de leider
hij sprak en sprak de leider
kleefde op alles een cijfer
wij gaapten in diepe twijfel
allicht wordt Hij n'og rijker
de leider
hij sprak en sprak de leider
kleefde op alles een cijfer
wij gaapten in diepe twijfel
allicht wordt Hij n'og rijker
het afspraakje
vederlichte gedachten
fladderen door mijn hoofd
je komt, dat heb je beloofd
al laat je nog even op je wachten
maar je komt, dat heb je beloofd
een bus uit Ekeren is nochtans reeds voorbij gekomen
loketbeamte 4
loket 4
lachen ligt hem niet
liever koel en stijfjes
alleen maar aardig
als hij Niemand ziet
ik verander maar van rij en hoop
de vlucht
het huis een verloren thuisdan maar ijlings op de vlucht
weg voor haar 'grote kuis'
het lentekleed
ik schud,
ik schud de winter
van me af
af, af
en trek de lente aan
aan, aan
het verzoek
op het boordje van zijn stoel
nog aarzelend bang met vragen
'moe, mag ik naar die fuif nu, toe?'
vader had al ja gezegd
lente
de lente
druk in de weer
prikkelt het leven
om nog een keer
het mooiste van zichzelf te geven.
en wij genieten mee
het complot
in jeugdig zot
hun hoofden samen
gniffelend, gidderend
meisjes in speels complot
de paasklok
tien elf twaalf
eieren in de mand
vader weet je nog
waar dertien is geland ?
we zijn er wel eentje kwijt aan de hond.
mild
de avond strooit nog
een snuifje wind
de dag is gaar nu
een milde herinnering
naïef
‘naïef, zei je
‘je ben naïef’
'ach kom'zei ik
ik voel me goed,
of is dat soms
té primitief'
mooie kleren
ze zat in de mooie kleertjes
tot ze in haar zoom trapte
en haar \'schone\' woorden
voor één schaars keertje
in eenvoud om lucht hapten
rijmelarie
mietje precieswas veel te kies
pietje werd vies
die nam zijn valies
nu treurt zie
om het verlies
al is dit een 'rijmelap' (= dichterlijke smartlap),
hij stemt toch tot nadenken
(p.s : mietje en pietje zijn hier wel omwisselbaar)
leven
aarde, ik voel de aarde
lucht , ik proef de lucht
water, ik hoor het water
vuur, ik ruik het vuur
ik , ik leef
de remedie
hij huppelt wat op één been
want er zit een blaar
op zijn linkerteen
het geheim
hij droeg een geheim
al jaren met zich mee
en toen hij het zeggen wou
luisterde al niemand meer
calicatta
morgen gaat de trein,mijn droom naar Calicatta
ik ga hem missen
even wegdromen
het koekje
op de tafel
bij de theeéén koekje nog
en wat
kruimels klein
aan die tafel,
wij getwee
neem jij het maar, neen, neem jij het maar,
inspiratie
inspiratie is als een droom
die zich niet dwingen laat
je onverwacht bezoekt
en als een echt fantoom
maar af en toe
een spoortje laat
zoals er na uren lijmwerk van een, op vreemde wijze gebroken vaas, toch een stukje blijkt te ontbreken
haar soap
soap
hij heeft oog voor haarzij er oren naar
beiden met zachte mond
de handen nog vrij
tot hun neus zowaar
met passie dichter komt
wordt vervolgd