de engelbewaarder
het spijt me nog oma.
hij was van aarde
met stenen vleugels
stond wijs bij oma
in de glazen kast
haar engel en bewaarder
tot op die hemelse dagwaarop hij met me vliegen wou
en pardoes aan scherven lag
de engelbewaarderhet spijt me nog oma.
hij was van aarde
met stenen vleugels
stond wijs bij oma
in de glazen kast
haar engel en bewaarder
tot op die hemelse dagwaarop hij met me vliegen wou
en pardoes aan scherven lag
de neuswortel
wonderlijk is toch de natuur
er ligt hier een wortel
met de neus van nonkel Tuur
vergeef me nonkeltje .![]()
waar moet een mens zijn inspiratie blijven halen , ik heb dan maar even in de koeling gekeken .
zwangertje
zwangertje
er was iets dat ze miste
iets zoets, iets zuurs, een zoute beet
als wij het nu toch maar wisten
dan kregen we even rust wie weet

de zee
de zee.
het strand.
wit en blauw.
mensjes klein.
de zee
de mist
de stilte
bang geloei
de zee.
de man.
de hond.
kil october
de zee.
duister
einderloos
leeg
of toch .
daar !
‘een pinklichtje’
___________________________________.___________
oma
oma
stilletjes op de tenen
liep ze door het leven
alles ging haar immers
om het geven
het protest
de rij knotwilgenbalt kwaad de vuisten
nu ze kaalgeschoren is.
de vlieger
de vlieger
er zit een ventje in mijn vliegerdaar boven in de blauwe lucht
mijn fantasie doet niet liever
is weer even op de vlucht
de regenwind
een grijs regendekendekt mijn wereld toe
nu de zomer ging
ik huiver van de herfst
met haar lepe streken
die mijn zon weer elders hing
ondeugend
omringd door zijn parochie
prikt het kerktorentje
wat ondeugend
de hemel
het verlies
|
single song
single song
een melodietje met ik hou van jou
beroerde nog steeds haar hart
niet dat ze het niet echt wou
toch bleef ze liever maar apart
tot hij kwam !
stt ,stil
|
B
in de boom daar staat een hartje
het teken van een verliefd paar
met de letters van hun twee
nu voelt het wel een beetje raar
want nee wat dacht je ,
die liefste B(ee) van toen
werd wel een T(ee)
hij wandelt er dan ook maar stilletjes met haar voorbij .
' je weet maar nooit mijn liefste T '

midden de doornen staat nog één roos
ze is wat laat in het jaar
maar het is de rust waarvoor ze koos
de danser
de danserin zijn borst zit een beestje
het gaat soms flink te keer
vooral op een feestje
dan herken je hem niet meer
de fazant
|
ik mag je
ik draag je op mijn lippen
ik bewaar je in mijn hoofdik warm je aan mijn hart
soms lig je op mijn maag
maar je weet,
ik mag je graag

‘kus mij’ stond er
op haar roze hartje
en dat mocht je toen
voor nog geen kwartje
ken je ze nog die suikeren hartjes uit het snoepwinkeltje
kitsch
kitsch
oranje lila groen
echt niet te doen
roze bruin blauwlaat vallen, gauw !
gooi dit schrijfsel ook maar vlug weg
het kan niet allemaal goed zijn hé beste lezer
naakt
naakt en beverig staan de bomen
midden hun bladerenkleedmisschien hebben ze het wel koud