stilte
Ik weet het :
Het is hier al een hele tijd stil
en dat blijft voorlopig nog een tijdje zo.
Wil je toch weten wat hier vroeger stond ,
kijk dan hieronder links in het archief.
met poëtische groet
hhugo
stilteIk weet het :
Het is hier al een hele tijd stil
en dat blijft voorlopig nog een tijdje zo.
Wil je toch weten wat hier vroeger stond ,
kijk dan hieronder links in het archief.
met poëtische groet
hhugo
verleiding
Zij strikte,
één blik
verleiding.
Hij wikte,
en zag
misleiding.
hij was dan ook niet meer van de jongste
de bal
er ligt een bal op het gazon
het bloempje
het bloempjeer wiegde een bloempje
blauw en blauw
in de lentewind
alsof het dansen wou
met het spelend kind
het wérd geplukt
maar ‘t ligt nu grauw
dat bloempje blauw,
dood op het grind
de leider
hij sprak en sprak de leider
kleefde op alles een cijfer
wij gaapten in diepe twijfel
allicht wordt Hij n'og rijker
het afspraakje
vederlichte gedachten
fladderen door mijn hoofd
je komt, dat heb je beloofd
al laat je nog even op je wachten
maar je komt, dat heb je beloofd
een bus uit Ekeren is nochtans reeds voorbij gekomen
loketbeamte 4
loket 4
lachen ligt hem niet
liever koel en stijfjes
alleen maar aardig
als hij Niemand ziet
ik verander maar van rij en hoop
de vlucht
het huis een verloren thuisdan maar ijlings op de vlucht
weg voor haar 'grote kuis'
het lentekleed
ik schud,
ik schud de winter
van me af
af, af
en trek de lente aan
aan, aan
het verzoek
op het boordje van zijn stoel
nog aarzelend bang met vragen
'moe, mag ik naar die fuif nu, toe?'
vader had al ja gezegd
lente
de lente
druk in de weer
prikkelt het leven
om nog een keer
het mooiste van zichzelf te geven.
en wij genieten mee
het complot
in jeugdig zot
hun hoofden samen
gniffelend, gidderend
meisjes in speels complot
de paasklok
tien elf twaalf
eieren in de mand
vader weet je nog
waar dertien is geland ?
we zijn er wel eentje kwijt aan de hond.
mild
de avond strooit nog
een snuifje wind
de dag is gaar nu
een milde herinnering
naïef
‘naïef, zei je
‘je ben naïef’
'ach kom'zei ik
ik voel me goed,
of is dat soms
té primitief'
mooie kleren
ze zat in de mooie kleertjes
tot ze in haar zoom trapte
en haar \'schone\' woorden
voor één schaars keertje
in eenvoud om lucht hapten
rijmelarie
mietje precieswas veel te kies
pietje werd vies
die nam zijn valies
nu treurt zie
om het verlies
al is dit een 'rijmelap' (= dichterlijke smartlap),
hij stemt toch tot nadenken
(p.s : mietje en pietje zijn hier wel omwisselbaar)
leven
aarde, ik voel de aarde
lucht , ik proef de lucht
water, ik hoor het water
vuur, ik ruik het vuur
ik , ik leef
de remedie
hij huppelt wat op één been
want er zit een blaar
op zijn linkerteen
het geheim
hij droeg een geheim
al jaren met zich mee
en toen hij het zeggen wou
luisterde al niemand meer
calicatta
morgen gaat de trein,mijn droom naar Calicatta
ik ga hem missen
even wegdromen
het koekje
op de tafel
bij de theeéén koekje nog
en wat
kruimels klein
aan die tafel,
wij getwee
neem jij het maar, neen, neem jij het maar,
inspiratie
inspiratie is als een droom
die zich niet dwingen laat
je onverwacht bezoekt
en als een echt fantoom
maar af en toe
een spoortje laat
zoals er na uren lijmwerk van een, op vreemde wijze gebroken vaas, toch een stukje blijkt te ontbreken
haar soap
soap
hij heeft oog voor haarzij er oren naar
beiden met zachte mond
de handen nog vrij
tot hun neus zowaar
met passie dichter komt
wordt vervolgd
het diamantje
in haar ogen
blonk een diamantje
ik zag het meteen
en voor zo’n steen
val je
acne
de bomen krijgen acne
pukkeltjes groen
maar het valt wel mee
dat lentegroen
vroegte
de zon licht traag
het deken van de nacht
en toont haar aardse kind.
< de aprilvis
<° de aprilvis <<<het net is stuk
een vis ontglipt
maar geen nood
met wat geluk
komt hij grOOt
in je net gewipt
de krokus
|
hij heeft wel lang moeten wachten

0 0
infarctin de lijn
zit een dipje
een negatief prikje
en van zo’n hikje
schrik jeikje
ikje
ikje
kamer : 57
patiënt : 2004
op zo\'n moment telt immers alleen nog maar het \'ikje\'
de vlieger
daar hoog aan het lijntje wrikt mijn vliegerdie puber wil wellicht de vrijheid liever
ik vier het touwtje nog maar een beetje
verliefd
zij fluistert
hij luistert
zij kijkt
hij kijkt
zij lacht
hij lacht
zij kust
hij kust
zij verliefd
hij verliefd
mij zien ze even niet
slaap
op blote voeten
onderaan de trap
stond hij te gapen
zijn vuistjes in de ogen‘mama ik kan niet slapen’
maar jongske toch !
nachtelijk
op stille tenen
loop ik door het huis
jij droomt in vrede
ik vind wel de kaas
als een hongerige muis
in de kast beneden
spiegel
spiegel aan de wand,
zo oud en wijs
wat is er toch vanmorgen
met mijn hoofd
weer aan de hand
met al die rimpels
en al dat grijs
vredesduif
Ik wou wel eens een wereld zien
zonder gruwel, zonder doden.
