de slag om
de deur slaat dicht
een vlaag van de wind
of is zij me slecht gezind
omdat ik openheid vraag
de slag om
de deur slaat dicht
een vlaag van de wind
of is zij me slecht gezind
omdat ik openheid vraag
rimpels
het water zacht en gladfronst tot rimpels
nu het de wind hoort
even lui
ik heb me neergezet
alles netjes weggelegd
ik kijk wel even rond
en zie wel wat er komt
liefde
ze lopen hand in hand
verbonden in wel en wee
na jaren niet gestrand
hij klaveren haas
zij harten twee

ziek
Er zit brand in mijn Buik,
en kOts.mijn vege lijf LEeg.
LeeG.LeEG.
m\'n longen Schroeien .
aDEM.
help ademAdeM.
iK ijL
‘Moeder !’
golven
golven van geluk
spoelden om hen heenhun geluk was wel groot
want ze zaten nog maar net
in hun huwelijksboot
de visie
|
het tsjoepken
hij zocht en zocht een tsjoepken
dat hij niet verliezen mocht.
maar vond slechts een foefken
dat hij stout aan haar verkocht.
speciaal voor nonkel Etienne grapje !![]()
tsjoepken = dopje
foefken = leugentje (ge moet me geen foefkens wijs maken)
de bank
de bank in het park
leeg en geduldig wachtend
op het zonnetje
de kuszonder rancune
twee lippen vol en rond
kusten me op de mond
ik zei wat krijgen we nou,
ik verkies wel een vrouw
diep eenzaam
het zat heel diep
wat, dat wist hij niet
er was die wrevel
een wrange nevel
die hem niet verliet
hij viel heel diep
die arme kerel
en wat hem scheelde,
ik weet het niet
whow
De nacht heeft een tapijt gelegd in wit en wit .
Ik heb \'whow\' gezegd bij het eerste zicht.
de feestsigaar
Een feestsigaar hield van roken.
Wist echter niets van stoken.
Werd toen echt 'dé sigaar'
Kom nu, leeg die asbak maar.
De toespraak
ik wou dat ik zijn woorden plukken kon.
maar ze hangen daar als een feestballon,
te hoog tegen het plafond.
de toespraak
uit mijn stadhuisverzen
De steenMarmerbeeldhouwen in Toscane.
De steen.
Ik heb me moe naast je neergezet .
Praat met je. Maar je luistert niet.
Koppig hard als je bent.
Al weet ik dat je iets moois verbergt.
Angstvallig voor me omklemt.
Toch wil ik weten.
Die bolster breken.
Ik hamer, ik tik.
Hoor nu hoe je klinkt .
Slag na slag met me zingt.
Tot ik tenslotte mezelf in je vind.