de vlam brandend de toorts hoog
het menu is tongstrelend uniek
In brasserie "Aan tafel " moet u zijn .
Ingrid Lenaerts

de zevende dagVanaf het zateravondbalkon
zag ik hem naderen
Bij leunde nog aan bij zijn maat
maar ééns de klok van twaalf
zette hij zijn tijd in en riep heel luid
"Hier ben ik jullie zevende dag
ik draag de zon in mijn blazoen
de weelde van een zalig niets doen
een hele dag lang om te rusten
en ik weet dat alles goed is
want ik ben de zondag
de koning der dagen"
Op lange benen en verwaand
als een gouden gieter verbleef hij onder ons
soms was hij een nukkig wezen
Ambetant en pensenknijpend in de ziel
liet hij het regenen bij bakken
We zagen hem dan ook graag vertrekken
om de maandag weer binnen te laten
Ingrid Lenaerts

Maskers kan je toevoegen
aan de grote verzameling
die het leven heet
Ze laten je het ware gezicht raden
achter dat anderewaarmee je speelt
als bontgekleurde koe zij die lacht
met de klingelende oorbellen aan
als de domme kip de kakelt
terwijl ze haar ei zoeklegt
of de zieke kikker die walgt van zichzelf
op een waterleliebald inde vijver.
Maskers kan je verwijderen
voor het open vizier als een andere keuze.
Ingrid Lenaerts
geheimZij moet een geheim bewaren
zoals een steen in haar maag
gezonken naar duistere diepten
het geheim wil echter ontsnappen
Het komt weer boven drijven
wil aan land
zij duwt het kopje onder
voor de zoveelste keer
Al zouden de kraaien het uitbrengen
dan zou ze de vogels vangen
en verbranden
Zelfs deze fenix zou niet mogen
opnieuw tot leven wekken.
Ingrid Lenaerts
wij houden
Doe haar niet meer geweld aan Moeder aarde
Ze heeft het al veel te warm
onder al die broeikasgassen
die stikkende uitlaatgassen en verbrandingen
Heb medelijkden met haar polen
zodat ze niet verder aftoppen
dat ijsbergen niet wegsmelten
niet afkraken als donderende gevaarten
in een kolkende oceaan.
Laat de gletsjers zichzelf zijn
hou ze ter plaatse als eilanden
eeuwige sneeuw
Spaar onze moeder Aarde
van verdere verloedering
orkanen en verzengende hitte
Ingrid Lenaerts
over een groot verlangenEen nacht op het strobed
van een verlangen
dat uitdagend prikt door je huid
als door de spankracht van de ballon
waarin je tuimelt
onbereikbaar
Zeg maar nee tegen het avontuur
van je wildwater
dat het zich koest houdt en lief is
en dan ben je o zo gedwee schattig wicht
Terwijl ik vloeken moet als een ketter
de dag in dwangbuis houden moet
Ingrid Lenaerts
groene kolder
woning in noodDaar zit zij te kijken zonder doel
uitgeblust en zwaar onder zwarte gedachten
van ellende in dat hok
dat huis zou moeten zijn
met schimmelkolonies op de muur
als een oprukkend leger
er zijn er gele en er zijn er bruine
sommige lijken net paddenstoelen
voor een rijke oogst
het vocht zet zilte randen af
op de vloer waar het water leeft
als een brakke plas vergetelheid
Het behang staat bol
van de stinkende bulten
Ze wil hier weg uit dit nest van miserie
Soicale wonigen verzoeken haar dromen
echter jaren laten ze op zich wachten
Zij is maf naar lijf en geest
in dit rovershol.
Ingrid Lenaerts
Niet dat ik verslaafd ben
bezingBezing de winter als een glansrijke cantate
over de grootsheid van zijn natuur
met de lichtheid van de tintelende sneeuwaria
de angstjagende recitatieven van de bassen
de storm over de wilde zee met paukenslag
het landschap onder de wisselende luchten
weerklinkt in de koralen van de compositie
besluit de winter met deze uitvoering
door alle natuurssolisten.
Ingrid Lenaerts

centrale illusie
asfalt
Stroef de hondStroef de hond lijkt tevreden
hier met zijn nieuwe thuis
Gisteren nog in het dierenasiel
intriest en meewarig achter rasters
in gezelschap van andere sukkelaars
Ze jankten om de ziel te scheuren
verweesd en verlaten tegen wil en dank
Stroef liet zich uitkiezen als vanzelfsprekend
Hij kwispelstaartte om de aandacht
de kop half schuin met de bede
Kan ik met jullie mee daarheen?
wij namen hem volmondig mee.
Ingrid Lenaerts
februariFebruarimaand
heeft het licht weer gevonden
verdrijft duisternis
morgenklaarte zingt
met alle vogels een lied
weer buitelt het hart
nog over wat sneeuw
glinsterend het sneeuwklokje
bij lenteaantocht
Ingrid Lenaerts
wilgenWilgen trotseren onze landschappen
als oude boomgeslachten
met lange stamboom
Aan de rand van zompige grachten
onder de grijsblauwe winterluchten
vergroeien zij met de traditie der jaren
Ze worden onmisbaar tegen de wind
die hun takken tegen elkaar zwiept
de bescherming voor de polder
Metgezellen van jaren fier als de grond
met hun stoere kale stronken
na het kappen blijven ze eigenheid trouw.
Ik kan ze niet missen
Ingrid Lenaerts
deur van vervreemdingUit je eigen lijf stappen
als een monument van verbazing
dwars door de deur van vervreemdig
naar de blauwe lucht
de deur omvat je in brandglas
aquamarijn en vermiljoen
geeft je spanwijdte
tussen je katoenen vleugels
de nieuwe ikarus naar de zon.
één dag in je leven.
Ingrid Lenaerts
klompen
frituurWie is het kloppend hart van deze frituur
waar de rijen aanschuiven om een bakje of een zakje ?
Zijn hun gedachten bij het kissende vet
waar de aardappel verdwijnt in helse pijnen
die zij niet horen? Hun hongerige magen knagen
voor de goudgele toverstokjes die verdomd smaken
naar nog en bovenop die toet mayonaise
doet hen watertanden in verwachting van...
Blonde Mia strooit het zout in het rond
ze is grootmoedig gul met haar porties
weet raad voor van alles en nog wat
tussen depotten béarnaise entartaar
worden de kwaaltjes beleden of verbloemd
Des levens wijsheden blijven hier hangen
als lichtvoetige wolken boven de dampen
verdwijnen in de wind als aureooltjes
Met een pint bier valt het wachten mee
zeker met de uitkijk op Mia's decolleté
Hier klopt het hart op volle toeren
Ingrid Lenaerts