de danser
de danserin zijn borst zit een beestje
het gaat soms flink te keer
vooral op een feestje
dan herken je hem niet meer
de danser
de danserin zijn borst zit een beestje
het gaat soms flink te keer
vooral op een feestje
dan herken je hem niet meer
de fazant
|
ik mag je
ik draag je op mijn lippen
ik bewaar je in mijn hoofdik warm je aan mijn hart
soms lig je op mijn maag
maar je weet,
ik mag je graag

‘kus mij’ stond er
op haar roze hartje
en dat mocht je toen
voor nog geen kwartje
ken je ze nog die suikeren hartjes uit het snoepwinkeltje
kitsch
kitsch
oranje lila groen
echt niet te doen
roze bruin blauwlaat vallen, gauw !
gooi dit schrijfsel ook maar vlug weg
het kan niet allemaal goed zijn hé beste lezer
naakt
naakt en beverig staan de bomen
midden hun bladerenkleedmisschien hebben ze het wel koud
de lachprobeer het zelf ook maar
zij had een lach
klaar voor iedereen
ieder die het zag
lachte ook meteen
een stukje liefde
het lekkerste stukje
zet je me steeds voor
zoveel liefde op mijn teljoor
je brengt me van m’n stukje
rijstpap
onbekommerd om de dingen
vertikt de klok de avond.
ik dommel weg in de jaren
tot bij oma’s rijstpap .
mét kaneelstokjes.
het probleem
|
de kunstenaar
de kunstenaar
hij zocht en zocht
de kunstenaar
hij zocht zichzelf
geloof me maar
niemand
die hem nog begreephij zocht misschien te ver
wie weet ?
de bullebak
|
stilletjes
stilletjes
soms werd het stilletjes
bij hem binnenin
dan sloot hij het deurtje
en niemand mocht er nog in.
de clown
hij was een clown
met pretneus opgezet
al bleek hij dikwijls 'down'
de gulle kinderlach
gaf hem telkens toch weer
binnenpret
air
een dame met veel air
had een grote vocabulaire
maar schreef ze twee woorden
dan viel dat sjieke mokkel
pardoes van haar hoge sokkel
pijn
Pijn
de pijn bijt
telkens weeren weer
de pijn steektik krimp , ik keer
de pijn haat me
verdomd,
wat doet het
zeer
de hoogvlieger
hoog boven de bomenvloog hij met zijn dromen
de mensen zag hij niet
ver is hij niet gekomendaar ieder hem verliet
en zijn mooi project mislukte
nevel
een nevel doezelt het landin grijs, grijs en grijs
kleuren dempen tot stilte
de herfst is gestrand .
goud en geel
goud, rood en geel
strooit de herfst
over de bladeren
elk kleurt even uniek
dan gaan ze zweven
ieder op z'n beurt
het lijkt wel muziek
de dansvloer
ze dansten op één tegel
warmpjes bij elkaar
ieder keek en dacht:
‘was ik het maar’