op schoot
Ingrid Lenaerts
op schoot
waterellendeWaterellende
de beek verzuipt traag zichzelf
buiten haar oevers
Ingrid Lenaerts

narcissenOntluikend spichtig
groenen narcissen aarde
bloemen prachtig geel
Ingrid Lenaerts
toneelWe zitten aan de ronde tafel
het drama kan beginnen
Ik wil geen spek met bonen
in tomatensaus
zij zegt : je eet alles leeg
Ik weiger kortom
Ik word nukkig het bord ook
schuift onderuit breekt
inhoud op de grond
Jij likt die varkensboel op zegt ze
Ik ween van woede
het gezin van Paemel op de bühne
herboren
Ingrid Lenaerts


paardenbloeml
Lieve wandelaar , waar je gaat of staat
je komt mij meestal tegen
langs de straatkant te velde
in de greppels in de weiden
in de tuinen het hoge gras
zelfs in een dakgoot kom ik tot leven
ik word beschouwd als ordinaire bloem
ondanks mijn prachtig geel
de zon nabij het wiegend goud
in boomgaarden en weiden
ik zou je willen vragen
mijn niet te vertrappelen
me te respecteren
me niet als onkruid te zien
ik ben geneeskrachtig bevoegd
dus niet zomaar niets
Je attente paardenbloem
maakt weer haar opwachting
Ingrid Lenaerts
warm hart
een warm hart omarmt
stevig de wijde wereld
sluit de kou buiten
Ingrid Lenaerts
duivenDuiven die op de bovenste takken zitten
van sparren in de tuin koeren
ze dagen elkaar uit om het sterkst
ze vliegen naar beneden
tot bij het raam waar ik zit
Ze bekijken me ze loeren binnen
alsof ze hier al jaren komen
kind aan huis zoals een vertrouweling
Zouden zij weten wie ik ben ?
welnee te gek maar ergens in mij
zit toch diep de twijfel.
Wie lost dit op?
Blijkbaar hebben ze geen behoefte
te weten wie ik ben
Ze vliegen samen witte veren achterlatend
ze hebben andere interesses
moet ik toch weten.
Ingrid Lenaerts
Zonder bewonersWat raar een huis zonder bewoners
nu we weer leegte gemaakt hebben
in eigen nest inhuize Rondeboom
Alle vogels zijn vertrokken
naar andere oorden andere gebieden
De oude zijn aan hervorming toe
de laatse meubels werden opgeladen
het huis gereinigd naar stof en as
de gedachten blijven echter dwalen
de goede en kwade dagen gesteriliseerd
in elke herinnering die we hier nalaten
Weet je nog dat?
We trekken de deur dicht en gaan
het grote huis geruild voor een flat.
Ingrid Lenaerts
dolle gedachte
vlak voor
nu de maan
stroomafwaarts
het mag iets minderHet mag iets minder dan deze natte winter
overwegend dat grijs je overal achtervolgt
aarde bedekt met tinten droefnis
uit de lucht waar de hemelsluizen niet sluiten
wolken als watervallen verdriet
de regen in vele varianten op je ramen ergernis
op de muren die huilen van koude voeten
wind die de bomen geselt zonder pardon
alsof er boosdoeners in zitten zonder weerga
Alles te veel te fel en te hevig
wateroverlast en stormschade
dat de weermakers hun verstand eens gebruiken
Laat ze maar andere registers opentrekken.
Zijn ze nog wel opgewassen tegen huntaak?
Ik heb mijn grote twijfels
Ingrid Lenaerts
zon zon onze god
en onze duivel
om naar te verlangen
om van te huiveren
bron van licht en leven
ramp van droogte en verzengende hitte
neen het is geen litanie
dat wij je richten
Of we nu roepen de handen ten hemel
om hulp
of we verwensen je
niets zal baten om je gang te verstoren
Je blijft waar je bent
Doof je uit dan zijn wij er allang niet meer
Wij kunnen je alleen maar aanschouwen
en je verder laten doen
Wij zijn aan jou verknecht.
Ingrid Lenaerts
verkruimeld hartHier lig ik nu uit elkaar
verbrokkeld verkruimeld
mijn hart van suiker
mijn hart van peperkoek
zo groot zo kloppend
slechts voor jou
noch scherven noch kruimels
zijn hier ooit te lijmen
ik word er misselijk van
wanneer ik deze ruïne overschouw
verdwijn uit mijn buurt
duik in het niets van de tijd
Ingrid Lenaerts
oude bliksem
tussen