taal
Ingrid Lenaerts
taal
De bijenkorfdichter
vennen in mistMist over het ven
De verdamping kronkelt krols
Het water bibbert
Ingrid Lenaerts
ik zag je
hierHier ben ik thuis in klare dagen
onder de regenbogen
weerspiegelend licht
waarneming op zijn vreemdst
woorden van verwondering
zweven als veertjes in mijn hofd
zag jou weer en begreep
hoe ontwapenend je glimlachte
en ik stil werd in je schaduw.
Ingrid Lenaerts
bedankenBedanken maakt blijheid wakker
in het kleine en in het grote moment
een greep in de bloemenmand
een zacht gebaar met zilveren schaduw
een vogel naar de vrijheid
de zon op je rug met het milde woord
dat de wind je brengt.
Het is allemaal om te koesteren
in de binnenkamers van een leven.
Ingrid Lenaerts
in de dakgootIn de dakgoot groeit
in stilte een paardenbloem
overschouwt de straat
Ze vraagt niets niemand
geniet met volle teugen
zon in overvloed
Ingrid Lenaerts
varenVaren niet laten
te water over zeeën
tot je er thuis bent
Ingrid Lenaerts
behorenJe behoort tot de de dans van het leven
onuitsprekelijke verwondering beslaat me
als nieuwe hoeven onder een paard
het vuur dat knettert van onderhuidse warmte
Draag me zonder voorwaarde
over de bruggen van zware dagen
als een pluim aan je toverhoed
dat ik je vergezel hier en nu
altijd als een begeerde en onmisbare
ik wuif je toe en je ziet me niet
ik vraag je en ik moet geen antwoord
ooit behoor ik ook tot de dans van leven.
Ingrid Lenaerts
muurgedichtEen muurgedicht schreit
zijn wilde eenzaamheid uit
vraagt ieders aandacht
Ingrid Lenaerts
Ike
verre zonEen verre zon straalt
heel veraf ijzige kou
ik wil slechts warmte
Ingrid Lenaerts
oude eikBij de oude eik
dwarrelen weer blaren neer
Tapijt van stilte
Ingrid Lenaerts
ekstersEksters vliegen snel
ze scheren langs de bermen
In zwart wit contrast
Ingrid Lenaerts
in een tuinHet kan in elke tuin gebeuren
zo gewoon en alledaags
de wapperende was aan de draad
de lakens die als spoken draaien
om hun eigen as
de rustige taal van een bloem die bloeit
die ons niet vertelt wat ze denkt
dat wij denken dat de bloem
alleen maar bloeien moet
en als bij toeval de roos dan geurt
ons bedwelmend vervoert
zijn wij de bloem verschuldigd
haar zoet parfum
Dat zij ons prikt
en liefde symboliseert
zoals wij haar toedragen
het rode verlangen.
Het kan in elke tuin gebeuren/
Ingrid Lenaerts

veldbloemenRuiker veldbloemen
het volle leven in kleur
een overgave
Ingrid Lenaerts
kwijnenZomer kwijnt hier weg
zijn lauwe zon en regen
maken ons intriest
Ingrid Lenaerts
het deemstertHet deemstert al vroeg
in de steegjes van de stad
het licht versmalt tot repen
ondergaande zon
de straatlantaarn werpt
dansende schaduwen op een muur
zoals avond onder nauwe ramen glipt.
Een zwerfhond blaft naar een kat
voelt zich bedreigd
door een rivale
die eveneens de vuilisbak inspecteert.
de overgordijnen sluiten
verbergen realileit en ellende
in de al te kleine woningen.
van zwarte rand-armoede.
Ingrid Lenaerts