blacklight
neonlicht
flitsend
aan - uit
luidgeluid
aan - uit
aan - uit
flitsendneonlicht
luid
geluid
de jeugd
vliegt uit
hey opa !
ik zwijg maar even
blacklight
neonlicht
flitsend
aan - uit
luidgeluid
aan - uit
aan - uit
flitsendneonlicht
luid
geluid
de jeugd
vliegt uit
hey opa !
ik zwijg maar even
de koude voetjes
mag ik bij jou mijn voetjes warmen ?
ik heb maar ja gezegd

de zwerver
ik tast wat in het rond
weet niet wat er komt
ik probeer wat hier
ik probeer wat daar
wist ik m’n thuis nog maar
het slappe handje
je kent hem vast wel zeker
de man met het slappe handje
zijn affectie is nóg weker
dus zet je vuur maar
op het laagste standje
de kerstboom
goudgele ballonnetjes
pronken in de boom.
zijn eerste naald valt.
mist
bomen, huizen in broos grafietde mist gomt mijn wereld
die je nu nog amper ziet
het klein
hij keek niet op naar het groot
al moest hij zich nog zo bukken
het was het klein waarvan hij genoot
dat gaf hem zijn vrijheid
opa zaliger
opa
ruig was de handdie mij in de armen nam
mild was de hand
die me soms een lesje gaf
fier was de hand
die mij een duwtje gaf
wijs was de hand
die ik in mijn handen nam
eenzaam blijft zij
ze piekerde al maanden lang
doch vond toch geen liefde
tussen de rozen op haar behang
wellicht moet ze toch eens de wereld in
de advertentieLaat je niet misleiden , dit is niet mijn advertentie .
de advertentie
ik ben mijn hart verloren
ergens langs de wegde weg naar Brecht
of was 't Stavoren
als je het vindt
en het kan je bekorendan kan je steeds
bij mij terecht.
Don Juan
één beet-je
een spietje boterhamlaveert
met moeders zoete-woordenwind
het mondje in
de verleidster
de verleidster
klein is haar flesje
met de glazen dop
slecht een drupje
en hij kijkt
haar kant weer op .
het buikje
het buikje
daar liep zehet buikje bloot
jong en onomwonden
toch werd ze kersrood
toen een jongen opgewonden
naar haar floot
de niemand
de niemand
er loopt een man door de straat
niemand die met hem praat
want niemand kent die niemand
met dat vreemd gelaat
en 'wie weet waarheen die wel gaat !'
de zachte gloed
je bent de zachte gloedwaaraan ik me warm,
voor ik de nacht in ga.
de sint
knus onder het deken
luisterden we naar de wind
en de stappen van de sint
nu 50 jaar geleden
de veter
de veter
in mijn schoen zit een veter
maar trek ik er op uit
dan haalt die betweter
er telkens de knoop weer uit
een lege doos
een lege doos
vandaag geen keitje beste lezer(es)
ik hoop dat ik er nog vind
het gevecht
vele malen te herhalen want de wind die bleef maar blazen
en ik dúw al hard op mijn pedalen
in 't gevecht met de wind, die wind
nu gaat die ploert nog meer uithalen
en ik dúw al hard op mijn pedalen
mijn bus, moet ik immers halen
doch de wind blijft me slecht gezind
en ik dúw al hard op mijn pedalen
in't gevecht met de wind , die wind wind wind
dit is waar gebeurd. maar wel een hele tijd geleden ,
(vandaar dit wat oudbollig rondeel)

in de perenlaar
hangt een slap ballonnetje
‘t verloor zijn adem
op de lange reis
't kan zo niet verder meer
we sturen het dan maar
met de posterijen
naar zijn baasje weer