opweg naar het paleis der holle vaten.
Zij zat te denken de tanden afgezaagd
zodat zij niet bijten kon
de tongriem in zoet geprakt
vastgebonden in gedachten
oogkleppen aan de zijkant
zij leek wel een paard
maar dan ingeblikt op stal
Zij mocht niet op avontuur
mocht geen ziel kwijt
aan haar eigen taal
kritisch aangescherpt
monddood moest zij
luisterend naar de grote meesters
die eisten dat zij zou buigen
om mooi te zijn en te zwijgen
Maar buiten de waard gerekend
onsnapte zij de deuren
strijdvaardig opweg
naar het paleis der holle vaten.
Ingrid Lenaerts