Niet dat ik verslaafd ben
Ingrid Lenaerts
Niet dat ik verslaafd ben
bezingBezing de winter als een glansrijke cantate
over de grootsheid van zijn natuur
met de lichtheid van de tintelende sneeuwaria
de angstjagende recitatieven van de bassen
de storm over de wilde zee met paukenslag
het landschap onder de wisselende luchten
weerklinkt in de koralen van de compositie
besluit de winter met deze uitvoering
door alle natuurssolisten.
Ingrid Lenaerts

centrale illusie
asfalt
Stroef de hondStroef de hond lijkt tevreden
hier met zijn nieuwe thuis
Gisteren nog in het dierenasiel
intriest en meewarig achter rasters
in gezelschap van andere sukkelaars
Ze jankten om de ziel te scheuren
verweesd en verlaten tegen wil en dank
Stroef liet zich uitkiezen als vanzelfsprekend
Hij kwispelstaartte om de aandacht
de kop half schuin met de bede
Kan ik met jullie mee daarheen?
wij namen hem volmondig mee.
Ingrid Lenaerts
februariFebruarimaand
heeft het licht weer gevonden
verdrijft duisternis
morgenklaarte zingt
met alle vogels een lied
weer buitelt het hart
nog over wat sneeuw
glinsterend het sneeuwklokje
bij lenteaantocht
Ingrid Lenaerts
wilgenWilgen trotseren onze landschappen
als oude boomgeslachten
met lange stamboom
Aan de rand van zompige grachten
onder de grijsblauwe winterluchten
vergroeien zij met de traditie der jaren
Ze worden onmisbaar tegen de wind
die hun takken tegen elkaar zwiept
de bescherming voor de polder
Metgezellen van jaren fier als de grond
met hun stoere kale stronken
na het kappen blijven ze eigenheid trouw.
Ik kan ze niet missen
Ingrid Lenaerts
deur van vervreemdingUit je eigen lijf stappen
als een monument van verbazing
dwars door de deur van vervreemdig
naar de blauwe lucht
de deur omvat je in brandglas
aquamarijn en vermiljoen
geeft je spanwijdte
tussen je katoenen vleugels
de nieuwe ikarus naar de zon.
één dag in je leven.
Ingrid Lenaerts
klompen
frituurWie is het kloppend hart van deze frituur
waar de rijen aanschuiven om een bakje of een zakje ?
Zijn hun gedachten bij het kissende vet
waar de aardappel verdwijnt in helse pijnen
die zij niet horen? Hun hongerige magen knagen
voor de goudgele toverstokjes die verdomd smaken
naar nog en bovenop die toet mayonaise
doet hen watertanden in verwachting van...
Blonde Mia strooit het zout in het rond
ze is grootmoedig gul met haar porties
weet raad voor van alles en nog wat
tussen depotten béarnaise entartaar
worden de kwaaltjes beleden of verbloemd
Des levens wijsheden blijven hier hangen
als lichtvoetige wolken boven de dampen
verdwijnen in de wind als aureooltjes
Met een pint bier valt het wachten mee
zeker met de uitkijk op Mia's decolleté
Hier klopt het hart op volle toeren
Ingrid Lenaerts
de boemanWaar gaat hij heen
met z'n vreemde kleren aan
met ogen als nachtuil
met z'n veel te grote schoenen
speurend bij klaarlichte dag ?
naar zijn prooi?
Heeft hij zijn jagerstas bij ?
Zal hij Lies en Lotte verkleien
tot kermiskonijnen?
Zou hij geen honger hebben
en de konijnen oppeuzelen
als lekkere hapjes
met saus van de angst.?
Noortje kan niet meer slapen
sinds men de boeman ontbood.
Ingrid Lenaerts

Stokvis
Dat zij niet gevraagd hebben
Deze vissen om gedroogd te worden
Hun gruwelijk lijf in de lauwe wind
Met de stank der vergankelijkheid
Uitgestelde consumptie
Zwierend aan een touw
Gebonden tussen palen
Hun graf in uitgesteld relais
Mijn walging in zomertijd
Ingrid Lenaerts
na het feest
rommelhoofd
bij de kapper
de kleuren van de zonDaar waar het zonnevuur wordt gestookt
zitten de hemelgoden te schilderen
concurrenten van onze grote abstracten
Ze laten het kleur geel vloeien
uit hun bekers nectar
Ze laten het rood vonken
uit hun liefdespassie
Ze laten wit schitteren
uit hun diamanten juwelen
Het paars staat voor hun woede
stormend als een orkaan
De kleuren van het zonnevuur fonkelen
in een kaleidoscoop van vervoering.
Ingrid Lenaerts
koelte in de morgen
strijdros