Er is geen koppiger verdriet in mijn hart
Ingrid Lenaerts

wolken als torensWolken als torens
kastelen hoogkoud de lucht
schuiven voor de zon
de aarde rilt nog
wil niet bindend opwarmen
verweesde lente.
Ingrid Lenaerts

kippen
wilde zwanen
nu zij late liefde
de verjaardag van oma
kinderen van gewoonte
Prozagedicht
een vader
regentuin
van de appelbomen
verval en vernieuwing
alweer
Lente op een kerkhofNarcissenweelde
als zonnen op het kerkhof
naast altijd stilte
Tulpen in een schaal
een hart vol nieuwe lente
een keerkring weemoed
treurwilgen botten
in twijgen van jeugdig groen
tussen de paden
Bij taxushagen
ook daar schiet het leven door
uit de naakte grond
Ingrid Lenaerts
lichte arrogantie (Bij een standbeeld)Soms kuieren gedachten ver weg uit herinneringen
en drijven ze over zee naar de haven van bestemming
waar het vreemde beeld van een rustende wesp
dan nog met blote ribben uit zijn lijf op een bank rust
Hij ligt er eigenwijs en languit te genieten, demonstratief
voor toeschouwers met veel vragen in het hoofd
naar de oorsprong van deze arrogante snuiter
met zijn holle kop in de wind achter brilleglazen
denken doet hij niet maar hij weet het zeker beter
hoe je hem moet begroeten, de wijsneus of
koning nietsnut die uitlacht, je in je hemd zet
Je zou hem....
Ingrid Lenaerts
naar het opperhoofdWe herhaalden onze zoektocht naar het opperhoofd
in heel veel omschrijvingen en vervormingen
een beetje ironie en chagrijn tussen straatstenen
wat regen tussendoor en wij maar niet vinden
Onze herinneringen in zijn voetsporen verloren
We stapten maar door of we cirkelden oneindig
over het pad van zoveel rulle omwegen
Voor de rechte weg waren we totaal blind
Ingrid Lenaerts
op zoek
dat tikkeltje