jager’, die door het Terzake doende Schoonoogje Cools ons, met het nodige respect in haar stem, op 6, 7, 8 en 9 april zouden worden aangeboden. [In feite waren we na het voorgerecht dat Phara serveerde en de entree die Lieven Verstraete op ons bord had gespreid, al verzaad van het hele Jefgedoe. Nóg meer van dat zou alleen maar indigestie en dysenterie veroorzaken. Edoch, gedreven door een heilig plichtbewustzijn en een Heibelse boosaardigheid besloten we ook de rest van de verheerlijking te doorstaan.

    Het eierdopje van Schoonoogje
    Op 6 april zaten we dus met een visadempje op de rand van onze stoel te wachten op aflevering 1. En daar verscheen Schoonoogje, die ons met de nodige gedempte eerbied kond deed dat “de enige literaire auteur die ooit over het koloniaal avontuur heeft geschreven, Jef Geeraerts is”. Nu wisten wij al wel wat langer dat de literaire bagage van die VRT-meisjes in een eierdopje ging, maar dit maakte de rapen toch wel al te gaar.
    Dat Schoonoogje voorbijgaat aan gewrochten als Onder het kruis van Tugude (E.P.E. Boulaert) of Blond Miesje ontdekt Afrika (Hilda Casteels), en ook het werk van Sylva de Jonghe (o.m. Storm over de rimboe) en Frans Demers (o.m. Het groote avontuur) niet kent, weze haar vergeven, ook al wordt deze laatste beschouwd als de grondlegger van de Vlaamse koloniale letterkunde. Tenslotte zat Kathleen bij het verschijnen van al die boeken immers zelf nog tussen de schalen en hadden de laatste twee zich in de oorlog deerlijk verbrand.
    Dat pater Fons Walschap in de jaren ’30 enkele typische ‘negerverhalen’ over de ‘ziel’ van de zwarten schreef, gesitueerd in een door het Westen nauwelijks beroerd binnenland, zeg maar: de brousse, ach ja, ook dat geschiedde voordat Schoonoogje uit de boom was gewaaid. Hetzelfde geldt voor Oproer in Congo van Fons’ broer, Gerard, De nikkers van Piet Van Aken, De Grote Heer van Cor Ria Leeman, Kongo met het blote oog van Karel Jonckheere, die tenslotte geschreven werden door auteurs die Kongo hoogstens kenden van een reis die ze er hadden gemaakt.
    Minder vergeeflijk wordt het wanneer ook de namen Geert van Puthen (pseudoniem van Gerard Soete), Mireille Cottenjé, Paul Brondeel, Jac Bergeyck… haar belletje niet doen rinkelen. Maar toch is het enigszins te begrijpen, want hoewel deze auteurs in de kolonie hadden gewoond, waren hun Kongoromans in feite psychologische werken tegen de achtergrond van de kolonie en de ‘dipenda’. Dingen als Het duistere rijk, Het stigma, Dagboek van een nacht, Ik blanke kaffer, Dagboek van Carla, De grijshemden… horen tenslotte niet thuis bij het jubileum van het dipendagebeuren.
    Helemaal hoelemedoe wordt het echter wanneer zelfs Daisy Ver Boven, Raf van de Linde, André Claeys, Jan van den Weghe, Albert Van Hoeck… geen plekje blijken te hebben in het verknipte lange-termijn-geheugen van Donkere Kattie. Alleen Jef Geeraerts, “de enige literaire auteur die ooit over het koloniaal avontuur heeft geschreven”, prijkt op haar lijst. De rode aarde die aan onze handen kleeft, De Moeloeba Catteeuw, Zonen van Cham, Kinderen van Kongo, Over de grens, Gevierendeeld, En toen werd alles anders, Djiki-djiki, Mpasi… bestaan niet voor ‘Schoonoogje’, hoewel die werken eveneens de dipenda-schokgolf behandelen.
    Dat het VrrrrT-meisje ook de briljante roman over de zwarte Bantoeziel van André Claeys, Onder het teken van de de regenboog (1972), niet kent, is nóg zorgwekkender, temeer daar dit werk én qua stijl én qua inhoud én qua Einfühlung heel wat hoger staat dan het masculistische, seksistische Black Venus. Maar ja, Claeys publiceerde nu eenmaal bij de katholieke (thans verdwenen) uitgeverij De Clauwaert en dus kreeg het boek nooit de verdiende aandacht, laat staan dat het voor een staatsprijs in aanmerking zou kunnen komen.

    “Mambomo is terug. Wij zijn blij!”
    En dan begon het Grote Avontuur… We zagen Jef in azuurblauw tegenlicht door het raampje van een vliegtuig zitten gluren, terwijl zijn zeurderige stem zei: “Als een ambitieuze jongeman vertrok ik lang geleden naar Kongo. Ik werd er koloniaal ambtenaar en heerste over een groot gebied in de buurt van Bumba. Na vijftig jaar keer ik voor het eerst terug naar mijn land dat mij nog altijd behekst.” Ondertussen was de camera ingezoomd op Jefs toch wel indrukwekkende neus, waaruit enkele weerbarstige haartjes opdoken.
    Volgende beeld: een nog jonge zwarte man en dito vrouw, die Jef nooit hadden gekend, dansten spontaan over het scherm, roepend van “Mambomo is terug. Mambomo is terug!”, waarna de omstaanders in koor zongen: “We zijn blij. We zijn blij!”
    Daarna kwam Jef weer in woord en beeld: “Zo’n ontvangst heb ik nog nooit in mijn leven gehad euh zo hartelijk en euh vol euh vol blijdschap euh ik was heel gelukkig… En dan was er euh iets prachtigs euh een jonge kerel die euh met de pet van een administrateur op euh mij nadeed van in de tijd en die begon de dorpshoofden uit te schelden dat ze putten in de wegen hadden, euh hij heeft zelfs nagebootst dat hij vier zweepslagen kreeg met zo’n soort touw zo.”
    Vervolgens zien we Jef tegen die euh ‘administrateur’ - dus eigenlijk tegen zichzelf - in het Kongolees zeggen: “Je bent een echte man. Verstandig en vol respect voor de mensen”. En zoals een goede schoolmeester met socratische vragen de waarheid uit de neus van de kindjes peutert, zo vraagt Jef: “Vertel mij eens: hoe ik heet?” Het antwoord van het zwartje, “Jopsep-he Geeraerts’, voldoet Josep-he blijkbaar niet, want “Nee!” zegt hij, “Mambomo Fimbo”.

    Ongelooide nijlpaardenhuid
    En daarmee waren we opnieuw bij de zweep aanbeland. Je zag de kijkers van Jef weer blinken wanneer hij erover praatte. “Soms, ja, meestal vloeide er bloed,” zei hij. En om alles wat aanschouwelijker te maken, voegde de blanke beschaver, die “respect voor de mensen” had, er een paar details aan toe, zoals: “Dat was nijlpaardenhuid, hè, dus ongelooide nijlpaardenhuid, dat sneed diep in de huid.” En ook over de hierboven aangehaalde “truc” van de policier die de slagen gaf, om wanneer de zweep het lichaam raakte, even te trekken zodat de huid openscheurde, sprak de oud-koloniaal nogmaals met iets van bewondering voor zoveel zwarte vindingrijkheid.
    Een paar oudere mannen, die Jefs heerschappij nog hadden meegemaakt, wisten het nog van die zweep, maar toch zegden ze dat hij “echt een goeie blanke” was, alleen “in het werk was hij heel streng”.
    Jef zelf had van zijn optreden tegenover die “luie” zwarten blijkbaar geen complexen overgehouden. Wat zou het ook, hij sloeg immers niet zelf zoals we hierboven zegden, maar liet het doen door zijn inheemse politiemannen, en zette hoogstens zijn barmhartige voet op je rug, verklaarde zo’n zwarte luiaard. Een tweede reden waarom Jef er hoegenaamd niet wakker van lag, was het feit dat “ze je dat niet kwalijk namen, op voorwaarde dat het rechtvaardig was,” en vermits hij altijd rechtvaardig was, tralalie tralala…
    En het derde excuus van Jef voor de opvoedkundige gedragscode die hij toepaste, was de Koloniale Hogeschool. “Dat was de beste brainwash die je kon hebben. Ze noemden ons de SS van de Staat. Mutatis mutandis (wat dat erbij kwam doen, is me een raadsel, maar het gaf wel glans aan zijn argumentatie – FD) gingen ze van het standpunt uit dat de blanken euh veel meer waard waren, euh dus betere mensen waren.” Maar Jef zelf “beschouwde de negers zeker niet als een minderwaardig ras”, want “ik ging jagen met hen en ik sliep met hun vrouwen”.

    Die goeie ouwe Rommel.
    “Jef Geeraerts dringt verder door in zijn verleden”, onthulde Schoonoogje bij wijze van inleiding voor aflevering 2 van 7 april.
    En baf! daar was hij al, Josep-he, in een straat van Bumba, het district waarover hij als assistent-gewestbe-heerder had ‘geheerst’. De ‘beschaver der primitieve volkeren” kijkt mistroostig naar het stof, de rook, de fietsen, de rommel en zegt nogmaals dat alles kapotgaat. Naast hem een andere Rommel, pater Carlos uit Roeselare, de overste van de missiepost in Bumba. Jef heeft zijn hand op Rommels schouder gelegd, als om te zeggen: kijk eens aan wat een gezworen kameraden wij zijn! - Hoewel het ook niet uitgesloten is dat hij wat steun zoekt tegen de witte pater, want genadige hemel! wat zag de man er toch aftands uit, hoe liep hij toch sukkelachtig, geschraagd door twee zwarte boys die hem onder de oksels grepen, tussen de wuivende palmtakken!
    Wellicht had pater Carlos - die de Kongolese Jef onmogelijk gekend kan hebben, want hij is thans 69 jaar, zodat hij ten tijde van Jefs verblijf onder de tropen amper 14 à 19 jaar moet zijn geweest - de boeken van ‘kameraad’ Jef nooit gelezen, want anders zou hij vast en zeker geweten hebben dat de Dappere Jager zijn hele leven lang (en nu nog) vileine verklaringen had afgelegd over de schurftige missionarissen en hun “levensonterend katholicisme”. - Een van Jefs vrouwtjes, Mbala, werd in Black Venus overigens gedood en gemarteld door toedoen van die crapuleuze paters! - Spuugsel te kort had de betere beschaver voor die “mannen in vrouwenkleren”, net als voor het huwelijk overigens waarin zijn eerste vrouw, Josée Swaelen, hem zo onheus behandeld had. –
    En weer kregen we indirect te horen dat dat zwarte volkje in feite zo’n luie Loewies waren. “Als ze op kilometers afstand het geluid van mijn auto hoorden, liepen de dorpen leeg en dan vluchtten ze naar de velden zodat ze, wanneer ik naar de velden ging, konden doen of ze werkten. Jaja, zo ging dat daar.”

    “Het zijn wilde beestjes”
    Over de zwarte ‘vrouwtjes’ praatte Jef nog het liefst. “Prachtexemplaren” waren het, zei hij, alsof het om een stal stamboekvaarzen van het Kilimanjaroras ging.
    “De zwarte vrouwen hebben mij geholpen om van dit werelddeel te houden, ze geven zich totaal over, je ziet in hun ogen dat er een soort electrische stroom ontstaat, dat is zeer aangenaam, ze doen niet zo… (hier maakte Jef een verwijfd gebaar – FD) niet zo nuffig als… als de rich bitches van de beschaving. Het zijn wilde beestjes.”
    En dan doet hij nogmaals, met amper enige variatie maar met een nonchalance om U tegen te zeggen, alsof hij de tafel van 2 opzegt: “Ik heb ze eens opgeteld. Met 18 vrouwen heb ik maar geslapen, dat is toch niet zoveel, hè, op zeven jaar, vindt ge dat? Maar ik heb met 3 of 4 een zeer intieme verhouding gehad.”
    Een van die 3 of 4 uitverkorenen, die het oergezonde zaad van de Blanke Heerser in ontvangst mochten nemen, was Julienne, de Julie uit Black Venus: “Met haar heb ik twee maanden samengewoond, mijn ex-vrouw was al naar België en ik leefde hier met Julienne, hè”.
    Die twee maanden waren voor Jef een tijd “waarin je leeft als een beest in Frankrijk: in paan en blootsvoets rondlopen, alleen doen waar je zin in hebt: apen schieten op de eilanden, vissen, aan één stuk palmwijn zuipen met als gevolg een lichte champagneroes, ideaal om te naaien, in bed, in het gras, in de stroom tijdens het avondbad of rechtstaande op de oever onder de sterren, (), koorts, gif in je bloed, onrust, trots, gestreelde ijdelheid, een heuplijn jaagt opeens het vuur aan, achteloos ondergoed op het bed maakt je uitzinnig, een geur laat het beest los,” enzovoort… (Black Venus)
    Maar dan brak de hel van de onafhankelijkheid los en de Dappere Minnaar durfde niet langer bij zijn teergeliefde te blijven. Dodelijk ziek tengevolge van de abortus die ze had laten plegen, werd ze door de Barmhartige Held nog naar een hospitaal gebracht, waar - zo lezen we in Black Venus - de “drukkende stank van urine, uitwerpselen en ongewassen lichamen in (z)ijn neus begon te klimmen” en hij zich ocharme “misselijk voelde worden”, en onder het luisteren naar “’Le Sacre du Printemps’ Deutsche Grammophon Gesellschaft, Langspielplatte, Dirigent: Ferenc Fricsay” vloog de ‘mambomo fimbo’ naar zijn Vaderland weer, een glorievolle schrijverscarrière tegemoet.
    Maar nu, nu was die Julie toch wel gestorven zeker, vernam Jef, waarna hij heel even verslagen tegen een toevallige paal leunde, maar hij herpakte zich al vlug en met een “Dat is ook nog iets om aan te denken,” rondde hij zijn rouwproces af.

    “De rest primeerde eigenlijk, zied’e”
    Aflevering 3 (8 april)… “Jef Geeraerts voert ons naar het hart van de brousse,” releveerde Schoonoogje met alweer die glinsterende adoratie in haar blik, en met dat hart bedoelde ze Yandungi, het dorp waar de Blanke Chef drie jaar gewoond had. En Josep-he zelf voerde de spanning nog op door eraan toe te voegen: “Ik ben benieuwd wat mij daar te wachten staat”, waardoor hij helaas verraadde dat er arrangementen waren getroffen.
    In de teaser waarop glunderende Phara ons al getrakteerd had, hadden wij al het een en ander gemerkt van de nakende festiviteiten (zie hoger). God en de VRT zij dank, mochten we het dus nog eens meemaken hoe de Heiland door de ganse opgetrommelde populatie met gejuich en gedans en gewuif van palmtakken werd binnengehaald.
    Toen Josep-he uit de wagen was gesukkeld, werd hij dadelijk door twee stevige zwarte binken onder de arm genomen, zoals verpleegsters dat plegen te doen met de oudjes in ‘Huize Avondvrede’. En o, wat was hij toch gelukkig, zei hij, omdat al die mensen “spontaan gekomen waren om mij te begroeten”. En ja hoor, blijkbaar gelóófde hij dat ook nog…
    En wellicht geloofde hij ook in de spontaneïteit van die jongere veelkleurig gemutste zwarte die uit de menigte naar voren kwam en hem op de stoppelige wang kwam kussen en het niet kon laten even recht in de camera te kijken als om te zeggen: Heb ik mijn nummertje niet goed gedaan?!
    “Dát heb ik nog nooit gehad,” zei Jef, “in heel mijn carrière, dat een… een… een zwarte mij kust.” En hij voegde eraan toe: “Waanzinnig. Waanzinnig dat ze na 50 jaar exact nog weten waar ik zat, wat ik deed, waar mijn huis was en zo, en wanneer ik met die grote buffel uit de savanne was gekomen.” Ja, mythomanie kan tot zelfbegoocheling leiden…
    Daarna sukkelde Jef, alweer ondersteund door zijn verplegers, naar een verwaarloosd gebouw, terwijl hij in de camera zei: “Mijn huis… Dit is mijn huis. Helemaal kapot. Maar dat doet mij niets.” En voor wie het nog niet begrepen mocht hebben, herhaalde hij: “Het doet mij niets omdat ik in dit huis niet zeer gelukkig was,” En op de suggestie van de scenarist, dat het een herinnering aan een slecht huwelijk was, haakte Jef met graagte in met: “Aan een zeer slecht huwelijk. Ja, en eigenlijk had ik aan de andere kant een beetje medelijden met die vrouw, maar de rest primeerde eigenlijk, zied’e