Er komt wel ooit een dag misschien
met z\'n allen , zonder groten.
in de auto
Links.
Nee, rechts !
Of toch...
Hier opzij.
Ze spelt
zijn kaart
luidop.Voorbij !
STOP !
toch kwamen ze er ,maar \'iets\' te laat
tederik heb lang op haar gewacht
wat onzeker
in bruidskleed
op de steel
een witte orchidee
mijn stroom
de stroom naar de zee
traag aan mij voorbij
neemt mijn onrust mee
spoelt de ziel weer vrij
de slag om
de deur slaat dicht
een vlaag van de wind
of is zij me slecht gezind
omdat ik openheid vraag
rimpels
het water zacht en gladfronst tot rimpels
nu het de wind hoort
even lui
ik heb me neergezet
alles netjes weggelegd
ik kijk wel even rond
en zie wel wat er komt
liefde
ze lopen hand in hand
verbonden in wel en wee
na jaren niet gestrand
hij klaveren haas
zij harten twee

ziek
Er zit brand in mijn Buik,
en kOts.mijn vege lijf LEeg.
LeeG.LeEG.
m\'n longen Schroeien .
aDEM.
help ademAdeM.
iK ijL
‘Moeder !’
golven
golven van geluk
spoelden om hen heenhun geluk was wel groot
want ze zaten nog maar net
in hun huwelijksboot
de visie
|
het tsjoepken
hij zocht en zocht een tsjoepken
dat hij niet verliezen mocht.
maar vond slechts een foefken
dat hij stout aan haar verkocht.
speciaal voor nonkel Etienne grapje !![]()
tsjoepken = dopje
foefken = leugentje (ge moet me geen foefkens wijs maken)
de bank
de bank in het park
leeg en geduldig wachtend
op het zonnetje
de kuszonder rancune
twee lippen vol en rond
kusten me op de mond
ik zei wat krijgen we nou,
ik verkies wel een vrouw
diep eenzaam
het zat heel diep
wat, dat wist hij niet
er was die wrevel
een wrange nevel
die hem niet verliet
hij viel heel diep
die arme kerel
en wat hem scheelde,
ik weet het niet
whow
De nacht heeft een tapijt gelegd in wit en wit .
Ik heb \'whow\' gezegd bij het eerste zicht.
de feestsigaar
Een feestsigaar hield van roken.
Wist echter niets van stoken.
Werd toen echt 'dé sigaar'
Kom nu, leeg die asbak maar.
De toespraak
ik wou dat ik zijn woorden plukken kon.
maar ze hangen daar als een feestballon,
te hoog tegen het plafond.
de toespraak
uit mijn stadhuisverzen
De steenMarmerbeeldhouwen in Toscane.
De steen.
Ik heb me moe naast je neergezet .
Praat met je. Maar je luistert niet.
Koppig hard als je bent.
Al weet ik dat je iets moois verbergt.
Angstvallig voor me omklemt.
Toch wil ik weten.
Die bolster breken.
Ik hamer, ik tik.
Hoor nu hoe je klinkt .
Slag na slag met me zingt.
Tot ik tenslotte mezelf in je vind.
lijntjes
een ander paden ik ga alvast inpakken
met het lichtdat nog aarzelend komt
ontluikt toch de wens
om weer op weg te gaan
en verlicht
als een ander menseen nieuw pad in te slaan
het toefjedie winter toch !
het toefje
er ligt daar nog één toefje
wit-winterse sneeuw
wellicht vergeten
wateren ik mag de zeep aangeven
warm water vloeit
glad over haar huid
een zachte streling
waarvoor ze zalig
haar ogen sluit
vreemde tekens
vreemde tekens in de sneeuw
getrokken met een chinees penseel
de tenen van een merel
of misschien wel een late spreeuw
nieuwjaar
dag na dag schuift de tijd
onmerkbaar langs ons heen
van tot naar tot en tot
heel even staat hij stil
we kijken naar elkaar
en wensen een goed jaar
van tot naar tot en tot
wensen
liefste . . .
als ik wat wens
dan is het een mens
met armen en benen
vingers en tenen
met een groot hart
en gedachten heel apart
als het even kan
voor mij geen man
maar liefst een vrouwdie helemaal gelijkt op jou
hhugo
1januari 2006
voor alle blogsters .
voor de bloggers is een aangepaste versie verkrijgbaar .

0 0
31
december
het laatste kalenderblad
een vol jaar aan de muur.
‘t is nu welletjes geweest!
het wordt tijd voor nieuwe wensen
de voederplank
ze komen . ze gaande vogeltjes .
een na een
op de voederplank.
