lallend over de nonsens des levens
Zij brengen de groet
Ingrid Lenaerts

valentijnkriebelsZou jij mijn Valentijn daar niet zijn ?
Ik kan niet meer slapen als ik je zie
ik ben kribbig en krabbig
ik zou je de huid vol willen schelden
toegeven dat er iets anders is
het kriebelt meer dan in mijn hoofd
ik zou je willen zoenen
maar dat wil ik niet bekennen.
Misschien lach je me wel uit?
Maar ik zou met jou willen tafelen
door de bossen wandelen
je gezicht aaien en fluisteren
de rest wellicht ook en zoveel meer.
Zou jij mijn Valentijn niet zijn ?
Zoek het dan toch uit, joch
doe niet zo stoer
Maar zeg het me toch
Ik verlang naar jou.
Ingrid Lenaerts
jij bent...Jij bent mijn blijde boodschap
elke dag in weer en wind
van hoog tot laag
wanneer de zee aanrolt
wanneer zij breekt in je ogen
aquamarijn en diep gelovig
de lachende liefde onder ons
woord en daad uit je weidse hand
mijn leven zonder grenzen
jouw congruentie in mijn schaduw
Jij bent mijn blijde boodschap.
Ingrid Lenaerts
dreigingZe gooit de deur dicht
krachtpatser van woede
terwijl ze schuimbekt
en roept als een geketende
ze zit in het nauw
zoals een rat in een val
Wat doet ze daar
daar waar ze niet hoort te zijn ?
Ze geeft geen antwoord
zij weet meer zegt ze
waar de bittere pillendes levens zitten
ze zal ze vinden zint op wraak
als teloorgang van het schip
in een orkaan.
Samen kopje onder
wordt de boodschap.
Ingrid Lenaerts
doordeweekse gedachtenIk weet niet wat ik moet doen
om anders te zijn oma zegt ze
Ik ben veel te gewoon en te saai
op school doen ze allemaal hun ding
mijn ding bestaat helmaal niet
Ik ben niet opvallend ik schreeuw niet
gebruik geen vieze woorden
zit niet achter de jongens aan
Ik ben te net en te braaf
Ik heb te doordeweekse gedachten
ik lees graag en kijk naar de maan
als ze haar nachtvertellingen doet
de sterren lijken dan te lachen
ik hou van mijn hond Zander
ik kijk graag TV en ik wil een nieuwe fiets
Niet creatief zeggen ze
Oma ik wil toch echt niet anders zijn
Ik zeg dat ze mijn allerliefste prinses is
Ze knikt tevreden ja.en huppelt weg.
Ingrid Lenaerts
sneeuwpopIn zeven haasten vol mysterie en magie
bij het schemeren het park onder de sneeuw
Kinderen renden naar buiten met vreugdekreten
laarzen aan sjalen tot de neus gestrikt
diep ingeduffeld in de jas
het sneeuwbal rollen kon beginnen
de bouw van de pop
in een ommezien was hij er
de witte driebollige vent met zijn gitzwarte ogen
zijn wortelneus ten hemel gericht
alsof hij onraad rook
een kunstgebit markeerde zijn mond
een rode doek om de hals
wapperend in de wind
Onze eerste Ötzi van het seizoen
Onze hoop was niet ijdel.
Ingrid Lenaerts
woordloos
ijskegelsIjskegels klaren
zonnestralen als diamant
het sprankelend licht
Ingrid Lenaerts
de schoonheid van sneeuwEerste sneeuw als kant
op de dorre rietkragen
witblauwe stilte
Ingrid Lenaerts


berkenBerken in de wind
als witte nonnenkappen
staan ze bits rechtop
Ingrid Lenaerts
kippenKippen zitten in hun hok
een houten optrekje met een loopplank
alsof het zo evident is
hun ballingschap op deze enkele vierkante meter
waar mijn moeder en ik
dagelijks scharreleieren rapen
ik roep mijn moeder toe :wij zijn dieven
zij , mijn moeder, is verbauwereerd
om die opmerking die niet past
mijn moeder vindt me flauw
jij eet toch ook eitjes lekker zeg je
de kippen begrijpen er geen iota van
lopen kakelend de ren in
de mais en de groene sla tegemoet.
Ingrid Lenaerts
winterblues
afstand
fruitcoctail
miezerige dagMiezerige dag
regen uit grijze wolken
zon in ballingschap
Ingrid Lenaerts
Ten huize van de lichtvoetigheid.
lichtvoetigheid
staat voor ruimte
open naar het oosten
met zicht op een loofbos.
het zonnelicht klatert door de bomen
als een waterval van stralen
binnenin alles onder één dak
open tot de nok
slapen achter verstelbare wanden
open keuken met kookeiland
tafelen aan een lange plank
dito stoelen in natuurhout
Bad en sauna achterin
achter melkwit glas
het schaduwspel der lichamen
Op de grond kurk en hout
je hoort noch kat of hond
iedereen sluipt zonder klank
in dit huis van de lichtvoetigheid
Ingrid Lenaerts
zwarte toetsenOm de studie van klanken
deze waterval van octaven
heen en weer vingers op de toetsen
springend als een dartel hert
slaan op de dissonanten
op je wangen het rood
ademloos het publiek
de zwarte toesten vervreemden
het klankbord lijkt een hellend valk
de verbeelding der wisselende handen
dan het applaus
van een juichende zaal.
Ingrid Lenaerts