    “Oui, l’argent, hè, l’argent”
    In aflevering 4, van 9 april, “drong de auteur nog dieper door in zijn verleden”, wist Schoonoogje ons te vertellen. En inderdaad, we zagen hoe Jef zijn zwarte vriend weerzag, chief Egbunde,”de enige die ik zeer goed heb gekend, ik had een zeer goede relatie met hem omdat… hij was iets buitengewoons, rijk van afkomst, hij had een koffieplantage van 180 ha, hij was van koninklijke bloede”.
    Bij meneer Egbunde had Jef destijds zijn Black Venus ontmoet - die, zo lazen we in het gelijknamige boek, in het echt Cathérine de Bora heette en “de dochter van het opperhoofd Mazibongo (was), een afstammeling van koning Abaza II, die indertijd een kwart miljoen onderdanen had en gezag uitoefende over een gebied met een oppervlakte van vijftien maal België, (), ha vrouwen zoals ze moeten zijn, nauwkeurig afgestelde, soepele machines, speciaal geconstrueerd voor de eredienst van de fallus” -.
    Meneer Egbunde, die er al even gammel uitzag als Onze Held, lag in een soort bed en toen Jef binnenkwam, straalde er allesbehalve vreugde van hem af, maar desondanks hoorde hij te zeggen: “Ik ben zo blij dat ik u terugzie”, waarop Jef al even emotieloos “Ik ook” antwoordde, en na even te hebben nagedacht: “Ik had nooit gedacht dat het nog zou kunnen”, waarna het weer de beurt was aan de chef die “Het is allemaal dankzij God” kreunde, wat Jef beaamde met een volmondig “Oui oui”.
    Daarna begonnen de twee oudjes de grondige analyse van het huidige Kongo te maken… “Il y a cinquante ans, c’était une autre vie, hein”, wat niet tegengesproken werd door meneer Egbunde, die vanuit zijn bed jammerde dat de chefs van nu alleen nog maar bezig zijn om zichzelf te verrijken en niets meer doen “pour construire le pays”, wat Jef aanvulde met een diepzinnig “Oui, l’argent, hein, l’argent”.
    En dan vond de Grote Blanke Met Het Warme Hart het nodig om ons met een verschrikkelijke contaminatie uit te leggen wat hijzelf en de chef in het Frans hadden gezegd: “Er is niets dat nog marcheert, hè, alleen geld gewoon euh proberen te krijgen van de internationale organisaties en gewoon euh ik zeg het rechtaf hè het geld in hun zakken steken en een luxueus leven leiden en de mensen niet betalen euh het is onvoorstelbaar en de mensen euh uitbuiten uitzuigen.” Op de aanmerking van een offscreen stem die zei: “Dit is Afrika”, riposteerde Jef gevat: “Nee, dit is Kongo, een prachtig land dat kapotgemaakt is door een bende uitzuigers.”
    Euh…Euh… Euh…

    Ekele hartverheffende citaten uit Black Venus

    In Heibel, jg. 6, nr. 3-4 (vroegere reeks) schreven we in verband met Black Venus dat de ethica van Jef Geeraerts “zonder meer verwerpelijk” is, d.w.z. fascistisch, racistisch, seksistisch, egoïstisch en voeg er nog maar enkele –ismen bij. (Wat niets afdoet van het feit dat Geeraerts wel een boek kan schrijven, zij het met de nodige ophakkerij.) Wij nemen niets terug van deze woorden, integendeel: in een van de volgende nummers van Heibel zullen we er nog een lepel bovenop doen. Ter illustratie reeds enkele hartverheffende citaten uit Black Venus, waaruit mag blijken hoe menslievend de Koloniale Beschaver zich gedroeg tegenover negers, zwarte vrouwen en vrouwen in het algemeen:

    • “terwijl ik () mijn penis in orde bracht, lag ze me met gezwollen ogen te bekijken en als ik ten slotte bij haar kwam, boog ze voorover en begon verfijnd mijn scrotum te likken en aan de eikel te zuigen, de Lybische slavin van de Romeinse veldheer…”
    • “en ik zei: ‘Wind me wat op’, en ze begon te trekken en te knijpen alsof ze met de uier van een koe bezig was en ik vloekte van de pijn en: ‘Jullie blanken zijn erg teergevoelig, ónze mannen houden van een krachtige hand’, zei ze en woedend repliceerde ik dat ik geen godverdomde nikker was en wou haar eruit gooien maar ik gaf haar in plaats daarvan een mep…”
    • “toen ik het haar vroeg (of ze een ivoren beeldje had gestolen – FD) loochende ze en toen heb ik haar geslagen als een beest () en ze liet zich trappen en slaan…”
    • “…ik sprong op, (), sloeg het glas bier uit haar hand, trok haar uit de ligstoel en eerst met de knokkels, dan met de volle hand, mepte ik tegen haar slaap…”
    • “en toen Mohongu mijn koffie in de badkamer bracht, waar ik me met een gedeukt smoel stond te scheren, joeg ik hem weg, walgend van zijn zwarte huid…”
    • “ik walg van vrouwen met cellulitis, hangende borsten, uitgezette buiken, zware uiteinden, afbrekende tanden, gezwollen voeten, die overal pijn hebben, die vlug moe zijn, wit verlies hebben, daar een geur van verrotting verspreiden.”

    Frans Depeuter

    Deze tekst verscheen in Heibel jg. 15 nr. 2; info over Heibel via depeuter.frans@telenet.be

    29-10-2010, 20:37 Geschreven door Heibelaar
    Reageren (0)


    26-02-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Op het knietje van Lowietje

    OP HET KNIETJE VAN LOWIETJE

    Met haar “tjoepkes omhoog en tjoepkes naar beneden”

    Wij schreven in Heibel, 13, 1 dat Anne Provoost , het groengebrilde dametje uit de Westhoek, in De Zevende Dag kwam vertel-len hoezeer ze “geschokt” was door de censuur die de Kempense Taliban Ludo Helsen uitoefende op het blote-vrouwenkabinet dat El Pee Boon tijdens zijn leven had aangelegd voor eigen gebruik. Als curator van ‘Zogezegd in Gent’ zou zij álle prenten van de Booncollectie aan het publiek tonen, banjerde ze, want kúnst was dat en niks anders, en daar heeft een politicus niet het minste verstand van, alleszins niet als het een rechtse zak is. En ja, hoor, ook de kinderen moesten toegelaten worden op de “exhibitie”, hoewel haar spruiten bij het zien van al die troep, met een luid “Aakes!” de benen zouden nemen om buiten wat frisse lucht te gaan inademen.
    Nu ja, zo’n ‘onnozele’ kinderen kunnen beter een liedje zingen op 28 december in plaats van te oordelen over het “artistieke project” van hun mama. Want mama weet het beter, kindjes. En dus zou Anne er in Gent mee uitpakken om te tonen wat voor grof en primitief volkje daar in de Kempen nog in de holen zat, dat zijn frustraties wilde opleggen aan de geciviliseerde elite waarvan zij deel uitmaakt. Die truttige heikneuters vonden bij monde van député Helsen niet alleen dat het artis-tieke gehalte van de collectie te laag was, maar zij vreesden dat ze in de problemen konden komen omdat bepaalde foto's van naakte kinderen onder de noemer 'kinder-porno' zouden vallen.
    Ja, zeg, zo kun je bezig blijven, hè, wuifde Anne. Van grote kunst hebben die plattelandse boerenpummels allicht nog nooit kaas gegeten. Het gaat om “de utopie, de verbeelding, het geloof in de toekomst en de seksuele bevrijding”, en dat zou zij in De Vooruit eens duidelijk maken met de “unieke tentoonstelling”. Laat het voor eens en altijd door madam de curatrice ge-zegd zijn: die Fenomena-le Feminatheek is ook als “cultuurhistorisch” docu-ment zonder weerga, omdat ze “laat zien hoe men ten tijde van Boon naar vrouwen en meisjeskeek” - ik zou ‘men ten tijde van’ weglaten, maar alla, - en ook “een goedbeeld geeft van hoever de fotografie stond in die tijd”. En nu gij!
    Maar nu is die Dappere Anne toch wel met haar neus achter de pindraad blijven haken, zeker. Want zij ging eerst de blootprentjes toch ook maar eens bekijken en stelde inderdaad vast dat er nogal wat pedofiele kantjes aan zaten. Dus liet het Groentje de kiekjes met de naakte Mieke Maaikes toch maar in de dozen en aan de ingang liet ze een plaatje aanbrengen met “Verboden voor minderjarigen, sommige beelden kunnen schokkend zijn”. De ontoonbaarheid van de kinderporno loste het slimste meiske van Vlaanderen op een ori-ginele wijze op. Ze toonde immers de vuilig-heid niet, maar terwijl zes acteurs simultaan naaktfoto’s lieten zien voor een grote vitrine, las de zevende de onderschriften op die de Grote Geest van de Viezentist onder de verboden stuff had verzonnen. Zoiets van: ‘De bloem, symbool des kuts’, ‘De grot’, ‘Het brandende braam-bosje’ en waarom niet?… ‘Tietjes voor Lowietjes’.
    Edoch, Anne zou Anne niet zijn indien ze toch nog wat gelijk wou halen in haar ongelijk. Dus zei ze: “De onschuld van sommige beelden heeft indruk gemaakt. ‘Hoe aandoenlijk’ dacht ik, ‘hoe amechtig, hoe schattig toch.’ Grote en kleine borstjes, tjoepkes omhoog en tjoepkes naar beneden.”

    “Lowie, wa zijde gij weer aan ’t doen?”
    Naar men zegt zou Anne straks ook een, uiteraard met subsidie van Ansjo gespijsde, voorstelling organiseren van de porno’klassieker’ Deep Throat, die we onlangs ook al op de Hollandse buis mochten bewonderen dank zij de onverdroten emancipatorische inzet van de “ondogmatische en onbevangen omroep” VPRO en van de “eigenzinnige, verfrissende omroep” BNN, die ook het alweer ‘bevrijdende’ Spuiten en Slikken op zijn geweten heeft.
    Een “leuke komedie” noemen anderen het geval. De ‘leukigheid’ - ‘gimmick’ heet dat tegenwoordig - bestaat erin dat de clitoris van de ‘heldin’, die amper een naam draagt maar die we voor het gemak maar Pijpje zullen heten, niet op de gebruikelijke plaats zit, waardoor ze ook geen orgasme kan bereiken op de manier waarop normale mensen hun ding doen. Pijpje doet nog zo haar uiterste best door van de ene jump naar de andere te rennen, maar helaas, ze beleeft er geen fluit plezier aan. Ten einde raad gaat ze met haar probleem naar een geschifte “dokter” en die ontdekt dat haar kittelaar niet tussen haar benen blijkt te zitten, maar… diep in haar keel. Maak dat mee, zeg!… De ‘dokter‘ instrueert haar proefondervindelijk hoe ze de “belletjes kan doen rinkelen”. Voor wie niet kan raden wat de gevolgen zijn van deze ontdekking, wordt het in geuren en kleuren vertoond. in deze meer dan een uur durende ku(l)tfilm.
    Vergeleken met dit ‘tijdsbeeld’ is de Feminale Feminatheek maar een slapje. Ook financieel stellen de prentjes niet veel voor. Maar Boon had dan ook geen relaties met Louis "Butchie" Peraino, zoon van de "Pate" van de Amerikaanse maffiafamilie Colombo, die de film producede en er meer dan 600 miljoen dollar mee binnenschoffelde. Als we weten dat dit “symbool van de seksuele bevrijding” in 1972 in zes dagen in motels in Miami opgenomen was met een budget van 25 000 dollar, dan is dat goed geboerd, zou Boerke Naas, “die maar een boer en was, nochtans wel scherp van zin”,gezegd hebben.
    Misschien nog één detail… In 1986, verklaarde de hoofdrolspeelster Linda Lovelace voor een commissie dat ze een seksslavin was van haar loshandige pooier-manager en dat veel scènes opgenomen werden met een geweer tegen haar hoofd. Wat bij Boon zeker niet het geval was.
    Ander pikant detail: zowat een kwartier heb ik het uitgehouden om naar de rolprent te kijken, maar toen kwam het mij echt ‘de strot uit’. Anderzijds vermoed ik zo halvelings dat Boon beslist van heel de prent zou hebben ‘genoten’, terwijl zijn Jeanneke in de keuken een worstje voor hem aan ’t bakken was.
    -“Lowie, wat zijd’e nu weer aan ’t doen?”
    -“Naar ‘ne film aan ’t kijken, Jeanneke.”
    -“En dat gelurk allemaal, wat is dat?”
    -“Ach, vrouwke, da’s mijn pijp.”

    Frans Depeuter

    Om de volledige tekst te lezen in 'Heibel': neem contact op met depeuter.frans@telenet.be

    26-02-2009, 00:00 Geschreven door Heibelaar
    Reageren (0)


    07-11-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Liegen voor de goede zaak (over Claus)

    LIEGEN VOOR DE GOEDE ZAAK

    “Ik lieg wel eens voor de goede zaak”

    “Ik lieg wel eens voor de goede zaak, of uit puur genot, maar ik wéét dat ik lieg,” liet Hugo Claus zich ooit ontvallen. (Humo, 21.10.93) En een paar jaren voordien had hij in hetzelfde blad al een verklaring gegeven van zijn “wel eens” leugenachtig gedrag: “Ik kan me heel goed van leugens bedienen en ik denk dat een mens zonder leugens niet in staat is overeind te blijven. Zodra hij het huis uitkomt moet de mens zichzelf allerlei leugens wijsmaken en moet hij ook met een leugenachtig gedrag de gemeenschap tegemoet treden. De leugen is de basis van het menselijk gedrag, ja, we liegen doorlopend. Misschien is liegen een te sterk woord, je zou ook kunnen zeggen dat we theater spelen, dat we ons in rollen verplaatsen.” (Humo, 27.09.90) Toen de dd. interviewer, Martin Coenen, opmerkte dat hij in het verleden vaak op dezelfde vragen totaal verschillende antwoorden had gegeven, gaf hij als uitleg “dat het zo vreselijk is om almaar op dezelfde vraag hetzelfde antwoord te moeten geven. U moet het zo zien dat ik altijd een mandje met antwoorden klaar heb, en daar pik ik dan iets uit.” (ibidem)

    Uiteraard betekent dat niet dat we Claus een patente leugenaar zullen noemen. Wat we wel kunnen stellen is dat hij een poseur was. Het liefste wat hij deed was een mythe te weven rond zijn persoon. En dat lukte hem perfect: de mediamensen speelden zijn spelletje in concurrerende gretigheid mee en lieten zich zonder tegenpruttelen door de Meester manipuleren. Zodanig zelfs dat zij, net als hijzelf, op de duur al die gecreëerde mythes ook gingen geloven. En ze onderhielden. Zo kwam het dat een weekblad als Humo geen jaargang liet voorbijgaan zonder minstens één artikel of interview aan Claus te besteden. Een dagblad als De Morgen deed het wellicht nog beter, maar dat had dan ook zesmaal zoveel kansen om een plaatsje toe te kennen aan het monument. De gebruiksklare journalisten van deze edities pasten dus perfect in de volgende uitspraak van hun Meester: “Als er al van mythologisering sprake kan zijn, dan is ze voor honderd procent het werk geweest van mensen die er enige baat bij hadden om een mythe rond mijn persoon te creëren. Ik heb me daar niet tegen verzet, wat weer wat anders is.” (Humo 03.11.94)

    Ach, die mythebouw, hoeveel auteurs proberen niet hetzelfde te doen? Een typische schaalvergroter is Jef Geeraerts. Iedereen kent hem als de bronstige stier, de grizzlyjager, de behaarde bosjesman, de jezuïetenvreter, de kolonisator die al neukend de Kongo een hogere beschaving bijbracht. Het streefdoel van Jef is tot op bejaarde leeftijd geweest zowat de Vlaamse Hemingway te worden. Een beeld dat zo sterk afsteekt tegen zijn toch wel schriele stemmetje, dat het steeds weer mijn lachlust opwekt(e). [Zoals ik ook telkenmale een poepje leute heb bij het zien van zo’n grijze, kaalkoppige scoutsleider die in korte velours door de Dapperstraat rukt terwijl de bungelende kwastjes op en neer wippen tegen zijn witte Louis-Quinze-benen.] Is het een toeval dat Jef, net als Hugo overigens, zo vaak, en zelfs bij regenweer, zijn ogen achter een zonnebril verbergt? Ik weet het niet, maar wat ik wel weet is dat wie zijn ogen verbergt, zichzelf verbergt.

    “Mijn hartje is een stalleke”

    Maar het ging toch over Claus, niet? Zoals alle BA’s (Bekende Auteur) is ook Hugo gehuld in een damp van charismatische mythes. Vooral over zijn jeugd hangt nogal wat Konfabulation und Dichtung, die de nochtans geleerde perfessor Georges Wildemeersch, leider van het Studie- en Documentatiecentrum Hugo Claus aan de Universiteit Antwerpen, als Wahrheit und Echtheit in zijn Clausbiografie opneemt. En dan heb ik het niet over het feit dat Hugoke van de bisschop van Brugge de toestemming zou hebben gekregen om zijn eerste communie te doen toen hij amper vier jaar (!!!) was. Het is immers altijd mogelijk dat Monseigneur Lamiroy de bijzondere eigenschappen van het pagadderke had opgemerkt, zodat hij daartoe de dispensatie gaf. In 1955 verklaarde Claus overigens zelf dat hij van dat hoogst uitzonderlijke voorrecht genoot omdat hij op die leeftijd al het verschil kende tussen goed en kwaad, iets wat hij sindsdien evenwel alweer vergeten was. (France Soir, 1955) Op het fotootje dat ter gelegenheid van zijn voorbarige Heilige Communie gemaakt werd, zien we het kleine Clauske, met een schattig matrozenpakje aan en met gebreide kniekousjes over zijn gekruiste beentjes, tegen een protserige pilaar leunen, terwijl hij ons met een verzaligde blik aankijkt, wellicht nog denkend aan het versje dat op zijn santje stond en in hem de latere poweet deed ontwaken:

    “Scappato di casa a quattordici anni”

    Ook over de studies van Claus laat Wildemeersch een waas van geheimzinnigheid hangen. Zo zou de toekomstige Meester, alweer op 4-jarige leeftijd, in het Pensionnat Saint-Joseph te Aalbeke begonnen zijn aan het eerste studiejaar, terwijl we allen weten dat een doordeweekse dreumes aan zijn Lager Onderwijs begon (en begint) vanaf 6 jaar. Als 10-jarige werd hij dan, nog steeds volgens de Clausoloog, voor het 7de (??) leerjaar ingeschreven aan het Sint-Amands-college te Kortrijk.

    In de humaniora verliep het allemaal een ietsje minder vlot. Tijdens het schooljaar 1942-’43, amper 12 jaar zijnde (!!!), zou hij al wel in de 4e Latijnse (nu 3e jaar humaniora) gezeten hebben. Hij behaalde er 65% van de punten maar slaagde niet voor rekenkunde, zodat hij het jaar daarop de 4e Latijnse moest hernemen, maar helaas weer fleste hij voor wis- en natuurkunde. Idem dito in 1944-1945, maar nu gebeurde het aan het Sint-Hendrikscollege te Deinze, waar hij ook voor ‘goed gedrag, vlijt en stiptheid’ grandioos flopte.