________________________________

‘ma’ zei hij gemeend‘ik lijk op een eend ‘
hij liep te kwaken
vloog met een lakenen al had hij het goed geleerd
ook zijn schoenen zaten verkeerd
de vriesganzen
hoog uit het noorden
twee en vijftig vriesganzen
eindelijk winter
stilte
de stilte is op de vlucht
weg voor het lawaai
nog soms vind ik haar
onder het deken van de nacht
en troost en koester haar
ik ben graag alleen met de nacht
pakjes
de pakjes groot en kleinonder de boom geschikt
elk heeft een geheim
heel mooi gestrikt
een sterretje
kijk, daar een sterretje !
zou het ons de vrede willen brengen ?
ik wens jou en al je geliefden
een hartverwarmende kerst
het kerstkoor
zoetvoois komen
hemelse klanken
me toegedreven
ik sluit mijn ogen
en begin zowaar
met die engelen
mee te zweven
donkerte
donkerte dooft de dag.
het raam spiegelt een man.
ik sluit het gordijn.
ik hou niet van deze donkere dagen
ik tracht naar het warme licht
dolle mina
dolle mina
zij is geen doetje
heeft echt geen oren
maar kan wel bekoren
ja man, wat moet je ?
de jaren blussen wel
sneeuw
mensen komen en gaan
als sneeuwvlokken
dwarrelen ze voorbij
af en toe, zo heel spontaan
kleeft er eentje aan mij
het steentje
een steentje in mijn schoendwingt me aan de kant
wacht jij nou even
we zijn hier bij z'n halte aanbeland
op onze wandeling naar steendorp
het prulletje
diep in zijn zak een prulletje
een thuiselijk onbenulletjemaar als hij het zag
voelde hij zich op zijn gemak
blacklight
neonlicht
flitsend
aan - uit
luidgeluid
aan - uit
aan - uit
flitsendneonlicht
luid
geluid
de jeugd
vliegt uit
hey opa !
ik zwijg maar even
de koude voetjes
mag ik bij jou mijn voetjes warmen ?
ik heb maar ja gezegd

de zwerver
ik tast wat in het rond
weet niet wat er komt
ik probeer wat hier
ik probeer wat daar
wist ik m’n thuis nog maar
het slappe handje
je kent hem vast wel zeker
de man met het slappe handje
zijn affectie is nóg weker
dus zet je vuur maar
op het laagste standje
de kerstboom
goudgele ballonnetjes
pronken in de boom.
zijn eerste naald valt.
mist
bomen, huizen in broos grafietde mist gomt mijn wereld
die je nu nog amper ziet
het klein
hij keek niet op naar het groot
al moest hij zich nog zo bukken
het was het klein waarvan hij genoot
dat gaf hem zijn vrijheid
opa zaliger
opa
ruig was de handdie mij in de armen nam
mild was de hand
die me soms een lesje gaf
fier was de hand
die mij een duwtje gaf
wijs was de hand
die ik in mijn handen nam
eenzaam blijft zij
ze piekerde al maanden lang
doch vond toch geen liefde
tussen de rozen op haar behang
wellicht moet ze toch eens de wereld in
de advertentieLaat je niet misleiden , dit is niet mijn advertentie .
de advertentie
ik ben mijn hart verloren
ergens langs de wegde weg naar Brecht
of was 't Stavoren
als je het vindt
en het kan je bekorendan kan je steeds
bij mij terecht.
Don Juan
één beet-je
een spietje boterhamlaveert
met moeders zoete-woordenwind
het mondje in
de verleidster
de verleidster
klein is haar flesje
met de glazen dop
slecht een drupje
en hij kijkt
haar kant weer op .
het buikje
het buikje
daar liep zehet buikje bloot
jong en onomwonden
toch werd ze kersrood
toen een jongen opgewonden
naar haar floot
de niemand
de niemand
er loopt een man door de straat
niemand die met hem praat
want niemand kent die niemand
met dat vreemd gelaat
en 'wie weet waarheen die wel gaat !'
de zachte gloed
je bent de zachte gloedwaaraan ik me warm,
voor ik de nacht in ga.
de sint
knus onder het deken
luisterden we naar de wind
en de stappen van de sint
nu 50 jaar geleden
de veter
de veter
in mijn schoen zit een veter
maar trek ik er op uit
dan haalt die betweter
er telkens de knoop weer uit
een lege doos
een lege doos
vandaag geen keitje beste lezer(es)
ik hoop dat ik er nog vind
het gevecht
vele malen te herhalen want de wind die bleef maar blazen
en ik dúw al hard op mijn pedalen
in 't gevecht met de wind, die wind
nu gaat die ploert nog meer uithalen
en ik dúw al hard op mijn pedalen
mijn bus, moet ik immers halen
doch de wind blijft me slecht gezind
en ik dúw al hard op mijn pedalen
in't gevecht met de wind , die wind wind wind
dit is waar gebeurd. maar wel een hele tijd geleden ,
(vandaar dit wat oudbollig rondeel)

in de perenlaar
hangt een slap ballonnetje
‘t verloor zijn adem
op de lange reis
't kan zo niet verder meer
we sturen het dan maar
met de posterijen
naar zijn baasje weer
vlokken
dikke sneeuwvlokken
in een maagdelijk
witte vluchtdie zó triest eindigt
in de goot
krullen
Krullen
de krul in zijn snor
charmeerde kruls
de krul op haar wang
toen passeerde nog wel
die jonge krullebol
een griekse knul nog wel !
