klein
die zomeravond
op mijn rug in het gras
las ik in het sterrenboek
hoe petieterig klein ik toch was
en veel ben ik niet meer gegroeid.
klein
die zomeravond
op mijn rug in het gras
las ik in het sterrenboek
hoe petieterig klein ik toch was
graancirkels
in het korenveld
sliep een luie reus
zijn bed is weer
niet opgemaakt
het hoeven dus geen ufo's te zijn
er bestaan ook nog wonderlijke autochtonen
tevree
ik zwem niet in de grote zee
ga niet met de stroming mee
neen, ik ploeterplons maar wat
in een heel klein bad
daar ben ik best mee tevree
het teentje
er piept een teentje
door mijn kous
het wil ook wat
van de wereld zien
moet dat gaatje nu echt gestopt ?
X X X
zoen zoen zoen
smak smak smak
mm mm mm
bees bees bees
kiss kiss kiss
‘t is ‘tis ‘tis
familiefeest
met tante louise
x x x
één kus bindt, maar drie nog meer
dromenlandgelukkig maar , anders konden we immers niet dromen
over de horizon
ligt een land
waar de dromen
samen komen
onbereikbaar
altijd net
over onze horizon
de nazomer
de zomer wordt melancholisch
dimt het licht
nu de herfst eraan komt
omoe
|
een kindjeVeel later werd hoe dan ook ieders wens vervuld.
sientje wou een kientsje*
meintje wou een kleintje
fientje wou véél liever,
gewoon een vriendje
(*kindje)
rakelings
Rakelings
Haar ogen zagenHij zag het niet
Haar mond vroeg
Hij vroeg haar niet
vlindertjes
in de vlekjes licht
midden het lommer
warrelen vlindertjes
spinnend om elkaar
het ballonnetje
het ballonnetje
huppelde vrolijk op en neer
tot het touwtje loste
toen kwam het nooit meer weer
dat beetje nat
plenzen, plonzen, water zat
moeder wees nou niet kwaad
voor wat schuim en dat beetje nat
je weet toch hoe dat gaat
met een adolescent in bad
knuffel
de avond dekt de dag toe
nog even een zonneknuffel
dan mag het licht uit
óns Franske
toen 'Frans', 'óns Franske' werd
wist de drommel pas
dat hij niet meer van de jongste was
het haar
op een morgen
stond er heus
een heel lang haar
op zijn neus
de zonnebril
haar ogen weggestopt
achter haar zonnebril
de wereld gaat kleurloosook de mijne nu ik haar blikken mis.
de ontmoeting
er ligt een haartje
op mijn schouder
je bent nog een beetje hier
de stad
de stad
ik hou wel van de stad
daar gebeurt altijd wat
een theater of cafeetje
en altijd mensen zat
maar niet voor elke dag
want het is waar, weet je
ik ben ook graag alleen
met veel leegte om me heen
de scharreling
|