het probleem
|
het probleem
|
de kunstenaar
de kunstenaar
hij zocht en zocht
de kunstenaar
hij zocht zichzelf
geloof me maar
niemand
die hem nog begreephij zocht misschien te ver
wie weet ?
de bullebak
|
stilletjes
stilletjes
soms werd het stilletjes
bij hem binnenin
dan sloot hij het deurtje
en niemand mocht er nog in.
de clown
hij was een clown
met pretneus opgezet
al bleek hij dikwijls 'down'
de gulle kinderlach
gaf hem telkens toch weer
binnenpret
air
een dame met veel air
had een grote vocabulaire
maar schreef ze twee woorden
dan viel dat sjieke mokkel
pardoes van haar hoge sokkel
pijn
Pijn
de pijn bijt
telkens weeren weer
de pijn steektik krimp , ik keer
de pijn haat me
verdomd,
wat doet het
zeer
de hoogvlieger
hoog boven de bomenvloog hij met zijn dromen
de mensen zag hij niet
ver is hij niet gekomendaar ieder hem verliet
en zijn mooi project mislukte
nevel
een nevel doezelt het landin grijs, grijs en grijs
kleuren dempen tot stilte
de herfst is gestrand .
goud en geel
goud, rood en geel
strooit de herfst
over de bladeren
elk kleurt even uniek
dan gaan ze zweven
ieder op z'n beurt
het lijkt wel muziek
de dansvloer
ze dansten op één tegel
warmpjes bij elkaar
ieder keek en dacht:
‘was ik het maar’
een ambtenaar
een ambtenaar
zijn woorden lopen in de paskeurig volgens het boekje
dat past bij z'n pak en das
maar hij draagt geen warmte
en dat voel je .
het briefje
het briefje
zij gaf mij een briefje
daar stond het allemaal op
ze wilde me als liefje
en ik, ik kreeg een rode kop
dromen|
graag wil ik ze voor de dag bewaren maar de morgen slurpt ze telkens op
|
haar zeepje
|
het vertrouwen
wil je even mijn rug krabben
ook dat hoort bij de liefde
en misschien krijg ik wat inspiratie
het paar
het paar
we zijn met twee
maar ook één,
te samen en toch,
toch elk weer alleen
het hoedje
|
Tante Roos kocht een hoedje met een schelp van voren
hoe ze het pronkstuk ook zette nonkel kon het niet echt bekoren ‘t was zonde van de biljetten en 'het ding’ leek voorgoed verloren
toch werd dit niet z’n droevig lot er kwam nog iets zinvols aan het bestaan ‘t scharminkel kleurde immers nog veel het hoofd van een kleine, speelse indiaan
|
de scheiding
nog was hij alleenook met mensen
om hem heen
geen lach die hij zag
neen, niet een
in zijn hart
was ZIJ nog steeds,
ZIJ, alleen
heerlijk
|
wat is het stil in huis
moeder, je zou best eens gaan kijken