snuffel
snuffel
fijntjes snuffelend
met goesting in de ogen
om de koekjes,
op de tafel.
een hondeleven
snuffel
snuffel
fijntjes snuffelend
met goesting in de ogen
om de koekjes,
op de tafel.
een hondeleven
valavond
welhaast verloren
daar hoog tussen de sterren
een streepje vliegtuig
ontmoeting voorbij
Nog een kus ,
een laatste blik
en ze vervliegt
in een vleugje parfum.
een leeg blad
|
de eerste letter op een wit vel ,mijn moeilijkste
de bus
|
de tekening
|
een appeltje tussendoor
een groen appeltje
wordt niet zomaar
uit zichzelf rood en rijp
Pluisje
|
het getij
|
de bromvlieg
|
sleur
sleur
labeur
humeur
gezeur
heur beurt
mijn jas.
mijn jas aan de kapstok
laat zijn schouders hangen
omdat hij niet mee mag.
Slank
|
nomaden.
We zijn reizigers door de tijdkomen uit het onbekende
gaan naar het onbekende
Heel even ‘wij’ op deze stip
in de oneindigheid.
Om elkaar te horen , te zien
aan te raken en lief te hebben.
Een stille wens .
|
vlinder
|
Klaprozen
In het groen van de beek
staan de klaprozen
uitbundig te blozen.
Geluk(t)
Tussen de drielingen
een klavertje vier.
Het zoeken helpt niet .Je moet al geluk hebben
om het te vinden .
En nog meer geluk
om nog gelukkiger te worden .
zomaar een tussendoortje
De klok.
Gejaagd tikt de klok.Ze dient toch zo ver te gaan.
Tot ook h’aar tijd komt.
In de spiegel .
Ik ben een vogeldie graag fluit
en vliegt.
Geen spotvogel,
noch geluks-
of paradijsvogel
Hoogstens,
een speelvogel.
Maar noem me
liefst, gewoon
en simpelweg :
‘mus’