leven
aarde, ik voel de aarde
lucht , ik proef de lucht
water, ik hoor het water
vuur, ik ruik het vuur
ik , ik leef
leven
aarde, ik voel de aarde
lucht , ik proef de lucht
water, ik hoor het water
vuur, ik ruik het vuur
ik , ik leef
de remedie
hij huppelt wat op één been
want er zit een blaar
op zijn linkerteen
het geheim
hij droeg een geheim
al jaren met zich mee
en toen hij het zeggen wou
luisterde al niemand meer
calicatta
morgen gaat de trein,mijn droom naar Calicatta
ik ga hem missen
even wegdromen
het koekje
op de tafel
bij de theeéén koekje nog
en wat
kruimels klein
aan die tafel,
wij getwee
neem jij het maar, neen, neem jij het maar,
inspiratie
inspiratie is als een droom
die zich niet dwingen laat
je onverwacht bezoekt
en als een echt fantoom
maar af en toe
een spoortje laat
zoals er na uren lijmwerk van een, op vreemde wijze gebroken vaas, toch een stukje blijkt te ontbreken
haar soap
soap
hij heeft oog voor haarzij er oren naar
beiden met zachte mond
de handen nog vrij
tot hun neus zowaar
met passie dichter komt
wordt vervolgd
het diamantje
in haar ogen
blonk een diamantje
ik zag het meteen
en voor zo’n steen
val je
acne
de bomen krijgen acne
pukkeltjes groen
maar het valt wel mee
dat lentegroen
vroegte
de zon licht traag
het deken van de nacht
en toont haar aardse kind.
< de aprilvis
<° de aprilvis <<<het net is stuk
een vis ontglipt
maar geen nood
met wat geluk
komt hij grOOt
in je net gewipt
de krokus
|
hij heeft wel lang moeten wachten

0 0
infarctin de lijn
zit een dipje
een negatief prikje
en van zo’n hikje
schrik jeikje
ikje
ikje
kamer : 57
patiënt : 2004
op zo\'n moment telt immers alleen nog maar het \'ikje\'
de vlieger
daar hoog aan het lijntje wrikt mijn vliegerdie puber wil wellicht de vrijheid liever
ik vier het touwtje nog maar een beetje
verliefd
zij fluistert
hij luistert
zij kijkt
hij kijkt
zij lacht
hij lacht
zij kust
hij kust
zij verliefd
hij verliefd
mij zien ze even niet
slaap
op blote voeten
onderaan de trap
stond hij te gapen
zijn vuistjes in de ogen‘mama ik kan niet slapen’
maar jongske toch !
nachtelijk
op stille tenen
loop ik door het huis
jij droomt in vrede
ik vind wel de kaas
als een hongerige muis
in de kast beneden
spiegel
spiegel aan de wand,
zo oud en wijs
wat is er toch vanmorgen
met mijn hoofd
weer aan de hand
met al die rimpels
en al dat grijs
vredesduif
Ik wou wel eens een wereld zien
zonder gruwel, zonder doden.
Er komt wel ooit een dag misschien
met z\'n allen , zonder groten.
in de auto
Links.
Nee, rechts !
Of toch...
Hier opzij.
Ze spelt
zijn kaart
luidop.Voorbij !
STOP !
toch kwamen ze er ,maar \'iets\' te laat