    Een van de redenen waarom zijn studies niet wilden vorderen, was wellicht het feit dat hij, naar hij zelf getuigt, vanaf zijn 13-14de jaar herhaaldelijk van huis wegliep. En dat weglopen was niet zomaar om een namiddagje wat vogelnesten te gaan roven of braambessen te plukken in de bossen van Vlaanderen. Neenee, Hugo’tje liep meteen ver genoeg weg: “onder meer naar Duitsland”, schrijft de perfessor. En daarover weet de Meester later verhaaltjes te vertellen, die elkaar wel wat tegenspreken, maar alla, het klinkt leuk in de oren…

    We citeren:

    1) (januari 1955, in ‘Fiera Litteraria’) “’Ik ben geboren in Brugge. () E scappato di casa aci anni.’ () Op mijn 14e ben ik van huis weggelopen, verborgen in een van die treinwagens die ons huis passeerden. Ik vond werk nabij Stettin, waar ik het weinige dat ik tijdens mijn schooljaren had geleerd vergat, en ik kreeg er de taak het graan te oogsten. Ik keerde na korte tijd terug naar mijn vaderland.”

    2) (april 1955, in ‘Arts’) “Ik ben niet van Gent, ik ben van Oostende. () Op mijn elf jaar dacht ik veel geleerd te hebben en ben ik naar Duitsland gevlucht. () ik heb op het veld gewerkt. Na zes maanden zijn ze me komen terughalen.”

    3) (maart 2004, in ‘Humo’) “Je had een organisatie, de Erweiterte Kinderlandverschickung, die kinderen de mogelijkheid bood een beetje aan te sterken in Duitsland. Ik kwam terecht in Mecklenburg.”

    4) (1983, in ‘Het verdriet van België’) Louis Seynaeve verblijft bij een familie in Strelenau. “Daar wachtten hem sport en volksdans, knutselen en lekenspel, natuurleven en troepdienst.” Na 26 dagen brengt de organisatie hem weer naar huis.

    5) (16 maart 2004, geciteerd in ‘Humo’) “Toen ik vijftien was, ben ik thuis weggelopen, in het gezelschap van een oudere dame. Ze was om en bij de 28. () Ze was een vriendin van mijn moeder, ze was weduwe geworden, haar man was in Duitsland omgekomen en ze stortte zich op mij. Ik had toen een huisje in Sint-Martens-Leerne, en dat betaalde ze, en ze nam me mee naar feestjes, dure restaurants, leerde me wijn drinken. En leerde me ook de wellust zoals ze moet worden bedreven.”

    6) (1997, in ‘Hardtalk’, BBC) “Ik was in feite maar dertien, maar dat heb ik nooit durven vertellen”

    Die Erweiterte Kinderlandverschickung

    Het is niet zo eenvoudig om uit dat kluwen van waarheid, halve leugens en puur verdichtsel de historische feitelijkheid te destilleren. Persoonlijk zou ik opteren voor ‘verhaal’ nr. 3. Ik verklaar me nader…

    De “(Erweiterte) Kinderlandverschickung” was een organisatie die aan kinderen van Duitsgezinden de gelegenheid bood om een vakantie door te brengen in Duitsland. Ongetwijfeld heeft ook vader Claus, die als kleine collaborateur zijn drukkerij ten dienste stelde van het nationaal-socialisme en na de bezetting tot in 1946 werd opgesloten in een interneringskamp, tot die bevoorrechten behoord. Dat is heel wat anders dan “van huis weggelopen, verborgen in een van die treinwagens die ons huis passeerden”. Of de kleine Claus daarmede in Mecklenburg of Strelenau terechtkwam, is helemaal niet belangrijk.

    Een reden te meer om dat verhaal te aanvaarden is het feit dat alle inschrijvingen voor die jeugdvakanties verliepen via het NSJV, waarbij Claus in de oorlogstijd aangesloten was. De Meester zelf minimaliseert dat lidmaatschap op de volgende wijze: “Toen ik een jaar of dertien was, ben ik een paar maanden lid geweest van de NSJV – de Nationaal-Socialistische Jeugd Vlaanderen.” Volgens hem zou het dus slechts voor een paar maanden in 1942 geweest zijn. Volgens Professor Wildemeersch van het Claus Centrum was hij zelfs in 1944 nog lid van de NSJV. In zijn biografische schets lezen we: “1944. Is lid van de Nationaal Socialistische Jeugd Vlaanderen (N.S.J.V.). In het Halfmaandelijksch Order van april 1944 krijgen enkele leden een eervolle vermelding 'wegens hun inzet (hulp bij reddingswerken) te Kortrijk na de terreuraanval' van de Geallieerden. Voor 'de kameraden A. Callens, A. Ghekiere en H. Claus' is er een bijzondere vermelding 'voor wacht en hulp'.”

    Een Hitlerjugenddolk

    Dat het linkse boegbeeld Claus daar niet zo graag over sprak voordat hij in Het verdriet van België zijn verleden van zich afschreef, is best te begrijpen. En zelfs na Het verdriet probeert hij er een mutsje over te breien. In 2004 fabuleert hij nog (cursief van FD): “Mijn vader werkte voor een katholieke hulporganisatie. Als het luchtalarm dan over was, trok hij er onmiddellijk op uit en nam mij mee. Tientallen doden zag ik per keer. Sommigen met de darmen eruit, afgerukte benen. Soldaten hebben liggen sterven in mijn schoot, schreeuwend van de pijn. ik heb doden gezien met benen eraf, armen eraf, zonder hoofd. En dan wilde mijn vader nog dat ik hielp om die brokstukken, die gillende verminkten in wagen te laden." (Humo, 16.03.04)

    Toch had hij in 1983 reeds gezegd: “Ik liep met een Hitlerjugenddolk rond” (1983, geciteerd in Humo 16.03.04). Ook deze bekentenis roept vragen op. Hoe kwam hij aan die dolk, die behoorde tot de standaarduitrusting van de Hitlerjugend? Ik kan me niet voorstellen dat hij die zomaar zou hebben gekregen van een of andere Hitlerjongen die bereid was gevonden om een zo substantieel requisiet van zijn uniform te ruilen voor een zakje knikkers zeg maar. Was Hugo dan misschien zelf aangesloten bij de HJ Vlaanderen, die op 15 oktober 1943 werd opgericht en waarmee het NSJV nauw ging samenwerken? Het is uiteraard maar een vraag, maar wel een die zichzelf opdringt wanneer men alle elementen naast elkaar zet.

    Die dolk komt ook elders ter sprake. Op het eind van de oorlog, toen België al bevrijd was, zou hij die in het kamp van de Canadezen hebben geruild voor een vechtmes van de Amerikaanse Marine. Niet alleen hijzelf maar ook Etienne Thienpondt, eveneens ex-N.S.J.V.’er en zoon van een 'zwarte', met wie hij ook nog na de oorlog bevriend was, vertelt dat. De 15-jarige Claus was inmiddels naar eigen zeggen anglofiel geworden maar wel met een vreemde connotatie: “Anglofiel betekende voor mij hoofdzakelijk: het dragen van plusfours en witte kousen. Zazou, hè?” (Geciteerd in Humo, 16.03.04). En in 1983 klonk het zo: “Ik ging naar de andere kant omdat de Duitsers aan het verliezen waren, ik wilde de kant van de sterkste kiezen. Ik wil niet met verliezers geassocieerd worden, dat zijn bacillen, virussen, daar word je door besmet. () Ratés, mislukte kunstenaars, daar kan ik niet tegen.” (Humo, 31.03.83)

    “Prachtige rijen van gebronsde krijgers”

    Geef toe, allemaal raadselachtige dingen, zeker voor iemand die ‘Vlaanderen bevrijd’ heeft, zoals cultuurminister Ansjo het stelde. De NSJV, de Hitlerjugenddolk, het ‘weglopen’ naar Duitsland, de ‘katholieke hulporganisatie’, de ‘anglofilie’…

    Zou het niet eenvoudiger zijn gewoon aan te nemen dat Claus tijdens de oorlog de Duitse sympathieën van zijn vader deelde? Daarmee is nog geen kwaad woord gezegd, want zovele Vlaamse jongens lieten zich misleiden door de nazipropagandamachine, die ook op de preek- en andere stoelen was geïnstalleerd. Uit heel wat uitlatingen van de Meester klinkt overigens een toenmalige onverholen bewondering op voor “die prachtige rijen van gebronsde krijgers” die uit het oosten kwamen: “Als de Duitsers marcheerden, zag ik een soort ballet, en als ze zongen, zongen ze puntgaaf. Het was een geweldige machine. En ze waren vriendelijk voor de mensen, beleefd. Hun discipline had een vorm.” (1998, geciteerd in Humo 16.03.04) Moeten we misschien in die bewondering het antwoord zoeken op de vraag waarom hij ‘thuis wegliep: ’Ik was een opgeschoten jongen en had iets van: kon ik maar met ze mee.” (1983)

    De jonge Claus bleek alleen maar afkeer te hebben van de geallieerde legers, dat blijkt duidelijk uit zijn woorden: “De Duitsers waren jong, gebronsd, ze droegen prachtige uniformen met een doodskop op de pet. Zo’n man in zwart leer die in een tank zat en voor zich uit keek, de verte en de toekomst in, de blik op Engeland gericht – dat waren ridders. Ze waren heel voorkomend, vrolijk, gedisciplineerd, er kwam een totaal ander ras binnen. Daarvóór had je in die uithoek van West-Vlaanderen al de Fransen, dat stelletje ongeregeld. Halve negers, Senegalezen. Dat was toch een rotzooitje.” (Humo, 31.03.1983) - “De Engelsen, dat was niks: scheve, platte helmen, sigaret in de mondhoek, slordig. De Fransen ook: brallerig, wijndrinkend, met ook nog Senegalezen erbij, nou já - winkels binnendringen, vrouwen lastigvallen op straat, dat kon toch helemaal niet. Dus toen die prachtige rijen van gebronsde krijgers kwamen, was dat schitterend. Ik was een opgeschoten jongen en had iets van: kon ik maar met ze mee.” (1983, geciteerd in Humo 16.03.04)

    Avenue Louise nr. 453

    Nee, al die mythes die rond Claus geweven zijn, laten wij er in naam van de literatuur komaf mee maken. Zo is er ook nog het verhaal van de ‘ontaarde boeken’ die hij in handen zou hebben gekregen. In het biografietje van professor Wildemeersch lezen we: “1943. Krijgt via kennissen een hele bibliotheek door de Duitsers in beslag genomen 'ontaarde' literatuur in handen. Komt in contact met auteurs als Henri Barbusse, Ilja Ehrenburg, Lion Feuchtwanger, Klaus en Thomas Mann, Alfred Neumann, Jules Romains, Jakob Wassermann en Stefan Zweig.”

    Het zou, volgens het getuigenis van de Meester zelf in het radioprogramma Vriend en Vijand, op de volgende wijze gebeurd zijn… “Een kennis van vader, een Vlaamse Wachter, moest een huis bewaken aan de avenue Louise te Brussel. Hij vertelde dat ze daar een kelder vol boeken hadden. Mijn vader en ik gingen erheen, en inderdaad: boeken opgetast tot tegen het plafond, je liép over boeken. Het waren allemaal entartete schrifturen (). Die Vlaamse Wachter heeft ons daar een nacht lang opgesloten. ’s Ochtends verlieten wij met zware valiezen het pand. () Wat ik die nacht in die kelder heb aangetroffen, sloeg alles.” En dan specificeert hij: Aldous Huxley, Hans Arp, Klaus Mann (Flucht in den Norden), en vraagt om er nog een paar namen aan toe te voegen, nl. Stefan Zweig en Lion Feuchtwanger.

    Jaja, dat genietje toch. Amper 14 jaar en dikke Duitse, Franse en Engelse kanjers lezen. In de oorspronkelijke taal wel te verstaan, want “toen ik bij Klaus Mann () in het boek Flucht in den Norden over ‘sein ragendes Geschlecht” las, bracht me dat in alle staten” (Vriend en Vijand). Een ander leugentje “voor de goede zaak” zal ook wel geweest zijn, dat Claus en zijn “zotte vader” zich lieten opsluiten in de kelders van het hoofdkwartier van de Gestapo - want dat was het huis aan de Avenue Louise - en dat ze de volgende morgen, beladen “met zware valiezen”, het pand weer ongehinderd konden verlaten. Het feit dat Claus pas een paar jaar later zou hebben ontdekt dat het gebouw van de Geheime Staatspolizei was en dat “de zonderlinge geruchten (), het geschreeuw en het gestamp” die ze hadden gehoord, afkomstig waren van de gefolterde gevangenen, dikt de onwaarschijnlijkheid van het hele verhaal nog aan.

    Frans Depeuter

    P.S. Wie het “Averechts dossier Hugo Claus” helemaal wil lezen, neemt contact op met depeuter.frans@telenet.be

    07-11-2008, 23:42 Geschreven door Heibelaar
    Reageren (1)


    09-04-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De tietenkorfjes van El Pee Boon

    De tietenkorfjes van El Pee Boon

    De ‘Zevende Dag’ van 02.02.08 was er weer een van vier en een vogeltje.  

    Het aaitem dat mijn keteltje het luidst deed fluiten, was het optreden van Anneke Provoost, je weet wel: dat gebrilde dametje uit de Westhoek, dat in 2007 samen met Peter Verhelst de senaatslijst van Groen opfleurde. Anne heeft wel niet zo’n robuuste kin als den Tienne van hierboven, maar haar taal klinkt minstens even vanzelfsprekend. Tja, dat heb je met die auteurs die dank zij de genereuze push van het VFL vertaald worden in het - hou je vast! - Afrikaans, Catalaans, Deens, Duits, Engels, Fins, Frans, Litouws, Macedonisch, Noors, Pools, Portugees, Sloveens, Spaans, Turks en Zweeds.

    Na het curatorenschap van Tom Lanoye in 2007 is het de beurt aan Anne om het literaire festival ‘Zogezegd in Gent’ van Radio 1 en Boek.be in goede banen te leiden. Zo zal ze op 4 april de ‘Fenomenale Feminatheek’ van L.P. Boon tentoonstellen, uiteraard in de Vooruit. De cruciale vraag zal zijn: “Wat hebben fictie, chocolade en erotiek met elkaar te maken?” Op dit, of beter: op hét “literaire festival van de verbeelding” zal “in aanwezigheid van meer dan dertig schrijvers”, van alles gebeuren “met chocoladen boeken (!!), grote idealen, vieze liedjes, Oude Schrijvers, estafettedebatten,” en ga zo maar voort.

    Nu moet je weten dat die ‘Fenomenale Feminatheek’ niets anders is dan een paar fenomenale schoendozen, maat Lowie, vol vrouwelijk bloot. Jaja, in plaats van het ‘Parochieblad‘ te lezen, zat de zelfverklaarde ‘Viezentist’ elke avond, terwijl Jeanneke naar ‘Schipper naast Mathilde’ zat te kijken, aan de keukentafel prentjes van blote madammen uit te knippen. (“Wat zijd’e aan ’t doen, Lowie?” – “Ik ben met kunst bezig, Jeanneke!”). 22 000 (!!!) keren hanteerde hij de schaar en bovendien nummerde en ondertitelde hij de “tieten korfjes” en andere unieke attributen van “het mooiste dier ter wereld: de vrouw” met naam, datum en af en toe een paar woordjes ‘commentaar’ (à la “Spaanse meisjes, met rechts frappante gelijkenis met Anne Karenina”). Zoals elke verzamelaar verdeelde hij zijn catalogus in rubrieken: ‘Het naakt verovert de straat’, ‘Het ondergoed’, ‘De soorten bosjes’, ‘Ontbloten en versieren der tieten’, enz. Over die ongelooflijk belangrijke bezigheid schreef hij: “Het is leuker dan pijpen of paraplu's uit alle landen van Europa bijeen te brengen", wat we op zijn woord geloven, hoewel het niet zo duidelijk is of Lowie hier pijpen als nomen of verbum gebruikte.

    In okober 2004 werd een selectie van 300 van die bidprentjes ook al eens tentoongesteld in het Letterkundig Museum in Den Haag, naar aanleiding van het verschijnen van een boek met dezelfde sublieme inhoud, dat verpakt zat in een triplex doosje waarop een sticker was aangebracht: ‘Verboden onder de 16’. Het boek, bestond uit twee delen: Fenomenale feminateek en Koninginnen met kronen van karton (dat in 1958 door de uitgeverij De Vlam in Gent ook ook al eens de wereld werd ingestuurd). Toen aan Herman Brusselmans, die toch ook een en ander afweet van snuif- en melkdozen, gevraagd werd of het hier ging om een ware revelatie of om ordinair viezentistenwerk, zei die: “Nu gaan zeggen dat die blootplaatjes tot zijn oeuvre behoren, is volgens mij bullshit.”

    Maar daar gaat Groene in-het-Afrikaans-Catalaans-Deens-Duits-Engels-Fins-Frans-Litouws-Macedonisch-Noors-Pools-Portugees-Sloveens-Spaans-Turks-en-Zweeds-vertaalde Anne, absoluut niet mee akkoord. Ah nee, zoiets moet je bekijken vanuit het “literaire standpunt”, zegt zij. Het is een “tijdsdocument dat omstandig becommentarieerd is door een van onze grootste schrijvers. Het is een ‘fenomeen’ met cultstatus. Voor Boon was het ‘een haast wetenschappelijk project’ over de vrouw, ‘die met alle recht het mooiste dier op aarde mag genoemd worden, (en aan wie) in haar naaktheid, open en bloot’, geen enkel ernstig werk werd gewijd.” (De door Anne aangehaalde woorden komen uit Boons ‘essays’.).

