de lach
probeer het zelf ook maar
zij had een lach
klaar voor iedereen
ieder die het zag
lachte ook meteen
de lachprobeer het zelf ook maar
zij had een lach
klaar voor iedereen
ieder die het zag
lachte ook meteen
een stukje liefde
het lekkerste stukje
zet je me steeds voor
zoveel liefde op mijn teljoor
je brengt me van m’n stukje
rijstpap
onbekommerd om de dingen
vertikt de klok de avond.
ik dommel weg in de jaren
tot bij oma’s rijstpap .
mét kaneelstokjes.
het probleem
|
de kunstenaar
de kunstenaar
hij zocht en zocht
de kunstenaar
hij zocht zichzelf
geloof me maar
niemand
die hem nog begreephij zocht misschien te ver
wie weet ?
de bullebak
|
stilletjes
stilletjes
soms werd het stilletjes
bij hem binnenin
dan sloot hij het deurtje
en niemand mocht er nog in.
de clown
hij was een clown
met pretneus opgezet
al bleek hij dikwijls 'down'
de gulle kinderlach
gaf hem telkens toch weer
binnenpret
air
een dame met veel air
had een grote vocabulaire
maar schreef ze twee woorden
dan viel dat sjieke mokkel
pardoes van haar hoge sokkel
pijn
Pijn
de pijn bijt
telkens weeren weer
de pijn steektik krimp , ik keer
de pijn haat me
verdomd,
wat doet het
zeer
de hoogvlieger
hoog boven de bomenvloog hij met zijn dromen
de mensen zag hij niet
ver is hij niet gekomendaar ieder hem verliet
en zijn mooi project mislukte
nevel
een nevel doezelt het landin grijs, grijs en grijs
kleuren dempen tot stilte
de herfst is gestrand .
goud en geel
goud, rood en geel
strooit de herfst
over de bladeren
elk kleurt even uniek
dan gaan ze zweven
ieder op z'n beurt
het lijkt wel muziek
de dansvloer
ze dansten op één tegel
warmpjes bij elkaar
ieder keek en dacht:
‘was ik het maar’
een ambtenaar
een ambtenaar
zijn woorden lopen in de paskeurig volgens het boekje
dat past bij z'n pak en das
maar hij draagt geen warmte
en dat voel je .
het briefje
het briefje
zij gaf mij een briefje
daar stond het allemaal op
ze wilde me als liefje
en ik, ik kreeg een rode kop
dromen|
graag wil ik ze voor de dag bewaren maar de morgen slurpt ze telkens op
|
haar zeepje
|
het vertrouwen
wil je even mijn rug krabben
ook dat hoort bij de liefde
en misschien krijg ik wat inspiratie
het paar
het paar
we zijn met twee
maar ook één,
te samen en toch,
toch elk weer alleen
het hoedje
|
Tante Roos kocht een hoedje met een schelp van voren
hoe ze het pronkstuk ook zette nonkel kon het niet echt bekoren ‘t was zonde van de biljetten en 'het ding’ leek voorgoed verloren
toch werd dit niet z’n droevig lot er kwam nog iets zinvols aan het bestaan ‘t scharminkel kleurde immers nog veel het hoofd van een kleine, speelse indiaan
|
de scheiding
nog was hij alleenook met mensen
om hem heen
geen lach die hij zag
neen, niet een
in zijn hart
was ZIJ nog steeds,
ZIJ, alleen
heerlijk
|
wat is het stil in huis
moeder, je zou best eens gaan kijken
het beestje
het beestje
~
er is daar een beestje
in het lovergroen
het rommelt en grommelt
maar wat voor de drommel
zit het daar in ‘t donker
zo raar te doen
het pluimpje
hij lag op een pluimpje
vloog met de wind
hoog langs de wolkenlandde op een duimpje
in de droom,van een kind
Alzheimer
zijn ogen leeg en donker
de ziel bijna uitgedoofd
vader nog slechts een restje mens
ook ik ben bang voor het beest , Alzheimer
ma en de muis
in paradepas
fiere poesmet natte muis
ma in witte bloes
rustig in het huis
aan de afwas
we knijpen onze ogen, oren en mond toe
ruimte
|
cijfertjes
cijfertjes,cijfertjes, …wees nu oprecht
in de fijne poëzie
passen ze niet echt
hoogstens de een,
en uiteraard het elfje
maar naast die twee,
die ik hier verkoos,
acht ik de hele rest
honderduit waardeloos
hoogachtend
een puristpoëzie voor de poëtische puzzelaar
de rustfile
onthaasten
de man met dat petje op
die mag wel even voorop
we volgen in het rijtje
en rusten maar een tijdje
maar maak dat onze ''stressers'' maar wijs
zoek
soms vond hij 't niet
hoe hij ook zocht
in de kelder, op zolder
onder in de kast
je hoorde zijn gedonder
elkeen bezorgde hij lasttoen hij het uiteindelijk vond
lag het nog wel, gewoon in zijn mond
hij toonde het ieder die hij zag
zijn brede en goedluimige lach