Kreta
plu
mijn paraplu
werpt enthousiast
de armen in de wind
zelfs de regen
lijkt blij verrast
nu hij gieten mag
)))))))
pas getrouwd
° °pas getrouwd
achter op de achterzit
de armen om hem heen
zijn mooie bruid
daar gaan ze voor hun rit
ons dagelijks leven uit
OO
help papier
wat een leven
wat een strop
help nou even
‘t papier is op
toiletkunst
snel doorspoelen a.u.b.
het koekje
achter het groene boekje
in de boekenkast
zat vaders lekkerste koekje
maar een snoepmuis
vond dat verborgen hoekje
en heeft hem toch weer verrast
pa heeft de muis nooit kunnen vangen
'ikke nie, 't was mijn broer.' 'da's nie waar jong . jij zeker ' ' ...' ' ...´
de wintersymphonie
ze hangen nu in de kast
de luchtige sopraantjes
tijd voor de bassen
de zware winterjassen
mijn oude vriend
dag boom,
je staat hier noggetuige van mijn jeugd
ons dorp is zó veranderd
dat jij er nog bent,
dat doet me nu eens deugd
het vogeltje
er zit een vogeltje
diep in mijn oor
het fluit en wil er uit
ik zet het kooitje open
en
geeuw
lang
en
uit
de engelbewaarderhet spijt me nog oma.
hij was van aarde
met stenen vleugels
stond wijs bij oma
in de glazen kast
haar engel en bewaarder
tot op die hemelse dagwaarop hij met me vliegen wou
en pardoes aan scherven lag
de neuswortel
wonderlijk is toch de natuur
er ligt hier een wortel
met de neus van nonkel Tuur
vergeef me nonkeltje .![]()
waar moet een mens zijn inspiratie blijven halen , ik heb dan maar even in de koeling gekeken .
zwangertje
zwangertje
er was iets dat ze miste
iets zoets, iets zuurs, een zoute beet
als wij het nu toch maar wisten
dan kregen we even rust wie weet

de zee
de zee.
het strand.
wit en blauw.
mensjes klein.
de zee
de mist
de stilte
bang geloei
de zee.
de man.
de hond.
kil october
de zee.
duister
einderloos
leeg
of toch .
daar !
‘een pinklichtje’
___________________________________.___________
oma
oma
stilletjes op de tenen
liep ze door het leven
alles ging haar immers
om het geven
het protest
de rij knotwilgenbalt kwaad de vuisten
nu ze kaalgeschoren is.
de vlieger
de vlieger
er zit een ventje in mijn vliegerdaar boven in de blauwe lucht
mijn fantasie doet niet liever
is weer even op de vlucht
de regenwind
een grijs regendekendekt mijn wereld toe
nu de zomer ging
ik huiver van de herfst
met haar lepe streken
die mijn zon weer elders hing
ondeugend
omringd door zijn parochie
prikt het kerktorentje
wat ondeugend
de hemel
het verlies
|
single song
single song
een melodietje met ik hou van jou
beroerde nog steeds haar hart
niet dat ze het niet echt wou
toch bleef ze liever maar apart
tot hij kwam !
stt ,stil
|
B
in de boom daar staat een hartje
het teken van een verliefd paar
met de letters van hun twee
nu voelt het wel een beetje raar
want nee wat dacht je ,
die liefste B(ee) van toen
werd wel een T(ee)
hij wandelt er dan ook maar stilletjes met haar voorbij .
' je weet maar nooit mijn liefste T '

midden de doornen staat nog één roos
ze is wat laat in het jaar
maar het is de rust waarvoor ze koos
de danser
de danserin zijn borst zit een beestje
het gaat soms flink te keer
vooral op een feestje
dan herken je hem niet meer
de fazant
|
ik mag je
ik draag je op mijn lippen
ik bewaar je in mijn hoofdik warm je aan mijn hart
soms lig je op mijn maag
maar je weet,
ik mag je graag

‘kus mij’ stond er
op haar roze hartje
en dat mocht je toen
voor nog geen kwartje
ken je ze nog die suikeren hartjes uit het snoepwinkeltje
kitsch
kitsch
oranje lila groen
echt niet te doen
roze bruin blauwlaat vallen, gauw !
gooi dit schrijfsel ook maar vlug weg
het kan niet allemaal goed zijn hé beste lezer
naakt
naakt en beverig staan de bomen
midden hun bladerenkleedmisschien hebben ze het wel koud
de lachprobeer het zelf ook maar
zij had een lach
klaar voor iedereen
ieder die het zag
lachte ook meteen
een stukje liefde
het lekkerste stukje
zet je me steeds voor
zoveel liefde op mijn teljoor
je brengt me van m’n stukje
rijstpap
onbekommerd om de dingen
vertikt de klok de avond.
ik dommel weg in de jaren
tot bij oma’s rijstpap .
mét kaneelstokjes.
het probleem
|
de kunstenaar
de kunstenaar
hij zocht en zocht
de kunstenaar
hij zocht zichzelf
geloof me maar
niemand
die hem nog begreephij zocht misschien te ver
wie weet ?
de bullebak
|
stilletjes
stilletjes
soms werd het stilletjes
bij hem binnenin
dan sloot hij het deurtje
en niemand mocht er nog in.
de clown
hij was een clown
met pretneus opgezet
al bleek hij dikwijls 'down'
de gulle kinderlach
gaf hem telkens toch weer
binnenpret
air
een dame met veel air
had een grote vocabulaire
maar schreef ze twee woorden
dan viel dat sjieke mokkel
pardoes van haar hoge sokkel
pijn
Pijn
de pijn bijt
telkens weeren weer
de pijn steektik krimp , ik keer
de pijn haat me
verdomd,
wat doet het
zeer
de hoogvlieger
hoog boven de bomenvloog hij met zijn dromen
de mensen zag hij niet
ver is hij niet gekomendaar ieder hem verliet
en zijn mooi project mislukte
nevel
een nevel doezelt het landin grijs, grijs en grijs
kleuren dempen tot stilte
de herfst is gestrand .
