We zijn altijd ademloze bewonderaars
Ingrid Lenaerts

zomaar een telefoontje
verwondingHij neemt mijn verwonding op schoot
sinds de dag ik als gekwetste vogel
het nest te eng en te bekrompen vind
Hij troost met zijn bloemenkrans
van woorden die hoop verkondigen
waar ik langs de ladderde houvast krijg
dat leven nog zinvol is in delen van het leed
daar waar eenzaamheid de kop opsteekt
happend als een krokodil naar haar prooi
Dat vreugde je nog kan bekoren
als een zonnestraal haar hand biedt.
Ingrid Lenaerts

ontbijt Ontbijt met mijn kleinzoon
niet al te traditioneel
vraagt hij me cola
en zeker een vanillewafel.
Lekker vettig klinkt het
Alle lightproducten zijn voor oma's
legt hij uit met de nodige relativering
nu kan hij nog de cholesterol de baas
en overgewicht dat sport hij af
traint in de fitnesszaal.
Ik grijp laconiek naar de ontbijtgranen
alsof ik de chewinggumpraat niet hoorde.
Ingrid Lenaerts
over de stoeprandIk ben over de stoeprand gevallen
zonder enige garantie
niet verzekerd wel tegen de vlakte gegaan.
over streepjes en tegeltjes van stadsverfraaiing
werelds en wuftige dingen
een kleine zeemeermin sloeg met haar staart
en stond er lachend bij
alsof er niets gebeurd was.
Wat was ik dom dat ik die dame niet zag
Ik zag sterren bij klaarlichte dag
geschaaft en geschonden
heb ik hinkend mijn weg verdergezet
waarbij ik hiernu zit met verwonde knie
en gekneusde voet .
Ingrid Lenaerts
een kille boosdoenerAlleen tussen mij en de leegte
hapert de tijd als een kille boosdoener
Uit mijn hoofd kan ik hem niet wringen
kijk verstard naar mijn evenknie
de spiegel die ene echte en onvervaslte
die me zijn waarheid vertelt
alsof ik in een gasbel borrel
van angst en verzet
tegen zwarte gedachten
van een grauwe wereld
die pampert van het kille onrecht
Ingrid Lenaerts
als pelgrimsAls pelgrims onderweg
over de harde keien
de barre aarde
vermoeide uren
de brandende zon in het zenit
van onze dagen
wij vechten tegen slaap
moeten weer geloven
in de bron van helder water
die onze dorst lest
als zoekers van recht
van de eerlijke daad
als pelgrims onderweg
tussen de wolven
die we willen nekken
Ingrid Lenaerts
liefdesboomOnder de grote linde
Nu nog kaal in zijn takken
een beetje grillig bij valavond
zoals de vangarmen van een octopus
maar al niet te min
wij noemen hem onze leifdesboom
onnoemelijk teder
hebben wij zijn stam omarmd
als twee zotte mussen
voor de eerste kus
weetje nog lang geleden
Zullen we het nog eens overdoen
net als toen voor de zoveelste
mijn lief?
Ingrid Lenaerts


zot van jouIk ben zo zot van jou
zo weg en dan zwevend zacht
je armen om me heen
dan weet ik het
die wilde blijheid die ik voel
dat is de dolle liefde
de woorden zijn te eng
ze moeten bevrijd worden
om het uit te schreeuwen
ik hou van jou.
Ingrid Lenaerts
vaal en duister

valentijnkriebelsZou jij mijn Valentijn daar niet zijn ?
Ik kan niet meer slapen als ik je zie
ik ben kribbig en krabbig
ik zou je de huid vol willen schelden
toegeven dat er iets anders is
het kriebelt meer dan in mijn hoofd
ik zou je willen zoenen
maar dat wil ik niet bekennen.
Misschien lach je me wel uit?
Maar ik zou met jou willen tafelen
door de bossen wandelen
je gezicht aaien en fluisteren
de rest wellicht ook en zoveel meer.
Zou jij mijn Valentijn niet zijn ?
Zoek het dan toch uit, joch
doe niet zo stoer
Maar zeg het me toch
Ik verlang naar jou.
Ingrid Lenaerts
jij bent...Jij bent mijn blijde boodschap
elke dag in weer en wind
van hoog tot laag
wanneer de zee aanrolt
wanneer zij breekt in je ogen
aquamarijn en diep gelovig
de lachende liefde onder ons
woord en daad uit je weidse hand
mijn leven zonder grenzen
jouw congruentie in mijn schaduw
Jij bent mijn blijde boodschap.
Ingrid Lenaerts
dreigingZe gooit de deur dicht
krachtpatser van woede
terwijl ze schuimbekt
en roept als een geketende
ze zit in het nauw
zoals een rat in een val
Wat doet ze daar
daar waar ze niet hoort te zijn ?
Ze geeft geen antwoord
zij weet meer zegt ze
waar de bittere pillendes levens zitten
ze zal ze vinden zint op wraak
als teloorgang van het schip
in een orkaan.
Samen kopje onder
wordt de boodschap.
Ingrid Lenaerts
doordeweekse gedachtenIk weet niet wat ik moet doen
om anders te zijn oma zegt ze
Ik ben veel te gewoon en te saai
op school doen ze allemaal hun ding
mijn ding bestaat helmaal niet
Ik ben niet opvallend ik schreeuw niet
gebruik geen vieze woorden
zit niet achter de jongens aan
Ik ben te net en te braaf
Ik heb te doordeweekse gedachten
ik lees graag en kijk naar de maan
als ze haar nachtvertellingen doet
de sterren lijken dan te lachen
ik hou van mijn hond Zander
ik kijk graag TV en ik wil een nieuwe fiets
Niet creatief zeggen ze
Oma ik wil toch echt niet anders zijn
Ik zeg dat ze mijn allerliefste prinses is
Ze knikt tevreden ja.en huppelt weg.
Ingrid Lenaerts
sneeuwpopIn zeven haasten vol mysterie en magie
bij het schemeren het park onder de sneeuw
Kinderen renden naar buiten met vreugdekreten
laarzen aan sjalen tot de neus gestrikt
diep ingeduffeld in de jas
het sneeuwbal rollen kon beginnen
de bouw van de pop
in een ommezien was hij er
de witte driebollige vent met zijn gitzwarte ogen
zijn wortelneus ten hemel gericht
alsof hij onraad rook
een kunstgebit markeerde zijn mond
een rode doek om de hals
wapperend in de wind
Onze eerste Ötzi van het seizoen
Onze hoop was niet ijdel.
Ingrid Lenaerts
woordloos
1 reactie op dit bericht
heel mooi
lieve groet marina
Src=http://i110.photobucket.com/albums/n111/hartendame2/Bloemkopjemuis.gif>