laagstam
kale bomenrij
Ingrid Lenaerts
laagstam
De ondergrondse
slingert als een gele slang
naar de buitenlucht
Ingrid Lenaerts

Tussen roestend ijzer en containers
tussen de grote kranen
vierpotig draaiend in alle richtingen
zochten een man en zijn kind
waarschijnlijk een schuilplaats
om de overtocht naar Engeland te wagen
De sans papiers geneartie
tegen wil en dank de bittere armoede
Waterkoud in de noorderwind
de kaai verlaten als een maanlandkrocht
het water wild tegen de kaaimuren
geen mens te bespeuren was hun moment
de kans te wagen
Ik rilde nog bij deze gedachte
Ingrid Lenaerts
carnavalsuitspattingen
daarbuitenWereld van glamour
vaag dansend in een luchtbel
zij valt daarbuiten
Ingrid Lenaerts
dame
ArbeidshofArbeidshof denk niet aan de tuin
waar stevig gewerkt wordt
in het zweet des aanschijns
waar porei en selder wordt geoogst
en bonen op een rij
slechts een kille zaal waar macht
je vierendeelt en je overgeleverd bent
aan welwillendheid van het noodlot
waar ik van gruwel bij nachelijk zweten
Vrouwe Justitia is geblinddoekt
gedenk o mens er is niets nieuws
onder de stralende zon
die schijnbaar duurder betaald wordt
door de ene dan door de andere
Ingrid Lenaerts
het derde oog
avondpolder
licht ontvouwt
theater Entvelde
verkeerd gedachtVoor het zicht op diepeblauw van de oceaan
en voor het groen bij zonlicht
in noorderwateren heb je geen prijs.
Jij kan het me niet verkopen
wanneer op een dag gedacht wordt,
verkeerd gedacht door gewetenloze giganten ,
taxen te heffen op de aanblik
van licht lucht en water
Wie zal dan wat verkopen
in deze verwarde tijden .
Ingrid Lenaerts
ogenblik
de schouderklop warmte in woorden
de schouderklop als steun
in kwade dagen
Ingrid Lenaerts
karyatiden
Met stijl
het machtselexirUit een gouden beker
drinkt de koning zijn machtselexir
dat smaakt naar nog
valeriaan, engelwortel en ijzerhard
zetten hem op sterke gedachten
Hij overschouwt zijn koninkrijk
na de historische strijd
het land ligt aan zijn voeten
de oogst is rijk de weide groen
de maaltijd wacht
de hemelse dis dankt hij aan de Heer
met deze spijzen van Lucullus
Dan wachten hem de meiden
terwijl zijn eega in de toren slaapt
Wat is het leven een weldaad.
Verderop crepeert het plebs
Ingrid Lenaerts
blauwVoorhanden het blauw
we halen een frisse neus
de morgendlucht dauwt
Ingrid Lenaerts
langs de morgenIk loop langs de morgen
gaperig en slaperig
wil mezelf ontkennen
ik loop langs de morgen
als herhaling van gewoonte
voel me onwennig
bedrogen door rechtspraak
die kromspraak is
in strijd voor gelijke kansen.
Ingrid Lenaerts