waar de reine kinderziel
Ingrid Lenaerts

Met stijl
het machtselexirUit een gouden beker
drinkt de koning zijn machtselexir
dat smaakt naar nog
valeriaan, engelwortel en ijzerhard
zetten hem op sterke gedachten
Hij overschouwt zijn koninkrijk
na de historische strijd
het land ligt aan zijn voeten
de oogst is rijk de weide groen
de maaltijd wacht
de hemelse dis dankt hij aan de Heer
met deze spijzen van Lucullus
Dan wachten hem de meiden
terwijl zijn eega in de toren slaapt
Wat is het leven een weldaad.
Verderop crepeert het plebs
Ingrid Lenaerts
blauwVoorhanden het blauw
we halen een frisse neus
de morgendlucht dauwt
Ingrid Lenaerts
langs de morgenIk loop langs de morgen
gaperig en slaperig
wil mezelf ontkennen
ik loop langs de morgen
als herhaling van gewoonte
voel me onwennig
bedrogen door rechtspraak
die kromspraak is
in strijd voor gelijke kansen.
Ingrid Lenaerts
Is dit romantiek.?
tussen citroen en knipoogEen zure oprisping heeft me verzocht
een bittere pil er tussenin
gezichten als citroenen uitgeknepen
en het onoplosbare raadsel
van gerechtigheid
neen het zit niet mee sinds enkele dagen
men heeft het op mij gemunt
ik ben de pechvogel
die op woelige wateren dobbert
en kopje ondergaat
die zich vasthoudt
aan een lichtboei met witte en rode strepen
maar ik heb mijn herinneringen nog
ogen in mijn schuimkop
jouw knipoog die wonderen doet
in bizarre tijden
Ingrid Lenaerts
red meRed me van de ondergang
hoor ik gillen in de duisternis
vlak bij de poel met eendenkroos
Ik zie niemand hoor steeds dezelfde kreet.
alsof ik droom zie ik de oude eend
Anabel zit er verdrietig tussen het groen
Ze is weggelopen uit de parkvijver
Men wou haar vangen klaagt ze
ze is een ware bron van virussen
zij begrijpt er niets van in haar groot verdriet
red me red me blijft ze herhalen
Ach hopeloze eend
kon ik het je maar verklaren
Ingrid Lenaerts
monumentale schoonheidWe gaan voor monumentale schoonheid
tegen de hardheid van een muur in graniet
met het schaduw en lichtspel van de grote zon
we dagen de hemelgoden uit in reflectie
wij springlevend en jong in het experiment
zij jaren ingedommeld op hun Olympos
we buigen het hoofd met eerbied in het woord
niet zoals het gladde knipmes dat kleeft
van stroop voor de dans naar andermans pijpen
Maar echt voor zon maan en sterren
die ons begeleiden in tijd en ruimte
op deze blauwe planeet de adem van bestaan
de reden natuur te koesteren als behoud
Onze ultieme bekommernis
Ingrid Lenaerts
aanmoediging
Vandaag ben ik een witte engel
zomaar een telefoontje
verwondingHij neemt mijn verwonding op schoot
sinds de dag ik als gekwetste vogel
het nest te eng en te bekrompen vind
Hij troost met zijn bloemenkrans
van woorden die hoop verkondigen
waar ik langs de ladderde houvast krijg
dat leven nog zinvol is in delen van het leed
daar waar eenzaamheid de kop opsteekt
happend als een krokodil naar haar prooi
Dat vreugde je nog kan bekoren
als een zonnestraal haar hand biedt.
Ingrid Lenaerts

ontbijt Ontbijt met mijn kleinzoon
niet al te traditioneel
vraagt hij me cola
en zeker een vanillewafel.
Lekker vettig klinkt het
Alle lightproducten zijn voor oma's
legt hij uit met de nodige relativering
nu kan hij nog de cholesterol de baas
en overgewicht dat sport hij af
traint in de fitnesszaal.
Ik grijp laconiek naar de ontbijtgranen
alsof ik de chewinggumpraat niet hoorde.
Ingrid Lenaerts
over de stoeprandIk ben over de stoeprand gevallen
zonder enige garantie
niet verzekerd wel tegen de vlakte gegaan.
over streepjes en tegeltjes van stadsverfraaiing
werelds en wuftige dingen
een kleine zeemeermin sloeg met haar staart
en stond er lachend bij
alsof er niets gebeurd was.
Wat was ik dom dat ik die dame niet zag
Ik zag sterren bij klaarlichte dag
geschaaft en geschonden
heb ik hinkend mijn weg verdergezet
waarbij ik hiernu zit met verwonde knie
en gekneusde voet .
Ingrid Lenaerts
een kille boosdoenerAlleen tussen mij en de leegte
hapert de tijd als een kille boosdoener
Uit mijn hoofd kan ik hem niet wringen
kijk verstard naar mijn evenknie
de spiegel die ene echte en onvervaslte
die me zijn waarheid vertelt
alsof ik in een gasbel borrel
van angst en verzet
tegen zwarte gedachten
van een grauwe wereld
die pampert van het kille onrecht
Ingrid Lenaerts
als pelgrimsAls pelgrims onderweg
over de harde keien
de barre aarde
vermoeide uren
de brandende zon in het zenit
van onze dagen
wij vechten tegen slaap
moeten weer geloven
in de bron van helder water
die onze dorst lest
als zoekers van recht
van de eerlijke daad
als pelgrims onderweg
tussen de wolven
die we willen nekken
Ingrid Lenaerts
liefdesboomOnder de grote linde
Nu nog kaal in zijn takken
een beetje grillig bij valavond
zoals de vangarmen van een octopus
maar al niet te min
wij noemen hem onze leifdesboom
onnoemelijk teder
hebben wij zijn stam omarmd
als twee zotte mussen
voor de eerste kus
weetje nog lang geleden
Zullen we het nog eens overdoen
net als toen voor de zoveelste
mijn lief?
Ingrid Lenaerts