whow
De nacht heeft een tapijt gelegd in wit en wit .
Ik heb \'whow\' gezegd bij het eerste zicht.
whow
De nacht heeft een tapijt gelegd in wit en wit .
Ik heb \'whow\' gezegd bij het eerste zicht.
de feestsigaar
Een feestsigaar hield van roken.
Wist echter niets van stoken.
Werd toen echt 'dé sigaar'
Kom nu, leeg die asbak maar.
De toespraak
ik wou dat ik zijn woorden plukken kon.
maar ze hangen daar als een feestballon,
te hoog tegen het plafond.
de toespraak
uit mijn stadhuisverzen
De steenMarmerbeeldhouwen in Toscane.
De steen.
Ik heb me moe naast je neergezet .
Praat met je. Maar je luistert niet.
Koppig hard als je bent.
Al weet ik dat je iets moois verbergt.
Angstvallig voor me omklemt.
Toch wil ik weten.
Die bolster breken.
Ik hamer, ik tik.
Hoor nu hoe je klinkt .
Slag na slag met me zingt.
Tot ik tenslotte mezelf in je vind.
lijntjes
een ander paden ik ga alvast inpakken
met het lichtdat nog aarzelend komt
ontluikt toch de wens
om weer op weg te gaan
en verlicht
als een ander menseen nieuw pad in te slaan
het toefjedie winter toch !
het toefje
er ligt daar nog één toefje
wit-winterse sneeuw
wellicht vergeten
wateren ik mag de zeep aangeven
warm water vloeit
glad over haar huid
een zachte streling
waarvoor ze zalig
haar ogen sluit
vreemde tekens
vreemde tekens in de sneeuw
getrokken met een chinees penseel
de tenen van een merel
of misschien wel een late spreeuw
nieuwjaar
dag na dag schuift de tijd
onmerkbaar langs ons heen
van tot naar tot en tot
heel even staat hij stil
we kijken naar elkaar
en wensen een goed jaar
van tot naar tot en tot
wensen
liefste . . .
als ik wat wens
dan is het een mens
met armen en benen
vingers en tenen
met een groot hart
en gedachten heel apart
als het even kan
voor mij geen man
maar liefst een vrouwdie helemaal gelijkt op jou
hhugo
1januari 2006
voor alle blogsters .
voor de bloggers is een aangepaste versie verkrijgbaar .

0 0
31
december
het laatste kalenderblad
een vol jaar aan de muur.
‘t is nu welletjes geweest!
het wordt tijd voor nieuwe wensen
de voederplank
ze komen . ze gaande vogeltjes .
een na een
op de voederplank.
________________________________

‘ma’ zei hij gemeend‘ik lijk op een eend ‘
hij liep te kwaken
vloog met een lakenen al had hij het goed geleerd
ook zijn schoenen zaten verkeerd
de vriesganzen
hoog uit het noorden
twee en vijftig vriesganzen
eindelijk winter
stilte
de stilte is op de vlucht
weg voor het lawaai
nog soms vind ik haar
onder het deken van de nacht
en troost en koester haar
ik ben graag alleen met de nacht
pakjes
de pakjes groot en kleinonder de boom geschikt
elk heeft een geheim
heel mooi gestrikt
een sterretje
kijk, daar een sterretje !
zou het ons de vrede willen brengen ?
ik wens jou en al je geliefden
een hartverwarmende kerst
het kerstkoor
zoetvoois komen
hemelse klanken
me toegedreven
ik sluit mijn ogen
en begin zowaar
met die engelen
mee te zweven
donkerte
donkerte dooft de dag.
het raam spiegelt een man.
ik sluit het gordijn.
ik hou niet van deze donkere dagen
ik tracht naar het warme licht