    Ook in het Provinciaal FotoMuseum van Antwerpen was een plan opgesteld voor zo’n “exhibitie” (sic, alsof Anne te allen prijs de link wou leggen met een verwant woord). Maar nu is daar toch wel “een député uit de Kempen, excuseer als ik denigrerend klink” - aldus een socialistische burgervader, die in een peperdure loft woont en onlangs een brave “blootposter” deed verwijderen uit de brandweerkazerne, waar ook wel eens moslims langskomen, - die het lef heeft om die hele blootwinkel uit het museum te weren zeker. Vaneigens is het een tsjeef, een gebaarde nog wel, die bovendien de naam Helsen draagt, en die kent sowieso niks van kunst. Die staart zich alleen maar likke’baard’end blind op al die tieten natuurlijk. Dat er tussen die blotigheden ook materiaal zit dat serieus de pedofiele kant opgaat, is uiteraard maar een uitvlucht voor “het licht der Kempen”, bloklettert Yves Besmet in ‘De Morgen’, want het betreft hier een “haast mythisch erotisch verzamelwerk” en een “historisch-literair fotodocument zonder weerga dat instrumenteel is om het werk en de demonen van Louis Paul Boon te kaderen”!!!!

    Het gevolg van Helsens beslissing liet zich raden: een “storm van protest” vanuit het progressieve (“stedelijke, opene, wulpse, nieuwsgierige”, dixit Yves Desmet) Vlaanderland en surtout uit Aantwaarpen zelf vaneige. Maar ook Lier liet zich horen, bij monde van Stefan Brijs. Die wil zelfs de 2480 euro prijzengeld, die hij onlangs als winnaar van de Prijs voor Letterkunde van de provincie kreeg, terugstorten. Hoewel we ‘wil’ lezen en dus in feite nog niet weten of hij het ook zal doen, is het hoe dan ook een dapper gebaar. Al even dapper als het optreden van Anne Provoost in ‘De zevende dag’, die zich geschokt voelde door de censuur van Taliban Helsen.

    En die vond dat ook kinderen moeten worden toegelaten op de “exhibitie”. Hoewel ze er in één adem aan toevoegde dat haar spruiten bij het zien van de al die vlezigheden zouden roepen: “Aakes, ik wil dat niet zien.” Ja, die ambetante kinderen toch, hè.

    In ‘De Morgen’ kakte, zoals gezegd, ook het Geweten van Vlaanderen, zijnde Yves Besmet, zijn zakje vol. ‘Het licht der Kempen’, zo noemt hij député Helsen in zijn schimpschrift. En verder vertolkt hij zijn haat door kwallificatieven te gebruiken als “grote verlichte geest”,  “archaïsche idiotie” en nog meer van dat fraais. De kale dictator eindigt zijn hoogstaand proza met de oproep: “Ontneem hem nu, onmiddellijk, iedere verantwoordelijkheid over cultuur, wegens ronduit misdadige bekrompenheid.” En tegelijk zwengelt deze progressieve geest de hele Kempen door zijn tolerante molen. Hoe durft die “vleesgeworden bekrompenheid der Kempen”, dat “benepen puritanisme” de wet dicteren aan geniale kunstkenners zoals hij!

    De hypocrisie die de Besmetten aan mensen als député Helsen verwijten, slaat als een boemerang op henzelf, laat dat duidelijk zijn. Wie op de blootprentjes van Boon ‘artistiek’ wil kleven, weet van huichelen meer af dan een vos die in het hoenderhok wil gaan slapen. Een “mythisch erotisch () fotodocument zonder weerga”, jaja, van ‘kust de kont van ’t vogeltje dan krijgt ge een pluimen smoeltje’. Is het een toeval dat de roepnaam van Besmet gelijkt op die van die Verschrikkelijke Russische tsaar, die de architecten na de bouw van de kathedraal van Sint Basilius blind liet maken om te voorkomen dat ze ooit nog iets mooiers zouden bouwen? Het is maar een vraag als een ander natuurlijk.

    Het clubblad van Ivan levert overigens zelf een perfect bewijs van die schijnheiligheid. Tot vrijdagmiddag 31.01.08 was er op de website van ‘De Morgen’ een link te vinden naar opmerkelijke beelden uit de beruchte Feminateek, zoals een bijeenkomst van valse paters en blote wijven of een naakt maagdje van een jaar of zeven in het water. Twee dagen later was die reeks reeds vervangen door een wat minder brisante, zeg maar onschuldiger serie naaktfoto's, waaronder geen neukende monnik of badend nimfje meer. Alleen nog een gelingeriede pin-up die aan een van haar tepeltjes voelt, een ongelingeriede minder jeugdige baadster die de bruisende branding aan haar voeten staat te bestuderen, een zwaar geborste ‘dame’ die je, vanop een leeuwenvel met opengesperde muil, uiteraard in voordelige (vooroverhangende) positie, smachtend aankijkt…

    Het spreekt vanzelf dat ook Humo zijn duit in Boons zakje moest doen. En dat die andere namaakpaus de gelegenheid niet zou laten liggen om zo’n verrekte tsjeef tussen de pisbloemen te zetten. In nr 3518 doet ook hij voorbeeldig zijn potje vol: “ ’Boons Fenomenale Feminatheek kán geen kunst zijn; ze bevat slechts uitgeknipte plaatjes’ ? Wie deze stelling durft te huldigen (), degradeert zichzelf tot minder dan een mosselpot. Zelfs een omgekeerd urinoir weet beter.” Aldus Tommeke van Allesmoetkunnen.

    Uiteraard laat hij hierbij ook de term ‘Goed Fatsoen’ vallen, voorzien van de nodige hoofd-letters om spottend aan te geven dat het wel degelijk om een kwaadaardige ondeugd gaat. Waarbij ik de bedenking maak dat het misschien toch wenselijk is voortaan de term ‘goede smaak’ te prefereren, teneinde ons grootpratertje op het juiste spoor te zetten. Het is inderdaad erg wanneer over het ‘Correcte Fatsoen’ gepredikt wordt door iemand die als zijn prioriteit nastreeft om van Antwerpen “de  homohoofdstad van Europa” (sic) te maken, - waarmee ik niets anders bedoel dan dat zo’n etiket absoluut niet kan optornen tegen titels als pakweg “Paris, la Ville de Lumière” of “Roma, la Sancta Città”. (De respectabele andersgeaarden die ik in mijn vriendenkring tel, scharen zich overigens geenszins achter het streefdoel van het schreeuwlelijk provocantje, dat in al zijn gelijkhebberigheid denkt met zulke uitspraken de homoaanvaarding te bevorderen.)

    Maar goed, nu over naar Depeuter. Wat denkt die benepen Kempenaar daar zo al van? Wel, die Depeuter heeft een ruim deel van de Feminatheek begluurd en vindt dat ditmaal zelfs Brusselmans gelijkheeft: de fenomenale blootplaatjes zijn inderdaad blootplaatjes, die een ouder wordende, door “eros” geobsedeerde “eenzame man” verzamelde zoals een ander bidprentjes of wijnetiketten collectioneert. En ik heb er niets tegen dat men zich daarmee bezighoudt, het mag zelfs op ‘ludieke wijze’ gebeuren. Ook ik heb lang geleden als puber wat (destijds) gewaagd spul uit Ciné-Revue gescheurd en in Flink en Voornaam, mijn wellevendheidshandboekje – jaja, toen bestond zoiets nog! – verstopt tot zich een gunstiger gelegenheid voordeed, maar er is geen haar om op het even welke plek van mijn vege lijf dat er ooit aan gedacht heeft die scheursels als kunst te promoten. Welnu, dat is het in feite wat de Desmetten en Lanoyes doen. Hoewel ik dacht dat fetisjverering alleen nog bij primitieve volkeren voorkwam.

    En om alle verdere misverstanden te vermijden (want ik ken die besmette scheeftrekkers): Depeuter heeft ook bijna het hele creatieve oeuvre (behalve de door Weverbergh uitgemolken, zwaar gesubsidieerde en slecht verkochte Boontjes) van El Pee gelezen en vindt pakweg De Kapellekensbaan, Mijn kleine oorlog, De kleine Eva uit de Kromme Bijlstraat, Pieter Daens en ja, zelfs Mieke Maaike’s obscene jeugd… schitterende werken. Maar dat belet hem niet  om met evenveel enthousiasme akkoord te gaan met El Pee’s zelfverklaring tot “viezentist”. En dat zet hem zeker niet aan om geparfumeerde kaarsen voor het plaasteren beeld van de Heilige Lowie van Olsjt te branden. Evenmin als hij dat doet voor de beeltenissen van Onze Lieve Vrouw, laat staan van de reeds voor zijn dood zaligverklaarde Ivan of Tom.

    Frans Depeuter

     

    09-04-2008, 17:58 Geschreven door Heibelaar
    Reageren (0)


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen."De bende van de Kempen"

    De bende van de Kempen

    “Ineens kwam de Bende van de Kempen zich moeien met het formatieberaad. () La flandre profonde zou straks bijten als er te weinig staatshervorming was binnengehaald. // Bendeleider was ene Peter Bellens. Ik zag hem in De zevende dag: zou hij wel gedoucht hebben na het ritje in de huifkar? Aan het matje in de nek was het niet te zien. Nu hebben sloddervossen mijn sympathie, maar dan moeten ze vooral in hun wereld blijven. Tussen champignons. Aan de mosselkar. // Regionale mandatarissen uit de Kempen (). Een enkeling kan het hebben over kerk en staat, maar niet met zijn veertienen tegelijk. Dan wordt het de ‘Purp’ren hei’ van Armand Preud’homme. Zakdoekje leggen. // De schande () is dat elke schlemiel nu voor staatsman kan spelen. () Veertien onbenullen uit de Kempen (). Land, instellingen en grondwet herleid tot prostaatpraat

    Zo spoelt ene Hugo Camps zijn onderbroek uit in de kwaliteitskrant ‘De Morgen’ (27.11.07). Hallo, meneer De Witte! Heb jij de poep van meneer Camps in je ogen gekregen? Of zijn de termen ‘discriminatie’ en ‘racisme’ alleen van toepassing als je huid wat gekleurd is? Mag je die achterlijke Kempenaars naar hartelust uitschijten voor rijp en groen? Zou je die Camps, die toch geen toonbeeld van hygiëne is, eens niet verplichten, na het uitspoelen van zijn flanel, zelf een flinke douche te nemen. Liefst met een ontsmettingsmiddel. Bij Avon hebben ze een heel gamma van ontgeurende  producten, zoals Avon Senses Douchegel Divine Time,  of Avon Senses Douchegel Fantastic Day, of gewoon Avon Zeeppompje (zie onder).

    Mag ik je even herinneren, meneer de grootinquisiteur, aan de tekst op je website? “In België zijn er wetten die discriminatie verbieden op basis van een zogenaamd ras, afkomst, nationale of etnische afstamming, huidskleur, geloof of levensbeschouwing, huidige of toekomstige gezondheidstoestand, handicap of fysieke eigenschap, leeftijd, fortuin, geboorte, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, ...” Jaja, die drie puntjes, daar zitten die onbenullen van de Purperen Hei in.

    En een laatste vraagje: stel dat ik een tekstje zou maken over pakweg de Marokkanen en ik zou de cursieve termen van hierboven gebruiken, hoe zou je dan reageren, meneer De Witte? Hoe was dat verhaaltje van die twee gewichten weer?

    Frans Depeuter

    09-04-2008, 17:52 Geschreven door Heibelaar
    Reageren (0)


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.To be (kinky) or not to be

    To be (kinky) or not to be

    Het allerlaatste opgeld makend modewoord in onze frisse en verschrikkelijk originele media is het bijvoeglijk naamwoord ‘kinky’. De woorden ‘hip’ of ‘in’ hebben afgedaan. Zelfs de populariteit van ‘cool’ en ‘flashy’ hebben er onder te lijden. Vandaag ben je als BV ‘kinky’ of je bent gewoonweg niet. Voor wie griezelt van al dat Engels in onze taal, weze uitgelegd dat het begrip staat voor zoiets als ‘sexy, opwindend, prikkelend, ja lichtjes pervers’. Maar besef goed: wie griezelt van al dat Engels, is absoluut niet kinky. Niet alleen mensen zijn kinky. Ook toestanden, situaties of dingen kunnen het zijn. Kinky boots, dat zijn lange, zwarte, sexy laarzen zoals die van Saskia De Coster bijvoorbeeld die ik alleen maar noem omdat wij ze allemaal kennen als groot, jong literair talent. En daten met een onbekende, dat is een kinky-situatie. Maar kinky is het interessantste wanneer het over mensen gaat. Wie is er benevens het brutaaltje Saskia nog kinky in ons Beroemde Vlaanderen? Luc Janssen bijvoorbeeld van Studio Brussel en van Lux xl op Canvas. Hij is dat omdat hij het heeft en daardoor, zijn leeftijd ten spijt nog altijd zeer gewild is door jonge vrouwen in het centrum of aan de rand van het culturele mediagebeuren. Daarmee is een belangrijk aspect van - noem het zoals je het wenst - kinky-zijn, kinky-schap of kinky-dom aangeraakt. Je hoeft niet per se heel jong te zijn hoewel dat helpt. Maar je moet in tegenstelling tot de zojuist genoemde schone, grijzende stijlmens, ook niet per se moeders mooiste zijn. Rik Torfs is daarvan een schrijnend voorbeeld. Slim dat het geen aard heeft, sluw als een oude kerkvader, maar mooi? Dan verkies ik veruit de boomlange Ann Wauters, de tweede beste, meest fantastische basketbalspeelster van Europa. Maar Ann is niet kinky, hoezeer ik het haar wel wil gunnen. Rik wel. Getuige daarvan de vuile fragmenten die hij durft te tonen in zijn biechtstoelprogramma Nooit Gedacht. Naar verluidt zou ook Wilfried Martens het hebben. Of althans gehad hebben. Dat kan best, want macht, dat is altijd een beetje kinky.

    De drie voorbeelden die ik hier naar voren heb geschoven, mogen dan wel van mannelijke kunne zijn, toch aardt het kinky-dom weliger onder de dames. Bepaalde soorten van dames zijn beter geschikt om kinky te zijn dan andere. Zo zijn zowat alle lifestyle-journalistes van alle boekskes en desbetreffende krantenrubrieken heel kinky. Denk maar aan Annelies Rutten, het slimste mens ter wereld. Hebben ook altijd zeer veel kans om in deze rij te mogen staan: de ex-misses België zoals Goedele Liekens, die heel vaak ongemerkt zit te glimlachen, of Dina Tersago, die het met de boeren doet, de succesvolle sportvrouwen zoals Kim Gevaert, die zo snel loopt dat niemand haar kan pakken, de dagelijkse tv-omroepsters zoals Evy Gruyaert, die in 2007 van alle schermvrouwtjes de stoutste is geworden. Voorts zijn er nog de nieuwslezeressen met oma Thange op kop, gevolgd door lady Lynn Wesenbeeck en mystica Goedele Wachters. Greet Op de Beeck echter mag niet meer meedoen vanwege te veel kleur bekend te hebben. Niet te vergeten zijn de zangeressen zoals het oeverloos Oevelssprekende podiumbeest Natalia, de alle papa’s verleidende 3 Biggetjes van studio 100 en de niet kapot te krijgen oude doos La Esterella, die naar ik heb horen zeggen een duet overweegt met mevrouw Guido Belcanto uit Turnhout. Heel speciaal ook zijn de praatprogrammaleidsters zoals Frieda, die van geen wijken wil weten, de vlijmscherpe donkere arend Phara en Gerty Christoffels, die godzijdank met een eigen café is begonnen. Op de toneelspeelsters, en vooral dan die uit de soaps, staat geen maat. Neem nu Simmoneke uit Thuis of Carmen van FC De Kampioenen, alias de in Wiekevorst vrijende Loes van den Heuvel. Zo kinky wordt het nergens nog gebakken. Maar laat het mij opnieuw hebben over ernstige kandidaten. Mediafiguren zoals Kelly en haar papa Pfaff en de woeste godinnen Debbie en Nancy zijn net als de blonde elfenprinses en toneelmaakster Pascal Platel ‘incontournable’. Dat geldt al evenzeer voor het fotograferende meisje Lieve Blancquaert, levensgezellin van de al even kinky kale knikker Nic Balthazar. Een zeer belangrijke categorie - en daar wil ik mee eindigen - is die der columnschrijfsters, waarvan er naast Saskia herself nog andere beroemde exemplaren zijn. Ik denk bijvoorbeeld aan de bijzonder strak gerestylede Mia DS-barones Doornaert met de doordringende bril. Wie hier jammer genoeg faalt, is Knack-oppergrootmeesteres Tessa Vermeiren vanwege te bevlogen en een te groot verontwaardigingsgehalte, want ergens toch moet het plezant blijven. Maken volgend jaar kans: Mieke Vogels, op voorwaarde dat zij de politiek verlaat, en Margriet Hermans, op voorwaarde dat zij opnieuw wat bijkomt. Zijn zo goed als binnen: ons Damienne en Phaedra Hoste, achterkleindochter van ‘nieuwjaarsconfiturier’ Geert, tenminste als ze een man vindt. Bij de jongens ten slotte zijn de heren Michiel Hendryckx, Jean Blaute en Wim Opbrouck ernstige kandidaten, tenzij zij er een bende van maken. Blijft de vraag hoe het zit met de maxi cosy redactieleden van dit overmoedige, onbeschroomd sprekende en wild om zich heen schoppend tijdschrift. U mag van mij aannemen dat zij het zijn. Maar u gelieve het stil te houden. Deze “daddy’s” hebben al meer dan last genoeg van hun kinky fans.

    Staf Versweyveld

    09-04-2008, 17:50 Geschreven door Heibelaar
    Reageren (0)


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wist je...?