goud en geel
goud, rood en geel
strooit de herfst
over de bladeren
elk kleurt even uniek
dan gaan ze zweven
ieder op z'n beurt
het lijkt wel muziek
de dansvloer
ze dansten op één tegel
warmpjes bij elkaar
ieder keek en dacht:
‘was ik het maar’
een ambtenaar
een ambtenaar
zijn woorden lopen in de paskeurig volgens het boekje
dat past bij z'n pak en das
maar hij draagt geen warmte
en dat voel je .
het briefje
het briefje
zij gaf mij een briefje
daar stond het allemaal op
ze wilde me als liefje
en ik, ik kreeg een rode kop
dromen|
graag wil ik ze voor de dag bewaren maar de morgen slurpt ze telkens op
|
haar zeepje
|
het vertrouwen
wil je even mijn rug krabben
ook dat hoort bij de liefde
en misschien krijg ik wat inspiratie
het paar
het paar
we zijn met twee
maar ook één,
te samen en toch,
toch elk weer alleen
het hoedje
|
Tante Roos kocht een hoedje met een schelp van voren
hoe ze het pronkstuk ook zette nonkel kon het niet echt bekoren ‘t was zonde van de biljetten en 'het ding’ leek voorgoed verloren
toch werd dit niet z’n droevig lot er kwam nog iets zinvols aan het bestaan ‘t scharminkel kleurde immers nog veel het hoofd van een kleine, speelse indiaan
|
de scheiding
nog was hij alleenook met mensen
om hem heen
geen lach die hij zag
neen, niet een
in zijn hart
was ZIJ nog steeds,
ZIJ, alleen
heerlijk
|
wat is het stil in huis
moeder, je zou best eens gaan kijken
het beestje
het beestje
~
er is daar een beestje
in het lovergroen
het rommelt en grommelt
maar wat voor de drommel
zit het daar in ‘t donker
zo raar te doen
het pluimpje
hij lag op een pluimpje
vloog met de wind
hoog langs de wolkenlandde op een duimpje
in de droom,van een kind
Alzheimer
zijn ogen leeg en donker
de ziel bijna uitgedoofd
vader nog slechts een restje mens
ook ik ben bang voor het beest , Alzheimer
ma en de muis
in paradepas
fiere poesmet natte muis
ma in witte bloes
rustig in het huis
aan de afwas
we knijpen onze ogen, oren en mond toe
ruimte
|
cijfertjes
cijfertjes,cijfertjes, …wees nu oprecht
in de fijne poëzie
passen ze niet echt
hoogstens de een,
en uiteraard het elfje
maar naast die twee,
die ik hier verkoos,
acht ik de hele rest
honderduit waardeloos
hoogachtend
een puristpoëzie voor de poëtische puzzelaar
de rustfile
onthaasten
de man met dat petje op
die mag wel even voorop
we volgen in het rijtje
en rusten maar een tijdje
maar maak dat onze ''stressers'' maar wijs
zoek
soms vond hij 't niet
hoe hij ook zocht
in de kelder, op zolder
onder in de kast
je hoorde zijn gedonder
elkeen bezorgde hij lasttoen hij het uiteindelijk vond
lag het nog wel, gewoon in zijn mond
hij toonde het ieder die hij zag
zijn brede en goedluimige lach
vergeten
hier stond hij dan
midden in de kelder
niet voor de eerste keer
pas bij de wijn
werd zijn hoofd weer helder
en toen wist ie ‘t weer
het overkomt hem meer en meer , en mij ook
paniek
een koperen kevertjegevallen op zijn rug
trappelt angstig
de pootjes in de lucht
verliefd
draai in een rondje rond
ik je
secondje één maar jij keek
een mens moet soms gek doen om aandacht te krijgen
de jeugdzonde
de rode appels speels
tussen het groen aan de takken
ik vergeef Eva, die ze steels
voor Adam wilde pakkenvlug wip ik over het hek
en stil zoetsappig m'n trek .
liefde is
liefde is
olijven !
zij mocht ze niet
tot hij kwam
het cocoontje
op de knieën scharrelend
plukte hij onkruid op het pad
niet vermoedend
dat hij op de grote wereld zat
en de tijd die maalde
gestaag over hem heen
populieren
de populieren
stijfjes op de dijk
kwezelen en vezelen
met de westenwind
misschien hebben ze het wel over mij in de armen van een lief
' herfst 1966 !!! '
de handtas
de handtas
draagt pronkerig
het subtiele geheim
van de schoonheid
van de vrouw
soms lijkt het alsof 'sjakosh*' dat geheim
en de hele inhoud liever voor zichzelf houdt,
want haar meesteres zoekt zich regelmatig verloren
*handtas
de wens
voor de een , te lang
voor de ander, kort
mij om het even
als het maar
een goeike
wordt
*
van de goede fee
zelf heb ik een nijpend gebrek aan inspiratie
bij mij zou de fee ook eens mogen langskomen
herfsttij
soms keek hij maar wat
naar het vallen van ‘t blad
elke keer dacht hij
‘ooit is het aan mij’
verlegen|
verlegen |
het vuur
|
het surplusje
|
v - hormoontjes
hij was niet knap
eerder ruig dan zacht
en toch gaf ze hem
zó op 't zicht, een 8
langs de straat gehoord
ik weet spijtig genoeg niet wie er zoveel aandacht kreeg
regen
zwaar gezwollen
regendruppels
doven de drukte
in de straat
het feest
het feest
in het spiegeltjehaar rode lippen
mm- smakkend
en
kusklaar
.
