Boom
Boom
je takken hoog
in de schrale wind
zo geweldig , 'staan'
maar toch alleen met jezelf
en zonder verweer
geduldig wachten
hunkeren naar die lichte trilling
die je tot leven wekt
de lente echter
nog ver in 't verschiet
Boom
Boom
je takken hoog
in de schrale wind
zo geweldig , 'staan'
maar toch alleen met jezelf
en zonder verweer
geduldig wachten
hunkeren naar die lichte trilling
die je tot leven wekt
de lente echter
nog ver in 't verschiet
De zotte wind
met speelse rimpels
schrijft de zotte wind
zijn naam in de waterplas
de vinger|
een vuile vinger op het vensterglas wijst schaamteloos naar de zon. |
Een kind en de zee .
|
hinde
tussen de bomeneen ranke hinde.
heel even maar.
dan weer weg.
Kruid
fel opschietend kruid
gejaagd duwen en trekken
om de beste plek .
Het middagdutje.
in zijn blauw ledikantje
het kindje stilgesust.
de deur sluit zachtjes.
Avond
|
Het theepotje.
het potje stil genietendonder de warme muts.
de kopjes wachten.
En dan, dan is er thee voor twee .
een woord
|
Vingers
|
Lente
Prille Lente
In het dauwgroen.onder de tere zon
gonst een bijtje
naar een gele bloem.
Zoem zoem zoem
Het is vroeg lente
en alweer tijd
om haar werk te doen
.
Sleutelgat
door het sleutelgat.
helder blauw.
knipperend
van nieuwschierigheid.
ik knipoog terug.
***********
Het spiegeltje| een dame , très chique streelt haar zachte huid de spiegel rimpelt . |
Nieuw
|
Madeliefje
het madeliefje
leek slechts een akkefietje
tot de zon verscheen.ochtenddauw.
Het drupje|
het drupje aan de kraan |
Alle begin is moeilijk .
Een eerste keitje uit mijn nooit getoonde verzameling.
De lege doos .
de lichtring|
talloze lantaarns een drijvende stroom van licht langs onze file
|
konden wij in die file maar omkeer maken