    Wist je…

    - dat minister Bert Anciaux laaiend enthousiast was toen hij in ‘Heibel’ het project (van onze communicatieadviseur Toussaint Boa) las van een literaire carnavalstoet in Pulle of Pulderbos waarin hijzelf de bende aanvoert op een groot wit paard?

    - dat hij daarom de carnavalstoeten in Vlaanderen erkende als cultureel erfgoed en er 31,6 miljoen euro voor ter beschikking stelde, waarschijnlijk in de hoop dat hij geregeld zou mogen optreden met zijn groot wit paard?

    - dat ‘Heibel’ zich bezorgd afvraagt hoelang het nog kan duren voordat een gezagdrager met lef de moed zal opbrengen om dat groot wit paard bij de teugels te grijpen en deze karikatuur van een minister te brengen waar hij thuishoort?

    - dat ze daarop in Geel niet zitten te wachten?

    - dat het SMAK (Stedelijk Museum voor Actuele Kunst in Gent) nu ook de ‘installatie’ met als titel ‘Geel, rood, blauw, enz…’ van Jef Geys als ‘vermist’ heeft opgegeven?

    - dat ik mij nog herinner dat Jef Geys in de jaren zestig tentoonstelde in de toiletten van de ‘Verbrande Hoeve’ te Lichtaart?

    - dat ik mij onmogelijk kan voorstellen dat iemand een ‘installatie’ van Jef Geys zou ontvreemden?

    - dat de door hemzelf en zijn acolieten verschrikkelijk opgeblazen schilder Luc Tuymans na de brand van het Armando Museum in Amersfoort (“vijftig kunstwerken met een totale verzekeringswaarde van 3 miljoen euro opgegaan in de vlammen”) de gazet nog eens gehaald heeft?

    - dat wij het verbrande schilderijtje ‘Het Bos’ uit 1979 volgens ene Frank Heirman als een artistiek verlies moeten beschouwen omdat “vroege Tuymansen zeldzaam zijn”?    

    - dat wij onnoemelijk blij zijn dat de Kamer van Koophandel Antwerpen-Waasland deze Luc Tuymans in haar Galerij der Prominenten heeft opgenomen?

    - dat wij ons overdonderd afvragen welke “gouden naamplaten” er in die Kamer nog allemaal hangen?

    - dat wij hopen dat die koophandelaars toch zeker Jean-Marie Pfaff niet zullen vergeten? En Eddy Wally? En Tom Barman? En Jan Fabre? En Filibert Kalebas?

    - dat Jeroen Brouwers de 16.000 euro van de Prijs der Nederlandse letteren “een fooi” noemde?

    - dat hij met dat geld slechts “een fles jenever, een nieuwe onderbroek en zaadjes voor in de bloembak” kan kopen?

    - dat wij vermoeden dat hij wel een goed schrijver is maar allesbehalve een rekenwonder?

    - dat hij zich verongelijkt voelt als hij denkt aan de 60.000 euro die Bertje Anciaux schonk aan “het meisje Kate Ryan”, en aan “een café in Brussel, ‘De dolle Mol’”?

    - dat een schrijver met ballen aan zijn lijf toch zo niet begint te jammeren maar vlakaf zegt dat Vlaanderen met een minister van Cultuur zit opgescheept van wie Don Quichote en der Baron von Münchhausen nog heel wat hadden kunnen leren?

    - dat wij desalniettemin toch niet twijfelen aan de mannelijkheid van Jeroen Brouwers?

    - dat tot onze grote verrassing Patrick Conrad de Diamanten Kogel 2007 gewonnen heeft met zijn boek ‘Starr’?

    - dat wij dachten dat deze roze poëtaster van weleer al jàààren geleden naar Patagonië verhuisd was om daar een filmpje vol roze olifanten en bultruggen over zichzelf en niemand anders te draaien?

    - dat een mens zich toch zwaar kan vergissen?

    - dat wij het mochten beleven in het ochtendnieuws van 29 november dat de VRT in Zaventem 150 moslims ging uitwuiven die naar Mekka vertrokken?

    - dat het ons verbaasde dat Bertje Anciaux blijkbaar geen subsidies voorzien had voor dit multiculturele project?

    - dat op 1 mei ongeveer 15.000 bedevaarders vanuit de Kempen naar Scherpenheuvel stapten?

    - dat meer dan de helft van het rode legioen van de VRT wellicht niet eens weet waarom die pelgrims naar daar trekken?

     - dat daarom een unieke kans verkeken werd om af te geven op de clericalistische, fascistoïde en racistische bezieling van die pelgrims?                                      

    - dat in de Kempen (het gebied tussen Schelde, Maas en Demer) de tv-optredens van Debby & Nancy als de allerslechtste, allerplatste en allerdomste aller landen en aller tijden beschouwd worden?

    - dat deze griezelige enormiteiten alleen maar zouden kunnen overtroffen worden doorr als man verklede duo’s zoals Mieke Vogels & Vera Dua, Katleen Cools & Frieda van Wijk of Martine Cuyt & Saskia de Coster?

    - dat ze daar bij de VRT wel niet zullen van wakker liggen?

    - dat wij aan dierenarts-auteur Maarten Jagermeester toch eens gaan vragen of hij voor ‘Heibel’ geen artikel wil schrijven over het verschil tussen een hengst, een merrie, een ruin, een ezel, een vent, een ezelin en een muilezel?

    - dat ze bij de VRT nogal zullen opkijken?

    - dat het onze generatie in illo tempore ten stelligste ontraden werd onze tijd te verprutsen met strips?

    - dat er nu een Vlaamse cultuurprijs, de Bronzen Adhemar, wordt uitgereikt voor het ‘beeldverhaal’?                                                                                        

    - dat Bert Anciaux, min of meer verkleed als Jommeke, naar de dertigste editie van het festival ‘Strip Turnhout’ kwam om deze prijs uit te reiken?

    - dat ’s anderendaags een peloton sportmensen bekroond werd op een heus gala in Oostende?

    - dat ze Bert Anciaux waarschijnlijk hadden wijsgemaakt dat dit gala doorging in het casino van Middelkerke?

    - dat wij alleszins niemand in slobbertrui en met de handen in de broekzakken door het beeld zagen lopen op het tv-scherm? 

    - dat de travestieten Debby & Nancy echter wel van de partij waren?

    - dat dierenarts-auteur Maarten Jagermeester niet inging op ons verzoek een artikel te schrijven  waarin hij het verschil tussen een vent, een ezel, een ezelin, een muilezel, een ruin, een merrie en een hengst zou uitleggen?

    - dat wij, Kempenaars, ons graag verkneukelen bij de stupiditeiten van de Brusselaars?

    - dat we ze derhalve het liefst zo dom laten als ze zijn?

    - dat wij met eigen ogen op het televisiescherm zagen dat le roi Albert de kladschilder Luc Tuymans het een of ander onnozel ereteken opspeldde omdat hij zo’n ‘verdienstelijke Belg’ is?

    - dat wij le roi Albert alleen daarom al opnemen in de longlist van kandidaten voor de titel ‘lapzwans van het jaar’?

    - dat wij met diepe ontroering vernamen dat er onder de Vlaamse schrijvers zoveel lofzangers van DE solidariteit onder de Belgen rondlopen?

    - dat wij voortaan een onderscheid moeten maken tussen Vlaamse schrijvers en Belgische schrijvers?

    - dat wij vermoeden dat dit onderscheid hetzelfde is als dat tussen niet-gesubsidieerde en wel-gesubsidieerde auteurs?

    - dat de gatlikkerij in dit met haken en ogen samenhangende land nog nooit zo weerzinwekkend geweest is?

    Robin Hannelore

    09-04-2008, 17:47 Geschreven door Heibelaar
    Reageren (0)


    24-02-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gewoon ongecontroleerd winden laten kan iedereen

    “Gewoon ongecontroleerd winden laten kan iedereen”

    Hoe zwol ons hart niet van trots toen wij ‘Gazet van Antwerpen’, eertijds in de Kempen toch de krant van de pastoors en de kosters en de schoolmeesters en de andere notabelen, het laatste taboe zagen kraken met titels als ‘Winden laten kan iedereen’ en ‘Ik ga eens wat meer met stront doen’!

    De primair-narcistisch geïnspireerde taboesloper van dienst was telkens de heer Filip Marsboom. Voor een interview met Gerrit Komrij (naar aanleiding van de publicatie van ‘Kakafonie’/ ‘Encyclopedie van de stront’) trok hij speciaal naar het Portugese dorpje Vila Pouca da Beira. Daar kon hij ettelijke meters scatologische boeken en pamfletten in ogenschouw nemen. “Zolang dit strontboek ontbrak, was de Nederlandse literatuur niet volwassen,” vertrouwde Komrij hem toe. En verder: “Ik lees alles van Herman (Brusselmans). Zijn fragment over prinses Mathilde die deelneemt aan een kakwedstrijd hoort natuurlijk in dit boek thuis.”

    Aan het einde van het gesprek wordt de heer Marsboom lyrisch. “Heerlijk is het hoofdstuk over petomanie,” laat hij zich ontvallen. “Gewoon ongecontroleerd winden laten kan iedereen,” treedt Komrij hem bij. “Een petomaan beheerst de materie. Dat je daar iets mee wil doen, dat is toch grote kunst? Wist je trouwens dat in Amerika cd’s worden uitgegeven waarop petomanen onder meer kerstliedjes ten gehore brengen? Een echte aanrader hoor.”

    Vanzelfsprekend trok de heer Marsboom een week later naar het Antwerpse antiquariaat De Slegte, waar Gerrit Komrij enkele hoogtepunten uit zijn scatologische collectie tentoonstelde en waar Luc Zeebroek/ Kamagurka de boel nog wat erger deed stinken met zijn mooiste stront- en kaktekeningen. “Het gaat dus over kak, poep, scheten laten en dat soort dingen,” bracht Kamagurka hem aan het verstand.

    Of hij er nooit aan gedacht had zijn stronttekeningen te bundelen, wilde de heer Marsboom weten. “Dat is een goed idee,” repliceerde Kamagurka. “Misschien met als titel ‘Eigen druk eerst’.”

    Had ook hij van onze minister van Cultuur misschien de wenk gekregen de Vlaamse aan-wezigheid in de etalage van de wereld wat meer kleur en geur te geven?

    Een van de meest abjecte figuren uit de geschiedenis was zeker keizer Nero (54 – 68 n. C.). De grote brand van Rome in 64 was voor hem een heerlijk schouwspel dat hij in vervoering bezong. Toen in Gallië en Rome een opstand uitbrak, liet hij zich door een slaaf doden. Zijn laatste woorden waren: “Welk een groot kunstenaar gaat er in mij verloren!”

    Een toppunt van hoogmoedswaanzin, dacht ik altijd. Nu denk ik dat niet meer. Vergeleken met de strontventen die tegenwoordig tegen elkaar op in de media lopen te veesten, was de decadente Nero een zéér groot kunstenaar. 
     
    Robin Hannelore

    24-02-2008, 23:24 Geschreven door Heibelaar
    Reageren (0)


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wie kent er niet die Rick de Kikker?

    Wie kent er niet die Rick de Kikker?

    “Waar nu de vors in modder wrokt".

    “Ze zullen hem niet temmen,” olé, er is weer ‘ne Leeuw in Vlaanderen! Maar in plaats van Leo of Nobel heet hij nu Rick. Met ck, jawel, zoals Rick de Kikker, het dappere en intelligente vorsje, over wie ik op zolder nog een paar leuke stripverhaaltjes liggen heb. “Rick en de gestolen gemeentekas” bij voorbeeld, met als nevenfiguren de plompe kozijn Padde, de statige burgemeester Drilsma, de eeuwig verkouden agent Snuf en de onderwereldfiguren Tony Ratteketat, Tinus Radt Draaier en Akwa Ratti.

    Rick de Leeuw komt (net zoals Rick de Kikker, wiens geestelijke pa Joop Geesink heette,) uit Kikker- of zeg maar Neder-land, waar het krioelt van de kwakers. Een paar eeuwen geleden was het al zo, toen de romantische dichter en verteller Antony Christiaan Winand Staring (1767-1840) op zijn op zijn landgoed De Wildenborch (Vorden) door “het gerotel van de vorsen in den plas” er zijn nachtrust bij inschoot

    "Een kracht die graan zou voên
    wordt door de bries verslokt.
    De kruipwilg rooft een gunst
    waarvan ons ooft zou gloeien.
    Het zuiglam kan op malse beemden stoeien
    waar nu de vors in modder wrokt".

    Een punkband met biscuitjes

    Maar wie is die Rick nu eigenlijk? Volgens zijn website zou hij bekend geworden zijn als zanger van de Tröckener Kecks, een Amsterdamse rockgroep die haar naam ontleende aan… een pak biscuitjes. Rick zou daar 20 jaar actief zijn geweest en toen begon hij dus romans en gedichtjes te schrijven. En voor te dragen ook, want dat “vindt hij nog veel stoerder dan rock-'n-roll”.

    En toen hij al 45 was, werd hij ‘ontdekt’ door onze enige echte Marc Uytterhoeven, die hem via ‘De Laatste Show’ in Vlaanderen binnensmokkelde. En daar kwam hij dan duurbetaald zijn de op de trein ineengeflanste rijmpjes voorlezen. Enfin, voorlezen is wat veel gezegd, voorbrabbelen zeg maar, want van zijn vuil Amsterdams accent en zijn binnensmonds gereuteteutel verstaat geen éne Vlaam de ballen.

    Import uit Holland

    Op een leeuw gelijkt De Leeuw wel niet erg. Tenzij misschien met zijn manen die o zo nonchalant voor zijn open wapperen. Of wapperen is eigenlijk niet het goede woord, ze ‘kliederen’ tegen zijn gezicht, want van shampoo schijnt die Hollander nog nooit gehoord te hebben. (Of misschien kost het teveel, hoewel… met die witte producten.)

    In ‘De Laatste Show’ zat Rickie altijd op een quasi-non-chalante manier met zijn ene been onder zijn gat, (misschien om de lucht niet uit zijn anus te laten ontsnappen omdat er anders vanboven niks meer uit zou komen?). En dan neuzelde hij bij voorbeeld zijn nieuwste creatie: “Wij, jij en ik, Jij en ik, wij, Jij vooral, Maar zeker ook ik, Wij, jij en ik, Hier samen, jij en ik, Tijd genoeg, Hier voor ons, samen, Voor jou en mij, wij, Jij en ik, samen, wij, Plek zat, Hier voor ons, samen, Voor jou en mij, wij, Jij en ik, samen, wij, Wij, jij en ik, Als nu eens heel misschien, Eerst jij, of ik natuurlijk…” enzovoort. Dat noemde hij dan poëzie en er volgde gegarandeerd een applaus zonder dat het publiek een vinger verroerde.

    Maar alsof dat nog niet genoeg was, gaven ze de ouwe rocker ook nog een eigen programma over de Vlaamse cultuur: ‘De Leeuw in Vlaanderen’. Een “culturele talkshow”, zo heet dat, waarin Rickie in een hyperventilerend tempo en in zijn onverstaanbare koeterwaals zijn vragen afvuurt. Hij wordt daarvoor bijgestaan door Wouter Deprez, “niet alleen de slimste, ook de meest complete komiek” van het Vlaamsche land (website), die zowat een beetje de onverbeterlijke lolbroek komt uithangen met als humor aangekondigde totentrekkerij.

    Vandeloo, nog noo van gehoo

    De eerste feestvarkens van De Leeuw waren Dimitri Verhulst en Luc Tuymans. Bij Dimitri zou het gaan over zijn (inderdaad mooie!) boek ‘De helaasheid der dingen’, bij Luc Tuymans over god-mag-het-weten. Zo diep ging Rick op Dimitri’s boek in dat de titel ervan amper werd genoemd? Toen Dimitri de naam van Jos Vandeloo liet vallen, zat De Leeuw daar te kijken als een koe voor een muizenhol. “Vandeloo?” vroeg hij, ach zo, nog noo van gehoo.

    Met de peperdure commerçant-schilde-raar Tuymans, die zopas door de Universiteit Antwerpen met het eredoctoraat was omhangen, verliep het een ietsje vlotter. Die goochemerd kent immers het klappen van de zweep. Toen Rick hem de pregnante vraag stelde: “Jij schildert dus?” en er geen antwoord kwam, schakelde de culturele talker vlug over naar een nog dieper niveau. “Dans je graag?” wou die lepe Rickie weten, en de eredoctor repliceerde: “Ja, ik dans graag en ik laat ook scheten.” Rick vergat zowaar te lachen en boorde voort: “Je bent wereldbe-roemd?” wat de eredoctor de gevleugelde woorden in de mond gaf: “Ja, wel ja.”

    Over die ‘wereldberoemde’ kunstenaar kwamen we ook nog te weten dat hij ooit naar een concert van de hiphop-groep Salt ’n Pepa was geweest en dat zijn fabricaten “waanzinnig veel geld” kosten. Onlangs bij voorbeeld had hij op anderhalve dag in Amsterdam een muurschildering gemaakt (die een jaartje later overschilderd zou worden) voor de ronde som van 100 000 euro ofte 4 miljoen bef. Als we aannemen dat hij pakweg 18 uur aan het ding arbeidde, lijkt dat een vrij democratisch honorarium van… 222 222 bef per uur!

    ‘Succes & Volk’ of ‘Respect & Elite’

    Maar terug over naar Dimitri, aan wie de dag vóór de uitzending gevraagd werd hoe het geweest was bij de opnames. “Nou,” zei de romancier, die toen nog niet wist dat de uitzending door alle kranten en weekbladen zou worden afgekraakt, “nou, ik moet zeggen: het was goed.” Bij de vraag “Heeft De Leeuw uw boek gelezen?” aarzelde de trotse Dimitri niet om te zeggen: “Meerdere malen zelfs. Dat helpt voor een goed gesprek.”

