in de perenlaar
hangt een slap ballonnetje
‘t verloor zijn adem
op de lange reis
't kan zo niet verder meer
we sturen het dan maar
met de posterijen
naar zijn baasje weer
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
vlokken
dikke sneeuwvlokken
in een maagdelijk
witte vluchtdie zó triest eindigt
in de goot
het lijken wel gevallen engelen
krullen
Krullen
de krul in zijn snor
charmeerde kruls
de krul op haar wang
toen passeerde nog wel
die jonge krullebol
een griekse knul nog wel !
Kreta
plu
mijn paraplu
werpt enthousiast
de armen in de wind
zelfs de regen
lijkt blij verrast
nu hij gieten mag
)))))))
pas getrouwd
° °pas getrouwd
achter op de achterzit
de armen om hem heen
zijn mooie bruid
daar gaan ze voor hun rit
ons dagelijks leven uit
OO
help papier
wat een leven
wat een strop
help nou even
‘t papier is op
toiletkunst
snel doorspoelen a.u.b.
het koekje
achter het groene boekje
in de boekenkast
zat vaders lekkerste koekje
maar een snoepmuis
vond dat verborgen hoekje
en heeft hem toch weer verrast
pa heeft de muis nooit kunnen vangen
'ikke nie, 't was mijn broer.' 'da's nie waar jong . jij zeker ' ' ...' ' ...´
de wintersymphonie
ze hangen nu in de kast
de luchtige sopraantjes
tijd voor de bassen
de zware winterjassen
mijn oude vriend
dag boom,
je staat hier noggetuige van mijn jeugd
ons dorp is zó veranderd
dat jij er nog bent,
dat doet me nu eens deugd
het vogeltje

er zit een vogeltje
diep in mijn oor
het fluit en wil er uit
ik zet het kooitje open
en
geeuw
lang
en
uit
poëzie om samen met me te geeuwen
kriebelt het ? graag uw reactie
de engelbewaarder
het spijt me nog oma.
hij was van aarde
met stenen vleugels
stond wijs bij oma
in de glazen kast
haar engel en bewaarder
tot op die hemelse dagwaarop hij met me vliegen wou
en pardoes aan scherven lag
de neuswortel

wonderlijk is toch de natuur
er ligt hier een wortel
met de neus van nonkel Tuur
vergeef me nonkeltje .![]()
waar moet een mens zijn inspiratie blijven halen , ik heb dan maar even in de koeling gekeken .
zwangertje
zwangertje
er was iets dat ze miste
iets zoets, iets zuurs, een zoute beet
als wij het nu toch maar wisten
dan kregen we even rust wie weet
we proberen haar echt te begrijpen
de zee
de zee.
het strand.
wit en blauw.
mensjes klein.
de zee
de mist
de stilte
bang geloei
de zee.
de man.
de hond.
kil october
de zee.
duister
einderloos
leeg
of toch .
daar !
‘een pinklichtje’
___________________________________.___________
oma
oma
stilletjes op de tenen
liep ze door het leven
alles ging haar immers
om het geven
het protest
de rij knotwilgenbalt kwaad de vuisten
nu ze kaalgeschoren is.
de vlieger
de vlieger
er zit een ventje in mijn vliegerdaar boven in de blauwe lucht
mijn fantasie doet niet liever
is weer even op de vlucht
de regenwind
een grijs regendekendekt mijn wereld toe
nu de zomer ging
ik huiver van de herfst
met haar lepe streken
die mijn zon weer elders hing
ondeugend
omringd door zijn parochie
prikt het kerktorentje
wat ondeugend
de hemel
wie niet vraagt niet krijgt
het verlies
|

