de rustfile
onthaasten
de man met dat petje op
die mag wel even voorop
we volgen in het rijtje
en rusten maar een tijdje
maar maak dat onze ''stressers'' maar wijs
de rustfile
onthaasten
de man met dat petje op
die mag wel even voorop
we volgen in het rijtje
en rusten maar een tijdje
maar maak dat onze ''stressers'' maar wijs
zoek
soms vond hij 't niet
hoe hij ook zocht
in de kelder, op zolder
onder in de kast
je hoorde zijn gedonder
elkeen bezorgde hij lasttoen hij het uiteindelijk vond
lag het nog wel, gewoon in zijn mond
hij toonde het ieder die hij zag
zijn brede en goedluimige lach
vergeten
hier stond hij dan
midden in de kelder
niet voor de eerste keer
pas bij de wijn
werd zijn hoofd weer helder
en toen wist ie ‘t weer
het overkomt hem meer en meer , en mij ook
paniek
een koperen kevertjegevallen op zijn rug
trappelt angstig
de pootjes in de lucht
verliefd
draai in een rondje rond
ik je
secondje één maar jij keek
een mens moet soms gek doen om aandacht te krijgen
de jeugdzonde
de rode appels speels
tussen het groen aan de takken
ik vergeef Eva, die ze steels
voor Adam wilde pakkenvlug wip ik over het hek
en stil zoetsappig m'n trek .
liefde is
liefde is
olijven !
zij mocht ze niet
tot hij kwam
het cocoontje
op de knieën scharrelend
plukte hij onkruid op het pad
niet vermoedend
dat hij op de grote wereld zat
en de tijd die maalde
gestaag over hem heen
populieren
de populieren
stijfjes op de dijk
kwezelen en vezelen
met de westenwind
misschien hebben ze het wel over mij in de armen van een lief
' herfst 1966 !!! '
de handtas
de handtas
draagt pronkerig
het subtiele geheim
van de schoonheid
van de vrouw
soms lijkt het alsof 'sjakosh*' dat geheim
en de hele inhoud liever voor zichzelf houdt,
want haar meesteres zoekt zich regelmatig verloren
*handtas
de wens
voor de een , te lang
voor de ander, kort
mij om het even
als het maar
een goeike
wordt
*
van de goede fee
zelf heb ik een nijpend gebrek aan inspiratie
bij mij zou de fee ook eens mogen langskomen
herfsttij
soms keek hij maar wat
naar het vallen van ‘t blad
elke keer dacht hij
‘ooit is het aan mij’
verlegen|
verlegen |
het vuur
|
het surplusje
|
v - hormoontjes
hij was niet knap
eerder ruig dan zacht
en toch gaf ze hem
zó op 't zicht, een 8
langs de straat gehoord
ik weet spijtig genoeg niet wie er zoveel aandacht kreeg
regen
zwaar gezwollen
regendruppels
doven de drukte
in de straat
het feest
het feest
in het spiegeltjehaar rode lippen
mm- smakkend
en
kusklaar
.
de
lipstick
mag
weer
toe
de kraan
de kraan
de kraan in het bad
die heeft altijd wat
dan spuit ze koud
dan weer warm
soms gaat het helemáál fout
want voor je het weet
geeft ze plots, heet !
om je te ergeren, heus
want vandaag
druipt alweer haar neus
wat een plaag
nu is ’t gedaan met die last
ik draai ze toe,
en voor altijd, vast !
het wratje
er zat een wratje
schaamteloos op haar wang
en al klinkt het voor jou wat wrang
voor hem bleef ze toch zijn 'schatje'