    Origineel als hij is, laat De Leeuw op het eind van zijn ding de invités kiezen tussen twee dilemma-exits om het in kaarslicht badende decor te verlaten: ‘Succes & Volk’ of ‘Respect & Elite’. Het siert Dimitiri dat hij voor het eerste koos, hij kon ook moeilijk anders met zijn hypervolkse ‘De helaasheid der dingen’. De eredoctor-charlatan Tuymans koos met opgeheven hoofd voor ‘Respect & Elite’, wat dankzij de extravagante duurte van zijn producten geen enkel probleem voor hem opleverde.

    Een soort singersongwriter

    In De Standaard (18.03.06) werd van snuggere Ricky een test afgenomen. Op de 10 multiple-choicevragen over Vlaamse cultuur die hem gesteld werden, gaf hij… 4 correcte antwoorden.

    Voor “Wie is de man die zijn haar kort liet knippen”? waren de mogelijkheden: de hoofdfiguur uit een roman van Johan Daisne, de geuzennaam van Filip Kowlier, de titel van een film van Lieven Debrauwer, een satirische musical naar De Barbier van Sevilla. De enige die Ricky wellicht kende, was Kowlier, “de rapper van de hiphopformatie ‘’t Hof van Commerce’, die op een gegeven dag een gitaar in handen kreeg en van alteratie ook al een soort singersongwriter werd, en die als dusdanig gemedailleerd was tot ereburger van de stad Izegem. Ricky antwoordde dus: “Filip Kowlier is van nature kaal, die kan het niet zijn. Die Debrauwer dan maar.”

    Op de vraag van wie de versregel is: “Waarom schuiven de maan en de man getweeën gedwee naar zee?” kreeg slimme Ricky vier namen geserveerd: Guido Gezelle, Paul Van Ostaijen, Karel Van de Woestijne, Ramsey Nasr. “Ik gok op Gezelle, een van mijn favorieten. Ik ken enkele van zijn gedichten uit de bloemlezing De dunne Komrij,” zei hij. Als ultiem bewijs van zijn Vlaamse-cultuurkennis kan zo’n antwoord gelden!

    De Leeuw in Vlaanderen, jawel. Een Hollandse nitwit die bij ons eens zal komen praten over Vlaamse cultuur. Want dat Rick de Kikker zoveel van Vlaanderen afweet als een os van het kalveren is ten overvloede bewezen.

    Stel je eens het omgekeerde voor!… Dat Sergio bij onze buurlui de Hollandse cultuur zou gaan betalken.

    Blikken potten aan zijn staart

    Jaja, die VrrrT, die het altijd heeft over “een degelijk cultuuraanbod”. En die zich ondertussen niet schaamt om op zijn website uit te klepelen:

    “Vanuit het Brussels-Galicische centrum La Tentation breekt Rick de Leeuw een lans voor artistieke schoonheid en creatieve durf in Vlaanderen. Aan de hand van pittige gesprekken, spitante reportages, hoogst persoonlijke bedenkingen en opmerkelijke interventies onderzoekt de Leeuw eigenzinnig, gedreven en begeesterd de culturele hartenklop van onze gewesten. () Vol verwondering én bewondering kijkt de Leeuw in Vlaanderen naar zijn gasten en stelt scherpe vragen.”

    Het moet gezegd: Bij één bewering hebben ze gelijk: “De Leeuw in Vlaanderen, dat is 10 weken lang heldenmoed op Canvas.” Maar ik vermoed halveling dat ze ginder op de Auguste Reyerslaan 52 daar wel iets anders mee zullen bedoelen dan Frans Depeuter..

    Weet je wat ze moeten doen met die importleeuw?… Hem een resem blikken potten aan zijn Hollandse staart binden en terug de grens over jagen!…

    Frans Depeuter

    24-02-2008, 23:21 Geschreven door Heibelaar
    Reageren (0)


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De soldatenlaarsjes van Bert Ansjo

    De soldatenlaarsjes van Bert Ansjo

    “Eigenlijk staan we met minister Anciaux niet zover af van keizer Caligula (37 – 41 n. Chr.) die zijn paard tot consul benoemde,” vertrouwde Jan Goris, de voorzitter van de Vereniging van Kempische Schrijvers, me onlangs toe. Alhoe-wel ik Jan – die tenslotte toch doctor in de geschiedenis is en zich bovendien specialiseerde in de Romeinse geschiedenis – niet graag tegenspreek, kon ik het ditmaal toch niet laten. En dus protesteerde ik luidkeels…

    Had Jan dan niet in de krant gelezen dat Anciaux zichzelf allochtonenquota oplegt? Dat hij nog voor juni 2008 in alle deeladministraties onder zijn bevoegdheid (Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel) ten minste één universitair met een ‘etnisch-cultureel diverse achtergrond’ wil benoemen? In alle adviesraden en beoordelingscommissies moet er dan tien procent Belgen zetelen die in twee culturen zijn opgegroeid: de onze en een niet-West-Europese cultuur. Tegen 2009 gaat hij 2 miljoen euro vrijmaken voor deze ‘interculturalisering’. Deze ‘tienprocentnorm’ wil Anciaux tegen juni 2008 ook bereiken in het Vlaams Fonds voor de Letteren. Voilà! Dat is toch wat anders dan die sotternieën van soldatenlaarsje Caligula. En dat Caligula na vier jaar keizerschap een kopje kleiner gemaakt werd, kan Anciaux niet deren. In 2009 heeft hij er al een tweede Vlaams ministerschap opzitten. Dat hij daarna voorgoed wordt uitgevlakt, heeft zeker niets met Caligula te maken, maar wel met een revival van het gezond verstand.

    Wij van ‘Heibel’ juichen de plannen van Anciaux trouwens met al onze armen toe. Wij zijn al maanden ijverig op zoek naar medewerkers uit een niet-West-Europese cultuur. Ik opteer voor een bosjesman (met blaaspijp en pijltjes die hij in curare dompelt), maar met een indiaan (die met boog en pijl én tomahawk weet om te gaan) kan ik mij ook wel verzoenen.

    Ach, ik zal het maar bekennen: we waren ook door het dolle heen toen we vernamen dat Anciaux met veel tromgeroffel verkondigde dat hij een subsidie van 60.000 euro verleende aan songfestivalkandidate Kate Ryan voor de promotie van haar ‘Je t’adore’, een Kem-pens nummertje ‘kniezwen-gelen’. Rancuneuze nijdas-sen waren het die het pervers noemden dat hij zich in de spotlights plaatste bij de gratie van een populaire zangeres. Ik vind het alleen maar jammer dat het niet van op een groot wit paard was dat Anciaux den volke kond deed: “Het Vlaamse cultuurbeleid mikt op een zo breed mogelijke waaier. Wij zijn aanwezig op het theaterfestival in Avignon, maar schenken ook aandacht aan populaire muziek. Ik spiegel me graag aan het IJsland-model: een onooglijk klein aantal inwoners speelde het klaar zich serieus te verkopen. Ook Vlaanderen moet topsporters, topkunstenaars of topdansers creëren. Er zullen dus nog talloze initiatieven volgen die ons in de etalage van de wereld plaatsen. Het Songfestival schenkt ons zo’n podium: 100 miljoen mensen volgen het live op tv. Het is dus logisch dat de Vlaamse Gemeenschap haar steentje bijdraagt.” Ja! Deze logica sloeg ons dagenlang met verstomming. Eindelijk een minister van Cultuur die aan de etalage van de wereld denkt en die zelfs onze topdansers daarin een nummertje wil zien opvoeren.

    Zeker en vast wil Anciaux in die etalage ook nogal wat Vlaamse stripalbums zien liggen. Anders is het moeilijk te verklaren dat zijn Vlaams Fonds voor de Letteren (!) aan achttien stripauteurs een start-, aanmoedigings- of scheppingsbeurs schenkt. Onder deze letterkundigen (?) worden namelijk in het totaal 47 eenheden van 2.200 euro verdeeld.

    Conclusie? Met de spiritist Anciaux staat Vlaanderen duidelijk aan het begin van een nieuwe gouden eeuw. Als we deze rode ridder lang genoeg in het zadel van dat groot wit paard kunnen houden, worden binnen afzienbare tijd de olympische spelen in Vlaanderen ingericht.

    Robin Hannelore

    24-02-2008, 23:20 Geschreven door Heibelaar
    Reageren (0)


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bertje Kirrewit en zijn Dolle Mol

    Bertje Kirrewit en zijn Dolle Mol

    Op zijn Weblog schreef Zijne Excellentie Minister van Cultuur Anciaux op 05.05.06 het volgende:

    “De Dolle Mol is gekraakt door Jan Bucquoy, een crème van een kerel. Jarenlang heb ik er als jonge gast in rondgezworven. Herman Claeys was lange tijd de uitbater. Er was wel altijd iets te doen. Een vrijplaats voor zij (= hen, FD) die het nodig hadden.

    Jaren staat de Dolle Mol reeds leeg. () Jan heeft het nu gekraakt. Officieel mag ik daar geen voorstander van zijn. Toch heeft hij mijn volle sympathie. Van de Dolle Mol terug een Vlaamse kroeg maken, waar cultuur en anarchisme elkaar terugvinden, daar zou ik alleen ja op zeggen. De Dolle Mol staat symbool voor () een vrijdenken en een creativiteit om U tegen te zeggen. () De Dolle Mol zou het vrijbuiterscafé van Brussel kunnen worden.”

    Tot zover Bertje Kirrewit. Als het aan hem lag zouden Brussel en omgeving één groot playparadijs worden. Zaventem een speeltuin waar de kids hun geluidloze vliegertjes kunnen oplaten. Kladderadatsj een windtunnel met bijbehorend ballenbad. Het Vlaams Parlement een poppenhuis waarin de Bosnimf van Zoersel en Rooie Nel het opnemen tegen Karel Zuurpruim. De Dolle Mol een vrijbuiterscafé waar het anarchisme gedijt. Cinema Pathé een exporuimte waar doorlopende vertoningen gegeven worden van de meesterwerken van Jan Bucquoy.

    Want die Jan Bucquoy, die “crème van een kerel”, die levert tenminste kwaliteit. Die doet iets voor de Vlaamse cultuur. Pak nu maar zijn films.

    Jan Decleir als frietverkoper?

    In La Vie Sexuelle des Belges toont Jan Crème ons de ontwikkeling in de sekshouding van het Belgische volk vanaf de jaren ‘50 tot eind jaren ‘70, toegepast op het leven van mister Bucquoy himself. Van zijn katholieke opvoeding in het Vlaamse dorpje Harelbeke tot aan de losbandige seksuele uitspattingen in Brussel. Zijn volgende chef-d’oeuvre, Camping Cosmos draait rond een Missverkiezing op de thans verdwenen Westendse camping (waar men achteraf het zoveelste naaktstrand heeft willen inplanten). De vrouwelijke hoofdrol, de seksueel onbevredigbare vrouw van de campingbaas, is zo op het lijf geschreven van Lolo Ferrari, die fotogenieke Italienne die haar ongelukkige jeugd compenseerde met extreem opgeblazen borsten (volgens het Guinness Book of Records bijna drie kilo per stuk) waardoor ze 's nachts nauwelijks kon ademhalen, zodat ze ten slotte besloot zelf haar ventiel maar uit te trekken.

    De cast wordt aangevuld met o.m. Arno, Jan Decleir (!!) en Herman Brusselmans, die aan Camping Cosmos “een toegevoegde waarde” geven zoals dat heet. Deze drie topacteurs geven op onevenaarbare wijze gestalte aan een stel frietverkopers die aldoor staan te ruziën. Dat ze daarbij dialect moesten praten, mocht voor Jan Decleir geen probleem zijn, dat is ook de mening van Joop Boomsma, Friestalige misdaad-auteur “dy 't op it internet in skriuwersdeiboek byhâldt”. Joop zegt: “Ien fan de rollen waard spile troch de Flaamse akteur Jan Decleir. In fenomeen! Ik moast daalk tinke oan in útstjoering fan Barend en Van Dorp. Decleir wie gast. Yn in prachtich Nederlâns mei in licht Flaams aksint joech hy syn antwurden. Ynienen frege Barend, yn in Nederlâns mei in licht Amsterdams aksint: 'Welk dialect spreek je nu?' Ik seach de ferbjustering op it gesicht fan Decleir. Dialect? Dialect? Doe snapte er it. Efkes spatte der wat lulkens út syn eagen. Mar hy bleau de hear dy 't er is: 'Ik dacht dat ik gewoon Nederlands sprak'. Deadlik antwurd oan in domme, want arrogante Amsterdammer dy 't gjin gefoel foar taal hat.”

    Geen film zonder friet, geen seks zonder piet

    Voor Bucquoy geldt de stelregel: geen film zonder friet, geen seks zonder piet. De friet-site Friet.be nam van de ‘Crème’ een interview af waarin gevraagd werd of frieten voor hem belangrijk zijn. Antwoordt die dekselse Jan toch wel: "Zeg maar gerust: essentieel. Het is een complete maaltijd. Ik zal jullie mijn recept geven. Het eerste wat je moet doen is de goeie aardappel kiezen, een bintje bijvoorbeeld. De beste zijn de patatten uit de polders. Na ze geschild te hebben, snijd je ze met een klein mesje in stukken; je moet je friet altijd met de hand snijden want dan zijn ze krokanter. Dan moeten je frieten een eerste keer in het vet, dat een temperatuur van exact negentig graden moet hebben.”

    Als uitgesproken frieteneter heefJan zich een paar jaar terug ook kandidaat gesteld voor het voorzitterschap van Spirit. Spirit - zelfs Bertje weet niet meer waar de letters voor staan – is dé partij van de frieteneters, dat is duidelijk. Hun Vlaamsheid bepérkt zich daartoe als het ware. Bucquoy, Lambert, Fouad Ahidar, allemaal torsen ze een ultradikke pens. En Geert Lambert heeft bovendien zo’n gekleurd brilletje op zijn neus hangen, zodat hij er uitziet als een brilslang die net een portie opgevulde dwergaapjes heeft uitgelepeld.

    Frans Depeuter

    24-02-2008, 23:19 Geschreven door Heibelaar
    Reageren (0)


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rasti Rostelli is onze enige hoop

    RASTI RASTELLI IS ONZE ENIGE HOOP
    11 juli een Vlaamse feestdag? In de Kempen was daar niets van te merken. De VRT zond ‘Zo is er maar één’ uit, een Antwerps liedjesprogramma. Dat werd totaal naar de kloten geholpen door de travestieten ‘Debby en Nancy’. Zielig. Met de VRT wordt Vlaanderen nooit volwassen. Ik vermoed dat daar enkele machtige saboteurs zitten van al wat in Vlaanderen ‘beweegt’. Quousque tandem?

    21 juli een nationale feestdag? Als we de VRT mochten geloven, was het ganse land in feeststemming. We kregen beelden van een defilé in Brussel en van ik-weet-niet-wat-voor feestelijkheden… in Brussel. Alleen maar jammer dat geen hond buiten Brussel en zelfs geen kat in de Kempen zich bewust was van iets heuglijks dat moest gevierd worden. Mensen toch!

    En elke avond in het tv-nieuws die beelden van limousines die het laantje naar Hertoginnedal inrijden of uitrijden, en telkens weer dat halfopen portierraam met de stompzinnige kop van een Vlaamse lapzwans-lamstraal-sijsjeslijmer die met een beate smoel niets-in-het-kwadraat verkondigt of van een Waalse klaploper-pietlut-kakadoris die met niks-en-nogmaals-niks poogt te bewijzen hoe vlot hij van koeterwaals op koetervlaams kan overschakelen.

    Op wat die lachwekkende gewichtigdoenerij gaat uitlopen? Op tafels zonder poten, stoelen zonder zitvlak, geweren met kromme lopen… en – bovenal! – hilariteit verwekkende figuren die totaal ongeschikt zijn voor de ministerposten die zij ambiëren.

    Bij het lezen van de krant viel mijn oog toevallig op ‘Vlaanderen is een te kleine Markt’, een dikke titel boven een artikel over de fameuze hypnotiseur Rasti Rostelli. Dat is het! flitste het door mijn hoofd. Dat is het! Die man kan dit land nog redden! Die man kan al die tafelspringers netjes op hun stoel doen gaan zitten, die man kan ze doen zwijgen… tot hij met de vingers knipt en ze beginnen te kraaien als hanen of te brullen als leeuwen, waarna ze weer braaf de ogen sluiten. Die man kan ze de Brabançonne doen zingen tot ze geen piep meer kunnen zeggen, hij kan ze over democratie doen nadenken tot ze er een punthoofd van krijgen, hij kan ze tot toonbeeld van rechtvaardigheid maken zolang de sessie duurt, hij kan ze gedurende een hele legislatuur onder hypnose houden, kortom: die man kan alles wat zij niet kunnen.

    Maar we moeten rap zijn. In september vertrekt hij op tournee naar Zuid-Amerika, Aruba, Curaçao en Bonaire. Komaan, Jean-Luc, Louis, Marc, Steve… Komaan, ouwe alligators, op weg naar Holland, naar Rasti Rostelli, de laatste hoop voor dit uiteenvallende land!

    Robin Hannelore

    24-02-2008, 23:15 Geschreven door Heibelaar
    Reageren (0)


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Met klank gebuisd, meneer de perfessor.

    MET KLANK GEBUISD, MENEER DE PERFESSOR
    “Nu en dan gaat Brems uitvoeriger in op bepaalde auteurs/werken terwijl tientallen andere(n) - en niet altijd de minst belangrijke! - onder de mat worden geveegd.