de
lipstick
mag
weer
toe
de kraan
de kraan
de kraan in het bad
die heeft altijd wat
dan spuit ze koud
dan weer warm
soms gaat het helemáál fout
want voor je het weet
geeft ze plots, heet !
om je te ergeren, heus
want vandaag
druipt alweer haar neus
wat een plaag
nu is ’t gedaan met die last
ik draai ze toe,
en voor altijd, vast !
het wratje
er zat een wratje
schaamteloos op haar wang
en al klinkt het voor jou wat wrang
voor hem bleef ze toch zijn 'schatje'
klein
die zomeravond
op mijn rug in het gras
las ik in het sterrenboek
hoe petieterig klein ik toch was
graancirkels
in het korenveld
sliep een luie reus
zijn bed is weer
niet opgemaakt
het hoeven dus geen ufo's te zijn
er bestaan ook nog wonderlijke autochtonen
tevree
ik zwem niet in de grote zee
ga niet met de stroming mee
neen, ik ploeterplons maar wat
in een heel klein bad
daar ben ik best mee tevree
het teentje
er piept een teentje
door mijn kous
het wil ook wat
van de wereld zien
moet dat gaatje nu echt gestopt ?
X X X
zoen zoen zoen
smak smak smak
mm mm mm
bees bees bees
kiss kiss kiss
‘t is ‘tis ‘tis
familiefeest
met tante louise
x x x
één kus bindt, maar drie nog meer
dromenlandgelukkig maar , anders konden we immers niet dromen
over de horizon
ligt een land
waar de dromen
samen komen
onbereikbaar
altijd net
over onze horizon
de nazomer
de zomer wordt melancholisch
dimt het licht
nu de herfst eraan komt
omoe
|
een kindjeVeel later werd hoe dan ook ieders wens vervuld.
sientje wou een kientsje*
meintje wou een kleintje
fientje wou véél liever,
gewoon een vriendje
(*kindje)
rakelings
Rakelings
Haar ogen zagenHij zag het niet
Haar mond vroeg
Hij vroeg haar niet
vlindertjes
in de vlekjes licht
midden het lommer
warrelen vlindertjes
spinnend om elkaar
het ballonnetje
het ballonnetje
huppelde vrolijk op en neer
tot het touwtje loste
toen kwam het nooit meer weer
dat beetje nat
plenzen, plonzen, water zat
moeder wees nou niet kwaad
voor wat schuim en dat beetje nat
je weet toch hoe dat gaat
met een adolescent in bad
knuffel
de avond dekt de dag toe
nog even een zonneknuffel
dan mag het licht uit
óns Franske
toen 'Frans', 'óns Franske' werd
wist de drommel pas
dat hij niet meer van de jongste was
het haar
op een morgen
stond er heus
een heel lang haar
op zijn neus
de zonnebril
haar ogen weggestopt
achter haar zonnebril
de wereld gaat kleurloosook de mijne nu ik haar blikken mis.
de ontmoeting
er ligt een haartje
op mijn schouder
je bent nog een beetje hier
de stad
de stad
ik hou wel van de stad
daar gebeurt altijd wat
een theater of cafeetje
en altijd mensen zat
maar niet voor elke dag
want het is waar, weet je
ik ben ook graag alleen
met veel leegte om me heen
de scharreling
|
het ding
op de stroom stroom stroom
in de golven op en neer neer neer
drijft een vat, een zak, of boom
mee naar de verre zee zee zee
grommelingen
is het in huis heel stildan lijkt het soms
alsof mijn buik
wat zeggen wil
maar ik begrijp er geen woord van
in de ban van de ring
het was een dinsdag
toen ik mijn stem verloor
zit daar onze zoon
met een ringetje door zijn oor
veel woorden en wat later,
het leek wel een epidemie , heus,
lummelde hij met een ring ,
geprikt, dwars door de neus
toen ik moe gezeurd
en helemaal ondersteboven
het toch niet stoppen kon,
bengelde er eentje aan zijn tong
ik heb het dan maar opgegeven
wil het écht niet meer weten
al zit ik met de klemmende vraag
alsjeblief knul, toch geentje om je maag !
mid-life
|
zuiders blauw
de luchtpuur blauw
uit de kleurendoos
en toch echt !
de liefdesbrief
in zoete woorden
stollen mijn gedachten
aan jou, op dit papiertot jij ze smelten zal
sorry, het was ongewild
dat ik deze brief open deed
hij bleek blijkbaar alweer
niet aan mij besteed
je zus emma
passie
ik ben geen dichter
geen echt poëet
schrijven maakt wel
mijn leven lichter
al kost die passie
me heel wat zweet
schrijven een spel , een passie
de oudjes
ze schuifelen ná elkaar
eerst hij , dan haar
vele jaren met z’n twee
zéér oud, maar wel
een héél gelukkig paar
'Hij
Hij vond álles ‘simpel’.Hij wist álles beter.
