heerlijk
|
wat is het stil in huis
moeder, je zou best eens gaan kijken
heerlijk
|
wat is het stil in huis
moeder, je zou best eens gaan kijken
het beestje
het beestje
~
er is daar een beestje
in het lovergroen
het rommelt en grommelt
maar wat voor de drommel
zit het daar in ‘t donker
zo raar te doen
het pluimpje
hij lag op een pluimpje
vloog met de wind
hoog langs de wolkenlandde op een duimpje
in de droom,van een kind
Alzheimer
zijn ogen leeg en donker
de ziel bijna uitgedoofd
vader nog slechts een restje mens
ook ik ben bang voor het beest , Alzheimer
ma en de muis
in paradepas
fiere poesmet natte muis
ma in witte bloes
rustig in het huis
aan de afwas
we knijpen onze ogen, oren en mond toe
ruimte
|
cijfertjes
cijfertjes,cijfertjes, …wees nu oprecht
in de fijne poëzie
passen ze niet echt
hoogstens de een,
en uiteraard het elfje
maar naast die twee,
die ik hier verkoos,
acht ik de hele rest
honderduit waardeloos
hoogachtend
een puristpoëzie voor de poëtische puzzelaar
de rustfile
onthaasten
de man met dat petje op
die mag wel even voorop
we volgen in het rijtje
en rusten maar een tijdje
maar maak dat onze ''stressers'' maar wijs
zoek
soms vond hij 't niet
hoe hij ook zocht
in de kelder, op zolder
onder in de kast
je hoorde zijn gedonder
elkeen bezorgde hij lasttoen hij het uiteindelijk vond
lag het nog wel, gewoon in zijn mond
hij toonde het ieder die hij zag
zijn brede en goedluimige lach
vergeten
hier stond hij dan
midden in de kelder
niet voor de eerste keer
pas bij de wijn
werd zijn hoofd weer helder
en toen wist ie ‘t weer
het overkomt hem meer en meer , en mij ook
paniek
een koperen kevertjegevallen op zijn rug
trappelt angstig
de pootjes in de lucht
verliefd
draai in een rondje rond
ik je
secondje één maar jij keek
een mens moet soms gek doen om aandacht te krijgen
de jeugdzonde
de rode appels speels
tussen het groen aan de takken
ik vergeef Eva, die ze steels
voor Adam wilde pakkenvlug wip ik over het hek
en stil zoetsappig m'n trek .
liefde is
liefde is
olijven !
zij mocht ze niet
tot hij kwam
het cocoontje
op de knieën scharrelend
plukte hij onkruid op het pad
niet vermoedend
dat hij op de grote wereld zat
en de tijd die maalde
gestaag over hem heen
populieren
de populieren
stijfjes op de dijk
kwezelen en vezelen
met de westenwind
misschien hebben ze het wel over mij in de armen van een lief
' herfst 1966 !!! '
de handtas
de handtas
draagt pronkerig
het subtiele geheim
van de schoonheid
van de vrouw
soms lijkt het alsof 'sjakosh*' dat geheim
en de hele inhoud liever voor zichzelf houdt,
want haar meesteres zoekt zich regelmatig verloren
*handtas
de wens
voor de een , te lang
voor de ander, kort
mij om het even
als het maar
een goeike
wordt
*
van de goede fee
zelf heb ik een nijpend gebrek aan inspiratie
bij mij zou de fee ook eens mogen langskomen
herfsttij
soms keek hij maar wat
naar het vallen van ‘t blad
elke keer dacht hij
‘ooit is het aan mij’
verlegen|
verlegen |