    Dat het proza en de poëzie van Depeuter en Hannelore niet ter sprake komen, ach, dat zijn we stilaan gewend. Ook Joris van Hulle vond in Ik schrijf zoals ik schrijf. Vlaams proza 1980-1989 geen ruimte voor onze namen - hoewel hij een paar jaar tevoren nog geschreven had: “Depeuter, die ik nog altijd één van onze beste, zij het ondergewaardeerde auteurs vind” (Boekengids, mei-juni 1985). – Jozef Deleu heeft mij, samen met andere ‘klassieke’ dichters uit zijn Groot Verzenboek gewipt, terwijl Hannelore al in de eerste editie geen plaatsje kreeg. Van Eddy van Vliet, die de (of beter: ‘zijn’ favoriete) Vlamen “met mondjesmaat” aan de Hollanders voederde, zoals hij ooit in Poëziekrant zei, moesten de stoute jongens van Heibel uiteraard ook geen heil verwachten. En Paul (zoon van Piet) van Aken oordeelde ons al even overbodig in zijn “overzicht van de Nederlandse literatuur”, getiteld Letterwijs, letterwijzer (1979). En de kans dat we in een van de boeken van professor Bousset terecht zouden komen, hebben we zelfs nooit overwogen. Schreien, schrijven, schreeuwen: noppes. Woord en schroom: noppes. Grenzen verleggen: nop… - o jee, toch wel, mijn hart springt op van vreugde bij het ontdekken van mijn naam onder de titel ‘Romanroman’ (alsof er ook een ‘romannietroman’ en een ‘romanbijnaroman’ zouden zijn); ik citeer: “Dat type roman (de romanroman dus, FD) is niet dood, blijkens een boeiend recent debuut van Jos Smeyers (Archipel van de eenzaamheid, 1980) en de talrijke romans na ’70 van b.v. Frans Depeuter (De rode cirkel, 1975) en Fons Schoeters (Het orakel van Delphine, 1983).” Daarmee is de kous af en zelfs dat ene zinnetje heeft Grote Hugo niet meer uit zijn pen kunnen krijgen sinds 1988, het jaar dat Grenzen verleggen verscheen. Dan bremst Kleine Hugo tenminste al wat eerlijker: hij vermeldt in Altijd weer vogels… acht maal ‘Heibel’, en de naam ‘Hannelore’ komt drie keren en ‘Depeuter’ zelfs vier keren voor in zijn boek, zij het uitsluitend in de Heibelcontext… maar alla, we staan toch mee op de schouw.

    Merci, Hugo, dank u merci… Maar al die anderen, ocharme, die vergeefs naar hun naam zullen zoeken, zoals (ik noem enkele willekeurige namen die me kriskras te binnen schieten): Gie Bogaert, Stefan Brijs, Axel Bouts, Maria Jacques, Frank Liedel, Jos Smeyers, Jaak Stervelinck, Ingrid vander Veken, Jan Veulemans, Herman Vos, Koen Vermeiren, Dirk de Witte, Marc Andries, Rudi Hermans, Patricia de Martelaere, Jozef Vantorre, Paul Lebeau, Rose Gronon, Bart Plouvier, Irina van Goeree en tutti quanti.

    Maar ook de doden vinden geen genade bij Brems: hij doodt ze nog eens opnieuw. De naam van Lode Zielens vinden we alleen in verband met een in Zondagspost verschenen ‘in memoriam’, waaruit Brems citeert: ”en hij (Lode Zielens , FD) liep de laatste maanden met geestdriftige plannen rond voor een Hollandsch-Vlaamsche samenwerking, als de vrede eindelijk ook voor het beproefde Nederland zou ingetreden zijn”. (De index verwijst ook nog wel naar pagina 389, maar daar vind je niks terug over Zielens!)

    Voilà, nu weet je het wel, zeker, wie Lode Zielens was. Die geboren verteller en rasechte Antwerpenaar, die uit een waerekmansbroek van de Paroche van Mizeire geschud was. Nu ken je de sociale betekenis van zijn oeuvre wel, nemen we aan. Nu weet je wel dat het mi-serabele lot van de werkliedenklasse, ondergedompeld in een diepe economische crisis, in zijn geschriften centraal stond. Nu ken je zijn sociaal bewogen Moeder, waarom leven wij? wel? En nu weet je ook dat de band tussen activisme, sociaal-progressistische Vlaams-gezindheid en literatuur niet ongewoon was in het Antwerpen van toen? Professor Brems heeft nu toch overtuigend genoeg aangetoond dat, zoals hij in het woord ‘Vooraf’ schrijft, er “verwevenheid van literatuur met () maatschappelijke en politieke ontwikkelingen” bestaat. En meteen begrijp je hoe het komt dat hij slechts twee nietszeggende regels kan besteden aan deze Vlaamsbewuste ex-activist, of niet? Heel simpel: er was geen ruimte meer, want het wereldschokkende feit dat Hugo Claus voor zijn ‘meesterwerk’ Masscheroen, waarin de bruikbare paljassen Hugues Pernath en Freddy Tevree in hun blote deukhoed op het podium mochten verschijnen, veroordeeld werd tot 10 000 bef boete, eiste bijna een halve pagina op, voilà.

    Maar de zielige Zielens had nog dit ‘voordeel’: hij was dan wel Vlaamsgezind maar toch nog een (echte!) socialist. Veel erger vergaat het de Vlaamsgezinde katholiek, zeker indien hij ‘aangebrand’ was in de oorlog. Zoals Filip de Pillecyn bij voorbeeld, die uitsluitend als collaborateur wordt vermeld. Oké, de Pillecyn schreef Hans van Malmédy, Monsieur Hawarden, De soldaat Johan vóór 1945, maar na ’45 noteren we toch nog een achttal romans waaronder Jan Tervaert, Mensen achter den dijk, De veerman en de jonkvrouw, Vaandrig Antoon Serjacobs, die toch meer vlees aan de knoken hebben dan pakweg Daeles ondervoede (De) moedergodinnen of Pleysiers spinnewebbenlege (De) kast. Het waardeverschil tussen afgoden als Claus-Boon en de Pillecyn is toch niet zó groot, dachten we, dat de enen resp. 72/54 vermeldingen krijgen en de Pillecyn het heel vluchtig met 2 (twee!) moet stellen, en dan nog om te zeggen dat hij omwille van zijn oorlogsverleden uit de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen werd uitgesloten (33) en om te herhalen dat hij tijdens de repressieperiode zijn burgerrechten had verloren (93).”

    Frans Depeuter

    24-02-2008, 22:54 Geschreven door Heibelaar
    Reageren (0)


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Poedelnaakt tegen kanker

    POEDELNAAKT TEGEN KANKER

    Nee, ik heb godzijdank nog geen kanker gehad, en mijn vrouw, kinderen en kleinkinderen ook niet, maar ik heb wel vrienden weten sterven aan dat vreselijke woord en ook bij mijn schoonvader heb ik nachtenlang gewaakt tot de dood zich over hem ontfermde. En als het wettelijk mogelijk was, sloot ik een contract af dat mijn recht op waardig sterven zou respecteren. Ik begrijp nog altijd niet hoe een nochtans Christelijke D&V’er er geen graten in ziet om pril menselijk leven te beëindigen, maar er wel een punt van maakt om mensonwaardig sterven te verlengen? Terwijl het toch duidelijk moet zijn dat zelfs hun God, die volgens mijn beduimelde Mechelse catechismus “oneindig goed en barmhartig” is en “eeuwig en alomtegenwoordig” en die “hemel en aarde heeft geschapen tot zijn eigen glorie en (toch ook) tot geluk van zijn redelijke schepselen”, niet zou willen dat ook maar één van zijn kinderen dagen-, weken-, maandenlang ligt te creveren in helse pijnen.

    Maar dit terzijde… De actie ‘Kom op tegen kanker’ is een schitterend initiatief. En dat BV’s méér dan alleen maar hun naam verbinden aan de fondsenwervingscampagne van de Vlaamse Liga tegen Kanker en de VRT, daar duim ik voor, ondanks mijn principiële allergie voor dat soort scherm- en straatvervuilers, die al even alomtegenwoordig als de Goede God hun al even ruime alwetendheid aan de kerst- en andere bomen hangen. Ja, ik baal van al die ‘boekskes’ met al die superlachende gezichten, die de ene dag juichend verkondigen dat ze de man/vrouw van hun leven ontdekt hebben met wie ze oud willen worden enzovoort, en die de maand daarna moeten vaststellen dat ze aan ’t kakelen waren voordat het ei was gelegd.

    Nu ja, gelukkig zijn niet alle BV’s even BV. En ze heten niet allemaal Joyce Van Nimmen of Tanja Dexters, er zijn er ook wel die zich niet door een aap laten scheren en hun echte talenten niet laten overwoekeren door hun lichamelijke attributen. Kijk maar naar de Kom-op-tegen-kankerfoto van 2005 met de zedig ontblote Gilda de Bal, Leah Thijs en Liliane Saint Pierre. Al even kies was de affiche met de 2006-dames Martine Tanghe, Chris Lomme en An Nelissen. Het speelse opschrift ‘Laat naar je borsten kijken’ paste perfect in de actie.

    Maar nu, in 2007… Vijf poedelnaakte Bekende Venten, van goede smaak getuigt het niet. Als ik aan de voorgevel van het gebouw van De Lijn in Leuven, een spandoek zie hangen met ene Stan van Samang, naar het schijnt winnaar van de zangwedstrijd ‘Steracteur Sterartiest’, die zich in een hoerige pose exhibitioneert, dan flapperen mijn oren. 22 meter breed en 8 meter hoog is het ding. En dan de oproep: “Stan vraagt het zich ongetwijfeld ook af: wie wordt de eigenaar van zijn 22 meter brede, naakte lichaam? Wie haalt dit unieke spandoek in huis, of in zijn bedrijf binnen? Jij? Misschien wel, als je er tenminste vlug bij bent, want diegene die voor vrijdag 11 mei, 12 uur, het interessantste bod doet, heeft hem!” Sorry, it’s not my cup of tea.

    De andere vier Bekende Venten zullen misschien ook wel ergens te lande hangen te gloriëren ‘voor het goede doel’. Alleszins kun je ze bewonderen op de website ‘laatwatzien’. Daar staan/liggen/ zitten ze in hun glasblazerskostuum te pronken, bedekt met een soort legoblokjes met een rood bloempje erop. Mits betaling kun je de blokjes wegvinken en puntje bij paaltje komt dan hun bangmakertje te voorschijn. Een leuk spelletje gluren-bij-de-buren, jawel. Stan Van Samang is compleet blootgevinkt, maar op de harige lichaamsdelen van Marc Van Eeghem zijn de vrouwtjes blijkbaar niet zo scheutig. Ook bij Tom Coninx van Studio 1 en Bart Peeters valt nog heel wat te ontdekken, terwijl Peter Van de Veire, die je elke ochtend wakker maakt op studio Brussel, nog maar 18 verdonkeremaande plekjes heeft.

    Het doel wettigt de middelen, wist Machiavelli ooit, maar ik kan me niet van de indruk ontdoen dat hij met deze uitspraak toch iets anders bedoelde dan dit partijtje strippoker. Hoe dan ook, ik wil maar dit zeggen: wanneer ik met een op springen staande blaas door het stadspark loop en ik waag het om tussen de struiken mijn gulp open te tiretten en met de hand boven mijn Lowieke het overbodige vocht te draineren, en er komt juist toevallig op dat verlossende moment een pandoer voorbij, dan gooit hij mij gegarandeerd de bon op wegens openbare zedenschennis zoals dat nog steeds volgens artikel 383 van het strafwetboek heet, maar op 22 meter bij 8 meter de lucht verontreinigen, dat wordt zelfs toegejuicht. Omdat het voor het goede doel is natuurlijk!

    Ondertussen zit ik nog altijd met de vraag wat vijf strippers te maken hebben met ‘Kom op tegen kanker’?

    Frans Depeuter

    24-02-2008, 22:44 Geschreven door Heibelaar
    Reageren (0)


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Charlotte Mutsaers, 'een dartel dubbeltalent'

    CHARLOTTE MUTSAERS, EEN DARTEL DUBBELTALENT?

    Van Dar en Koert, Plume en Pimmetje

    Ja, die hondjes van Charlotte, die Dar, Koert, Plume en Pimmetje, dat is me nogal wat! Met hondjes, meer speciaal “gladde fox-terriërs type His master's Voice”, heeft Lotje altijd al wat gehad. Die extreme voorliefde heeft met haar vroege jeugd te maken. Lotje werd namelijk als baby in de mand gelegd van Pimmetje. Proper is wat anders, maar “Pimmetje en ik, wij waren een soort Siamese tweeling, ziet u.” Als kind werd Lotje nooit gebeten door honden, integendeel: de honden liepen haar achterna. Later dan gemiddeld begon het Mutsaertje te lopen, want kruipen vond ze veel prettiger en dat kon ze dan ook bijzonder vlug. Pimmetje werd door stoute buren doodgeschoten, en ook “Dar en Plume zijn inmiddels overleden en liggen begraven op het dierenkerkhof De Stille Weiden’, Bobeldijk 83 te Berkhout.Bezoek dit kerkhof om te zien hoe het in de bloemetjes staat…”, raadt ze ons aan.

    En dan komt ze pas goed los (cursief van FD): “Elk jaar rond 15 april gaan we met schepjes, harkjes, schuiers en een gieter naar De Stille Weiden om daar de graven van onze honden te verzorgen. Zerkjes afwassen, letters schoonkrabben, witte steentjes aanharken en van algen (= zeewieren??) ontdoen, onkruid wieden, en tot slot alles in de bloemetjes zetten. () Al die grafjes even mooi onderhouden, één bloemenzee. Tussen die bloemen zie je hier en daar oude speeltjes liggen: een gummi muis, een klosje, een afgekloven tennisbal. Ook wel etensbakjes, verweerde halsbanden, een afgesleten krabpaal, halfvergane mandjes, een verroeste kattenbak. () Als u in de buurt van Hoorn bent, moet u er beslist een kijkje nemen. Goed, een maand geleden dus waren wij daar druk doende met de graven van onze honden, in een heerlijk lentezonnetje. En terwijl mijn man de zerken borstelde, onze huidige hond, Koert, argeloos tussen de graven draafde, en ikzelf lavendel plantte, schoot het plotseling door me heen: je ouders zijn nu al zo’n twintig jaar dood en niet één keer heb je je verwaardigd om naar hún graf te gaan. Het was of ik mezelf een klap voor m’n kop verkocht en ik werd er vreselijk mismoedig van. Het is niks voor mij, ziet u. Ik ben juist erg attent” (???)

    Niks humanisme, niks goed en kwaad,

    En alweer die diminutiefjes! Bij dat nuffig sentimenteel gedoe rond haar hondjes ontbreekt alleen nog wat gesnotter. Zo’n glanzend slijmerig neusje midden in Lotjes gezichtje, ik kan het me al voorstellen. O jawel, hoor, ook wij houden van hondjes, minstens evenveel en vaak zelfs meer dan van mensen. Wij hebben ook zo’n diminutiefje gehad, een poedeltje met zwarte krulletjes, dat Brammeke heette en altijd met zijn staartje kwispelde en rotte tandjes had. Ik heb wel niet bij hem in het mandje geslapen en niet uit zijn etensbakje geslabberd, maar hij was een schatje, dat wel. Ik heb hem verzorgd alsof het mijn kindje was, en nadat ik hem na twee kankeroperaties in mijn armen had laten doodspuiten terwijl hij me met zijn diepzwarte vertrouwensvolle ogen aankeek, ben ik er lange tijd niet goed van geweest, en nu nog ontroert mij die blik met dat eindeloze vertrouwen erin, dat ik verdomme verraden had. Maar… er is een maar…

    De werkelijkheid is nu eenmaal de werkelijkheid, en die dek je niet onder met een zerkje en een bosje lavendel. De werkelijkheid is eindeloos meer dan een dood hondje, het is bij voorbeeld ook mijn vader en moeder die ik als enige heb zien en helpen sterven, het is mijn jeugdvriend die zijn nek gebroken had bij het duiken op dezelfde plaats waar hij mij een paar jaar tevoren van de verdrinkingsdood had gered, het zijn twee van mijn beste vrienden die plotseling van ‘een gebroken hart’ gestorven zijn op nieuwjaarsdag 2006, het zijn al die kale kankerpatiëntjes die de cliniclowns aan het lachen proberen te brengen, het zijn al die kinderen, vaders, moeders, broers, zussen die in zovele Irakken en Israëls opgeblazen worden, het is Joe Van Holsbeeck die zo maar neergestoken wordt, het is Guido Demoor die “zijn eigen dood uitlokte”, het zijn Sonhul Koç, Oulemata Niangadou, de kleine Luna, … het zijn… het zijn… Dat alles, mijn beste Lotje, is de werkelijkheid, en sorry hoor, maar als een literaatje dan wat mooie zinnetjes schrijft over een dennentakje – je hoort het: ik heb het gediminutief al goed onder de knie -, dan kan hij/zij voor mijn partje al die mini-literatuur in zijn/haar ‘poepgaatje’ steken…

    Jaja, dat dartele Lotje mag al meegaan met mijnheer Brusselmans die ook al zo’n theater maakt om het verlies van zijn beroemde Woody. ’t Is eraan te horen dat dat soort mensen geen ouderverantwoordelijkheid hoeft te dragen! Ik citeer nogmaals Pieter de Buysser: “Enige humanistische bekommernis valt er niet te bespeuren, op die enkele opmerkingen voor een schoner milieu na, maar dat, en dit is geen verdachtmaking, is puur om van het zeezicht en de dennengeur te kunnen blijven genieten. Voor de dieren wordt het wel geregeld opgenomen. Niks humanisme, niks goed en kwaad, de zorg voor de levende wezens beperkt zich schijnbaar tot haar man en haar hond.” – Ook gemerkt: dat voorzichtig excuus “en dit is geen verdachtmaking” en dat manke passief “voor de dieren wordt het wel opgenomen”?