Hij had ook nog wel ,
dé beste zetel.
de salonprofeet !
body styling
|
de ijskar
de ijskar
het kleine meisje
met één enkele centwarm in haar pollen
lustte wel dat ijsje
met die drie bollen
een bloemeke
|
licht
de maan mooi vol en ronddie de nacht zo broos verlicht
laat niet blijken dat het licht
toch wel van de zon komt
pétanque
pétanque
het tengere cochonnetjezag het maar niet zitten
waarom al die knappe bollen
in een drommetje
om háár kwamen klitten
bubbels
op blote voetjesbaden in de ochtenddauw
een dag met bubbeltjes
opklaringen
er komt
een gaatje blauw
piepen
in de grijze lucht
gaat de voorstelling
dan toch nog beginnen ?
(-:![]()
het stuk : een mooie droge zomer
de fietser
hij maalt zó zeerde fietser op de berg
alsof hij niet wil geloven
dat eenmaal bovenaan
de weg toch weer
bergaf zal gaan
open boek
hij had het soms mis
tot ieders ergernis
maar 't kwam altijd goed
door zijn goedluimige snoet
het lachje
een lachje, koddig en olijk
gidderde over de gasten
en besmette ieder, vrolijk.
spiertjes en botjes
fibula en tibia
beschuldigden
quadriceps
omdat die drukte
nee, zei gluteus
het zit hem hogerop
bij scapula of clavicula
doch triceps suste
het bleek mastoïdeus
die alweer kuste
het brilletje
zijn brilletjehad een eigen willetje
welke tik hij het ook gaf
het gleed keer op keer
zijn neus weer af
paars en rose
bij de bloemen
op haar hurkje
plukt ze een boeketje
in de kleuren
van haar jurkje
paars en rose blijven immers haar lievelingskleuren
het strootje
een mond met een strootje genoot van de zomerse dag
en krulde in een brede lach
de prentkaart
in de bus, een kaartmet een helblauwe zee
ze brengt ook jan en kaat
toch al een beetje mee
nog één weekje, dan weer samen
het droomschip
|
de goocheldoos
in zijn goocheldoos
zat een stokje
driemaal tikken
en één hocus-pocus
toen werd ik
helemaal weggetoverd
door zoonlief
Zo ben ik dan voor een tijdje met verlof,op zoek naar inspiratie
en nieuwe keitjes.Als ik er vind, breng ik ze voor jullie mee.
hhugo
verliefd
haar kleine telefoon
kreeg het aardig warm
van hun zoetewoordenstroom
hun pa van de zure rekening
vroeger
de lakens speelden met de wind
luierden languit in het gras
ook al hebben ze het niet gewild
nu gaan ze in de droogkastwij hebben de zonnebank
de oudjes
gezeten langs de muur
vier oudjes op een rij
klaar voor het etensuur
en alweer een dag voorbij
het ritueel
het nummertje in de hand
bij de bakker op de hoek
om vijf warme broodjes,
en een verse bezekoek
zondagmorgen tussen de mannen
het geurtje
|
de sleutel
de sleutel van het huis
reist van zak naar zak
maar heb je hem zó nodig
dan blijkt hij weer ab-uis
alpîne sky
een regendruppel op de ruitslalomde knullig heen en weer
plots zag hij het niet meer zitten
en stortte toen samen
met een
ander,
.
.
.
.
..
neer.
treinreis naar de alpen
in de knoopmet dank aan selene
de zakdoek pas gestreken
heel proper en mooi glad
kon maar niet bedenken
waarom hij nu zo onverwacht
met zo’n rare knoop zat
hugo
de knoop dacht toen, wat doe ik hier
ik zit geknoopt in hoekje vier
ik mag warempel hopen
dat iemand me gaat ontknopen .
selene
champagne
de kurk in de fles
zit gespannen te wachten
op zijn solovlucht
en wij,wij gaan dat vieren
storm
de bomen buigen.gekromde ruggen
in de zwepende regen
de vrijheid
_______________________________________________
een plukje rood haar aan de prikkeldraad zocht de weg naar de vrijheid
(of vloog de heks misschien te laag ?)
Mona Louisa.
Tante Louise
blikt met lichte ondeugd
op haar schilderij
schilder onbekend
in de wasmand
een gestreepte soktussen de kousebollen
mist alweer zijn maatje
merkwaardig, maar ze blijven dikwijls 'single'
verlangen
mooi is mijn liefste
groot mijn verlangen
ze snurkt
maar wel heel lichtjes
het wolkje
daar hangt daar
één klein wit wolkje
in de grote blauwe hemel
zou het een weesje zijn ?
drama
voor haar hoofdkwam het onverwacht
geen moment
had ze eraan gedacht
maar plots
was het toch daar
haar eerste,
grijze haar
doe je ogen toe vader
inspiratie
daar kletst een man
op zijn kalend hoofd
zouden er soms muggen zitten ?
of mist hij inspiratie ten gevolge van de warmte
de held
dampend
en hijgend
maar
grandioos
gelukkig
met zijn
sportbekertje
het bloempje
|
maagd
stil onder het laken
wacht haar jonge lichaam
tot de zandman komt.
noen
hoog boven het dorp
klepelt de torenklok
rustig de noen
etenstijd !