    Varkens in Nood

    Maar goed, terug naar Dar, Koert, Plume en Pimmetje. Het moet kunnen uiteraard, dat iemand een boompje opzet over zijn lievelingsdiertje(s). Maar je kunt dat ook doen op een minder melige manier. Ik denk bij voorbeeld aan mijn Heibelgenoot Hannelore, die ooit een heel mooie, sfeervolle poëtische roman wijdde aan zijn hond, Een merel met lange oren. Hannelore heeft ook een ontroerend liefdesgedicht geschreven voor Devlin - zo heette zijn zwarte veldspaniël, naar Bernadette Devlin, maar ik verwed er mijn kop op dat Charlotte die Ierse burgerrechtenactiviste niet eens kent! -, maar een zerk laten oprichten op De Stille Weiden, nee, zo ver gaat een Kempenaar niet in zijn dodehondjesverering.

    Ja, dat Lotje met haar foxterriërs… Ze is er verkikkerd op, jodelt ze. Maar niet alleen met honden, ook met andere dieren heeft ze iets. “Toen Nietzsche op een dag een paard omhelsde, vond men dat het eerste teken dat hij gek werd. Je kunt beter zeggen: toen werd Nietzsche normaal. Anders ben ik zelf gek. Toen ik een jaar of acht was, heb ik een wild zwijn omhelsd. Dat stond aan een paaltje vastgebonden bij het circus in mijn geboortestad Utrecht. Ik vond hem zo alleen, en zo lief, en toen heb ik hem omhelsd. Ik ben dol op wilde zwijnen.”

    Ja, Lotje is dol op dieren en dat siert haar. Ze sympathiseert bijgevolg ook met het Animal Liberation Front, maar meer nog met Gaia en Michel Vandenbosch, en ook dat laatste strekt haar tot eer. Het dierenwelzijn staat bij haar hoog aangeschreven, maar er zich actief voor inzetten, nee, dat past niet in haar laatje. Toen in 1997 in Nederland de varkenspest woedde, riep de schrijver J.J. Voskuil op om een einde te maken aan de intensieve varkenshouderij. Een maand later nam Koos van Zomeren de varkensactie over en riep de Stichting Varkens in Nood in het leven. Toen aan Mutsaers gevraagd werd om het 'estafettestokje' over te nemen, was het njet, omdat zij te emotioneel was, liet ze weten. Het zou ten slotte Youp van 't Hek worden die in november 1998 Koos van Zomeren opvolgde als Varkens-in-Nood-voorzitter.

    Dennen zijn geen sparren, Lotje

    Ook de natuur staat bij Lotje hoog aangeschreven, jawel. Planten fascineren haar, vooral de dennen. Een dennenappel zou ooit haar leven hebben gered, mythologiseert ze. En Lotje moet je niks meer wijsmaken over dennen, neenee, “ik weet nu alles af van dennenvoortplanting, dennengeboortes (er bestaan zelfs reageerbuisdennenbaby’s), dennenuitbuiting, dennenverdriet, dennenwouden, dennensoorten, dennenhars, dennengeur, dennenwortels, dennenkevers, dennenvoedsel, dennenziektes en dennendood,” orakelt ze. En dat is nu juist hét zere teentje van haar Zeepijn. Dartel Lotje heeft het de hele tijd over ‘dennen’ en verwijst regelmatig naar afbeeldingen met ‘dennen’ …die helaas allemaal ‘sparren’ zijn.

    (Lees verder in Heibel)

    Frans Depeuter

    24-02-2008, 22:39 Geschreven door Heibelaar
    Reageren (0)


    26-08-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De apostaten van de VRT

    DE APOSTATEN VAN DE VRT

    In de vorige eeuw was het woord obscurantisme nog zeer courant. Een stereotiep voorbeeld was dat van de kasteelheer die tot de pastoor zei: “Houd jij ze dom, ik zal ze arm houden. Met arme dommeriken of domme armelui kunnen we alle kanten uit.”

    Eigenlijk, moet ik dikwijls denken, is er niet bijster veel veranderd. De kasteelheer is gewoon vervangen door de politieke kameleon (al dan niet van de een of andere infantiele loge) die met belastingsgeld een staatszender in leven houdt, en in plaats van de pastoor hebben we de VRT gekregen.

    Die VRT – als je sommige inmiddels drooggelegde bronnen mag geloven, voor drie kwart holebi en voor één kwart onzijdig, maar verder zo normaal als een muilezel maar kan zijn – heeft als opdracht gekregen de laatste pastoor in de grond te boren en Vlaanderen binnen de kortste keren te ontkerstenen, te liberaliseren, te mondialiseren en multicultureel te maken.

    De bewijzen en voorbeelden zijn legio. Ik zou er dan ook niet over beginnen, mocht ik toevallig geen getuige geweest zijn van iets frappants… Van bepaalde radioprogramma’s (‘Het beste moet nog komen’) weten we dat het wachtwoord luidt “Geloof jij nog?” en dat het antwoord “Neen!” is. Ditmaal echter was ‘De zevende Dag’ op het tvscherm aan de gang. Ene Frank Westerman werd geïnterviewd door een barbiepopperig kind…

    “Ben jij gevallen?” vroeg het wicht met een lief stemmetje.

    Westerman schudde verbijsterd het hoofd.

    “Euh… Ben jij afgevallen?” meende het wicht haar vraag te moeten verduidelijken.

    Westerman keek Barbie stomverbaasd aan. Hij was waarschijnlijk bijgekomen en gaf dat niet graag toe.

    “Ben je eraf gevallen?” hernam Barbie met priemende blik.

    Ik zag Westerman van de os op de ezel springen en radeloos uitkijken naar een paard.

    “Ik bedoel: ben jij afvallig geworden?” drong het wicht aan.

    “Wil je weten of ik nog geloof?” stamelde de onthutste Westerman. “Ja, zeker. Waarom niet?”

    Barbie keek hem bestraffend aan. Hoe was het in godsnaam mogelijk dat iemand in deze tijd nog geloofde? Hoe was die man ooit in ‘De zevende Dag’ verzeild geraakt? En welke onverlaat op de redactie had het nagelaten hem het wachtwoord te vragen?

    Robin Hannelore

    26-08-2007, 22:23 Geschreven door Heibelaar
    Reageren (0)


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De eredoctoraten van de waanzin

    DE EREDOCTORATEN VAN DE WAANZIN

    Dat er in Antwerpen een artistiekerige kliek aan het werk is die lijdt aan chronische zinsverbijstering, is geen nieuws. Dat Martine Cuyt van ‘Gazet van Antwerpen’ zowat de spreekbuis is van dit narcisme in het kwadraat ook al niet.

    Op woensdag 21 maart kondigde dit voorbeeld uit de cursus kromme, gatlikkende en slordige journalistiek aan dat de Universiteit Antwerpen op 26 april een eredoctoraat zou uitreiken aan de Antwerpse stadsdichters Lanoye, Nasr en Moeyaert. Ze had het over “deze hoge academische erkenning” en onthulde dat de Antwerpse simplicissimus Luc Tuymans vorig jaar een dergelijk eredoctoraat kreeg “voor Algemene Verdiensten”.

    Als dit geen waanzin is, dan worden in Geel de normaalste mensen van de wereld verpleegd. Of zit daar in de directie van die universiteit een gewiekste heibelier die de (maar al te vaak holle) titel eredoctor wil ridiculiseren? Mocht dat het geval zijn, dan verdient die vent of dat wijf applaus in plaats van spot. Immers, Luc Tuymans – door ‘Gazet van Antwerpen’ tot vervelens toe met denkbeeldige lauwerkransen bedacht – is helemaal geen groot schilder en de brave scribenten Lanoye, Nasr en Moeyaert – door ‘Gazet van Antwerpen’ op bedenkelijke wijze gehonoreerd met de publicatie van hun bombastische ‘stadsgedichten’ – zijn beslist geen grote dichters. Maar nogmaals: als het de aanstoker van dit burleske gedoe erom te doen is bijvoorbeeld Prins Filip als doctor honoris causa van de KUL nog eens aan de wasdraad te hangen, dan is er niets mis met dit initiatief. Prins Filip is namelijk ook geen groot schilder en geen groot dichter, zelfs geen groot spreker (wat iets anders is dan een grootspreker).

    De Universiteit Antwerpen speelt nochtans met deze bekroningen (?) een gevaarlijk spel. Als ze ooit eens een echt verdienstelijke wetenschapper, humanist, weldoener of kunstenaar wil onderscheiden, zal die dan niet liever zijn kat sturen dan in de rij te gaan staan achter de homofiele vrienden van Martine Cuyt?

    Robin Hannelore

    26-08-2007, 22:21 Geschreven door Heibelaar
    Reageren (0)


    10-03-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dolle avonturen met de Aantwaarpse PiPi's

    Dolle avonturen met de Antwerpse PiPi’s.

    Verstoddesoemsginvloms?

    Ge kent toch die mop van die vis, die vogel en die krokodil die over hun voorbije vakantie aan ’t sjauwelen zijn?…

    De vogel zegt: “Ik kan goe vliege en die van ons kan goe vliege en ons klaain manne kunne goe vliege. Welle zen nor de baarge gegoan!” Zegt die vis: “Ik kan goe zwemme en die van ons kan goe zwemme, en ons klaain viskes kunnen oek goe zwemme. Welle zen nor de zie gewest.” Zegt die die krokodil: “Ik ‘em een groot bakkes, m’n wijf heeft een groot bakkes en m’n joeng oek… Welle zen in Aantwaarpe gebleve.”

    Ietwat belegen, ja, maar toch nog altijd een goei. En een rake. Want die Sinjoren, ze lijken wel pap gekregen te hebben met de troeffel. Nu voeg ik er onmiddellijk aan toe, ook al om Jef De Witte niet aan mijn deur te krijgen, dat dit uiteraard niet slaat op álle Sinjoren. Er zijn er ook andere, o jawel… vooral tussen de Kempenaars en Waaslanders die naar ‘t Stad verhuisd zijn.

    Hoe het komt, van dat groot bakkes, is me nog altijd een raadsel. Is het omdat de Boerentoren de eerste wolkenkrabber op ons vasteland was en tot in de jaren '50 het hoogste torengebouw van Europa? Of omdat Antwerpen de grootste Europese bananenhaven is? Of is het gewoon omdat een Sinjoor zo geboren is? Of misschien is het wel een virus dat van de een op de ander overgaat? Zo iets als een koortslip bij voorbeeld? Alleszins, zelfs de Nieuwe Antwerpenaartjes die met bus 23 op en af rotsen, lijken aan het krokodillensyndroom te lijden.

     

    Nif-Nif, Naf-Naf, Nouf-Nouf

    Hoe dan ook, ik aard niet in Antwerpen. Niet alleen wegens het feit dat ge in de mond van de typische Antwerpenaren uw beddenlaken kunt spoelen (cfr Robbe De Hert), maar ook omdat heel wat Aantwaarpse artiesten meer ‘kunstenmakers’ dan ‘kunstenaars’ zijn. Charlatans dus, flessentrekkers, die de intellectuele snobs brillen zonder glazen verkopen. En daarvoor moet ge niet eens Panamarenko heten, het mag bij voorbeeld ook doodgewoon een Hoet dragen.

    Een echte Kempenaar en een echte Sinjoor, dat past bijeen als een gaffel en een wafelijzer. Een Kempenaar houdt niet van dandy’s, en die lopen er met bosjes rond in het Aantwaarpse artiestenmilieu. Van die praalhansen met een verguld jasje, een trendy zonnebril, een zomerhoed op de kop en veel kak aan de billen. De Roze Dichtertjes (1972-1982) waren daar het beste voorbeeld van. In navolging van de Grote Dandy Paul van Ostaijen paradeerden ze over de Meir met een air van ‘Hebd’e maai gezien?’ Zo roze als de snuiten van Nif-Nif, Naf-Naf, Nouf-Nouf, de drie zwijntjes die te doen hadden met de Grote Boze Wolf (hoewel in de jaren ’70 nog geen Grote Boze Grolf ‘tStad onveilig maakte.)

    De échte Pinkertjes bedoel ik wel, want er waren in het clubje nogal wat jongens die zo pink waren als het achterste eind van de Zwijntjes, en dat ziet er  heel wat minder rooskleurig uit. De hyperintellectueel Georges Adé (alias Laurent Veydt) bij  voorbeeld, of Paul Tevree met zijn visuele poëziespelletjes, of een zekere Robert Lowet de Wotrenge, maar ja, die laatste had wat centjes om een uitgeverijtje (Pink Editions & Productions) op te richten en dat wil ook wat zeggen…

     

    Beter één Snoek in de pan...

    Ook Paul Snoek was bij de Pinken… Nu was die Sinterklazenaar – of hoe heet dat ras? - eigenlijk geen echte maniërist, maar het feit dat hij nogal veel in de galerie De Zwarte Panter ‘gezien’ (!) werd én wat Naam had, was reden genoeg om hem bij het groepje in te lijven. Beter één Snoek in de pan dan twintig in de wan, zullen ze daar gezegd hebben.

    Wat Snoek wél gemeen had met een Conrad bij voorbeeld, was…

    (Lees verder in Heibel, nieuwe reeks nr. 4)
    Frans Depeuter

    10-03-2007, 00:12 Geschreven door Heibelaar
    Reageren (0)


    14-11-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Jeanine en haar Tsjeven

    Jeanine en haar Tsjeven

    Neem nu dat filmpje van Ivo Belet. Die komt bij een goedgevulde Jeanine aanbellen, vanzelfsprekend in afwezigheid van Jef, de knullige echtgenoot, een Seppen Driegdraad eerste klas. Maar Jeanine, olala, die is niet onder een dooie hen uitgebroed, hoor. “O, den Ivo!” verlekkert ze met smeulend vuur in haar stem. “Dag madam,” zegt lachend Beletteke, “ik ben lijsttrekker voor de CD&V in Hasselt en ik kom even mijn programma toelichten.” De oogskens van Jeanine gaan nog feller blinken, en ge ziet ze denken: Gij zo’n deugniet! “Kom, kom,” flikflooit ze op het toontje van een duivenmelker die zijn prijsbeesten naar binnen lokt na een vlucht op Quiévrain. Jaja, Jeanine weet hoe ze ‘op weduwschap” moet spelen. En de ‘keupper’ (doffer) verdwijnt achter het schuifke. Ze komen in de keuken, waar de tafel gedekt staat. Een koppel bouletten, of wat dacht je, op een bord waarop de beeltenis van Ivo is aangebracht. Ook de glazen zijn versierd met des lijsttrekkers portret. “Jaja,” zegt Ive, terwijl Jeanine haar décolleté wat breder en dieper openritst “ik ga voor meer fietspaden en betaalbaar wonen en zo.” “Och,” zegt Jeanine, “nu denk ik aan iets, kom eens mee.” En nummer 1 van de christelijke partij loopt mee naar boven: “Naar waar gaad’e, Jeanine? Ik volg maar, hè.” Onderweg overal beeldekens van de heilige Ivo. “Uw man gaat het toch niet erg vinden, hè Jeanine?” doet Ivo naïef.” “Nee’t! Nee’t! Kom maar.” En waar komen die schalkse ruiters terecht? Juist! In de slaapkamer van Jeanine. En ook daar, overal prentjes van de christelijke lijsttrekker! Op het dekbed, op de lampenkap, op de spiegel. Op de dildo die richtinggevend op het nachtkastje staat te pronken! En dan bemerkt Ivo boven het bed een Jezusprent – wat dacht je wel! - wat hem de christelijke ingeving ontlokt: “Jezus daar en ik daar, da’s een perfecte combinatie, hè?” En dan komt Jef thuis. Uiteraard met zo’n kapomuts met opgeslagen oorwarmers op zijn oliedomme kop. “Jef! Jef” galmt Jeanine, terwijl ze de trap afbotert. “Jef, weet ge wie dat hier is?!” Vaneigens weet Jef dat niet, maar als Jeanine heeft uitgekraaid dat het Ivo is, stommelt hij mee opwaarts. Jeanine is ondertussen het orgasme nabij. Helaas, in de slaapkamer is geen Ivo te vinden. “Maar waar is Ivo nu toch?”… Ha! daar staat de grote kleerkast. De Jef heeft het in ’t snuitje en klopt op de deur, terwijl Jeanine koert: “Ivo. Ivo. Waarom kruipt’e gij nu in de kast, Ivo?”

    Natuurlijk stemden alle Hasselaren, belet of niet belet, op nummer 1 van Christelijk, Democratisch & Vlaams! Op den  Ivo!!

    Frans Depeuter

    14-11-2006, 15:36 Geschreven door Heibelaar
    Reageren (0)


    Archief per week
  • 06/08-12/08 2012
  • 07/05-13/05 2012
  • 11/04-17/04 2011
  • 25/10-31/10 2010
  • 23/02-01/03 2009
  • 03/11-09/11 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 20/08-26/08 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 13/11-19/11 2006
  • 30/10-05/11 2006

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Blog als favoriet !

    Links 1
  • Heibel literair tijdschrift
  • Heibel: het blad zonder blad (voor de mond)
  • Heibel en Brems
  • Heibel en Dimitri Verhulst
  • Heibel en Gerard Reve
  • Was Walschap een racist?
  • Depeuter en Stichting Lezen
  • Inhoud van Heibelnummers
  • Heibel, het enige blad tegen het literaire estblishment
  • Nestorprijs van het tijdschrift Heibel

    Links 2
  • Bibliografie van Frans Depeuter
  • Toneel van Frans Depeuter
  • Poëzie van Frans Depeuter 1 (vadergedichten)
  • Poëzie van Frans Depeuter 2 (moedergedichten)
  • Poëzie van Frans Depeuter 3 (ouderhuis)
  • Kerstverhaal: Jeske
  • Liedjesteksten van Frans Depeuter
  • Depeuter en 'Boudewijn, le roi triste'

  • Links 3
  • Het verborgen leven van Gerard Walschap1
  • Het verborgen leven van Gerard Walschap2


  • Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!