een vrijgezel
|
het snoepje
|
het pilletje
het pilletje
elke dag ligt het klaar
op het schoteltje
bij het ontbijt
slechts
één flink slokje,
moeder
in het rusthuis
de strandwandeling
twee paar voeten
op het strand
vinden elkaar
dan toch
bij de
horizon
________________________________________________________
afscheid
mijn lichaam is pijn
mijn ogen zijn droefnis
mijn mond is jou
woorden
woorden vloeien over mijn lippen
nemen een stukje van me mee
over het tafeltje in een bruin café
Ommelozen boom
|
het sigaretje
in de asbak,
een sigaret
het lijf
leeggezogentot stof en as.
voor mij echt niet gelaten, maar je weet ...
de panty
de panty ligt ontspannen
over de stoel
van zijn rust te genieten
wij ook !
liefdevuur
je bent als vuurlokkend en toch ongrijpbaar.
enkel met liefde te vatten
uit het leven van een paardenfluisteraar
de foto
|
het grafiekje
|
het deuntje
er zweeft een deuntje
tussen mijn oren
alsof het mij
voor immer
heeft uitverkoren.
gelukkig hoor ik het graag
de verjaardag
twee ogen, groot.staren naar de kaars.
twee handjes, klein
klauwen in de taart.
tegen het raam
op het plaveiseleen dood vogeltje
zijn vleugel wijst
nog de lucht
leven
De dagen ,
aan elkaar geregen
door het leven.
Ik lees ze traag
om te begrijpen.
het neusje| De neus snuift wat de ogen niet zien. |
de brief
wat verlegen en houterig
achter zijn grote nieuwjaarbrief,
doch 'liefste omoe' lipt wel mee
ieder zijn verzetje
geef hem toeters
geef hem bellen
laat hem roepen
langs de lijn
zodat hij mij
de rust laat
en de stilte
met een goed glas
wijn !
tranen
|
het rokje
|
snuffel
snuffel
fijntjes snuffelend
met goesting in de ogen
om de koekjes,
op de tafel.
een hondeleven
valavond
welhaast verloren
daar hoog tussen de sterren
een streepje vliegtuig
ontmoeting voorbij
Nog een kus ,
een laatste blik
en ze vervliegt
in een vleugje parfum.
een leeg blad
|
de eerste letter op een wit vel ,mijn moeilijkste
de bus
|
de tekening
|
een appeltje tussendoor
een groen appeltje
wordt niet zomaar
uit zichzelf rood en rijp
Pluisje
|
het getij
|
de bromvlieg
|
sleur
sleur
labeur
humeur
gezeur
heur beurt
mijn jas.
mijn jas aan de kapstok
laat zijn schouders hangen
omdat hij niet mee mag.
Slank
|
nomaden.
We zijn reizigers door de tijdkomen uit het onbekende
gaan naar het onbekende
Heel even ‘wij’ op deze stip
in de oneindigheid.
Om elkaar te horen , te zien
aan te raken en lief te hebben.
Een stille wens .
|
vlinder
|
Klaprozen
In het groen van de beek
staan de klaprozen
uitbundig te blozen.
Geluk(t)
Tussen de drielingen
een klavertje vier.
Het zoeken helpt niet .Je moet al geluk hebben
om het te vinden .
En nog meer geluk
om nog gelukkiger te worden .
zomaar een tussendoortje
De klok.
Gejaagd tikt de klok.Ze dient toch zo ver te gaan.
Tot ook h’aar tijd komt.
In de spiegel .
Ik ben een vogeldie graag fluit
en vliegt.
Geen spotvogel,
noch geluks-
of paradijsvogel
Hoogstens,
een speelvogel.
Maar noem me
liefst, gewoon
en simpelweg :
‘mus’
Boom
Boom
je takken hoog
in de schrale wind
zo geweldig , 'staan'
maar toch alleen met jezelf
en zonder verweer
geduldig wachten
hunkeren naar die lichte trilling
die je tot leven wekt
de lente echter
nog ver in 't verschiet
De zotte wind
met speelse rimpels
schrijft de zotte wind
zijn naam in de waterplas
de vinger|
een vuile vinger op het vensterglas wijst schaamteloos naar de zon. |
Een kind en de zee .
|
hinde
tussen de bomeneen ranke hinde.
heel even maar.
dan weer weg.
Kruid
fel opschietend kruid
gejaagd duwen en trekken
om de beste plek .
Het middagdutje.
in zijn blauw ledikantje
het kindje stilgesust.
de deur sluit zachtjes.
Avond
|
Het theepotje.
het potje stil genietendonder de warme muts.
de kopjes wachten.
En dan, dan is er thee voor twee .
een woord
|
Vingers
|
Lente
Prille Lente
In het dauwgroen.onder de tere zon
gonst een bijtje
naar een gele bloem.
Zoem zoem zoem
Het is vroeg lente
en alweer tijd
om haar werk te doen
.
Sleutelgat
door het sleutelgat.
helder blauw.
knipperend
van nieuwschierigheid.
ik knipoog terug.
***********
Het spiegeltje| een dame , très chique streelt haar zachte huid de spiegel rimpelt . |
Nieuw
|
Madeliefje
het madeliefje
leek slechts een akkefietje
tot de zon verscheen.ochtenddauw.
Het drupje|
het drupje aan de kraan |
Alle begin is moeilijk .
Een eerste keitje uit mijn nooit getoonde verzameling.
De lege doos .
de lichtring|
talloze lantaarns een drijvende stroom van licht langs onze file
|
konden wij in die file maar omkeer maken